Lezen: Galaten 2:19-20 | “Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.”

Kijk terug op YouTube:

Beluister als podcast:

1 Met Christus ben ik gekruisigd

Welkom aan tafel. Dat zeg ik ook tegen onze broeders en zusters in de Hof van Smeden die het Avondmaal met ons meevieren. En tegen iedereen die thuis deze viering meemaakt.

We zitten hier samen aan tafel omdat we Christus willen gedenken. Zijn dood aan het kruis is voor ons van levensbelang. Straks proeven we de betekenis daarvan in het brood en de wijn.

Maar nu proberen we eerst iets te proeven van die persoonlijke woorden van Paulus. Ze komen recht uit zijn hart. Kunnen wij hem dat ook nazeggen? Ook hier, op dit moment, aan deze tafel? Zijn het ook jouw woorden, en mijn woorden?

“Met Christus ben ik gekruisigd:
ikzelf leef niet meer,
maar Christus leeft in mij.”

Dat kruis waaraan Jezus stierf is zo belangrijk. Het staat in het centrum van Gods koninkrijk. Jezus nam daar ons lijden, onze gebrokenheid en ons falen op zich. Hij werd voor ons gekruisigd.

Maar dat is niet het hele verhaal.

Paulus zegt namelijk iets wat haast schokkend persoonlijk is: “Met Christus ben ík gekruisigd.”

Hij zegt dus niet: Chrístus is voor mij gekruisigd.
Hij zegt: ík ben met Christus gekruisigd.

Wat bedoelt hij daarmee?

Dat het kruis van Jezus ook echt iets doet met zijn eigen leven. Daar, aan het kruis, sterft niet alleen Jezus. Daar sterft ook Paulus’ oude bestaan: het leven waarin hij zelf het middelpunt was, het leven waarin hij zichzelf moest bewijzen, het leven waarin zijn fouten hem bleven achtervolgen.

Dat oude leven wordt ook gekruisigd.

Jouw oude leven en mijn oude leven hangen met Christus aan dat kruis. Wat mij gevangen hield, wat mijn identiteit bepaalde, wat mij vastzette – het hangt daar, bij Hem, in Christus aan het kruis.

In Christus waren ook wij daar, aan dat kruis waar Hij stierf.

Zo mogen we hier aan de tafel van Jezus zeggen:
Hij is voor mij gekruisigd.
En ik ben met hem gekruisigd

En zo is de dood van Jezus ook het einde van mijn oude leven.

“Met Christus ben ik gekruisigd.” Laat die woorden in je gedachten en je hart zijn als je eet en drinkt.

2 Ikzelf leef niet meer.

“Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer.”

Zouden wij dat ook zo zeggen? Wat bedoelt Paulus daarmee? Hij bedoelt uiteraard niet dat hij er niet meer is. 

Hij leeft nog steeds, hij ademt, hij eet, hij slaapt, hij spreekt, hij reist, hij schrijft brieven. En toch zegt hij: ikzelf leef niet meer.

Hij bedoelt: mijn oude “ik” heeft niet langer het laatste woord. Het is voorbij: het leven waarin alles om mij draait. Het leven waarin ik mezelf moet waarmaken. Het leven waarin mijn angst, mijn trots, mijn schuld of mijn prestaties bepalen wie ik ben. Dat oude centrum van mijn bestaan is gestorven met Christus. Gekruisigd.

Dat is heel bevrijdend als je dat zo kunt beleven. Want hoeveel energie kost het niet om steeds jezelf te moeten bewijzen? Om steeds weer te moeten laten zien dat je goed genoeg bent? Om te leven met schuld en schaamte of angst?

Paulus zegt: dat hoeft niet meer. Iets sterker nog: dat wil ik niet meer. Ik breek ermee. Dat alles bepaalt niet langer mijn leven. Dat oude ik, dat oude zelf dat is met Christus gekruisigd. Ikzelf leef niet meer.

Aan het kruis van Jezus is een streep gezet door dat oude leven. Het leven waarin alles uiteindelijk om mij draait.

“Ikzelf leef niet meer.”

Dat betekent: mijn ego hoeft niet meer het middelpunt te zijn. Mijn verleden hoeft niet meer mijn toekomst te bepalen. Mijn falen heeft niet langer het laatste woord.

Als we zo het brood ontvangen en uit de beker drinken, mogen we dat opnieuw geloven. We komen hier niet als mensen die zichzelf moeten redden. We komen hier niet als mensen die zichzelf moeten bewijzen. We komen hier als mensen die iets hebben losgelaten of die dat in elk geval heel graag willen, want het blijft ook een hele strijd. Dat loslaten van ons oude leven, ons oude ik, onze oude manieren.

“Ikzelf leef niet meer.”

Dat klinkt misschien als verlies. Maar aan deze tafel ontdekken we dat het winst is, bevrijdend en genezend. Want wanneer mijn oude “ik” niet meer het centrum is, ontstaat er ruimte voor Christus in mij.

Ruimte voor een nieuw leven. Een leven dat niet meer om mij draait. Maar om Christus.

“Ikzelf leef niet meer.” Laat deze woorden in je gedachten en je hart zijn als je eet en drinkt.

3 Christus leeft in mij.

“Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.”

Misschien zijn dit nog wel de meest wonderlijke woorden van deze zin. Paulus zegt niet alleen dat er iets is gestorven aan het kruis. Hij zegt ook dat er iets nieuws is begonnen. Aan datzelfde kruis.

“Christus leeft in mij.” Hoe kan dat?

Paulus bedoelt niet dat hij zelf ophoudt te bestaan. Dat hij geen eigen naam meer heeft. Hij blijft Paulus, met zijn eigen karakter, zijn eigen geschiedenis, zijn eigen zwakheden ook. Maar het centrum van zijn leven is veranderd.

Niet langer zijn eigen ik staat daar. Niet langer zijn prestaties, zijn verleden, zijn strijd om zichzelf waar te maken. Dat is er allemaal niet meer. Maar dat is negatief geformuleerd. We kunnen het ook positief zeggen: Christus woont nu in Hem.

De Christus van wie Paulus altijd de mooiste dingen verkondigt. De Christus die vol liefde en genade is, vol vreugde en vrede. De Christus die gekomen is om het leven in overvloed te brengen. Die Christus!

“Christus leeft in mij.” Dat is toch heel bijzonder. Hij leeft in Paulus, leeft door het geloof in jou, Hij leeft in mij. Zijn leven stroomt door mijn binnenste. Zijn liefde, zijn genade, zijn kracht krijgen ruimte in mij. 

Maar we ervaren ook allemaal wel dat dat lang niet altijd zo is. Dan is ons oude ik toch weer tot leven gekomen. En dan moeten we ons opnieuw openstellen voor Christus. En dat is ook wat we doen aan deze tafel. Ons open stellen voor Christus. We vernieuwen ons geloof in Hem. Sterker nog: we ontvangen Christus daadwerkelijk. Als we eten en drinken komt Hij ons leven binnen, komt Hij in ons. Zo concreet als brood en druivensap in ons komen, zo concreet komt Christus in ons om in ons te leven. 

“Christus leeft in mij.” Laat deze woorden in je gedachten en je hart zijn als je eet en drinkt.


Gespreksvragen

  1. Paulus zegt: “Met Christus ben ik gekruisigd.” Wat denk je dat hij precies bedoelt met deze woorden? Wat raakt jou in deze uitspraak?
  2. In de overdenking wordt gezegd dat ons “oude leven” met Christus aan het kruis hangt. Welke dingen uit een oud leven zouden mensen vandaag kunnen herkennen?
  3. De overdenking spreekt over het loslaten van een leven waarin je jezelf steeds moet bewijzen. Herken je dat gevoel? Wanneer speelt dat in jouw leven?
  4. Paulus schrijft in Galaten 2:20: “Ikzelf leef niet meer.” Wat zou dit volgens jou betekenen in het gewone dagelijkse leven?
  5. Het Avondmaal is een moment waarop we opnieuw mogen geloven dat ons oude leven voorbij is. Wat betekent het Avondmaal persoonlijk voor jou?
  6. Paulus zegt ook: “Christus leeft in mij.” Hoe stel jij je dat concreet voor? Wat zou dat kunnen betekenen in hoe je leeft, denkt of handelt?
  7. In de overdenking wordt eerlijk gezegd dat het oude “ik” soms toch weer opduikt. Herken je dat? Hoe ga jij daarmee om in je geloofsleven?
  8. De overdenking benadrukt dat geloof bevrijdend kan zijn: je hoeft jezelf niet meer te bewijzen. Hoe zou zo’n bevrijding er praktisch uit kunnen zien in je werk, relaties of geloof?
  9. Denk aan het beeld van ruimte maken voor Christus in je leven. Wat helpt jou om die ruimte te openen?
  10. Als je één zin uit deze preek zou meenemen naar de komende week, welke zou dat zijn en waarom?

Drie creatieve werkvormen

Kruis en nieuw leven (symbolische oefening)
Geef iedereen een klein papiertje.

  • Laat alle deelnemers opschrijven wat voor hen hoort bij het “oude leven” dat zij aan het kruis willen toevertrouwen (bijvoorbeeld angst, schuld, prestatiedruk).
  • Leg de papiertjes bij een kruis of in het midden van de kring.
  • Daarna schrijft iedereen op een nieuw papiertje wat het betekent dat Christus in mij leeft (bijvoorbeeld vrede, moed, vertrouwen).

Drie zinnen meditatie
Lees langzaam drie zinnen van de uitspraak van Paulus:

  • Met Christus ben ik gekruisigd
  • Ikzelf leef niet meer
  • Christus leeft in mij

Laat de groep na elke zin een minuut stil zijn. Daarna delen deelnemers kort welke zin hen het meest raakte en waarom.

Levenscentrum verbeelden
Leg in het midden van de tafel een cirkel (bijvoorbeeld een vel papier).

  • Vraag deelnemers: Wat staat vaak in het centrum van ons leven? (werk, prestaties, verwachtingen van anderen, angst). Schrijf dit rond de cirkel.
  • Leg daarna een kaartje met “Christus” in het midden.
  • Bespreek samen: wat zou er veranderen als Christus werkelijk het centrum van ons leven is?