Preek | Ik geloof in het Licht
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
Onder de preek staan gespreksvragen en werkvormen.
1
Ik geloof in het Licht!
Ik weet niet waarin jij gelooft.
Maar ik geloof in het Licht.
Want: “God is Licht”. Dat resoneert al heel lang sterk bij mij. Dat raakt me in mijn ziel. Dat God zo is. God is licht. Ik geloof in het Licht. Vanmorgen wil ik dat met jullie delen.
Ik verbind dat met gebed omdat de Week van Gebed vandaag van start gaat. Want wat is bidden nu toch eigenlijk?
We worstelen vaak met gebed. We weten niet goed wat te zeggen of te vragen. We vinden het lastig als God ons niet lijkt te horen. Of we komen gewoon niet aan bidden toe omdat ons leven zo druk en vol voelt. En soms is het zo donker dat je niet kunt bidden.
Maar bidden is misschien ook niet allereerst dat er woorden moeten klinken. Of dat je je ogen dicht moet doen.
Bidden is: naar het Licht kijken. Het Licht zien.
2
Er gaat al jarenlang een gedicht van Ida Gerhardt met me mee. Dat gedicht gaat over het licht. Ik lees het gedicht voor. Het heet: Zondagmorgen.
Zondagmorgen
Het licht begint te wandelen door het huis
en raakt de dingen aan. Wij eten
ons vroege brood gedoopt in zon.
Je hebt het witte kleed gespreid
en grassen in een glas gezet.
Dit is de dag waarop de arbeid rust.
De handpalm is geopend naar het licht.
Zie je het een beetje voor je? De vroege morgen. Je wordt wakker. Je doet de gordijnen open en het licht valt binnen door de ramen. Het licht loopt als het ware door de kamer. Het kruipt over de tafel, raakt het brood, streelt je handen. En ineens is alles gewoon… heilig.
Dat is wat dit gedicht mij leert: het Licht woont overal waar we het zien. En het raakt de dingen aan. Het brood, de grassen in het glas. De beker melk. Het kopje koffie. De houten vloer. Maar ook buiten, in de natuur. Als je zelf wandelt of fietst of autorijdt. Afgelopen dinsdag reed ik van Meppel naar Friesland. Er lag nog heel veel sneeuw. En boven de sneeuw hing zachte mist, en de zon scheen daar op een heel bijzondere manier doorheen.
En hier is dat licht ook. Nu. Op dit moment.Het valt binnen door de ramen. Het raakt alles aan. De wanden, de stoelen, de mensen. Ja, het gebeurt hier: het licht begint te wandelen door de kerk en raakt de mensen aan…
Ik geloof in het Licht.
En bidden is: naar het Licht kijken. Het Licht zien.
Eigenlijk is het jammer dat we vaak bidden met de handen gevouwen en de ogen dicht. We zouden onze ogen juist open moeten doen, om het Licht te zien, dat begint te wandelen door het huis. Het raakt de dingen aan. Want God is Licht.
We zouden onze handen niet moeten vouwen maar juist open moeten doen. De handpalm is geopend naar het licht. Daar begint bidden: dat we open staan voor het Licht van God in onze levens. Niet praten, maar zijn. Geopend en ontvankelijk.
Ik geloof in het Licht. Omdat het zacht is. Omdat het geduldig is. En omdat het altijd weer begint te wandelen, ook vandaag, ook hier, ook in jou.
3
Weet je wat ik ook zo mooi vind? Dat er een oude Geloofsbelijdenis bestaat, waarin Jezus genoemd wordt: ‘God uit God, Licht uit licht.’
Dat is de Geloofsbelijdenis van Nicea, ontstaan in het jaar 325 toen er in de christelijke kerk gediscussieerd werd over de vraag of Jezus wel echt God was. Ja, zeiden ze toen! Ja!
“Wij geloven in één Here Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader vóór alle eeuwen,
God uit God,
Licht uit Licht,
waarachtig God uit waarachtig God.”
“Licht uit Licht”. Die belijdenis gaat dus al 1700 jaar mee. Wij geloven in het Licht. God is Licht en Licht is God. Christus is het Licht en het Licht is Christus. De Geest verlicht mensen en waar verlichting is daar is de heilige Geest.”
En het moet ons ook iets te zeggen hebben, vind ik, dat de allereerste zin die we uit Gods mond horen in de Bijbel deze is: “Laat er licht zijn.” En ik stel me zo voor dat die stem van de God van het begin nooit is verstomd.
Elke morgen als het dag wordt, klinkt die stem: “Laat er licht zijn.”
Als we met elkaar worstelen in een samenleving waar zoveel duisternis is, een wereld waar zoveel chaos dreigt, klinkt steeds de roepstem: “Laat er licht zijn.”
Als een kind vol verwondering, al spelend de wereld aan het ontdekken is, klinkt die stem: “Laat er licht zijn.”
“God is licht en er is in Hem geen spoor van duisternis”. Dat zegt Johannes later in zijn eerste brief (1 Johannes 1:5). En in het Evangelie had hij het ook al geschreven (Johannes 1:8-9) dat hij er was “om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.”
4
Ik moet eerlijk zeggen dat er een tijd is geweest dat ik dat allemaal eigenlijk best wel een beetje vaag en zweverig vond. God is toch de Vader van Jezus Christus, de almachtige Schepper, de Herder, de Rots, de Burcht, de Koning. En als er over God werd gesproken als de Eeuwige, het Licht, de Liefde, Stille Aanwezigheid – dan dacht ik: dat is best vaag en zweverig, een beetje esoterisch of zelfs New Age.
En dat raakt ook wel aan een gevoelig punt. Want je hoeft geen Bijbelgelovige christen te zijn om te geloven in het licht. Licht heeft een universele aantrekkingskracht. Het overstijgt religies, filosofieën en andere levensbeschouwingen en verbindt ze op een bepaalde manier ook. Mensen verlangen naar het Licht. Mensen zoeken verlichting.
Denk aan een zonsopgang die overal ter wereld bewondering oproept. Of aan hoe mensen in tijden van crisis allemaal een kaars aansteken als teken van hoop. Iedereen verlangt naar licht in donkere tijden. Het licht symboliseert hoop, warmte, en een nieuw begin. Moet je dan niet een beetje uit de buurt blijven van het spreken over God als Licht?
Ik zou ervoor willen pleiten om juist daarom het spreken over het Licht een grote plaats te geven in ons geloof. Zo kunnen we verbindend aanwezig zijn in een wereld vol duisternis. Ja, lieve mensen, ik geloof in het Licht.
5
Nu heeft licht wel verschillende functies. Licht is vriendelijk en veilig. Maar ik kan ik me voorstellen dat je denkt: dat is wel mooi, maar het licht is toch ook onthullend en confronterend?
En dat klopt. Licht laat ook zien wat verborgen is. Er zijn dingen in ons leven waarvan je zegt: die kunnen het daglicht niet verdragen. Het licht legt pijnpunten bloot, het licht brengt tevoorschijn wat in het duister was, het licht confronteert ons met onze zwakheden en onze fouten. Denk er maar eens aan hoe helder licht in een kamer stofdeeltjes zichtbaar maakt die je eerder niet zag.
Het licht confronteert. Paulus zegt dat ook in Efeziërs 5:11-14: “Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar.”
Dat is de ontmaskerende functie van het licht. Er zijn inderdaad dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Maar als je daarmee tevoorschijn komt in dat ontmaskerende licht van de drie-enige God, dan blijkt dat licht toch ook vriendelijk en veilig te zijn. In de woorden van Paulus: “Eens was u duisternis – dat gaat dus nog wat verder dan dat er alleen maar wat duistere dingen in ons leven waren – maar nu bent u licht, nu u de Heer toebehoort. Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt niets dan goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.”
Dat is een mooie oproep: “Ga de weg van de kinderen van het licht.” Zie jij jezelf zo? Als een kind van het licht?
Er zijn heel veel manieren om je identiteit als gelovige christen te verwoorden. Ik ben een volgeling van Jezus. Ik ben een geliefd kind van God. Ik ben een mens geschapen naar Gods beeld. Maar dit is er ook: “Ik ben een kind van het licht.” Geboren uit God, verbonden met Christus, Licht uit Licht.
6
Licht kan ook verblindend zijn. Paulus weet er alles van. Als hij onderweg is naar Damascus om daar de gemeente te vervolgen is er onderweg plotseling een fel licht dat hem omstraalt, een licht feller dan de zon (Handelingen 9:3). Er klinkt een stem: “Ik ben Jezus.” En Paulus is drie dagen blind.
Dus hij ontmoet Christus in het Licht. Niet de woorden van Jezus, niet de geboden van God, niet de regels van de farizeeërs, hebben gebracht waar het uiteindelijk allemaal om draait: een persoonlijke ontmoeting met Jezus, zodat je je aan Hem kunt toevertrouwen. Het gebeurt in het licht dat oogverblindend is, vol van de glorie van God en van Jezus. Paulus gelooft in het Licht.
Ik denk dat die ervaring hem nooit heeft losgelaten. Elke keer als hij schrijft over het licht is daar weer die intense, overweldigende ervaring van de ontmoeting met Jezus. Licht – dat is de plek waar Jezus ons ontmoet.
Fel licht zoals bij Paulus. Het kan ook het licht van een nieuwe dag zijn als het begint te wandelen door je huis en de dingen aanraakt. Of de kaarsvlam die zachtjes heen en weer wiegt, kwetsbaar en teer.
Ik geloof in het licht.
Het licht dat geneest.
Het licht dat bevrijdt.
Het licht dat vergeeft.
Het licht dat hoop geeft.
Het licht dat troost.
Het licht dat onthult.
Het licht dat de weg wijst.
7
En dan zegt Paulus nog dit (en ik vertelde vorige week al dat dit mijn persoonlijke jaartekst voor 2026):
‘Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.’
Het is een uitnodiging om wakker te worden en het Licht te zien. Om niet langer te leven in het donker met de ogen dicht. Om op te staan uit alles wat ons klein houdt, wat ons moe maakt, wat ons vastzet, wat ons in het duister gevangen houdt. En om ons te laten beschijnen door Christus zelf.
Het is een wake-up call. Wordt wakker. Sta op. En Christus zal over u stralen. Letterlijk staat er: Christus zal over u lichten. Hij zal u verlichten.
We horen niet: doe beter je best. Want dan moeten we het zelf weer doen. We horen: doe je ogen open, doe je handen open, kijk naar het licht, ga in het Licht staan.
Zo begint de Week van Gebed. Niet met druk en drukte, niet met weer iets in je agenda, niet met moeten. Maar met een handpalm die is geopend naar het licht. En met open ogen die zien dat het licht begint te wandelen. En het raakt jou aan. Christus raakt jou aan.
Ik hoop dat je het licht hier en nu een beetje gezien hebt. En dat je de rest van deze dag en deze week steeds opnieuw aandacht hebt voor het licht. Want het is er altijd en overal. Kijk maar om je heen.
We gaan zingen: Jezus, licht in de duisternis…
Gespreksvragen
- Wat raakte jou het meest in deze preek over licht? Waar kwam dat door?
- Wanneer heb jij in je eigen leven een moment ervaren dat voelde als “licht in het donker”?
- De preek zegt: bidden is “naar het Licht kijken”. Wat betekent dat voor jou concreet in je dagelijkse gebedspraktijk?
- Hoe ervaar jij het beeld van “de handpalm geopend naar het licht”? Wat roept dat bij je op?
- In Genesis 1 klinkt de woorden: “Laat er licht zijn.” Wat zegt dit volgens jou over wie God is en hoe Hij met de wereld omgaat?
- Johannes schrijft: “God is licht en in Hem is geen spoor van duisternis” (1 Johannes 1:5). Wat vind je mooi of juist spannend aan deze uitspraak?
- De preek spreekt over licht dat zowel troost als confronteert. Waar herken je dat spanningsveld in je eigen leven?
- Wat betekent het voor jou om jezelf te zien als “een kind van het licht”? Welke verandering zou dat kunnen brengen in hoe je leeft?
- Het verhaal van Paulus (Handelingen 9) laat zien dat ontmoeting met Jezus levensveranderend is. Waar verlang jij naar zo’n ontmoeting of vernieuwing?
- Als je deze week één kleine stap zou zetten om “in het licht te gaan staan”, wat zou dat dan kunnen zijn?
Werkvormen
Lichtmoment delen
Laat iedereen in één minuut een persoonlijk “lichtmoment” delen: een kleine of grote ervaring waarin hoop, helderheid of nabijheid van God werd ervaren. Sluit af met een kort stiltemoment.
Open hand-gebed
Ga in een kring staan of zitten. Iedereen opent zijn handen op schoot. Neem één minuut stilte waarin ieder in zijn hart uitspreekt wat hij of zij wil ontvangen van God. Daarna mag wie wil één woord delen dat opkwam.
Lichtkaart
Geef iedereen een kaartje. Laat hen opschrijven waar in hun leven nu meer licht nodig is. Verzamel de kaartjes in het midden, steek een kaars aan en bid samen kort voor deze intenties.
