Gods koninkrijk volgens Micha (1)

Tekst: Micha 3:4

 

De preken over Micha hebben als aanleiding de Micha Campagne die als doel heeft: christenen in Nederland oproepen hun verantwoordelijkheid te nemen voor armoede en onrect in de wereld, veraf en dichtbij, en aan de slag te gaan.

 

Geest en gerechtigheid

Op weg naar Pinksteren mogen we leren beseffen dat de Geest van Christus ook een Geest van gerechtigheid is. ‘Geen Geest zonder gerechtigheid!’ In de Micha Campagne speelt Micha 6:8 een centrale rol: ‘Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God’ (NBG 1951). Recht doen en goed doen zijn onlosmakelijk verbonden met Gods koninkrijk dat in Jezus nabij is gekomen (Marcus 1:15).

 

Micha

Het boek van de profeet Micha vormt voor ons als missionaire gemeente, die wil groeien in een sociaal-diaconaal bewustzijn, een geweldige uitdaging. Ons wordt een spiegel voorgehouden als het gaat om sociale gerechtigheid en ons wordt duidelijk gemaakt dat er een nauw verband is tussen ons goed en recht doen en het heil van God in Christus. Daarom verdiepen we ons in dit boek. Micha profeteerde tussen ongeveer 750 en 700 voor Christus. Zijn naam betekent: ‘Wie is als Jahweh!’ Hij kwam van het platteland (Moreset) maar profeteerde over de stad. Hij was een tijdgenoot van Jesaja en Hosea. Hij werkte in Juda in de tijd van de koningen Jotam (2 Kon.15), Achaz (2 Kon.16) en Hizkia (2 Kon.18-20).

 

Sociaal onrecht

Kenmerkend voor de tijd waarin Micha profeteerde was het sociale onrecht dat plaats vond: uitbuiting, onderdrukking, zelfverrijking, oneerlijke rechtspraak, omkoping. Lees: Micha 2:1-2; 2:8-9; 3:1-3; 3:9-11; 6:10-12; 7:2-4. Micha kan over al dit onrecht niet zwijgen en stelt het aan de kaak. In termen van vandaag zou het gaan over: materialisme, consumentisme, onrecht, ongelijkheid, de kloof tussen arm en rijk.

 

Hypocriete godsdienst

Tegelijk was er zeker wel godsdienstigheid. Maar het was godsdienstig gedoe, onecht, hypocriet, niet in overeenstemming met Gods Woord. Er waren waarzeggers, godenbeelden, gewijde stenen, etc. Lees: Micha 3:7; 5:11-13; 6:6-7; 6:16; 7:2. Tegelijk zeggen de leiders: ‘De Heer is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen’ (3:11). In termen van vandaag: gearriveerde, eigenwillige, egocentrische godsdienstigheid, ‘geloven in een God die bij je past’.

 

De God van Micha

Micha vertelt dat God afdaalt op aarde om te oordelen (1:2-4), maar dan wel over zijn eigen volk (1:5-7)! In de profetieën strijden oordeel en heil om de voorrang. God zal zeker oordelen (2:3-5; 6:13-15) maar ook het heil wordt aangekondigd (2:12-13; 4:1-8; 5:1-4; 7:18-20). Hoe is eigenlijk ons beeld van God? Is er plaats voor zijn boosheid en oordeel over onrecht en zonde van zijn eigen kinderen? Zie ook: Hebreeën 12:29 en 1 Petrus 4:17. Micha ervaart zelf de pijn over al het onrecht (1:8-9) net als Jezus (Luc. 19:41-44). Hij is geen graag geziene gast (2:6-7) want de mensen horen liever iets over wijn en drank (2:11) dan over een rechtvaardige God.

 

Micha 3 vers 4

‘Geen groter les en met meer kracht, dan Micha 6 en wel vers 8’. ‘Geen dieper les in Gods manier, dan Micha 3 en wel vers 4.’ God haat onrecht. Als zijn kinderen niet naar Hem luisteren, zal Hij niet naar hen luisteren: ‘Als ze dan tot de Heer om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan.’ Het ‘God vergeeft toch wel’ gaat niet op. Zondebesef is onvoldoende: het gaat om het belijden van en breken met de zonde. Is dit niet hard? God hoort toch naar ons te luisteren? Daar is Hij toch God voor? Ook Jesaja is helder (1:15): ‘Wanneer jullie je handen opheffen, wend ik mijn ogen af,  ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet.  Aan jullie handen kleeft bloed!’ Hebben we ons soms niet een beeld gevormd van God waarin geen plaats meer is voor zijn oordeel, ook over zijn eigen kinderen? Er moet opnieuw besef groeien van de grenzeloze heiligheid en rechtvaardigheid van God die ook zichtbaar moet worden in menselijke verhoudingen. Gods heilige oordeel is op Jezus terecht gekomen, in de kruisdood. Alleen als we met Christus in gemeenschap leven is er vrijspraak en nieuw leven. Op geen enkele andere manier.

 

Gods koninkrijk

‘Zoek liever eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid’ (Mat. 6:33). Dat is de boodschap van Jezus. In Hem is het koninkrijk nabij gekomen. Dat heeft voor de kerk ook zeer praktische consequenties. De gemeente van Jezus moet zich onderscheiden van de wereld om haar heen. Geen wereldgelijkvormigheid maar een tegen-cultuur van dienstbaarheid, gerechtigheid, barmhartigheid en bewogenheid.We worden opgeroepen om volgelingen van Jezus te zijn en zijn beeld te vertonen. Willen wij nog of opnieuw vreemdelingen zijn, niet geobsedeerd door geld, macht, status, bezit, carrière, geluk en succes, maar gegrepen door Jezus Christus en zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid? Dat is geen optie, maar een opdracht, waarvoor Jezus zijn Geest in grote mate geeft!

 

 

Bijbelcitaten

‘Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.’ - Amos 5:24

‘In wolk en duisternis is de Heer gehuld, zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid.’ - Psalm 97:2

‘Uw gerechtigheid is als de machtige bergen, uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan.’ - Psalm 36:7

 

 

Bronwater in de kleine groep

 

·         Lees samen in een bijeenkomst heel Micha hardop om het geheel in beeld te krijgen.

·         Praat door over de verzen/gedeelten die je het meest opvallen.

·         Hoe kunnen we als gemeente van betekenis zijn op het gebied van sociale gerechtigheid?

·         Hoe zou jij omschrijven wat ‘het koninkrijk van God’ inhoudt?

·         Meer informatie op: www.fonteinkerkhaarlem.nl/micha en www.micahchallenge.nl