BONHOEFFER

 

Het citaat dat ik gekozen heb, is van de theoloog Dietrich Bonhoeffer. Hij leefde in de vorige eeuw, van 1906 tot 1945. Met name voor de prediking heb ik veel van Bonhoeffer geleerd. Het citaat dat ik nu voorlees komt uit een brief aan een onbekende vrouw die hem vroeg of de krachteloosheid van veel prediking niet vooral te maken met de taal van de prediking. Bonhoeffer antwoordt dan:

 

‘De eenvoudige taal van de bijbel moet, naar mijn overtuiging, rustig blijven staan. (...) Maar het komt er echter op aan, uit welke diepte zij komt en in welke omgeving zij staat. Wanneer predikanten het woord zo spreken dat het gewicht heeft, komt dat niet voort uit een of andere taalkundige overweging of waarneming, maar heel eenvoudig uit de dagelijkse, persoonlijke omgang met de gekruisigde Christus. Het is de diepte, waaruit een woord moet ontspringen, als het van gewicht wil zijn. Men kan ook zeggen, dat het hierop aan komt, of we ons dagelijks op  het beeld van de gekruisigde Christus richten en ons tot omkeer laten oproepen. Waar het woord om zo te zeggen onmiddellijk van het kruis van Jezus Christus zelf vandaan komt, waar Christus ons zo tegenwoordig is, dat hij rechtstreeks zelf ons woord spreekt, alleen daar kan het gevaar van het geestelijke gezwets worden uitgebannen. Maar wie van ons kent deze concentratie?’ (Gesammelte Schriften III, blz. 42v.)

 

Dat leer ik dus van Bonhoeffer: om als ik spreek over God de gekruisigde Christus te zien, de Christus die voor mijn zonden is gestorven, de Christus die voor mij pijn heeft geleden, de Christus die mij vanaf het kruis ook oproept tot navolging. Want aan de voet van het kruis kun je nooit toeschouwer blijven.

 

Een ander citaat onderstreept dat. Het komt uit Bonhoeffers boek Navolging, uit het hoofdstuk over ‘De navolging en het kruis’. Hij schrijft over Jezus’ oproep aan zijn leerlingen om zichzelf te verloochenen en hun kruis op zich te nemen:

 

‘Het Christuslijden dat iedere christen moet ervaren, is de oproep die ons wegroept uit de bindingen van deze wereld. Het is het sterven van de oude mens in de ontmoeting met Jezus Christus. Wie de weg van de navolging inslaat, geeft zich in de dood van Jezus, hij legt zijn leven in het sterven, dat is van meet af aan zo; het kruis is niet het einde van een vroom en gelukkig leven, maar het staat aan het begin van de gemeenschap met Jezus Christus’ (Navolging, blz. 68).

 

‘Wie zijn kruis niet wil opnemen, wie zijn leven niet wil geven tot lijden en tot verwerping door de mensen, verliest de gemeenschap met Christus, die is geen volgeling. Wie echter zijn leven in de navolging verliest, in het kruis dragen, die zal het in de navolging zelf, in de kruisgemeenschap met Christus hervinden’ (Navolging, blz. 70).

 

De gekruisigde Christus kennen, je dagelijks op Hem richten, je leven buiten jezelf in Christus zoeken, dat zal een ongekende diepgang geven aan je leven en aan je spreken. Ook dat is voor mij de betekenis van het kruis van Jezus.

 

Jos Douma

Donderdag 26 januari 2006

 

 

(De Duitse versie: "Die schlichte Sprache der Bibel soll, meine ich, ruhig stehen bleiben. Aber es kommt eben darauf an, aus welcher Tiefe sie kommt und in welcher Umgebung sie steht. Wenn das Wort das Pfarrer sprechen Gewicht hat, liegt das daran, daß sie nicht aus irgendeiner sprachlichen Überlegung oder Beachtung, sondern ganz einfach aus dem täglichen, persönlichen Umgang mit dem gekreuzigten Christus kommen. Es ist die Tiefe, aus der ein Wort kommen muß, wenn es wiegen will. Man kann auch sagen, es kommt darauf an, ob wir uns täglich an dem Bild des gekreuzigten Christus selber richten und zur Umkehr rufen lassen. Wo das Wort sozusagen unmittelbar vom Kreuz Jesu Christi selbst herkommt, wo Christus uns so gegenwärtig ist, daß geradezu er selbst unser Wort spricht, dort allein kann die furchtbare Gefahr der geistlichen Geschwätzigkeit gebannt werden. Aber wer von uns lebt in dieser Sammlung?")