Meditatie in de bijbel

 

(Uit: Jos Douma, Op het spoor van meditatie. Biddend luisteren naar Gods Woord, blz. 21-29).

 

 

Het woord meditatie kan in heel veel verschillende betekenissen worden gebruikt. Wie een woordenboek openslaat komt bijvoorbeeld als omschrijving van mediteren tegen: peinzen over, in gedachten verzonken zijn. Dat is een weinig specifieke betekenis van het woord. Zo bezien mediteert iedereen wel eens of zelfs heel vaak.

 

Nu wordt in dit boek de term meditatie in een meer speciale betekenis gebruikt. Die betekenis is uiteindelijk ontleend aan de bijbel. Het is namelijk interessant om te zien dat een begrip als meditatie, waarbij velen als eerste associatie aan iets vaags of iets oosters denken, heel duidelijk aanwijsbare bijbelse wortels heeft. Dat wil ik in dit hoofdstuk graag in beeld brengen.

 

 

De term meditatie

 

Het zal u wellicht niet verbazen dat de term meditatie een Latijnse achtergrond heeft. In die taal gaat het dan over meditatio. Het bijbehorende werkwoord is meditari. Deze woorden komen heel regelmatig voor in de Latijnse vertaling van de bijbel, de zogenaamde Vulgata. Om even precies te zijn: in het Oude Testament 32 keer en in het Nieuwe Testament twee keer.

 

In het Oude Testament ligt er achter dat Latijnse woord meditari meestal het Hebreeuwse woord hagah. Dat woord duidt op een oefening die bestaat in het bij herhaling halfluid lezen, het murmelen van het Woord van God. Het is dus een bezigheid die wordt uitgevoerd met de lippen of de keel: het is een hoorbaar gebeuren. Heel aardig is het gegeven dat dat Hebreeuwse woord in de bijbel ook een keer wordt gebruikt voor het grommen van een leeuw (Jesaja 31:4) en voor het koeren van een duif (Jesaja 38:14). In de betekenis van het halfluid lezen en murmelen van het Woord van God vinden we het bijvoorbeeld in Jozua 1:8, Psalm 1:2 en Psalm 63:7.

 

In het Nieuwe Testament, dat oorspronkelijk in het Grieks is geschreven, is meditatio of meditari meestal de vertaling van het Griekse werkwoord meletan. Dat woord betekent zoiets als: zorg dragen voor, aandacht wijden aan, in het hart dragen. Zo wordt het bijvoorbeeld gebruikt in 1 Timoteüs 4:15 waar Paulus het volgende tegen Timoteüs zegt: Behartig deze dingen. Deze dingen zijn dan: het voorlezen, het vermanen en het leren.

 

Het Latijnse woord meditari zelf stamt uit de militaire vaktaal van de Romeinen: het gaat om de oefening, de exercitie van de recruten. Daarbij staan ook zaken als dicipline en uithoudingsvermogen in het centrum van de aandacht. Tegelijk betekent het Latijnse woord meditatio ook gewoon: overdenking.

 

Maar goed, dat is allemaal nogal vakjargon. Laten we gewoon eens bij een aantal bijbelwoorden stil staan die ons iets leren over de meditatieve omgang met het Woord van God.

 

 

Geroepen tot meditatie (Jozua 1)

 

De eerste bijbeltekst waar het woord mediteren voorkomt is Jozua 1:8. Daar lezen we het volgende: Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn. Het Hebreeuwse woord hagah is hier dus vertaald met overpeinzen.

 

Dit bijbelwoord maakt al direct een heel aantal dingen duidelijk die belangrijk zijn voor het onderwerp van de meditatie. Zo zien we hier heel duidelijk de lichamelijkheid van de meditatie: de mond is erbij betrokken, want het wetboek mag niet uit de mond wijken. Dat gaat dus over het prevelen, het hoorbaar murmelen van de woorden van God. Verder wordt duidelijk dat het mediterende bezig zijn met wat God zegt niet beperkt kan worden tot een enkel moment. Jozua wordt, op de drempel van het beloofde land, opgeroepen zonder ophouden bezig te zijn met de wet van God. Dat is om zo te zeggen de menselijke kant van wat God wil doen in zijn leven: Ik zal met u zijn, Ik zal u niet begeven en u niet verlaten (Jozua 1:5). Gods onophoudelijke aanwezigheid krijgt vorm in de onophoudelijke meditatie van zijn wet.

 

Als wij dat woord wet horen, denken we vaak aan regels en geboden en zien we misschien een dik boek voor ons. In het Hebreeuws wordt hier het woord thora gebruikt. En dat woord is breder dan ons woord wet. Zelf vertaal ik dat woord thora graag als: Gods wegwijzende Woord. Thora, dat is niet dat God ons een hele stapel regels en voorschriften geeft. Thora, dat is dat God ons aankijkt en aanspreekt en zegt: als je echt wilt leven, leef je leven dan overeenkomstig mijn wegwijzende Woord. Dat is thora. En die thora moet gemediteerd worden, dag en nacht.

 

Dat die meditatie niet maar een stil en afgeschoten hoekje van het leven is, zonder een relatie met de dagelijkse werkelijkheid, wordt duidelijk als gezegd wordt: opdat gij nauwgezet handelt. Meditatie van Gods Woord heeft de praktijk als doel. Het mediteren van Gods Woord moet de bron worden van handelen naar Gods Woord. En daaraan is zelfs een belofte verbonden, Gods eigen belofte: je zult je doel bereiken, je zult voorspoedig zijn.

 

 

Als een boom (Psalm 1)

 

Diezelfde belofte van voorspoed komen we ook tegen in de eerste Psalm. Deze Psalm neemt in de literatuur over meditatie een belangrijke plaats in. Want hier wordt, in vers 2, de mens zalig gesproken die aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht. We zijn hier dus in dezelfde sfeer als in het begin van het boek Jozua: mediteren, het gaan van Gods weg, de wet als Gods wegwijzende Woord en de belofte van voorspoed. Want, zegt de Psalm in vers 3: al wat hij onderneemt, gelukt.

 

Vooral het beeld dat in vers 3 gebruikt wordt, maakt de meditatieve omgang met het Woord van God heel aanschouwelijk:

 

Hij is als een boom,

geplant aan waterstromen,

die zijn vrucht geeft op zijn tijd,

welks loof niet verwelkt.

 

En ik probeer het me voor te stellen: God ziet mij als een boom, wortelend waar water stroomt (Willibrordvertaling). Stel het je maar voor: een boom, geplant aan een rivier, of een kanaal, of bij een vijver, een dikke stam, prachtige takken met groene bladeren, er hangen vruchten in. God ziet mij als een boom, wortelend waar water stroomt.

 

Dat water is het Woord. Pootjebaden in het Woord van God. Dat is wat een rechtvaardige het liefste doet. En de vruchten doen me denken aan de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22). Ze groeien als vanzelf, dankzij het water van het Woord.

 

Een prachtig plaatje van de mens die dag en nacht Gods wegwijzende Woord mediteert. Welzalig ben je als je zo’n boom bent. En zo is het juist de eerste Psalm, de inleiding tot het hele Psalmenboek, de toegangspoort, die ons leert de liefde voor Gods Woord en de intense omgang ermee. Zouden we Psalm 1 zelfs niet kunnen lezen als een inleiding op de hele bijbel?

 

 

Gods Woord liefdevol bewaren (Psalm 119)

 

Ik wil hier ook aandacht vragen voor Psalm 119. Voor velen is dat vooral: die lange, saaie Psalm. En inderdaad, Psalm 119 lijkt wel de poging van een dichter om een plaats in het Guinness Book of Records te veroveren. Wie bedenkt het langste en saaiste gedicht? Dat de Psalm lang is, kan niemand ontkennen. Maar is de Psalm ook saai? Ja, zeggen zelfs sommi­ge mensen die uitgebreid studie van deze Psalm hebben gemaakt. Zo schrijft iemand: Deze Psalm is wel het meest inhoudsloze product dat ooit het papier heeft zwart gemaakt. Het zal moeilijk zijn om een ander stuk literatuur te vinden dat het qua onhandigheid en verveling kan opnemen tegen dit werk. Het lijkt wel het product van een brave schoolmeester, maar als dat zo is, dan was het toch in elk geval niet braaf van deze schoolmeester dat hij gedichten schreef.

 

Nou, dat is natuurlijk flauwekul. Psalm 119 is juist een Psalm die je de liefde leert voor het Woord van God. Psalm 119 is ten diepste één lang loflied op Gods Woord. Heel erg boeiend is ook de vorm van deze Psalm. Want daar is iets bijzonders mee aan de hand. De Psalm bestaat namelijk uit 22 couplet­ten. Dat is het aantal letters van het Hebreeuwse alfabet. Die 22 coupletten hebben elk acht verzen die steeds beginnen met één en dezelfde letter van het alfabet. Vers 129 tot 136 bijvoorbeeld vormen het zeventiende couplet en al die acht verzen beginnen daarom met de zeventiende letter van het Hebreeuwse alfabet en dat is de P. Psalm 119 is dus een alfabetisch gedicht. En juist het gegeven dat de dichter zich laat leiden door het alfabet, leert ons hoezeer hij overweldigd is door het Woord, en hoe vol hij daarvan is. Hij kan niet ophouden met zijn lofzang op dat Woord. En daarom legt hij zichzelf een beperking op: hij stopt als de letters van het alfabet op zijn.

 

Er bestaat ook een joods verhaal dat iets dergelijks duidelijk maakt. Men vroeg eens aan een rabbi: Waarom heeft men toch de belijde­nis van de zonden op de Grote Verzoendag naar het alfabet gerang­schikt? En de rabbi antwoordde: Anders wist men toch niet wan­neer men ophouden moest zich op de borst te slaan. Want de zonde heeft geen einde en het zondebewustzijn heeft geen einde, maar het alfabet, dat heeft een einde.

 

Zo is het ook, voor de dichter van Psalm 119, met het Woord van God. Het Woord van God dat heeft geen einde, en het spreken over dat Woord en het loven van dat Woord en de intense omgang met dat Woord, het heeft geen einde, maar het alfabet dat heeft een einde. Zo bezien is Psalm 119 dus niet een gebed zonder eind, maar een ingehouden vertolking van de liefde voor Gods wegwijzende Woord.

 

En het is logisch dat juist in deze Psalm de zaak van de meditatie ook veelvuldig voorkomt. Ik zet hieronder gewoon maar even een aantal verzen onder elkaar die gaan over het liefhebben, overpeinzen en bewaren van Gods Woord (aangeduid met woorden als: wet, woord, inzettingen, geboden, bevelen, getuigenissen, verordeningen):

 

Ik berg uw woord in mijn hart,

opdat ik tegen U niet zondige (vers 11).

 

In uw inzettingen zal ik mij verlustigen,

uw woord zal ik niet vergeten (vers 16).

 

Ik toch verlustig mij in uw geboden,

die ik liefheb;

daarom hef ik mijn handen op naar uw geboden die ik liefheb.

en overdenk ik uw inzettingen (vers 47-48).

 

Hoe lief heb ik uw wet!

Zij is mijn overdenking de ganse dag (vers 97).

 

Ik verblijd mij over uw woord,

als iemand die rijke buit vindt (vers 162).

 

Zo is Psalm 119 een lange uitnodiging tot de meditatieve omgang met Gods wegwijzende Woord.

 

 

Maria mediteert (Lukas 2)

 

Wat het Nieuwe Testament betreft wil ik kort stilstaan bij twee bijbelwoorden waar het woord meditatie dan wel niet voorkomt, maar de zaak wel. Ik denk dan allereerst aan Maria, de moeder van de Messias. Van haar wordt gezegd: Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart (Lukas 2:19). Maria mediteert dus over de woorden die de herders tot haar hebben gesproken. Ze legt die woorden om zo te zeggen om en om in haar hart. Ze luistert er intens naar, steeds weer. Het wordt even verder nog een keer van haar gezegd: En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart (Lukas 2:51). Nu zijn het woorden van Jezus zelf die het centrum vormen van Maria's meditatie: Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders? Zo is Maria, die zich zo bijzonder en intens verbonden wist met Gods Zoon die ook haar zoon was, voor alle christenen een voorbeeld van meditatief leven.

 

 

Jezus' woorden in ons (Johannes 15)

 

Het bekende beeld van de Wijnstok en de ranken, dat we tegenkomen in Johannes 15, is ook een bijbelwoord dat uitnodigt tot meditatie. Sterker nog: Christus Jezus maakt hier duidelijk dat er maar één manier is waarop wij aan Hem verbonden blijven (Hij in ons en wij in Hem). En dat is deze manier: Zijn woorden moeten in ons blijven (Johannes 15:7). De Stem van Christus moet om zo te zeggen resoneren in heel ons lichaam. Die Stem moet niet alleen in ons hoofd klinken, maar doordringen in ons hart en ons hele lijf. Zo is Christus in ons. Zo beleven we de gemeenschap met Hem door zijn woorden.

 

En opnieuw, net als in Jozua 1 en Psalm 1, wordt er gesproken over voorspoed en over vrucht dragen. Dat is de geweldige belofte voor alle meditatieve omgang met het Woord van Christus: dat er iets gebeurt in je leven, dat er verandering plaats vindt, dat je steeds meer vernieuwd wordt tot het beeld van Gods Zoon, dat de wil van Christus jouw wil wordt. Jezus Christus meent het voluit: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden (Johannes 15:7).

 

 

Meditatie in de belijdenis

 

De zaak van de meditatie heeft dus duidelijk bijbelse wortels. Dat heb ik hierboven willen laten zien. Tenslotte vind ik het ook nog belangrijk om u te laten ontdekken dat het woord en de zaak van de meditatie ook in een van de gereformeerde belijdenisgeschriften voorkomt. Het betreft de Dordtse Leerregels (die vaak niet zo'n goede naam hebben onder gereformeerde christenen, maar die toch op verschillende plaatsen heel pastoraal en spiritueel van toonzetting zijn). Deze leerregels zijn oorspronkelijk in het Latijn geschreven. Op twee plaatsen wordt de term meditatio gebruikt.

 

De eerste plaats is waar dat gebeurt is in hoofd­stuk I artikel 13. De eerste twee zinnen daarvan luiden zo: Wanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn, ontlenen zij daaraan dagelijks meer reden om zichzelf voor God te verootmoedigen, de diepte van zijn barmhartigheid te aanbidden, zichzelf te reinigen en Hem, die hen eerst zozeer heeft liefgehad, van hun kant vurig lief te hebben. Er is dan ook geen sprake van, dat zij door deze leer van de uitverkiezing en de overdenking (meditatie!) ervan zouden verslappen in het onderhouden van Gods geboden, of in zondige zorgeloosheid zouden gaan leven.

 

De tweede plaats waar de term meditatie wordt gehanteerd is in hoofdstuk V artikel 14. Ik citeer het artikel maar even helemaal: Nu heeft het God behaagd zijn genadewerk in ons te beginnen door de prediking van het evangelie. Evenzo wil Hij het in stand houden, voortzetten en voltooien door het laten horen, lezen en overdenken (meditatie!) van het evangelie, door aansporingen, dreigementen, beloften en ook door het gebruik van de heilige sacramenten.

 

Als ik de zin waar het me om gaat eruit haal, dan staat er dus dit: God wil zijn genadewerk in ons in stand houden, voortzetten en voltooien onder andere door de meditatie van het evangelie! Meditatie is dus een voluit bijbels en gereformeerd onderwerp. In de volgende drie hoofdstukken wil ik dat laten zien aan de hand van vier theologen uit de traditie van de Reformatie.