BRONWATER
Datum: 24 september 2006
Tekst: Jesaja 45:21
‘Ik heb God niet nodig. Ik red me zelf wel.’ Iemand die niet
gelooft, zal dat hardop zeggen. Maar zijn er niet veel situaties waarin ook
gelovigen, zonder het hardop te zeggen, vanuit dat principe leven?
Onafhankelijkheid, autonomie en zelf-red-zaamheid zijn diep in onze menselijke
natuur geworteld. Als we willen laten doordringen waar het in de kern van het
evangelie om gaat, namelijk dat we gered moeten worden, zullen we bereid moeten
zijn om ‘Help!’ te roepen.
Jesaja de tweede spreekt veel over redding en over God als
redder. Dat heeft te maken met de situatie van het volk Israël in ballingschap:
de vreemdelingschap en de gevangenschap waaruit ze gered moeten worden, maar ze
kunnen het zelf niet. In Jesaja 45 krijgt die redding een concreet gezicht in
Cyrus die door God gestuurd wordt om zijn volk weg te leiden uit de
ballingschap. Maar in héél Jesaja 40 tot 55 laat God zich overvloedig kennen
als de God die redt. Het is belangrijk om dat op ons in te laten werken en het
binnen te laten komen, omdat ‘redding’ gemakkelijk een cliché-uitdrukking kan
worden. Neem een moeilijke situatie waarin je zit of een zonde waarmee je
worstelt in gedachten en lees dan: Jesaja 40:2,29; 41:2,10-14; 42:7,22-24;
43:1-4,11-12; 44:17; 45:13,15,21; 46:13; 47:4,13-15; 49:6,8-9, 26; 50:2;
51:6,8,11; 52:2,7,10; 54:7-8. Hét verhaal uit het Oude Testament is de
geschiedenis van de uittocht uit Egypte: een verhaal van bevrijding uit de
slavernij. Echt gebeurd en nog waar ook!
De boodschap van redding is de kern van het evangelie: ‘Voor
dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende
kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor
andere volken’ (Rom. 1:16). ‘Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij
veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door
onze Heer Jezus Christus’ (1 Tes. 5:9). Maar waarvan worden we nu precies
gered? Het antwoord dat we haast automatisch geven is: van de zonde. Maar Gods
redding strekt zich uit tot meer dan alleen de zonde. We kunnen spreken van een
drievoudige redding:
1.
Redding van veroordeling: Jezus is aan het kruis gestorven
voor onze zonden. We worden verlost van onze schuld.
2.
Redding van onheiligheid: Jezus is opgestaan om door zijn
Geest het nieuwe leven aan ons uit te delen. We worden verlost van ons oude
leven.
3.
Redding van doelloosheid: Jezus is met ieder van ons op weg
naar het volmaakte Koninkrijk en heeft een plan met ons. We worden verlost van
de zinloosheid.
God zegt heel nadrukkelijk: alléén ik breng redding! Want we
zoeken onze redding gemakkelijk op andere plaatsen. Er zijn goden te over die
zich aanbieden om onze ‘redders’ te zijn, goden die we vaak zelf gemaakt hebben
(vgl. Jes. 44:17-20) en die ten diepste onze zelfredzaamheid bevorderen.
Voorbeelden: de wet, mijn ego, mijn eigen kracht, mijn therapie, mijn
intellect. We klampen ons eraan vast als de reddingsboeien in het water waarin
we dreigen te verdrinken. Maar we kunnen pas echt gered worden als we heel hard
‘Help!’ roepen en deze roep tot God richten. Kennen wij onze hulpvraag? Durven
we onze hulpvraag te uiten? Bijvoorbeeld als we worstelen met een zonde, met
schuld, met boosheid en frustratie, met angst, met een moeilijk huwelijk, met
onverbondenheid, met ongeloof, met verdriet, met eenzaamheid.
Op de vraag op welke manier God ons redt, op welke manier
Hij alleen redder is, is maar één antwoord mogelijk: door Jezus. God is in
Jezus onze redder! Jezus is maar niet een hulplijntje van God, maar het centrum
van Gods reddingsoperatie. Het is juist in Jesaja 40 tot 55 dat we de vier
bekende profetieën over de dienaar van de Heer tegenkomen (42:1-7; 49:1-9a;
50:4-9; 52:13-53:12). Als we gered willen worden, gaat het erom dat we de
lieflijkheid en de heerlijkheid van Christus zien en erdoor geboeid raken en
ervan genieten en steeds meer beseffen hoe onmisbaar Hij voor ons is.
Het is in drie dimensies dat we redding nodig hebben en ook
werkelijk vinden:
1.
in het kruis van Jezus (verlossing van de zonde);
2.
in de kracht van Jezus (vernieuwing door de Geest);
3.
in het koninkrijk van Jezus (vervulling van Gods plan).
QUOTES
‘Geprezen zij de Heer, dag aan
dag, deze God draagt ons en redt ons, onze God is
een reddende God.’ - Psalm 68:20
‘Mijn mond verhaalt van uw
gerechtigheid, van uw reddende daden, dag aan dag,
hun aantal kan ik niet tellen.’ - Psalm 71:15
‘Mijn ziel smacht naar de redding die u brengt, in uw woord heb ik mijn hoop
gesteld.’- Psalm 119:81
LIEDEREN
Gz. 31; Ng. 79; Ps. 18:1,14,15;
Ng. 84; Ps. 62:1,3,4
·
Lees samen een aantal van de genoemde Jesaja-verzen onder
het kopje ‘Redding’. Welke spreekt je het meest aan?
·
Waar herken je in je eigen leven en in het leven van de
gemeente de neiging tot zelf-red-zaamheid?
·
Herken je dat onze redding meer omvat dan vergeving van
zonden, namelijk ook redding van onheiligheid en doelloosheid?
·
Wat zijn de ‘reddingsboeien’ waar jij je vaak aan
vastklampt? Wie vertelt jou dat echte redding alleen bij God te vinden is?
·
Wat is jouw hulpvraag aan God? Probeer het zo concreet
mogelijk te formuleren.
·
Praat samen door over Gods redding in het kruis, de kracht
en het koninkrijk van Jezus!