BRONWATER
Datum: 10 september 2006
Tekst: Jesaja 45:22
‘Ik ben God, er is geen ander.’ De Schepper van hemel en
aarde is een unieke God en wil ook voor zijn kinderen de Enige zijn. Dat gaat veel
verder dan alleen een weten van zijn uniciteit: Gods hart gaat naar ons uit en
Hij verlangt ernaar dat wij ons liefdevol en hartelijk aan Hem alleen
toewijden. Want Hij is God!
In Jesaja 40-55 gaat het er voortdurend over dat God Gód is.
Deze overweldigende gedachte drijft Jesaja in zijn verkondiging. Maar het is
een gedachte die snel naar de achtergrond van ons leven wordt gedrukt door de
omstandigheden waarin we verkeren, zowel positieve als negatieve. We zijn
geneigd om God te vergeten. Daarom stuurt Hij profeten. Hun boodschap is vol
van God. Want God wil dat we niet vergeten hoe groot, soeverein, machtig,
genadig, liefdevol, heilig, creatief, barmhartig, rechtvaardig, wijs, goed,
heerlijk, vergevingsgezind en trouw Hij is. Hij is God! (Een aantal verzen om
Hem te leren zien: 40:12,28; 41:13; 42:5; 43:15; 44:6-8; 45:5,12; 46:5;
48:12-13,17; 48:17; 51:12; 55:8-9.) Jesaja laat God vooral zien in de schepping
(bv. 40:26) en in de geschiedenis (bv. 43:13; 46:9-10).
In de profetieën van Jesaja, in de bijbel gaat het steeds
weer over God. En daarom moet het ook in de kerk over God gaan. Niet over de
God die wij hebben vastgelegd in onze kerkelijke structuren, onze denkbeelden,
onze voorkeuren, niet de God op mensenmaat, de wettische God als Baas of de
slappe God die alles door de vingers ziet. Gaat het over God zelf? De God die
in Christus naar ons toekomt? Er is zorg over de ontkerkelijking die nog steeds
doorgaat. Er is grotere zorg nodig over de ont-God-delijking van de kerk. Die
vindt plaats waar de kerk verwordt tot een plek waar we normen en waarden
leren, waar we vasthouden aan tradities omdat ze traditie zijn, waar het
instituut de gemeenschap wegdrukt, waar de kerk de plek is waar we zondags onze
religieuze kick halen (door aloude Psalmen en aloude woorden of per se door
nieuwe liederen en egocentrische therapie). Kerk is: wat van de Héér is
(kuriakè).
Er dienen zich in deze wereld talloze andere goden aan. In
Jesaja’s tijd in de vorm van hout en steen (vgl. 45:20; 46:6-7). In onze tijd
in andere religies, maar ook in macht, bezit, schoonheid, verzekeringen,
succes. Afgoderij is op iets of iemand anders vertrouwen buiten God. Soms is
onze afgodendienst zelfs heel vroom: we aanbidden de bijbel, het orgel, de
traditie, de kerk, onze kerkgang, onze godsdienstige overtuigingen, onze trouw
in ons dagelijks werk of ons geloof (satan probeert onze ogen te richten op ons
geloof in plaats van op Christus). De grootste afgod in ons leven zijn we zelf:
wat kan ons ego ons in de weg staan om God te eren in zijn eindeloze grootheid.
De unieke God is God op een unieke manier: in Christus
Jezus. Luther zei: ‘Ik ken geen andere God dan Christus.’ Dat het gaat om
God-in-Christus wordt duidelijk als we Jesaja 45:23b en Filippenzen 2:9-11
naast elkaar beluisteren: elke knie zal zich buigen voor Jezus! ‘Want in
Christus is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig’ (Kol. 2:9). In een
wereld waarin de islam steeds prominenter aanwezig is, is het belangrijk om als
christenen vooral te spreken over Christus: Hij is God!
We horen deze dingen op de startzondag van het nieuwe
kerkelijke seizoen. Geen peptalk dus: ‘er weer samen tegenaan’. Geen troost
dus, omdat het ons soms bij de handen afbreekt. Maar een oproep tot bekering:
Hij is God! De Weg waarop Hij ons tegemoet komt is: Christus! De eerste stap
die wij mogen leren zetten is: aanbidding! Waar God in Christus centraal staat
in ons denken en beleven en handelen als gemeente, waar we beseffen dat we
geschapen zijn om Hem te eren, daar zal een nieuwe gemeenschap ontstaan van
mensen die met elkaar in Christus verbonden zijn en leven van genade. Is dat
ons verlangen? Zijn alle activiteiten die we ons voorgenomen hebben niets
anders dan een vormgeving van dat verlangen?
We mogen leren leven van de genade van de unieke God. Drie
help-mogelijkheden voor een leven in verbondenheid in de gemeente:
-
Help elkaar om God te zien (onze kleinheid).
-
Help elkaar om Jezus te kennen (onze verbrokenheid).
-
Help elkaar om de Geest te laten werken (onze
krachteloosheid).
QUOTES
‘Ik, ík ben de Heer! Buiten mij is er niemand die
redt.’ - Jesaja 43:11
‘Groot is de Heer, hem komt alle lof toe.’ - Psalm
96:4
‘Laat ons uw genade zien, Heer,
onze God.’ - Psalm 90:17
‘Wie de Zoon niet eert, eert ook
de Vader niet die hem gezonden heeft.’ - Johannes
5:23
LIEDEREN
Lb. 457; Ps. 99:6,8; Opw. 574; Ps.
96:1,2,3,4; Ps. 90:8; Ng. 85
·
Lees Jesaja 45:18-25 en 46:5-10. Wat valt je het meest op?
·
Kies een aantal teksten uit Jesaja 40-55 (zie de paragraaf
‘God alleen’), lees ze hardop en praat erover door.
·
Welke eigenschap van God is in jouw geloof het belangrijkst?
·
Herken je de ont-God-delijking van de kerk? Wat vind je van
ontkerkelijking?
·
Op welke afgoden stellen we ons vertrouwen?
·
Wat vind je van Luthers uitspraak: ‘Ik ken geen andere God
dan Christus’?
·
Vind je een oproep tot bekering terecht als start van een
nieuw kerkelijk seizoen?
·
Spreek door over de drie help-mogelijkheden om samen te
groeien in verbondenheid.