Preek | Ik heb de Heer gezien! (Pasen)
Lezen: Johannes 20:1-18
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Ik begin mijn preek met drie vragen.
Eerste vraag: Wie van jullie is er vanmorgen opgestaan?
Tweede vraag: Wie van jullie heeft er vanmorgen al hard gelopen (om te trainen of eventueel om op tijd in de kerk te zijn)?
Derde vraag: Wie van jullie heeft vanmorgen het licht gezien?
2
Ik sluit even bij die laatste vraag aan. Voelde je wat verwarring over de precieze betekenis van die vraag? En aarzelde je daarom misschien om je vinger op te steken?
Want die uitdrukking ‘het licht zien’ gaat er niet alleen maar over dat je ziet dat het daglicht weer door de ramen naar binnen komt na een donkere nacht. De uitdrukking gaat ook over een meer spirituele ervaring: dat je tot een dieper inzicht komt, dat iets je geopenbaard wordt, dat je een plotseling moment van helderheid en verlichting hebt.
3
Wat ik boeiend vind aan het opstandingsverhaal dat we net lazen, is dit: de evangelist Johannes neemt ons als lezers van het verhaal als het ware aan de hand en laat ons over de schouder van drie leerlingen meekijken naar wat er gebeurt in die vroege ochtenduren van de zonsopgang, als het langzaam licht wordt. Die drie leerlingen zijn:
Maria van Magdala: zij is een rijke vrouw die geraakt was door de boodschap van Jezus en Hem samen met andere vrouwen diende.
Johannes: zijn naam wordt niet genoemd, hij is ‘de andere leerling, van wie Jezus veel hield’ en tegelijk de schrijver van het evangelie; hij heeft het dus over zichzelf; Jezus en Johannes hadden een speciale band; Johannes stond van alle leerlingen het dichtst bij Jezus.
Petrus: dat is de leerling die vaak heftig en snel reageert op wat er gebeurt, die als eerste had gezegd: ‘U bent de Messias!’, maar die ook had gezegd tot drie keer toe: ‘Ik ken die man niet’.
Misschien kun je bij jezelf even nagaan welke van de drie het dichtst bij je staat.
In wie kun je jezelf het gemakkelijkst herkennen?
Maria, Johannes of Petrus?
4
Het opstandingsverhaal begint bij Maria. Zij is vroeg opgestaan. Het is nog donker. Ze loopt naar het graf van Jezus. Ze wil daar gewoon graag alleen zijn, met haar diep verdriet. Want Jezus is gekruisigd en gestorven en begraven.
Maar als ze aankomt ziet ze dat de steen die voor het graf stond, is weggerold. En ze kan maar één conclusie trekken: dit is grafroof, het lichaam van Jezus is gestolen! Ze ziet het allemaal niet scherp, want het is nog donker. Ze maakt rechtsomkeert en begint hard te lopen, op weg naar Petrus en Johannes.
Ze komt bij hen aan en zegt: “Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.” Petrus en Johannes zetten het meteen op een lopen. Zie je ze rennen?
5
Dat is opvallend in dit Paasverhaal: er wordt veel hard gelopen (vandaar ook die tweede vraag aan het begin van de preek). Waarom lopen ze zo hard? Wat drijft hen? Ik kan me voorstellen dat ze vooral heel erg zijn geschrokken van wat Maria zegt en dat ze bang zijn dat het waar is: heel erg heftig zou het zijn als het lichaam van Jezus echt weg is. Of zou er misschien ook een sprankje hoop in hun hart zijn?
Ze beginnen hard te lopen. Johannes loopt harder dan Petrus. Dat zou je misschien niet verwachten omdat Petrus meestal haantje de voorste is. Maar Johannes is veel jonger dan Petrus. Dat kun je zien op dit schilderij (Eugene Burnand, 1898) waar ze nog bijna naast elkaar lopen.

Johannes is jonger dan Petrus.
Johannes is sneller dan Petrus.
En misschien is Johannes ook wel geloviger dan Petrus.
Misschien gelooft híj het al wel vanaf het moment dat hij hoort dat het graf leeg is, dat Jezus is opgestaan. Zoals het hier wordt verteld lijkt het bijna een soort wedstrijd tussen Petrus en Johannes, een wedloop. Je moet bedenken dat dit allemaal pas jaren later is opgeschreven, tegen het einde van de eerste eeuw waarschijnlijk, 60 of 70 jaar na de gebeurtenissen van de Paasmorgen.
Misschien is dit wel een bedekte verwijzing naar de verhouding tussen Petrus en Johannes. Johannes gold onder de christenen van de eerste eeuw al decennia als de meest geliefde leerling van Jezus. Terwijl Petrus inmiddels als de belangrijkste leider van de kerk werd gezien.
Een beetje rivaliteit dus op de achtergrond. Niets menselijk is de leerlingen van Jezus vreemd. Wie is het belangrijkst? Wie is het snelst? Wie is het gelovigst?
6
Johannes komt dus als eerste aan. Hij kijkt door de opening van het graf naar binnen (bedenk wel: het is nog steeds schemerig). Hij ziet de linnen doeken liggen die om Jezus’ dode lichaam zaten en het was niet meteen duidelijk dat er geen lichaam meer in die doeken zat.
Dan komt Petrus even later als tweede aan en Johannes laat hem voorgaan. Zou Johannes daarmee in het verhaal toch respect voor Petrus als leider uitdrukken?
Petrus ziet ook de linnen doeken. Maar híj ziet nog iets (het wordt inmiddels steeds een beetje lichter trouwens). Hij ziet dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken ligt, maar opgerold op een andere plek. Een nieuwe aanwijzing voor wat er gebeurd kan zijn. Want als er mensen waren geweest om het lichaam van Jezus te roven, dan zouden ze zeker niet de doek, die op het gezicht van Jezus had gelegen, netjes hebben opgerold en apart hebben gelegd.
En zo worden we ook als lezer meegenomen in een beweging waarin we langzaamaan het licht beginnen te zien. Het is buiten ook steeds lichter geworden, maar ook van binnen begint er helderheid te ontstaan. Hier is iets heel bijzonders gebeurd!
En dan is daar de zin die het hoogtepunt vormt, want Johannes gaat nu ook naar binnen. En dan staat er: “Hij zag het en hij geloofde.”
En daar kan niets anders mee bedoeld zijn dan dit: Johannes gelooft nu, als eerste, dat zijn geliefde Jezus inderdaad is opgestaan! Hij ziet het licht!
7
En dan staan er nog twee zinnetjes. “Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan.” Dat lijkt een soort toegevoegde opmerking, die duidelijk maakt dat het ook niet zo eenvoudig is om het alleen te doen met wat Jezus gezegd had en wat er in de profetieën ook al was geschreven.
Want Jezus had meerdere malen gezegd dat hij zou sterven en op de derde dag weer opstaan. Maar blijkbaar is het niet gemakkelijk om dat echt te geloven. En dat wordt ook hier niet verzwegen: dat is er, dat mag er zijn: de twijfel, het niet weten, dat je tijd nodig hebt om tot geloof te komen, dat dat soms een lange weg is. En dat die weg voor iedereen ook weer anders loopt.
Dat vraagt geduld, steeds opnieuw vragen stellen, open blijven voor nieuwe antwoorden, en soms ook de moed om de stap vanuit het donker in het licht te zetten.
8
En dan nog dit zinnetje: “De leerlingen gingen terug naar huis.” Dat vind ik echt merkwaardig. Hoe kan het nu dat je zo’n ongelooflijke ontdekking hebt gedaan – Jezus is opgestaan, je hebt het licht gezien – en dan toch gewoon terug gaat naar huis? Wat zouden ze daar gedaan hebben? Bijkomen van de schrik? Nadenken over wat het allemaal betekent? Toch weer twijfelen?
Ik weet het niet, maar wat ik wel weet: Maria van Magdala is ook weer bij het graf aangekomen. Het was allemaal met haar begonnen. En nu zijn Petrus en Johannes weer weg, en Maria is er nog.
Petrus had als eerste gezien dat de doek van Jezus’ gezicht apart lag opgerold. Johannes was de eerste die geloofde. En Maria?
Maria is de eerste die Jezus daadwerkelijk ontmoet. Zij ziet engelen in het graf. En zij ziet Jezus. Want de opgestane Jezus komt persoonlijk naar haar toe! Zij is als vrouw de eerste die de opgestane Jezus ziet.
En nadat Maria eerst denkt dat het de tuinman is, maakt Jezus duidelijk dat Hij het is. Hij noemt haar naam: “Maria!” Een prachtige ontmoeting.
En daarna gaat Maria weer naar de leerlingen toe, naar de mannen Petrus en Johannes die thuis zitten. En zij zegt: ‘Ik heb de Heer gezien!’
9
En dan wil ik eindigen waar ik ben begonnen. Die drie vragen.
Wie van jullie is vanmorgen opgestaan?
Wie heeft er al hard gelopen?
Wie heeft het licht gezien?
Pasen is een nieuw begin. Pasen staat voor nieuw leven. Pasen betekent dat de nieuwe schepping nu echt op gang komt. En daarmee is Pasen voor ons allemaal een drievoudige uitnodiging.
De vijftigdagentijd die vandaag begint en duurt tot Pinksteren dat we over zeven weken vieren, is een prachtige periode om te oefenen om gehoor te geven aan de drievoudige uitnodiging.
1 Sta op!
Sta morgenochtend niet zomaar op alsof het een gewone dag is. Het is geen gewone dag. Het is een nieuwe dag. Blijf als je wakker wordt nog heel even liggen, voel je adem, merk dat je leeft. En zeg dan, heel eenvoudig: “Dit is de dag waarop Jezus leeft. Hij maakt alles nieuw.” Laat die woorden even landen voordat je opstaat. Zet dan bewust je voeten op de grond, alsof je een nieuwe werkelijkheid binnenstapt. Niet omdat jij alles op orde hebt, maar omdat Hij leeft. Laat het opstaan zelf een klein geloofsgebaar zijn: weg uit het donker, het licht tegemoet. Elke ochtend opnieuw. Zo begint Pasen, heel gewoon, op de rand van je bed.
2 Beweeg mee!
Ik zou eigenlijk moeten zeggen: loop hard. Maar dat is misschien wat too much. Maar in beweging komen hoort erbij op Pasen. Kom in beweging. Beweeg mee in het krachtenveld van Christus die de levende is. Niet groots en meeslepend meteen, maar vaak klein en concreet. Kies vandaag één stap waarin je Jezus volgt. Eén. Misschien betekent het dat je iemand opzoekt die je al te lang hebt vermeden. Of dat je een eerste stap zet op de weg van vergeving. Misschien is het vijf minuten stilte zoeken, of eindelijk iets doen waarvan je diep vanbinnen al wist dat het goed is. Beweeg mee in het krachtenveld van Christus. Laat je leiden door de Geest die waait waarheen Hij wil.
3 Zie het licht!
Het is prachtig als dat je overkomt, dat je het licht ziet, als een onverwacht en kostbaar geschenk. Maar neem je vandaag voor om het licht echt te zien. Niet alleen te weten dat het er is, maar het op te merken. Het ochtendlicht dat door je raam valt. Het zachte licht op het gezicht van een geliefde. Een onverwacht moment van helderheid of hoop. Laat dat licht een teken voor je zijn: Hij is hier, de levende, die het licht voor de wereld is, het licht in de ogen van je naaste.
Laten we de preek nu samen beamen door op te staan en te zingen als mensen die in het licht geroepen zijn.
Gespreksvragen
- Met wie uit het Paasverhaal herken jij je het meest: Maria, Johannes of Petrus? Wat zegt dat over jouw manier van geloven?
- Wat betekent het voor jou om “het licht te zien”? Kun je een moment delen waarop je zoiets hebt ervaren?
- In de preek wordt veel gerend. Waar ren jij in je leven naartoe – en wat drijft je daarin?
- Johannes “zag en geloofde” (Johannes 20). Wat denk je dat hij precies zag waardoor hij tot geloof kwam?
- Maria hoort haar naam en herkent Jezus (Johannes 20:16). Wat zegt dat over hoe Jezus mensen ontmoet?
- De leerlingen gingen na alles “weer naar huis”. Herken je dat: iets bijzonders meemaken en toch terugvallen in het gewone?
- Twijfel en langzaam groeiend geloof krijgen ruimte in de preek. Hoe ga jij om met momenten van niet-weten of onzekerheid in je geloof?
- De uitnodiging “Sta op!” wordt heel concreet gemaakt. Hoe zou jouw ochtend eruitzien als je die woorden echt serieus neemt?
- “Beweeg mee in het krachtenveld van Christus.” Wat zou vandaag één kleine, concrete stap kunnen zijn waarin jij dat doet?
- Waar zie jij op dit moment licht in je leven, misschien klein, misschien onverwacht?
Werkvormen
Wie van de drie?
Laat deelnemers zich fysiek in de ruimte verdelen over drie plekken: Maria, Johannes, Petrus. Laat ieder kort delen waarom ze daar staan.
Van donker naar licht
Geef iedereen een vel papier. Links schrijven ze iets wat zwaar, donker of onzeker voelt. Rechts tekenen of schrijven ze waar ze licht, hoop of nieuw leven zien. Bespreek dit vervolgens samen.
De eerste stap
Laat iedereen één concrete “Paas-stap” opschrijven (iets kleins: een gesprek, een moment stilte, een gebaar). Laat deelnemers dit delen met één ander en elkaar later in de week ernaar vragen.
