Hij laat ons niet alleen

Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.
(Johannes 14:18)

 

Voelt u zich wel eens alleen? Daar kan ik voor u natuurlijk geen antwoord op geven. Want ik ken u niet en u kent mij waarschijnlijk ook niet. Maar vanavond willen we samen luisteren naar iets wat de Here Jezus zegt. En het gaat over alleen-zijn.

Je staat er alleen voor, bijvoorbeeld omdat je man of je vrouw is gestorven. De lege plaats doet zo zeer. Je kunt niet meer even praten over de gewone dingen van de dag... Of je moet verder zonder je vader of je moeder. Je zou nog zo graag eens om raad willen vragen... Of je loopt aan tegen een muur van onbegrip. Mensen begrijpen je niet, en daardoor ben je zo vreselijk teleurgesteld. En je voelt je alleen staan.

En dan horen we de Here Jezus vanavond zeggen: 'Ik zal u niet als wezen achterlaten.' Dat zegt de Here Jezus allereerst tegen zijn leerlingen. En daarmee gaat hij heel direct in op hun nood en hun hulpeloosheid. Want Hij ziet hun gezichten en kent hun gevoelens en Hij weet dat ze het vreselijk vinden dat Hij er straks niet meer zal zijn. En dan gaat Hij spreken. Het zijn woorden die willen troosten en bemoedigen. Woorden die de pijn van het afscheid willen verzachten. 'Uw hart worde niet ontroerd. Want waar Ik heenga, daarheen weet u de weg.' 'Als u Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.' 'Ik zal u een andere Trooster geven.' Het zijn woorden vol warmte en liefde en aandacht voor de leerlingen die vol vragen zitten.

* * *

Ja, want er worden ook vragen gesteld. Jezus begint in Johannes 14 niet een afscheidspreek, waar de discipelen netjes naar moeten luisteren. Er gaat geen pepermuntrol rond op die momenten waarop het keurig geordende betoog dat toelaat. Want het is geen keurig geordend betoog.

De Here Jezus laat zijn hart spreken. Hij spreekt zoals de liefde voor zijn vrienden Hem dat ingeeft. Het is een stroom van woorden die opwelt uit een bron van liefde. Een stroom van water. Levend water voor leerlingen die dorsten naar woorden van bemoediging en troost.

En zo klinken ook deze woorden in hun oren, en wij mogen meeluisteren: 'Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.' Jezus gebruikt hier een beeld waarin heel veel emotie zit, waarin verlatenheid en hulpeloosheid in doorklinken. Wezen. En dan denken we vaak direct aan jonge kinderen. Je ziet ze voor je in die weeshuizen van vroeger: kille gebouwen, met veel kinderen en weinig liefde. En je denkt aan de straatkinderen van nu in de grote steden van arme landen: ze zijn aan hun lot overgelaten, ze moeten zelf maar zien hoe ze aan eten komen. De straat is hun bed, een stuk plastic hun deken. En je ziet de kinderen van het acht-uur-journaal voor je, die alléén gevlucht zijn voor de oorlog. De oorlog die hun vader en moeder heeft afgepakt. Wat zijn ze alleen en zonder hulp.

Maar ook als je al geen kind meer bent, kun je je wees voelen. Bijvoorbeeld zoals de leerlingen van Jezus: verward zijn ze, onzeker. Want ze zullen het voortaan zonder de aanwezigheid van Jezus moeten doen. Een paar jaar lang hebben ze met Hem opgetrokken. Wat hebben ze veel met Hem meegemaakt. Wat hebben ze ook veel geleerd. En straks, straks zal Hij er niet meer zijn.

* * *

En Jezus kent hun angst. En Hij zegt tegen al zijn leerlingen, de elf die op dat moment bij Hem zijn, maar ook tegen ons allemaal: 'Ik zal u niet als wezen achterlaten.' Dat zijn prachtige woorden. Woorden waaraan je je kunt optrekken. Bij alle moeiten die op je afkomen, ben je nooit echt alleen, moederziel alleen. Want Jezus is erbij. Als je het benauwd hebt, als je het niet meer ziet zitten, Jezus laat je niet alleen. Hij is niet ergens ver weg, in de hemel, op een onbereikbare plek. Als je denkt aan zijn hemelvaart, kan dat je wel eens door de gedachten schieten: 'En nou is Jezus weg. Ver weg in de hemel.' Maar dat is helemaal niet zo: Jezus is heel dichtbij. Want Hij laat ons niet alleen.

Kent u dat ook? Dat de Here Jezus je ziet? Dat Hij oneindig dicht bij je is? Christus woont zelfs in ons. Dat hadden de leerlingen nog niet eens voor mogelijk gehouden. Zij mochten drie jaar lang naast Jezus lopen. Ze mochten met Christus wandelen. Maar na de hemelvaart komt Jezus nog veel dichterbij. Want Hij laat ons niet alleen. Integendeel: Hij is om ons heen. En in geloof mogen we zeggen: Hij is zelfs n ons. Dichterbij kan niet.

En dan kan het leven nog moeilijk genoeg blijven. Want je kunt het vreselijk benauwd hebben. Je kunt ten dode toe verdrietig zijn. Het leven kan je keihard om de oren slaan met bittere teleurstellingen. Daar weet de Here Jezus ook alles van. Niemand weet het beter dan Hij.

Maar het allerergste, dat je echt alleen, moederziel alleen bent in die benauwdheden, zonder Jezus, dat zal niet gebeuren. Alle mensen kunnen je in de steek gelaten hebben. Je kunt dood-eenzaam zijn. Maar Jezus laat je niet als wees achter. Hij laat ons niet alleen.

* * *

Maar nu zegt u misschien wel: 'Dat klinkt allemaal wel mooi. Maar ik kan me er maar weinig bij voorstellen.' Nou, dat is begrijpelijk. Want stel je voor dat je man kort geleden is overleden, dan weet je precies wat je mist. Want je weet hoe het voelde toen hij er nog wel was. Dan zat je samen in de huiskamer en je las wat en je praatte wat. Je ging er eens samen op uit. En stel je voor dat je moeder bijvoorbeeld gestorven is, dan weet je dat je niet meer even kun opbellen. Even gezellig praten of om raad vragen. Dat is dan weg.

H, we kunnen ons er heel goed wat bij voorstellen als iemand er is. Je praat, je hebt contact, je ziet elkaar, je doet dingen samen. Maar hoe zit dat dan met Jezus? 'Ik laat u niet alleen', zegt Hij. Maar hoe is Hij dan bij ons? Want als u even om u heenkijkt, thuis, of waar u ook bent, dan ziet u de Here Jezus niet. Waar is Hij dan? Hoe is Hij dan bij ons?

Kijk, en dat is nou iets wat niet gemakkelijk te vatten is. Het is een geheimenis. Jezus zegt: 'Ik kom tot u.' Hij is echt Zelf bij ons. En dt is het wonder van het Pinksterfeest. Dat de Geest van Christus komt. En dat Christus zélf zo op een heel nieuwe manier bij ons is. Hij is om ons heen. Door het geloof is Hij zelfs in ons. Zo persoonlijk is Christus Jezus hier op aarde.

Het lied dat we hier straks zingen, brengt die aanwezigheid van Jezus zo onder woorden: 'Hij is er als zonlicht om de bloemen'. Zo is Jezus bij ons. We zien Hem niet met ons blote oog. Maar Hij is er even echt als het zonlicht er is. Kijk maar naar buiten: zo echt als het nu licht is, zo echt is Jezus bij ons.

Nee, met het blote oog kunnen we Hem niet zien. Want lichamelijk is Hij afwezig. Hij is uit het oog, maar niet uit het hart. Dat is het geheim van Jezus' nieuwe aanwezigheid. Uit het oog, in het hart. Dat is het geheim van het Pinksterfeest dat volgt op de hemelvaart.

* * *

En dan wil ik tenslotte nog één ding aan u vragen. Zoekt u de Here Jezus ook? Verlangt u ernaar om die aanwezigheid van Christus te ervaren? Misschien wel midden in uw verdriet. Midden in uw eenzaamheid. Misschien loopt u daar ook wel eens in vast. Dan zit je in een cirkel. En dat is een cirkel zonder Jezus.

En dan wil ik tegen u zeggen: Zoek de aanwezigheid van Christus Jezus. Zoek het contact met Hem. En dat kan heel eenvoudig. Doe je handen maar samen en sluit je ogen en zeg het maar: 'Here Jezus, ik geloof dat U er bent, heel dichtbij. Ik snap het niet maar ik wil het geloven. Want U hebt het zelf gezegd: 'Ik laat u niet alleen.' Here Jezus, laat toch merken dat U er bent. En leer me zien dat ik nooit echt alleen ben. Want U bent er altijd.'

Amen.