Met een boekje in een hoekje? Ja!
Leesimpressie van Thomas a Kempis,
De navolging van Christus
door Jos Douma
Thomas a Kempis (1379-1471) liet
naast zijn bekende boek ook een bekende spreuk na: ‘Met een boekje in een
hoekje’. Ik kan me niet anders herinneren dan dat over die spreuk wat schamper
werd gedaan. Maar ik geloof dat het goed zou zijn deze spreuk maar eens
hartgrondig te omarmen. Want met Thomas’ boekje in een hoekje gaan zitten kon
wel eens een zeer krachtige remedie zijn tegen de alomtegenwoordige
hyperactieve kerkelijke gedrevenheid en activistische gemeenteopbouw die zo
gemakkelijk leiden tot de burnout
van de kerk van de Heer.
‘De navolging
van Christus’ wil daarbij overigens niet de mogelijkheid bieden om even de
alledaagse hectiek (van persoonlijk en kerkelijk
leven) te ontvluchten: het boek is een aanklacht tegen die hectiek,
die in wezen werelds is.
Het zoeken van de stilte om langzaam, liefdevol en
luisterend de woorden van Thomas te lezen zal de lezer helpen om op Adem te
komen, om Christus weer te zien en om zich in geloof toe te vertrouwen aan God
de Vader. En zeker, dan kom je (als christen in de gereformeerde
traditie) wel eens een uitspraak of een gedachte of een raadgeving tegen waar
je zo je vragen bij hebt. Mijn advies: gewoon overslaan en weer verder lezen.
In de lijn van het slot van de inleiding van Arie de Reuver: kritisch lezen
mag, als de kritiek dan maar vooral de lezer zelf betreft.
Schoonheid
Het is
meer dan kostbaar wat Thomas ons allemaal aanreikt aan devote gedachten.
Telkens weer wordt de schoonheid van de Heer aangeprezen en de lezer tot
nadenken gestemd: ‘Wie iets anders zoekt dan louter God en het heil van zijn
ziel, zal alleen maar leed en ellende vinden.’ (I.17.7) ‘Gij moogt u werkelijk wel schamen, als gij
het leven van Jezus Christus beschouwt, omdat gij u nog niet meer beijverd hebt
om aan Hem gelijkvormig te worden, terwijl gij toch al zo lang de weg van God
hebt bewandeld.’ (I.25.31)
Het meest
ben ik onder de indruk van de ‘Godvruchtige aansporing tot de Heilige
Communie’. Thomas begint met zijn lezer de oren te openen voor het spreken van
de Heer: ‘De stem van Christus: Komt tot Mij, gij
allen die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u
verkwikken (Mat. 11:28), zegt de Heer.’ Wat een
prachtige woorden! ‘Het zijn uw woorden: Gij hebt ze
uitgesproken; het zijn ook mijn woorden, want voor mijn heil hebt Gij ze
laten klinken. Ik hoor ze met graagte aan uit uw mond om ze dieper in
mijn hart geprent te krijgen’(IV.1.3-4). Het sacrament van brood en wijn is een
onuitsprekelijke en allerheiligste gave voor de volgelingen van Jezus: ‘Hij is
onze heiligmaking en onze verlossing, Hij is de troost van die onderweg zijn en
de eeuwige genieting van de heiligen. En daarom is het diep te betreuren, dat
velen zich zo weinig gelegen laten liggen aan dit heilsmysterie, dat de hemel
verblijdt en de hele wereld in stand houdt.’ (IV.1.41-42)
Langzaam
Naast en na de stem van Christus klinkt in Thomas’ boek ook de stem van
de leerling: ‘Vol vertrouwen op uw goedheid, Heer, en uw grote barmhartigheid
kom ik bij U aan, een zieke bij zijn arts, een hongerige en dorstige bij de
bronnen van het leven, een bezitloze bij de koning van de hemel, een dienaar
bij zijn heer, een schepsel bij zijn schepper, een ontredderd mens bij zijn
milde trooster. Maar hoe bestaat het dat Gij tot mij komt?’ (IV.2.2-3)
Langzaam (laat God tijd maken in je agenda), liefdevol (laat je beminnen
door Jezus) en luisterend (laat je aanspreken door de Geest) lezen - dat is de
weg van diepgaande geestelijke verandering die Thomas wijst. Het is de
weg van de rust, van het gebed, van de Geest: ‘Wie Christus’
woorden ten volle en met smaak wil verstaan, dient er zich op toe te leggen
zijn hele leven aan Hem gelijkvormig te maken’ (I.1.6). Het boekje is er dus.
Nu nog het hoekje zoeken.