Jos Douma
Er wordt vandaag de dag veel
gesproken en geschreven over spiritualiteit, over het leven door de Geest en
het verlangen daarnaar of het gebrek daaraan. Bij al ons spreken en schrijven
over deze dingen, is het wel van belang om te weten waar het in christelijke
spiritualiteit nu ten diepste om gaat. Misschien heeft wel niemand beter dan
Paulus onder woorden gebracht wat christelijke spiritualiteit is. In Galaten
2:20 zegt hij: ‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’. Christelijke
spiritualiteit komt tot uitdrukking waar mensen door de Geest geleid en tot eer
van de Vader Jezus Christus centraal stellen in hun leven en in Hem alles
zoeken en vinden wat ze nodig hebben.
Spiritualiteit in de bijbelse
betekenis van het woord is dan ook altijd christocentrische spiritualiteit.
Want het evangelie is vol van die ene naam: Jezus Christus. In dit artikel wil
ik graag een pleidooi voeren voor een spiritualiteit die zich niet zozeer richt
op een gevoel of op een beleving, op een praktijk of op een leer, maar op een
Persoon. Christelijke spiritualiteit is die vorm van leven die zich volkomen
richt op Christus, nooit genoeg van Hem krijgt, Hem eindeloos bewondert en
gedragen wordt door het ene verlangen: te worden zoals Hij door in zijn
navolging te leven in liefdevolle gehoorzaamheid aan God.
Nu zijn er
zowel binnen als buiten de kerk talloze mensen die God proberen te zoeken en te
kennen buiten Jezus om. En dat gaat altijd mis: wie zich een beeld van God
probeert te vormen buiten Christus om, raakt op dood spoor. ‘Beeld van God,
de onzichtbare, is Hij’ (Kolossenzen 1:15). Buiten Christus om valt God niet te
kennen. Nog sterker gezegd: God wil niet gekend en bemind en ervaren en
gehoorzaamd worden buiten Jezus om, zijn kostbare Zoon. Dat is de even
eenvoudige als diepe betekenis van deze woorden van Jezus: ‘Ik ben de weg, de
waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij’ (Johannes 14:6)
Maar ook in deze woorden wordt uitgedrukt dat het om Christus en het kennen van
Hem gaat: ‘Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die
elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen,
in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus
Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader’ (Filippenzen 2:9-11), en: ‘Maar
wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan
beschouwen. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus
Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles
prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen’
(Filippenzen 3:7-8)
Als we
willen ontdekken wat spiritualiteit en spiritueel leven is, dan zullen we vóór
alles moeten ontdekken wie Jezus Christus is en hoe Hij gestalte wil krijgen in
ons leven. En nogmaals: dan moet het echt over Jezus gaan. Iemand zei eens:
‘Zolang het over ‘God’ gaat willen de meeste mensen nog wel meepraten, maar
zodra Jezus in beeld komt, haken velen af.’ Want wie in de ogen van Jezus
Christus kijkt, zal een keuze moeten maken: mag Hij mijn leven vervullen?
Graag wil ik via enkele lijnen een
beeld schetsen van de Heer van de spiritualiteit en van een spiritualiteit
waarin deze Heer centraal staat. Daarbij zouden we een aantal van de ontelbaar
vele namen kunnen ‘proeven’ die Gods Zoon ontvangt in de Schrift: Wijnstok,
Herder, Licht, Heelmeester, Koning, Hoop, Almachtige, Alpha, Omega, Lam, Leeuw,
Overwinnaar, Vredevorst, Raadsman, Wonderbare of Woord van God. Maar ter wille
van een zekere beknoptheid en helderheid kies ik mijn uitgangspunt in de
klassieke drieslag waarmee de ambten van Christus worden aangeduid: Profeet,
Priester en Koning. Deze drieslag is te vinden bij Johannes Calvijn
(Institutie, Boek II, Hoofdstuk XV: ‘Want Hij is gegeven tot Profeet, en tot
Koning en tot Priester’) en in de Heidelbergse Catechismus (Zondag 12: ‘Hij
wordt Christus genoemd omdat Hij door God de Vader is aangesteld en met de
Heilige Geest gezalfd is tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige
Hogepriester en tot onze eeuwige Koning’).
Bij alles
wat over Christus in zijn drie ambten gezegd wordt, geldt dat het gaat over God
zelf. Want het is één en dezelfde God: de God die we in het Oude Testament
leren kennen als Jahweh - ‘Ik ben die er zijn zal’ (Exodus 3:14) - openbaart
zich in het Nieuwe Testament in Jezus - ‘Wat er was vanaf het begin, wat wij
gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze
handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. Het
leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u
het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is’ (1 Johannes
1:1-2).
De Heer van de spiritualiteit
leren we kennen als Profeet. In de bijbel zijn profeten mensen die op
bijzondere wijze de stem van God hebben gehoord en in zijn naam de gehoorde
boodschap doorgeven als goddelijke openbaring. Op heel unieke wijze is ook
Jezus Christus Profeet. Niemand heeft intenser en intiemer de stem van God
gehoord, het hart van zijn Vader gevoeld en zijn gedachten gedeeld. Alles wat
God van plan was, alles wat er leefde in zijn binnenste, was bekend aan de Zoon
en Hij heeft het ons verteld. ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon,
die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen’
(Johannes 1:18).
Christelijke
spiritualiteit richt zich dus op een God die zich heeft geopenbaard. De God van
de bijbel is niet een zwijgende God maar een God die spreekt en van zich doet
spreken. Daarom zijn ook de volgende namen voor Jezus veel-zeggend. Christus is
de Waarheid: in Christus openbaart God de ene waarheid. Geloven heeft
niet in eerste instantie met vele waarheden te maken, met vele zaken die je
voor waar moet houden, maar met de ene Waarheid die een Persoon is. Wie wil
weten wat wel en niet waar is met betrekking tot God, zal de verbondenheid
moeten zoeken met de Zoon die zelf Gods Waarheid is. Christus is de Weg:
alleen via de Zoon is het mogelijk om tot de Vader te komen. Alleen in de Zoon
wordt het ware leven mogelijk als een heilzame weg die gegaan moet worden.
Spiritualiteit is het gaan, niet maar van een weg, maar van de Weg. Christus is
de Wijsheid: wie op zoek is naar heilzame kennis en heilzaam inzicht om
een leven te leiden dat steeds meer heel wordt, zal in Christus alles vinden
wat hij nodig heeft. Want het gaat erom dat we ‘tot de volle rijkdom van
allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus in wie
alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen’ (Kolossenzen 2:2-3).
Zo
is Christus als Profeet, die ons Gods wil en weg en wijsheid en waarheid bekend
maakt, tegelijk onze hoogste Leraar. In de christelijke spiritualiteit gaat het
om de leer van Christus: Hij is de enige die ons leren kan waar het om gaat in
dit leven. Zijn Bergrede (Matteüs 5-7) vormt van deze waarheid wellicht de
meest markante uitdrukkingsvorm. In alle eenvoud en diepte tegelijk opent Jezus
ons daar de ogen voor wat er werkelijk toe doet. Hem gaat het nooit om
abstracte verhalen en dorre betogen, maar om praktisch wijsheid en levenskunst,
om horizonverbreding, om een tegencultuur, een profetisch tegengeluid in een
gevallen en van God en zijn liefde vervreemde wereld. Luisteren naar Jezus’
profetische spreken zal steeds opnieuw dit effect hebben: ‘Toen Jezus deze rede
had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht,
want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun
schriftgeleerden’ (Matteüs 7:28-29).
Een spiritualiteit waarin Christus
als Profeet en Leraar centraal staat, vormt mensen om tot leerlingen en
profeten. Christelijk spiritualiteit heeft daarom alles te maken met luisteren
en spreken. Allereerst luisteren: het gaat erom de stem van God te horen, zoals
die klinkt wanneer Jezus spreekt vanuit de volheid van zijn wijsheid.
Spiritueel leven is vóór alles luisterend leven: een leven waarin God aan het
Woord komt en waarin zijn openbaring elke dag als nieuw op ons afkomt. Pas wie
luistert kan ook spreken: alleen leerlingen mogen profeten worden en spreken
over Jezus die de Christus is, de enige Weg tot de Vader. Zo mogen leerlingen
van Jezus zijn getuigen worden en met daden en woorden iets laten zien en horen
van die tegencultuur van het koninkrijk van God.
De Heer van de spiritualiteit
leren we verder kennen als Priester. In de bijbel zijn priesters mannen die
aangesteld waren voor twee hoofdtaken: offers brengen en gebeden uitspreken. In
de tijd van het Oude Testament ging het om dieroffers: om de schuld van het
volk Israël te verzoenen en de relatie tussen het volk en zijn Heer te
herstellen, wilde God dat er dieren werden geofferd. Als het bloed vloeide,
vloeide het leven van de dieren weg: de dood van de dieren betekende het leven
voor het volk. Nooit hoefde een priester zichzelf op te offeren. Maar Jezus Christus is een unieke Priester.
Hij offert zijn eigen leven om de schuld van Gods kinderen te verzoenen en om
de relatie tussen God en mensen te herstellen. Zo leren we God kennen als de
God die zichzelf geeft. Want Hij had het allerliefste voor ons over, zijn eigen
Zoon: ‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven,
opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’
(Johannes 3:16).
Christelijke
spiritualiteit richt zich dus op een God die zichzelf geeft, een God die zelf
de pijn ondergaat van het verlies van zijn eigen Zoon om verloren mensen weer
tot kinderen te maken. De God die we dienen is allereerst de God die ons dient.
Zo kwam Jezus in de wereld: ‘de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te
worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen’
(Marcus 10:45). In Jezus leren we God kennen als de God die niet voor het offer
terugschrikt dat ook Hemzelf zo pijnlijk aan het hart gaat. Daarin is het
christelijk geloof en de God van het christelijk geloof dan ook volkomen uniek.
Als we daar één bijbels woord voor moeten gebruiken, dan is dat dit woord:
genade. Genade betekent dat God een gevende God is. Velen kennen God als een
eisende God, een veeleisende God waar je eindeloos moe van wordt. Maar wie Hem
zo kent, kent Hem niet. God is een gevende God. Hij geeft leven, vergeving,
nieuwheid, kracht, hoop en liefde. Hij geeft zichzelf in zijn Zoon Jezus, de
gekruisigde. Zo is Jezus onze enige Hogepriester: ‘Een hogepriester als hij
hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de
zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. Hij hoeft niet, zoals de
andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden
en dan voor die van het volk; dat heeft hij immers voor eens en altijd gedaan
toen hij het offer van zijn leven bracht’ (Hebreeën 7:26-27).
Tegelijk
is Christus in de hemel nu degene die het hartstochtelijk voor ons opneemt. Hij
bidt voor ons, altijd. ‘Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom
dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse
heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit’ (Hebreeën
9:24).
Een spiritualiteit waarin Christus
als Priester centraal staat, vormt mensen om tot volgelingen die niet terugschrikken voor het kruis in hun leven.
Christelijke spiritualiteit heeft daarom alles te maken met zelfverloochening,
dienstbaarheid en kruisdragen. Heel helder en confronterend brengt Jezus dat
zelf onder woorden: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen,
zijn kruis op zich nemen en mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden,
zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het
behouden’ (Matteüs 16:24-25). Dat is de weg achter Jezus aan, een weg die
alleen in de kracht van het gebed begaanbaar is. Daarom is in de christelijke
spiritualiteit het gebed ook zo cruciaal: het is de weg van de verbondenheid
met Christus en in Hem met de ander.
De Heer van de spiritualiteit
leren we tenslotte kennen als Koning. In de bijbel zijn koningen mannen die
door God geroepen worden om krachtig leiding te geven aan zijn volk en om dat
volk te beschermen tegen gevaren. Wat in het leven van bijbelse koningen vaak
in zeer gebrekkige vorm zichtbaar werd, wordt in het leven van Christus op
volmaakte wijze werkelijkheid. Hij heeft alle macht, Hij leidt en regeert ons,
Hij brengt ons door wedergeboorte in het Koninkrijk van God waar Hij Heer is.
Christelijke
spiritualiteit richt zich dus op een God die we in Christus horen zeggen: ‘Mij
is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde’ (Matteüs 28:18). Daarbij kunnen
we ook een verband leggen met het Schepper-zijn van God: Hij heeft alle macht in hemel en op aarde omdat
Hij die hemel en aarde zelf heeft gemaakt door zijn machtige en krachtige
Woord: ‘Laat heel de aarde vrezen voor de HEER, en wie de wereld bewonen hem
duchten, want hij sprak en het was er, hij gebood en daar stond het’ (Psalm
33:8-9). Het Koningschap van Jezus Christus plaatst ons daarmee direct in de
grotere verbanden van de schepping en de wereldheerschappij, en ook van de kerk
van Christus op aarde. Deze Koning heeft vele onderdanen die Hij bijeensmeedt
tot een heilig volk om voor Hem te leven.
Tegelijk
is de wijze waarop Christus Jezus Koning is ook weer heel eigen en tegendraads.
Hij gedraagt zich niet als machthebber. Dat wordt heel duidelijk als Jezus kort
voor zijn sterven in Jeruzalem wordt binnengehaald door een juichende menigte
mensen: ‘Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een
ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier’ (Matteüs 21:5). Koning
Jezus is zo groots dat Hij heel dichtbij de mensen komt. Zijn unieke
Koningschap is op volmaakte wijze onderstreept doordat Hij als de Gekruisigde
ook de Opgestane werd: Hij heeft door zijn dood de satan onttroond, en is nu op
weg naar het eeuwige Koninkrijk: ‘En op het moment dat alles aan hem
onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem
onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren’ (1 Korintiërs
15:28).
Een spiritualiteit waarin Christus
als Koning centraal staat, vormt mensen om tot
krachtige vechters en tot liefdevolle leiders. Want als we geloven dat
Jezus Christus Koning is, en als we dus geloven dat Hij de satan overwonnen
heeft, dan kunnen we achter Jezus aan in de overwinning staan. Christelijke
spiritualiteit heeft daarom alles te maken met een leven waarin krachtig tegen
de zonde wordt gevochten vanuit de oproep van Paulus om de zonde niet langer
als koning te laten heersen: ‘Laat de zonde dus niet heersen over uw
sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten’ (Romeinen 6:12). Gehoor
geven aan deze oproep, waaraan de belofte van de Geest en zijn kracht verbonden
is, mag kenmerkend zijn voor het christelijke leven waarin Jezus als Koning
wordt erkend, en niet de zonde of de duivel. Want in de Geest van Christus
kunnen we krachtig tegenstand bieden aan alles wat ons wegtrekt uit de sfeer
van het Koninkrijk van God. Voor christelijke spiritualiteit is vanuit het
koninklijke perspectief ook het liefdevolle leiding geven een cruciaal kenmerk.
Onder Jezus als Koning kan christelijk leiderschap tot bloei komen in kerken en
in de samenleving. Dat gaat gebeuren naar de mate waarin het Woord van Christus
in alle volheid gehoord en in liefde toegepast wordt.
Een
spiritualiteit die zich richt op de ene Heer Jezus Christus is tegelijkertijd
een spiritualiteit die gekleurd wordt door de God die we als de Drie-enige
leren kennen. Het is de Vader die zijn Zoon heeft aangesteld om Christus te
zijn. Door de Zoon komen we tot de Vader die vanuit de hemel zegt: ‘Dit is mijn
geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’ (Matteüs 17:5). En
het is in de kracht van de Geest dat de Zoon in staat is om Christus te zijn.
Door de Geest komt Hij in de wereld, want de Zoon is een gave van de Geest. Dat
vertelt een engel uit de hemel als hij bij Maria, de moeder van Jezus, komt:
‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als
een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden
genoemd en Zoon van God’ (Lucas 2:35). De Zoon wordt op zijn beurt de gever van
de Geest, zo vertelt Petrus op de Pinksterdag: ‘Hij is door God verheven, zit
aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd
is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet
en hoort’ (Handelingen 2:33). Op zijn beurt is de Geest weer volkomen gericht
op het groot maken van Jezus: ‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij
komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf
spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen
gaat. Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren’
(Johannes 16:13-14).
Christelijke spiritualiteit richt
zich zo op Jezus Christus door wie we God kennen en ervaren als de Drie-enige.
Als Jezus in ons leeft, delen we in de liefdevolle en vreugdevolle
verbondenheid die kenmerkend zijn voor de Drie-enige God. En zo keren we terug
naar het begin van dit artikel. Want misschien heeft wel niemand beter dan
Paulus onder woorden gebracht wat christelijke spiritualiteit is: ‘Niet meer
mijn ik, maar Christus leeft in mij’ (Galaten 2:20).