Vernieuwende Verkondiging

Een verhaal over de prediking

 

(Notities)

Verslag in Nederlands Dagblad: Een goede preek lokt reacties uit...

1)       Prediking in de bijbel

a)       Ik kies liever niet voor een wat formele-traditionele benadering: eerst een kerkdienst in de bijbel ontdekken, dan zoeken naar de ‘preek’ en er dan wat over zeggen. Prediking is ten diepste niets anders dan dit: dat God Zelf in mensenlevens aan het Woord komt. Dat gebeurt binnen formele structuren zoals kerkdiensten maar zeker ook daarbuiten

b)       Exegetische en historische onderzoeken helpen geen stap verder. Dat is allemaal al tien keer gebeurd, en de concrete prediking verandert er niet door. Het is allemaal heel keurig en verantwoord maar niet transformerend voor de preekpraktijk.

c)       Heb gekozen voor twee momenten in de bijbel waarop gepreekt wordt. Laten we kijken en meebleven wat er gebeurt!

d)       Jozua (OT) preekt (zijn laatste prediking): Jozua 24

1         preken als verbondsvernieuwing (hoezo: ‘Daarnaast staat de verbondsgedachte centraal in de prediking’ - wat kan dat een geweldige abstractie worden)

2         Jozua spreekt - het volk reageert!

3         Jozua: ‘Ik en mijn huis…’ - hij durft voorbeeld te zijn en het voorbeeld te geven

4         Het volk maakt een zeer nadrukkelijke keuze, tot drie keer toe: ‘Wij zullen de Here dienen!’

e)       Jezus (NT) preekt (zijn eerste prediking die we in de bijbel vinden): Lucas 4

1         Dit vindt plaats na de verzoeking in de woestijn (aanvechting!): Jezus keert terug, klaar nu voor zijn publieke prediking, in de kracht van de heilige Geest

2         Voorlezing - toen sloot Hij het boek! - alle ogen waren op Hem gericht!

3         Instemming, verwondering vanwege woorden van genade

4         Verder: allen werden met toorn vervuld

f)         Er gebeurt in elk geval wat! Er is interactie! Er treedt verandering op: bekering of verharding! Er worden keuzes gemaakt of vernieuwd! Mensen zijn verwonderd, geraakt, verbijsterd, kwaad, geschrokken. Er is sprake van toorn, verwondering, instemming enzovoort.

g)       Alles cirkelt daarbij om God (Jozua 24) en zijn Zoon Christus (Lucas 4; heel het NT).

 

2)       Doel van de prediking

a)       Doel van de prediking hangt nauw samen met inhoud: Preken is Christus preken (o.a. Handelingen 8:35 en 1 Korintiërs 2:2). Christus is de Inhoud van alle prediking en Hij is het Doel van alle prediking.

b)       Het doel is: ontmoeting met en overgave aan Christus, die ons ontmoet en Zichzelf heeft overgegeven voor ons, en die dat nog steeds doet!

c)       Het gaat in de ontmoeting met Jezus om vernieuwing van ons leven:

1         Denken: we gaan anders denken

2         Voelen: we gaan het leven (het Leven) anders ervaren

3         Handelen: we gaan Hem navolgen in de concrete praktijk

d)       Drie accenten in de prediking als Vernieuwende Verkondiging:

1         Het gaat niet zozeer om informatie als wel om transformatie

2         Het gaat niet zozeer om uitleg als wel om toepassing

3         Het gaat niet om moeten maar om ontmoeten

 

3)       De drie hoofd-kenmerken van een goede preek

a)       Christ-centred

1         Het gaat om Christus (eventueel: God-centred; maar in elk geval niet: man-centred)

(1)     De Glorie van Christus

(2)     De Gemeenschap met Christus

2         Preken is Christus preken! Preken is: Christus voorstellen.

3         W. van ’t Spijker: “Alles komt aan op de reformatie van de prediking. Het moet ook vandaag mogelijk zijn om duidelijk te maken dat Jezus meer is dan alleen maar de vreemdeling, meer is dan alleen maar de asielzoe­ker, meer is dan de arme. Hij is alles.” (Wapenveld)

4         Reformatorische Solus Christus doordenken voor de prediking; de prediking zit te veel op het spoor van sola scriptura (andere sola’s erbij betrekken: sola fide, sola gratia, sola scriptura, soli deo gloria)

b)       Bible-based

1         De preek is niet míjn verhaal: de Schrift is de enige norm

2         Het gaat ook om de Christus der Schriften

3         Maar dan ook: het gaat om de Persoon in het boek: de Schrift als gewaad waarin Christus naar ons toekomt (Calvijn)

4         Stelling: veel prediking is Bible-centred en Christ-based (er is een soort verwisseling opgetreden van het Solus Christus met het sola scriptura).

5         Uitspraak: ‘In many sermons, Christ is the frame, not the Picture.’

c)       Practice-oriented

1         Ik moet er wat mee kunnen in de dagelijkse praktijk

2         Leven met Christus is niet iets zondags, maar iets maandags

3         Als prediker moet ik me in de voorbereiding altijd de vragen stellen: So What? (wat kan/moet de hoorder hiermee?) What now? (hoe kan de hoorder daar in de praktijk vorm aan geven?)

 

4)       Een kleine typologie van goede prediking

a)       Via zeven bijvoeglijke naamwoorden een typering geven van goede prediking

b)       Persoonlijke prediking (‘Persoonlijk’ met een hoofdletter!)

1         Jezus Christus! (t.o. vaagheid en dogmatische wolligheid)

2         De prediker als Jezus-fan (of: navolger van Christus)

3         Filippenzen 3:7-8 en 12; Johannes 15:1-8

c)       Bijbelse prediking

1         Woord! (t.o. gepraat en geleuter)

2         De prediker als schatgraver

3         Matteüs 13:52 en Hebreeën 4:12

d)       Ont-moetende prediking

1         Genade! (t.o. wetticisme en moralisme)

2         De prediker als begenadigde

3         Efeziërs 2:6-8

e)       Krachtige prediking

1         Geestkracht! (t.o. saaiheid, voorspelbaarheid en gebrek aan inspiratie)

2         De prediker als Geestvervulde

3         1 Korinte 2:4

f)         Praktische prediking

1         Wijsheid! (t.o. eigenwijsheid en dwaasheid)

2         De prediker als leerling

3         Kolossenzen 2:3

g)       Eenvoudige prediking

1         Eenvoud! (t.o. ‘het is ingewikkeld geworden’)

2         De prediker als kind

3         Matteüs 11:25-26

h)       Biddende prediking

1         Gebed! (t.o. werken)

2         De prediker als man van gebed

3         Handelingen 6:4

i)         Er zouden nog veel meer bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gebruikt: eschatologisch, trinitarisch, confronterend, profetisch, bemoedigend, tranparant, nodigend, ontdekkend, verrassend

 

5)       De gemeente: gekomen om de stem van de Herder te horen

a)       Hoe kom je naar de kerk? Ben je een schaap dat de stem van de Herder kent, herkent, wil horen? (Johannes 10)

b)       Toeschouwer-perspectief en deelnemer-perspectief (‘Menig civiet heeft wel een mening over de preken die hij hoorde’ - is ‘menig civiet’ ook wel eens veranderd door preken die hij hoorde?)

c)       De predikant de preekstoel ‘op-bidden’ en jezelf de kerk ‘in-bidden’.

d)       Verwachtingsvol opgaan en luisteren

e)       Jezus meenemen de kerk in (i.p.v. denken dat Hij nog moet komen) want Hij woont in jouw hart (Efe 3:17)

 

 

Jos Douma

dinsdag 6 juli 2004, Zomerconferentie CSFR