Bijbellezing: 1 Korintiërs 12:12-27

Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


Onder de preek vind je gesprekvragen en werkvormen.

1

Wie van jullie heeft er weleens een bodyscan gedaan? (Ik bedoel niet een medische scan.)

Bij een bodyscan ga je met je aandacht langzaam en bewust je hele lichaam bij langs. Je begint bij je voeten, je benen, je buik, je armen, je handen, je schouders en je hoofd. Je geeft ook aandacht aan je ademhaling. Je hoeft verder niets te doen, alleen maar waarnemen. Je maakt contact met je lichaam. Je voelt waar spanning zit, waar het warm of koud voelt, waar iets tintelt of zwaar voelt.

We hebben allemaal een lichaam. En met dat lichaam zitten we nu hier in de kerk, of thuis op de bank, of misschien lig je wel. Dat lichaam – jouw lichaam, mijn lichaam – is door God bedacht en met zorg gemaakt.

Nu hebben best veel mensen er wel moeite mee om hun lichaam te voelen en te ervaren. We zitten vaak vooral in ons hoofd. In gedachten, plannen, zorgen, meningen. We leven van afspraak naar afspraak, van scherm naar scherm. En ondertussen vergeten we dat we ook een lijf hebben dat ademt, een lijf met heel veel verschillende leden die allemaal hun eigen plek hebben en ook hun eigen zorg nodig hebben.

2

Ik vind het eigenlijk heel bijzonder dat Paulus dat lichaam van ons gebruikt als een beeld voor de kerk. Hij had ook kunnen kiezen voor een gebouw, een organisatie of een familie. Op zich ook mooie manieren om naar de kerk te kijken. Maar hier hij zegt: de gemeente (wij dus zoals we bij elkaar zijn) is een lichaam. En eigenlijk nodigt Paulus ons als kerk uit om een bodyscan te doen: om stil te staan bij al die verschillende delen van het lichaam, er aandacht aan te geven, te ontdekken welke delen sterk of zwak zijn, vitaal of misschien moe en uitgeput. We zitten hier dus niet als allemaal losse individuen, maar als een lichaam. 

Dat is misschien best even lastig om dat zo te zien. Want we leven in een wereld die heel individualistisch denkt. We zijn gewend om te zeggen: mijn leven, mijn keuze, mijn zorgen, mijn pijn, mijn weg, mijn geloof. En natuurlijk is geloof ook persoonlijk. Maar Paulus haalt hier een andere laag tevoorschijn. Hij zegt: je bent niet een gelovige alleen op jezelf, je bent een lichaamsdeel. Je hoort bij iets groters. En het is belangrijk om dat grotere geheel te zien. Dat lichaam. We doen een bodyscan.

Zo kijken we vanmorgen naar ons kerk zijn. Vanuit deze woorden van Paulus: “Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.”

3

En we kijken daar nu naar door een bril van diversiteit. Dat heb ik gekozen als een sleutelwoord. Het lichaam van Christus bestaat uit allerlei verschillende mensen, is zeer divers samengesteld. Het is een eenheid die bestaat uit een veelheid. En de ene keer ligt het accent op die eenheid, en dan weer op die veelheid – als ze steeds maar weer met elkaar verbonden worden.

Dat doet Paulus ook in de zinnen die er meteen op volgen: 

“Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden; of we nu Joden of Grieken zijn, slaven of vrije mensen, we zijn allen van één Geest doordrenkt.”

In al die leden of delen van dat ene lichaam, woont dezelfde Geest. Die Geest verbindt. Die Geest maakt van al die delen één lichaam. En de eerste vorm van diversiteit die Paulus dan noemt is die van Joden en Grieken, van slaven en vrijen. En dat is in zijn tijd een enorme stap. Dat zijn niet zomaar verschillen, dat zijn diepe scheidslijnen in de samenleving. Cultureel, religieus, sociaal ging dat echt om een wereld van verschil. Joden en Grieken leefden vaak langs elkaar heen. Slaven en vrije mensen stonden beslist niet op gelijke hoogte. En toch zegt Paulus: in Christus, in dat ene lichaam van Christus, door die ene Geest, horen ze bij elkaar en worden ze aan elkaar gegeven. Ze zijn allemaal doordrenkt van één Geest. Ja, al die verschillende mensen ademen in hun diversiteit dezelfde Geest.

Maar Paulus gaat verder:

“Tegelijk bestaat een lichaam niet uit één deel, maar uit vele.” 

En elk deel is belangrijk en kan niet gemist worden. Want elk deel hoe sterk of zwak, hoe zichtbaar of onzichtbaar. hoe groot of klein ook draagt bij aan het geheel van het lichaam. Dat is de diversiteit in het lichaam. 

En dit is belangrijk: die diversiteit is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een werkelijkheid die door God is gegeven. God is een veelkleurige God. God houdt van diversiteit. En de Geest wist de verschillen niet uit, maar weeft ze samen tot één levend geheel. Eén lichaam, één geheel en vele delen in grote diversiteit.

4

En dan komen we bij waar het vandaag op deze Ontdekzondag om draait. Hebben we oog voor die diversiteit en speciaal ook voor de delen die niet vanzelf opvallen of waarvan we ervaren dat ze zwakker zijn? 

We kunnen denken aan mensen met een zichtbare lichamelijke beperking. Maar het is veel breder en diverser. Er zijn heel veel manieren waarop je anders kunt zijn dan veel anderen. 

Paulus heeft het over Joden en Grieken die van elkaar verschillen. Slaven en vrijen verschillen van elkaar. Maar ook: rijken en armen, mannen en vrouwen, heteros’en homo’s, getrouwde mensen en alleengaande of gescheiden mensen, ouderen en jongeren, chronische gezonde en chronisch zieke mensen, asielzoekers en Nederlanders, introverte mensen en extraverte mensen, mensen met een donkere huidskleur en met een lichte huidskleur. 

Het is één groot mozaïek van mensen, van gebrokenheid en heelheid door elkaar, een door God bedacht mozaïek van diversiteit. 

En ik zou vandaag, op deze Ontdekzondag van geloven in diversiteit, eens speciaal de aandacht willen vestigen op wat vandaag de dag neuro-diversiteit wordt genoemd. Dat speelt bij heel veel mensen, en in heel veel gezinnen, en dus ook in de kerk. Neurodiversiteit. Dat gaat over hoe ons brein werkt. Paulus heeft het alleen over ogen, oren, handen, voeten en het hoofd. Misschien bedoelt hij met de delen die zwak maar noodzakelijk zijn de organen die je niet ziet, zoals hart, mild, longen, lever en darmen. Met delen waarvoor we ons schamen en die we bedekken, bedoelt hij waarschijnlijk onze intieme lichaamsdelen die met seksualiteit te maken hebben. 

Maar aandacht voor het brein en hoe breinen werken kunnen we van Paulus denk ik nog niet verwachten, maar daar weten we vandaag veel meer over. Neurodiversiteit gaat over hoe we denken, en voelen en waarnemen. En dat wordt allemaal gestuurd door ons brein. En die breinen van ons allemaal zijn net zo verschillend als onze gezichten en onze stemmen. 

Er is niet één ‘normaal brein’ waar iedereen aan moet voldoen. Er is een hele bandbreedte aan manieren waarop we informatie verwerken, prikkels beleven, emoties reguleren en relaties aangaan. En daar hebben we vandaag allerlei namen voor zoals autisme, ADHD, ADD, hoogsensitiviteit, dyslexie, hoogbegaafdheid. Er zijn mensen die snel overprikkeld raken. Mensen die juist heel diep en intens denken. Mensen die moeite hebben met plannen of met sociale signalen. 

En we zijn vaak geneigd om dat te zien als een defect, als een probleem dat moet worden opgelost. Want we vinden het lastig als sommigen anders zijn dan anderen of misschien wel dan de meerderheid. En we zijn geneigd om dat zwak te noemen, en er kan ook schaamte meespelen. En dan sta je er zomaar buiten. Dan word je niet gezien en kun je niet meedoen. 

5

Stel je voor dat Paulus vandaag had geleefd, in de 21e eeuw. En dat hij ongeveer hetzelfde had willen zeggen over diversiteit én eenheid in de gemeente die  het lichaam van Christus is. Misschien zou hij het zo hebben gedaan:

“Broeder en zusters, de gemeente is een netwerk van verschillende breinen. Niet alle breinen denken of voelen hetzelfde, of verwerken prikkels op dezelfde manier. 

Maar het brein dat snel overprikkeld raakt, mag niet zeggen: ik hoor er niet bij. En het brein dat langzamer denkt, mag niet zeggen: ik tel niet mee. En het brein dat zich heel sterk kan focussen op één ding, mag niet zeggen: ik heb de ander niet nodig. En het brein dat het moeilijk vindt om contact te maken met anderen, mag niet zeggen: ik heb geen plaats.

Integendeel: juist de breinen die het zwakst lijken, hebben een bijzondere plaats en zijn het meeste nodig. Zodat niemand zichzelf kan verheffen en niemand buitengesloten hoeft te worden.

Want God heeft alle breinen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde.”

Zoiets. Wat een neurodiversiteit, al die verschillende breinen. Maar in de kerk zeggen we erbij: allemaal gedoopt in één Geest, allemaal van één Geest doordrenkt. De Geest van Jezus Christus.

6

Terug nu naar de Paulus uit de eerste eeuw, de Paulus van van 1 Korintiërs 12:24 en 25, want daar wil ik tenslotte op deze Ontdekzondag nog twee meer praktische dingen over zeggen.

“God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen.”

We worden uitgenodigd tot twee dingen: 

1 Zorg voor elkaar

Paulus zegt: God heeft het lichaam zo samengesteld dat sommige delen extra zorg nodig hebben. Dat is belangrijke om te zeggen. Spreken over neurodiversiteit helpt om niet alleen in problemen en moeiten te denken, maar ook in eigenheid en veelkleurigheid. Maar tegelijk brengt een neurodivergent brein ook echt wel moeite met zich mee. 

Wij zijn soms geneigd om iedereen hetzelfde te behandelen. Maar in een lichaam werkt dat niet zo. Een gebroken arm krijgt meer aandacht dan een gezonde. Een plek die zeer doet krijgt extra bescherming. Zo is het ook in de gemeente. Geloven in diversiteit betekent dat we leren kijken met aandachtige ogen: wie heeft vandaag extra zorg nodig? Wie draagt te veel alleen? Wie raakt overprikkeld? Wie voelt zich onzichtbaar? 

Zorg voor elkaar is niet alleen een taak voor ambtsdragers en anderen met een speciale roeping. Het is een roeping voor het hele lichaam. We zijn samen geroepen om zorgzaam te zijn en zorgvuldig met elkaar om te gaan. 

Kleine gebaren kunnen dan groot verschil maken: echt luisteren, nabij zijn, ruimte geven, nieuwsgierig zijn, geduld oefenen, iemand erbij trekken die aan de rand is komen te staan.

Zorg voor elkaar. En je zult merken dat dat leidt tot meer veiligheid in de gemeente, meer verbinding en meer vreugde.

2 Zoek de samenhang

Paulus zegt: let op dat het lichaam niet zijn samenhang verliest. Diversiteit kan alleen tot bloei komen binnen verbondenheid. Zonder verbondenheid wordt diversiteit een probleem: dan kijk je van een afstand naar iemand die anders is dan jij, die anders denkt, anders voelt, anders doet. En dan ga je uit contact.

Daarom nodigt Paulus ons uit om actief te bouwen aan samenhang. Door elkaar te blijven ontmoeten. Door niet weg te lopen bij spanning of verschil, maar het gesprek aan te gaan. Door te blijven zeggen: jij hoort erbij, ook als je anders bent dan ik. 

Samenhang zoeken betekent: telkens opnieuw kiezen voor het wij.  Niet ik, maar wij. Kiezen voor het lichaam. Voor de gemeenschap waarin Christus zelf het hoofd is en het kloppende hart.

Want echt: in ieder van ons, hoe divers we ook zijn, en misschien wel juist in die diversiteit, wordt iets van Christus zichtbaar. Zijn leven is in ons. 

“Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden.”

We gaan de preek nu samen beamen door te zingen: “Ik wil jou van harte dienen”

“Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden.”

We gaan de preek nu samen beamen door te zingen: “Ik wil jou van harte dienen”.


Gesprekvragen

  1. Wat raakte jou het meest in deze preek over het lichaam en diversiteit, en waarom juist dat punt?
  2. Paulus zegt in 1 Korintiërs 12:12 dat vele delen samen één lichaam vormen. Wat betekent dat concreet voor hoe jij naar kerk-zijn kijkt?
  3. In 1 Korintiërs 12:24-25 staat dat God wil dat de delen elkaar met dezelfde zorg omringen. Waar zie jij dat al gebeuren in de gemeente, en waar nog niet?
  4. De preek gebruikt het beeld van een bodyscan voor de kerk. Als je eerlijk kijkt: welk ‘deel’ van het lichaam van de gemeente vraagt volgens jou nu de meeste aandacht?
  5. Wanneer heb jij je zelf een ‘sterk’ of juist een ‘zwakker’ deel van het lichaam gevoeld? Wat deed dat met je geloof of met je plek in de gemeente?
  6. Hoe ervaar jij diversiteit (bijvoorbeeld in leeftijd, achtergrond, karakter of denken) als verrijking, en waar vind je het lastig?
  7. Wat betekent het voor jou persoonlijk dat diversiteit geen probleem is om op te lossen, maar een gave van God om te ontvangen?
  8. De preek spreekt over neurodiversiteit. Wat herken jij hiervan in jezelf, je gezin of je omgeving, en hoe zou de kerk daar beter op kunnen aansluiten?
  9. Paulus nodigt uit om ‘zorg voor elkaar’ te dragen. Wat is één kleine, concrete stap die jij deze week zou kunnen zetten?
  10. Wat helpt jou om niet alleen ‘ik’, maar steeds meer ‘wij’ te denken in je geloofsleven?

Werkvormen

Gemeente-bodyscan

Laat de groep samen in stilte een korte bodyscan doen. Eerst een ‘gewone’ bodyscan van je eigen lichaam. En daarna gericht op de gemeente. Laat iedereen één ‘deel’ benoemen dat volgens hem of haar extra zorg nodig heeft (bijvoorbeeld jongeren, ouderen, nieuwkomers, mensen met een beperking, neurodivergente gemeenteleden). Deel dit kort met elkaar en bid er samen voor.

Diversiteitsmozaïek

Geef iedereen een gekleurd kaartje. Laat hen daarop één unieke eigenschap, gave of manier van zijn schrijven die zij inbrengen in de gemeente. Leg alle kaartjes bij elkaar als een mozaïek en bespreek: wat zegt dit beeld over het lichaam van Christus?

Zorg-actiekaart

Laat ieder één concrete actie opschrijven waarmee hij of zij komende week ‘zorg voor elkaar’ kan oefenen (bijvoorbeeld iemand appen, uitnodigen, luisteren). Sluit af door deze acties in tweetallen kort te delen en elkaar daarin te bemoedigen.