Passage uit: Jos Douma, Leven in verbondenheid. De kracht
van het kennen van Christus, hoofdstuk 8.
De
taal van Gods liefde
Vijf
liefdestalen in de gemeente van Christus
(…)
Dit concept van de vijf liefdestalen wil ik in dit hoofdstuk
graag vertalen naar het elkaar liefhebben in de gemeente van Jezus Christus.
Welke vormen kan onze gehoorzaamheid aannemen als we willen luisteren naar het
gebod om elkaar lief te hebben? Liefhebben is:
1.
elkaar waarderen met woorden
2.
elkaar tijd en aandacht geven
3.
elkaar geschenken geven
4.
elkaar dienen
5.
elkaar aanraken
De rest van dit hoofdstuk is gewijd aan een korte bespreking
van elke liefdestaal. Daarbij geef ik steeds eerst aandacht aan de manier
waarop God zelf deze taal spreekt en vervolgens hoe deze taal concreet
gesproken kan worden in de gemeente van Christus.
God spreekt deze liefdestaal op fenomenale en volmaakte
wijze! Hij houdt zielsveel van ons en wordt niet moe om dat tegen ons te zeggen
door zijn Woord. Steeds opnieuw geeft Hij woorden aan zijn liefde voor ons, steeds
opnieuw drukt Hij uit wat er aan genegenheid leeft in zijn hart. Heel de bijbel
is vol van liefdeswoorden. Een prachtig voorbeeld: ‘Jij bent zo kostbaar in
mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in
ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden’ (Jesaja 43:4). Hoe meer we
samen en persoonlijk ons overgeven aan het luisteren naar het Woord van God
waarin zijn liefde in Christus voor ons tastbaar en ervaarbaar wordt, hoe meer
we ook in staat zullen zijn om elkaar in de gemeente lief te hebben met
woorden.
Dat kan door eenvoudigweg bewust gericht te zijn op het
geven van complimenten (waar in gemeenten vaak een toonzetting van kritiek kan
heersen). We kunnen elkaar ook heel concreet bemoedigen met woorden die God ons
zelf heeft geleerd (de Schrift is vol bemoedigende woorden die we zo mogen
uitdelen aan anderen). En we kunnen er in de gemeente ook steeds meer op
gericht raken om roddel en kwaadsprekerij uit te bannen, omdat dat niet past in
een liefdevolle gemeenschap, en om positief over elkaar en met elkaar te
spreken. Zo kan de liefde van Christus steeds meer het gemeenteleven gaan
kleuren.
God heeft ons lief: Hij heeft altijd alle tijd en
onverdeelde aandacht voor ons. Dat is een buitengewoon groot wonder dat we niet
genoeg tot ons kunnen laten doordringen: God heeft altijd alle tijd voor ons!
Hij is er volkomen op gericht om helpend en troostend nabij te zijn en om ons
te laten genieten van zijn aanwezigheid. In Psalm 139 wordt dat prachtig tot
uitdrukking gebracht: ‘Heer, u kent mij, u doorgrondt mij, u weet het als ik
zit of sta, u doorziet van verre mijn gedachten, ga ik op weg of rust ik uit, u
merkt het op, met al mijn wegen bent u vertrouwd. U omsluit mij, van achter en
van voren, u legt uw hand op mij. Wonderlijk zoals u mij kent, het gaat mijn
begrip te boven.’ En als Jezus Christus naar de hemel gaat, zegt Hij tegen zijn
leerlingen: ‘En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de
voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20). Hij is bij ons door zijn heilige
Geest die in ons woont: ‘U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God
woont in u’ (Romeinen 8:9). Deze goddelijk aanwezigheid mogen we in de gemeente
ook naar elkaar toe tot uitdrukking brengen door tijd en aandacht aan elkaar te
geven.
De meest eenvoudige vorm is dat we de ander, die onze broer
of zus in Christus is, zien en belangstelling tonen voor wat hem of haar bezig
houdt. In het licht van de liefdestaal tijd en aandacht is ook het bezoekwerk
(door ambtsdragers en door gemeenteleden onderling) in de gemeente van grote
betekenis. Maar ook elkaar ergens mee naar toe nemen, een belangstellend
telefoontje plegen, een spelletje doen of een gezellige activiteit ondernemen -
het zijn allemaal eenvoudige manieren om iets diepgaands te doen: liefde aan
elkaar uitdelen in de vorm van tijd en aandacht. Daarmee wordt ook het belang
van ontspannen activiteiten in het gemeenteleven onderstreept.
God uit zijn liefde voor ons door ons geschenken te geven:
zijn genade, zijn Geest, zijn dagelijkse zorg, het leven. Het is zelfs een van
de meest wezenlijke kenmerken van onze Heer dat Hij een gevende God en
zegenende God is. Dat blijkt al vanaf het begin: Gods schepping is een en al
gave voor de mensen. In heel het Oude Testament is duidelijk dat God zijn
liefde geeft door concrete zegeningen uit te delen als loon op liefdevolle
gehoorzaamheid aan Hem: ‘Ik zal jullie akkers op de juiste tijd regen geven, in
het najaar en in het voorjaar. Je zult je oogst binnenhalen, koren, wijn en
olie, en ik zal groene weiden geven voor je vee. Je zult er leven in overvloed’
(Deuteronomium 11:14-15). En ook Jezus bevestigt Gods verlangen om als gevende
God gekend te worden: ‘Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een
brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt? Als
jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem
daarom vragen’ (Matteüs 7:9-11). Als gemeente van Christus mogen we door het
geven van geschenken navolgers van God zijn in het communiceren van de liefde.
De manier waarop deze liefdestaal wordt gesproken is
uitermate praktisch: de bloemen in de kerk die als geschenk van de gemeente
naar een ziek of eenzaam gemeentelid gaan, de kadootjes die we in de gemeente
uitdelen op bijvoorbeeld moederdag of vaderdag, de roos die een jongere
ontvangt als hij of zij geloofsbelijdenis doet, de trouwbijbel die we kado doen
bij een huwelijk en de tractatie tijdens een kerkelijke vergadering. Daarnaast
kunnen we ook het geven van geld in de collecte of op andere manieren leren
zien als een uiting van liefde: uit de overvloed die we van de genadige God
ontvangen geven we graag iets terug.
‘De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om
te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen’ (Marcus 10:45). Deze
woorden van Jezus laten zien hoe wezenlijk dienstbaarheid hoort bij God. Zo
leren we Hem ook in het Oude Testament
al kennen als de God die helpt: ‘Zie, God is mijn helper, de Heer is het
die mijn leven draagt’ (Psalm 54:6). God heeft ons lief door de grote daden die
Hij doet en door het uitsteken van zijn helpende hand. In Christus leren we de
Heer kennen als een diaconale God en ontdekken we ook hoezeer we als gemeente
geroepen zijn om een diaconale gemeente te zijn, waarin de leden elkaar
liefhebben door elkaar te dienen: ‘Kinderen, we moeten niet liefhebben met de
mond, met woorden, maar waarachtig, met daden’ (1 Johannes 3:18).
In dit licht is elke helpende hand die wordt uitgestoken een
teken van Gods liefde. Elkaar in de gemeente helpen en dienen, de handen uit de
mouwen steken, participeren in werkgroepen en commissies, gewone dagelijkse
karweitjes doen die ook in de gemeente en het kerkgebouw moeten gebeuren - het
zijn niet dingen die nu eenmaal ook moeten gebeuren, maar evenzovele kansen om
de taal van Gods liefde te spreken en zo elkaar op te bouwen en elkaar te laten
proeven van de goedheid van God.
God is voelbaar aanwezig in mensenlevens. In de bijbel wordt
dat beeldend onder woorden gebracht: ‘U legt uw hand op mij’ (Psalm 139:5). In
de bediening van Jezus op aarde speelt de lichamelijke aanraking ook een rol.
Als Hij mensen geneest raakt Hij hen dikwijls aan: ‘Jezus kreeg medelijden,
stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: “Ik wil het, word rein”’ (Marcus
1:41). En als er kinderen bij Hem worden gebracht om door Hem te worden aangeraakt, staat er: ‘Hij nam de kinderen in
zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen’ (Marcus 10:16). Door
heel de bijbel wordt in lichamelijke termen van gemeenschap gesproken als het
gaat om de liefdevolle intimiteit die er is tussen God en zijn kinderen. In de
gemeente van Christus mogen we daarom ook de lichamelijke taal van de liefde
leren spreken.
Juist op dit gebied zijn er waarschijnlijk ook veel
blokkades: lichamelijk contact kan al snel in de sfeer van ongewenste
intimiteiten worden getrokken. En in de traditionele kerken is er sprake van
een zeker onvermogen om ook de taal van de lichamelijkheid te gebruiken in de
uiting van geloof en liefde. Toch mag alleen de bijbelse gewoonte van het
elkaar groeten met de heilige kus (bijvoorbeeld genoemd in 2 Korintiërs 13:12)
ons aanmoedigen om de liefdestaal van de lichamelijk aanraking te uiten en te
ontvangen als manier om elkaar in Christus lief te hebben: een arm om de
schouder, een hand op de arm, een omhelzing, een aai over de bol - het zijn
allemaal manieren om Gods liefde uit te delen.
De weg van de liefde
De concrete vormen van het nieuwe leven, dat zich uit in de
vijf talen van de liefde, komen ons niet zonder meer aanwaaien. Het vraagt om
een bewuste gerichtheid, om oefening en ook om bijbels onderricht: niet alleen
de waarheid, ook de liefde heeft het nodig om geleerd te worden. Ware liefde
die concreet ervaren en gedeeld kan worden is een onmisbare woorwaarde voor een
leven in verbondenheid.