Preek over Matteüs 11:28a

Komt allen tot Mij!

"Komt tot Mij, allen..."

 

Gemeente van Jezus Christus,

Ik heb vanmorgen een uitnodigingskaart meegenomen voor een kinderfeestje. Luister maar eens, jongens en meisjes, naar wat erop staat:

hallo Pietje
overmorgen ben ik jarig
ik word dan 7 jaar
en ik geef een feestje
jij mag ook komen
meteen uit school
we gaan ook samen eten
je wordt weer thuisgebracht
KOM JE OOK!?

Als je zelf jarig bent, dan maak je zulke kaarten en je kiest de kinderen uit die mogen komen. Niet al teveel, een stuk of zes of acht bijvoorbeeld (want het moet voor je moeder ook een beetje leuk blijven). Daarom maak je ook eerst een lijstje van wie er mogen komen. Hans mag komen, Karel ook, Danielle mag komen, Joelle mag niet komen (want die deed gisteren toch zo stom), Greetje mag ook niet komen (want ik mocht ook niet naar haar verjaardagsfeestje), en Stefan, Debbie en Jim die mogen natuurlijk wel komen.

Waarom vertel ik dat? Omdat er vanmorgen in de kerk om zo te zeggen ook uitnodigingskaarten worden uitgedeeld. Jezus zegt: 'KOM JE OOK!?' En weten jullie wat het mooie is? Jezus maakt niet een lijstje zo van: die mag wel komen, en die mag niet komen en dat is zo'n naar persoon die krijgt ook geen uitnodiging. Nee, Jezus zegt: Komt ALLEN tot Mij! Naar die uitnodiging gaan we vanmorgen luisteren.

De preek heeft drie onderdelen.

1. Voor wie is de uitnodiging: ALLEN!
2. Wat houdt de uitnodiging in: KOMEN!
3. Van wie komt de uitnodiging: JEZUS!

* * *

1. ALLEN

Als ik me niet vergis, dan denken we bij deze woorden van de Here Jezus al heel snel aan mensen die het moeilijk hebben, mensen die ziek zijn, die zorgen hebben, die eenzaam zijn. 'Vermoeid en belast.' We geven deze woorden ook graag door als iemand verdriet heeft of in het ziekenhuis ligt. Dan zijn dat woorden vol troost: 'ga maar naar Jezus, bij Hem vind je rust in deze moeilijke situatie.'

En we zouden ook kunnen denken dat de Here Jezus zich hier allereerst richt op de blinden en de doven en de lammen, de mensen met boze geesten die bij de Here Jezus genezing zochten.

Kortom: zijn deze woorden van de Here niet vooral bestemd voor mensen die zielig zijn en zwak? Het antwoord moet duidelijk zijn: Nee! 'Komt allen tot Mij', zegt de Here Jezus. En dan komt daar wel achteraan: allen, die vermoeid en belast zijt. Maar dat is geen beperking. Jezus zegt niet: 'Ik zie hier 200 mensen, en willen de 40 die vermoeid en belast zijn nu naar voren komen. De andere 160 mogen rustig blijven zitten.' Nee, dat zegt Jezus niet. Hij zegt: 'Ik zie hier 200 mensen, en de diepste werkelijkheid van ál die mensen is: dat ze vermoeid en belast zijn.'

Want, broeders en zusters, alleen Jezus weet hoe het er ten diepste met ons voorstaat. Wij overschreeuwen dat wel eens. We doen ons vaak mooier voor dan we zijn, en we geloven er dan soms nog zelf in ook. We vinden onszelf soms redelijk geslaagde mensen, hebben ons leven goed op orde. 'Ach ja, overal is wel eens wat', maar ten diepste denken we toch: 'Het valt wel mee, het gaat best goed.'

En dan heeft Jezus nieuws voor u. Hij zegt: 'U bent ALLEN vermoeid en belast.' Daarvoor hoef je niet in het ziekenhuis of in de kreukels te liggen. 'ALLEN.' Daar wil Jezus u en mij ook aan ontdekken. 'Allen, vermoeid en belast.' Waardoor dan?

Vermoeid en belast omdat je je leven toch zelf in de hand wilt houden. Vermoeid en belast omdat je toch zélf je uiterste best wilt doen om voor God aantrekkelijk te zijn. Vermoeid en belast omdat je toch denkt: 'als ik dit of dat maar doe, of als ik maar zus of zo ben, dan zullen mensen me wel begrijpen en accepteren.'

We zien dat als het ware uitvergroot bij de Farizeeën en Schriftgeleerden. Die hadden 613 geboden en verboden om God te dienen. 613 regeltjes. Keurig op een rij. Maar je wordt er zo moe van. Zo moe. En de Here Jezus ziet dat, nog voordat we het zelf in de gaten hebben. Hij ziet wat een last dat is. Wat een juk.

Ach, en wij hebben geen 613 regeltjes (?). Maar we hebben wel vaak het gevoel dat we heel veel moeten doen, heel veel activiteiten moeten ontplooien. En wat kan dat een strijd zijn in je leven, om tot het inzicht te komen dat je in al je doenerigheid, in al je actieverigheid, in alle mooie woorden die je spreekt, in al je jagen naar succes, in je sterke behoefte om geliefd te zijn – wat kan het een strijd zijn om tot de ontdekking te komen dat je zo bezig bent om te verdringen dat je diep van binnen onrustig bent, opgejaagd, eenzaam.

Want het kan niet. We kunnen onmogelijk door al onze doenerigheid, al onze pogingen om goed en netjes te leven, dat diepe gevoel van onrust en eenzaamheid overwinnen. Dat kan niet. Dat kan écht niet. Dat wil Christus tegen u en mij zeggen. 'ALLEN zijn we vermoeid en belast.' Op welke manier dan ook. Ontken het niet. Durf het onder ogen te zien. Denk niet in je strakke pak: Jezus is voor sukkels. Denk niet in je mooie jurk: Jezus is voor zieligerds. Denk niet op het toppunt van je carrière: Jezus is voor 'loosers'.

Nee. Iédereen heeft Jezus nodig. Geslaagde zakenmannen, intelligente studenten, handige doehetzelvers, leuke vrouwen, jonge meiden en stoere jongens, uw buren, uw collega's, iedereen heeft Jezus nodig. Zelfs kerkmensen hebben Jezus nodig.

Komt ALLEN tot Mij. En wat is nu het mooie. Dat Jezus dat méént! Hij méént het als Hij zegt: iedereen mag komen. Misschien denkt u wel eens: 'Zou het wel voor mij zijn?' Ja, het is voor jou! En we denken ook wel eens: 'Zou het voor die drugsverslaafde zijn aan de overkant, of voor theologen als Harry Kuitert, of voor de asielzoeker die moslim is, of voor mijn baas die echt een verschrikkelijke man is, of voor dat meisje uit mijn klas dat zo ongelooflijk populair is?' Ja, die uitnodiging is ook voor hen! Iedereen mag komen tot Jezus. Denk nooit: 'het is niet voor mij'. Denk nog minder vaak: 'die en die zal er wel niet bij horen, bij de mensen die Jezus op het oog heeft.' Jezus Christus kijkt iedereen aan en Hij zegt: 'Kom tot Mij.' En nooit en te nimmer zal Hij iemand die komt afwijzen (Johannes 6:37).

* * *

2. KOMEN!

Tweede onderdeel van de preek: Wat vraagt Jezus aan ons? Niets anders dan dit: KOMEN. Het is zo eenvoudig. Het is ons eigenlijk wat té eenvoudig. 'Ik moet toch wel eerst een heel diep zondebesef hebben.' Nee. Jezus zegt niet: 'Voel eerst hoe zondig je bent, en kom dan bij Mij.' Nee: 'Kom tot Mij.'

'Maar hoef ik dan niet eerst een heleboel goede dingen te doen? Hoef ik niet eerst mijn karakter te veranderen? Hoef ik niet eerst te breken met die ene zonde in mijn leven? Hoef ik niet eerst mijn leven een beetje op orde te brengen? Hoef ik niet eerst heel veel kennis over U te hebben.' Nee! Dat hoeft niet! 'Kom tot Mij', zegt Jezus. 'Kom zoals je bent. Gewoon zoals je bent. Gewoon zoals je je voelt.' 'Je hoeft je niet mooi te maken voor Mij. Kom tot Mij, en Ik zal een mooi mens van je maken.' 'Je hoeft je zonde niet tot op de bodem van je bestaan doorgrond te hebben. Kom tot Mij, en als je dat doet zul je het wel ontdekken hoe ellendig je er aan toe bent.' 'Je hoeft niet heel veel te weten over de bijbel voordat je komen mag. Kom tot Mij, en als je dat doet dan zul je niets liever willen dan Mij beter leren kennen.'

KOMEN dus. Alleen maar komen. In het Grieks van het Nieuwe Testament staat het er eigenlijk nog simpeler. 'Hierheen', zegt Jezus, 'hierheen!' Dat is heel wat anders dan je houden aan de 613 regels van de Farizeeën en Schriftgeleerden. Dat is zo ingewikkeld. Dat is zo vermoeiend. Daar word je zo onrustig van.

Vindt u het ook niet mooi dat het zo eenvoudig is? 'KOM tot Mij', zegt Jezus. 'KOM!'

Maar hoe doe je dat dan? Dat doe je zo: je doet je handen open, en alles wat je belangrijk vindt, alles waar je goed in bent, alles waar je slecht in bent, je eigen gelijk, je eigen wijsheid, je eigen belang, alles laat je uit je handen vallen, zodat ze leeg zijn. En dan bid je - en zo kom je tot Jezus, met lege handen, want pas als ze leeg zijn kun je ze vouwen - : 'Jezus Christus, wilt U de Verlosser van mijn leven zijn door uw kruis? Wilt U de Heer van mijn leven zijn door uw Geest?'

En dan vult Jezus Christus je handen met zijn vergeving, met zijn leven, met zijn Geest. En dán gaat er wat veranderen in je leven. Broeders en zusters, onthoud het goed: je hoeft niet eerst te veranderen wil je bij Jezus mogen komen. Je gáát veranderen als je tot Jezus komt. Vertrouw daarop. Vertrouw je helemaal toe aan Jezus Christus.

Ik weet het, daar is nog zoveel meer over te vertellen: over navolging, over discipelschap, over gehoorzaamheid, over breken met de zonde. Maar als we dit niet snappen - dat we gewoon mogen KOMEN - , dan vallen al die dingen om zo te zeggen in de verkeerde vakjes. Eerst is er het komen. 'KOM tot Jezus.'

* * *

3. JEZUS!

Nu het derde. Wie is het die ons uitnodigt? Dat is Jezus Zelf. 'Komt allen tot MIJ!' Het is dus een heel Persoonlijke uitnodiging. Het is een uitnodiging om de relatie die de Here Jezus met ons wil hebben ook werkelijk te beleven. Jezus verbindt ons aan Zichzelf.

De Here Jezus zegt dus niet: 'Kom tot de bijbel.' Hij zegt ook niet: 'Kom tot de kerk.' Hij zegt ook niet: 'Kom tot het Avondmaal.' Nee. Hij zegt: 'Kom tot Mij.' Geloven is: komen tot Jezus. Geloven is Christus vertrouwen en je aan Hem toevertrouwen. En natuurlijk, daarbij zijn de bijbel en de kerk en het Avondmaal absoluut onmisbaar. Want dat zijn de manieren waarop Christus naar ons toekomt: Christus spreekt ons aan als we de bijbel lezen; Christus laat zich vinden in de gemeenschap van de kerk; Christus is de Gastheer aan het Avondmaal. Maar het gaat dan ook steeds echt om Hem. Om Jezus Christus Zelf.

En nu zou je je kunnen afvragen: 'Waarom heeft Jezus het recht om dat te zeggen? Komt allen tot MIJ. Waarom kan Hij ons zo exclusief aan zijn Persoon binden?' Dat staat in Matteüs 11 vers 27: 'Alle dingen zijn Mij overgegeven door de Vader.' Echt waar: de Vader heeft alles toevertrouwt aan zijn Zoon. Alles wat we van God zouden willen ontvangen, dat vinden we in Christus.

Een paar voorbeelden? Rust. Wat willen we graag echte rust vinden, want we voelen ons zo vaak opgejaagd, moe. God wil rust geven, in Christus. Vergeving. Wat kunnen we soms belast zijn door zonden die we hebben gedaan. God wil ons daarvan bevrijden, en Hij wijst ons naar Jezus. 'Kom tot Hem.' Wijsheid. We zijn vaak op zoek naar wijsheid in beslissingen die we moeten nemen, keuzes die we moeten maken. God kan wijsheid geven. Hij doet het in Christus. 'In Hem zijn alle schatten van wijsheid en kennis verborgen' (Kolossenzen 2:3). Blijdschap. We willen graag blij zijn, positief in het leven staan. God geeft blijdschap en positiviteit in Christus. Want er kan zoveel tegenvallen in het leven, maar Christus valt nooit tegen. Liefde. Verlangt u er ook zo naar om geliefd te zijn, om je bemind te weten? God geeft het, in Christus. Christus is de liefde van Gods hart, voor u en voor jou en voor mij.

'Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader.' Alle dingen. En wat weten we dan vaak nog maar weinig van Christus. Van Christus in al zijn volheid. Wat profiteren we – een beetje een raar woord misschien, maar ik gebruik het toch maar – wat profiteren we nog weinig van al die dingen die God in Christus aan ons wil geven. Het ligt allemaal klaar: liefde, vergeving, blijdschap, wijsheid, zachtmoedigheid, nederigheid, toewijding. Je ontvangt het gratis en voor niets als je komt tot Jezus. Met lege handen. Christus wil ze vullen, door Zichzelf aan je te geven.

Maar misschien vraagt u nu toch nog: 'Hoeven we er dan echt niks voor te doen? Jezus spreekt toch over zijn juk dat we op ons moeten nemen?' Weet u wat dat juk is? Dat juk van Jezus. Eenvoudigweg dit: met Jezus verbonden willen zijn; Hem in je laten wonen; je hart laten vullen met zijn volheid. Het juk van Jezus is dat je vaak moet bidden: 'Meer van Jezus, minder van mezelf.' Zoals Johannes het eens zei: 'Hij moet wassen, ik moet minder worden' (Johannes 3:30). Jezus Christus wil steeds groter worden in ons leven. Dat is zijn juk. En dat juk is zacht. Die last is licht. 'Meer van Christus, minder van mezelf.'

* * *

Broeders en zusters, kent u Christus zó? Dan kan het niet anders of u bent een gelukkig mens, ondanks alle moeite die er kan zijn in je leven. Als je Christus zó kent, dan geeft dat zoveel geluk, zoveel rust, zoveel vrede.

En als u de Here Jezus zó nog niet kent dan is heel deze preek één lange en hartelijke uitnodiging: KOM TOT CHRISTUS! Want echt, in Hém vind je alles waar je naar verlangt.

Amen.

 

Liturgie morgendienst

Psalm 139:1,2,6,7
De Tien Woorden
Psalm 139:11
Gebed
Schriftlezing: Matteüs 11:25-30
Gezang 39:1,3,6
Preek over Matteüs 11:28a
Psalm 95:1,3
Dankzegging en voorbeden
Collecte
Lied 78