Lezen: 2 Korintiërs 2:14-3:6

Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


1

Als je solliciteert naar een nieuwe functie, of als je ergens vrijwilligerswerk wilt gaan doen, dan wordt er vaak gevraagd naar een aanbevelingsbrief. En dan zet iemand iets op papier over jouw goede kwaliteiten. “Jorrit beschikt over een zeldzame combinatie van analytisch denken en empathisch leiderschap.” “Beatrijs heeft een natuurlijke gave om mensen te motiveren en een veilige sfeer te creëren.” “Tiemen is betrouwbaar, super-praktisch en nooit te beroerd om een extra stap te zetten.” Zo’n aanbevelingsbrief zegt eigenlijk: deze persoon kun je vertrouwen. Deze mens brengt iets goeds mee. Ik heb het zelf ervaren.

In deze preek gaat het over brieven, over schrijven en lezen, over letters. Maar het verrassende is: eigenlijk gaat het vooral over de Geest. De Heilige Geest die werkt. Het is vandaag de tweede zondag voor Pinksteren en daarom wil ik opnieuw met jullie stilstaan bij de vraag hoe belangrijk de Geest is voor ons leven als christen en ook als gemeente. En ik werk in deze preek toe naar die laatste zin van wat we gelezen hebben: de letter doodt, maar de Geest maakt levend. En ik hoop dat we aan het einde van de preek daar meer zicht op hebben, op die Geest die levend maakt.

2

Paulus heeft een probleem. Er zijn in de gemeente van Korinte mensen die zo hun twijfels hebben over de kwaliteiten van Paulus. Zij vragen zich af: Kunnen we deze man eigenlijk wel vertrouwen? Is hij wel een echte apostel? Heeft hij wel het recht om met gezag het evangelie te verkondigen?

En eigenlijk zeggen die mensen dan: waar zijn jouw aanbevelingsbrieven? Wie heeft jou hem aanbevolen? Welke belangrijke mensen staan achter jou?

Dat was in die tijd heel normaal. Rondreizende leraren en predikers namen vaak officiële brieven mee. Daar stond dan in: deze persoon is betrouwbaar, deze persoon spreekt namens ons, deze persoon kun je met open armen ontvangen. 

Vandaag zouden we misschien ook zeggen: laat eerst je diploma’s even zien, de opleidingen die je gevolgd hebt, referenties van eerdere werkgevers. En we gaan zelf wel even op je LinkedIn-profiel kijken.

Maar Paulus reageert heel verrassend. Hij zegt niet: wacht even, ik zal mijn papieren erbij pakken. Hij zegt ook niet: kijk eens hoeveel ik al gepresteerd heb. Hij zegt ook niet: Christus zelf heeft mij gestuurd, daar beroept hij zich op dit moment niet op. 

Nee. Hij kijkt naar de gemeente zelf. Naar de mensen die samen de gemeente vormen. Naar gewone mensen die geraakt zijn door Jezus Christus. Ze hebben het evangelie gehoord. Ze hebben de oproep om zich te bekeren echt binnen laten komen. Hun leven is veranderd door het kennen van Jezus. 

En dan zegt hij: júllie zijn mijn aanbevelingsbrief. Dus er komen geen papieren aan te pas, geen geschreven teksten, geen documenten die te voorschijn worden getoverd. Nee: lévende mensen, mensen van vlees en bloed in wie iets zichtbaar is geworden van het levensveranderende werk van de heilige Geest.

Brieven van Christus. Zo zegt Paulus het. En ik vind dat een mooi en belangrijk beeld om samen te proeven. We hebben in de kerk nog weleens de neiging om in papieren te duiken, om dingen op schrift te stellen, om beleidsstukken te maken of onze visie op papier te zetten, of te gieten in de vorm van aansprekende teksten op websites. Want dan ben je blijkbaar een goede kerk. En dan verwijzen we daarnaar als iemand mocht vragen: wat voor kerk zijn jullie eigenlijk? Hoe kan ik weten dat het evangelie hier verkondigd wordt?

En dan schrijft Paulus dus: “U bent zelf onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven, maar voor iedereen te zien en te lezen: u bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten.”

Dat is een krachtige manier van zeggen. De verkondiging van het evangelie wordt zichtbaar in mensenlevens waarin Christus tevoorschijn komt. Een brief van Christus: dat is een mensenleven waarin je iets proeft van Jezus. En dan gaat het niet om perfectie, om mensen die nooit fouten maken, en het gaat ook niet om mooie religieuze prestaties. Nee, iets van Jezus wordt zichtbaar: leven, liefde, vrijheid, hoop, verbinding met God, vreugde en verlangen om lief te hebben.

3

De Koningskinderen die op woensdag samenkomen hebben hier een tijdje terug ook samen over doorgepraat. Ze hebben nog wat concretere woorden bedacht voor wat je ziet als iemand Christus weerspiegelt, positieve kenmerken. Wat zie je in de ander die Christus weerspiegelt? Daar kwamen de groene woorden uit:

  • Behulpzaam
  • Liefdevolle aandacht
  • Oprechte belangstelling
  • Liefdevolle aanraking
  • Geïnteresseerd
  • Optimistisch / positief
  • Geduldig
  • Rustig
  • Nooit boos
  • Trouw
  • Bescheiden
  • Flexibel / aanpassing
  • Betrokken

Er zijn ook rode woorden naast gezet. Woorden die laten zien wanneer je geen leesbare brief van Christus bent:

  • Egoïstisch
  • Onaardig
  • Ongeïnteresseerd
  • Mishandeling
  • Negatief
  • Ongeduldig
  • Onrustig / gefrustreerd
  • Altijd boos
  • Ontrouw
  • Brutaal / opschepper
  • Vast in eigen gelijk
  • Onverschillig

En daar werd nog iets bij gezegd wat volgens mij heel wijs is: groene woorden herken je in de ander en dat mag benoemd worden; rode woorden herken je bij jezelf en hoef je niet over een ander uit te spreken. Daar moet je zelf mee aan de slag.

4

Terug naar die woorden van Paulus. Want hij zegt daar iets belangrijks. Namelijk dat wij als brieven van Christus “niet met inkt geschreven” zijn “maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten.”

Daar maakt Paulus dus best wel een scherpe tegenstelling:

  • niet met inkt (op papier), maar met de Geest van de levende God;
  • niet in stenen platen gegrift, maar in mensenharten.

Kijk, Paulus gaat hier een punt maken. Hij gaat iets zeggen waarvan hij het belangrijk vindt dat het tot ons doordringt. En hij verwijst naar het Oude Testament. Want die stenen platen, dat zijn de stenen tafels van de wet, op de berg Sinaï, toen God zelf de Tien Geboden met zijn eigen vinger in steen heeft gegrift. Dat was heilig en goed en kostbaar. 

Maar nu is er een nieuw verbond gekomen, er is een nieuwe tijd aangebroken, God is verder gegaan, Gods is dieper gegaan, God is in Jezus dichterbij gekomen. Hij grift nu geen letters meer in stenen platen, Hij pent niet meer met inkt woorden op papier, Hij schrijft met zijn Geest in mensenharten. Hij komt helemaal binnen in ons.

Dat was ook altijd al zijn bedoeling. Bij de profeet Jeremia (31:33) horen we het al: “Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven.” En via de profeet Ezechiël (36:26) is het al zo gezegd: “Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven.”

En dat brengt Paulus nu sterk naar voren: God is een God van ménsen, God is een God die door zijn Geest harten wil veroveren, God zoekt op aarde niet naar geschreven documenten maar naar levende mensen die zijn geraakt door Jezus en zijn koninkrijk, mensen die anders gaan leven.

5

Nou, dat moeten we nog wat verder uitpakken. Dat doen we aan de hand van vers 6 uit 2 Korintiërs 3. Luister maar mee:

“Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” Dus Paulus legt hier alle nadruk op het nieuwe van het nieuwe verbond. God doet echt iets nieuws vergeleken met het oude verbond. De opstanding van Jezus en de uitstorting van de Geest zijn echt een nieuw begin. Niet langer het verbond van een geschreven wet, maar een nieuw verbond van de Geest.

Ik vraag me weleens af of we dat voldoende zien. Dat er echt iets nieuws is gebeurd en dat dat ons in een andere verhouding met de geschreven wet brengt. Dat wil ik uitleggen aan de hand van twee woorden die in het Grieks worden gebruikt door Paulus. Want letterlijk luidt dat laatste zinnetje: gramma (dat is: letter) maakt dood, pneuma (dat is Geest) maakt levend.

Eerst dat woordje ‘pneuma’. Dat is dus: Geest. Maar je kunt ook zeggen: de Adem van God, de wind die waait waarheen zij wil. Geest is in de Bijbel de krachtige, ruimtegevende, liefdevolle en creatieve aanwezigheid van God zelf in deze wereld en in ons leven en in de gemeente. Dat is allemaal pneuma: Geest van Jezus die opnieuw in ons midden is, die levensveranderend in ons woont. De Geest die lévend maakt. 

En je zou je er het beeld van de uitbundig bloeiende natuur bij voor kunnen stellen. Prachtige gekleurde bloemen onder een blauwe hemel. Je voelt een zachte bries. Pneuma. Geest.

Maar daarnaast staat dus gramma, letter. We kennen het wel uit onze nederlandse woord ‘grammatica’. Dat woord gramma staat hier voor in steen gebeitelde teksten, voor wetten en regels die zwart op wit staan en die je eigenlijk alleen maar het idee geven ‘hier kan ik me nooit aan houden’. Gramma staat voor de in harde steen gegrifte Tien Geboden die voor mensen die er in eigen kracht aan willen gehoorzamen alleen maar de dood brengen: mislukking, falen, schuld. De letter van de wet wijst wel de weg naar het leven, maar kan dat leven zelf niet geven.

Weet je hoe de Schriftgeleerden heten in het Grieks? Grammateis. Ze zijn voortdurend bezig met letters, tekens, geschriften, documenten. Het zijn mensen van de letter. En dat woordje gramma brengt een bepaalde sfeer met zich mee: een sfeer van controle, van precies willen vastleggen hoe het hoort, van passen en meten en beoordelen, van normen en duidelijke afspraken. En het gaat dan al snel over: doe ik het goed genoeg? Voldoe ik aan de regels? Vaker gaat het over: doet hij het goed genoeg? Voldoet zij wel aan de regels? Het gaat over: Wie heeft gelijk? Wie zit er fout? 

Gramma is dat allemaal, en dat klinkt best grimmig en hard en ik zet het nu ook expres even wat stevig neer, zodat de sfeer van gramma tot ons doordringt. Want dan voelen we aan: dat is inderdaad dodelijk. Dan stroomt alle leven weg, de sjeu is eraf, het is zwart of wit en in uitzonderlijke gevallen grijs, maar kleur is er in elk geval niet te bekennen.

Ik koppel dat nu dus nadrukkelijk aan dat woordje ‘gramma’ of letter. Paulus maakt hier geen tegenstelling tussen Wóórd en Geest, of tussen gebód en Geest. Want de Geest heeft alles te maken met het Woord van God en met de geboden van God. Maar niet met gramma, niet met de letter.

Het gaat om een bepaalde sfeer die meekomt met gramma enerzijds en pneuma anderzijds. We ontvangen Gods goede geboden niet langer in de sfeer van gramma, van letters op steen gegrift, van de berg Sinaï waar het donderde en bliksemde. Dat is er niet meer. Dat was het oude verbond. 

Het nieuwe verbond is dat Gods goede geboden naar ons toekomen met de wind van de Geest, dat de Geest ze in ons ademt, in onze harten blaast, zodat we van binnenuit, zonder steun van geschreven wetten, maar echt vanuit ons hart de weg gaan die God wijst.

Ik hoop dat je het verschil ziet, ervaart, voelt tussen gramma aan de ene kant en pneuma aan de andere kant.

6

En dat verbinden we dan weer met die eerdere uitspraak van die Paulus deed in vers 3: “U bent zelf een brief van Christus, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten.”

Ik heb drie vragen bedacht om te stellen, als een soort van zelfonderzoek, om ons voorbereiden op het Pinksterfeest. Om samen te ontdekken wat er nu precies te vieren valt met de komst van de heilige Geest.

Ben ik een gramma-christen of een pneuma-christen?

Een gramma-christen is voortdurend bezig met wat hoort en wat niet hoort. Met regels, met correctheid, met gelijk hebben, met jezelf bewijzen. Er zit vaak spanning in, druk, angst om tekort te schieten, ergernis over anderen die het niet goed doen. 

Een pneuma-christen leeft ook niet zonder richting of waarheid, maar leeft allereerst vanuit verbinding met Christus. Daar groeit liefde. Zachtmoedigheid. Vrijheid. Daar kun je ademen. Daar hoeft geloven niet voortdurend een prestatie te zijn.

Wat voor christen wil jij zijn? Van de letter, of van de Geest?

Willen wij een gramma-kerk zijn of een pneuma-kerk?

Een gramma-kerk is vooral bezig met afspraken, regels, standpunten en controle. Dan kan er veel gedaan worden aan bijvoorbeeld meningsvorming en kaders stellen, maar er is vaak maar weinig vreugde. En veel gemeenteleden voelen zich bekeken of beoordeeld. 

Een pneuma-kerk is een plek waar de aanwezigheid van Jezus merkbaar wordt. Waar waarheid en liefde echt samengaan. Waar ruimte is voor kwetsbaarheid en herstel en groei. Waar mensen niet alleen informatie ontvangen, maar werkelijk aangeraakt worden door Gods Geest. Het draait er om karaktervorming: hoe worden we samen volwassen in Christus?

Wat voor kerk willen we zijn? Een kerk van de letter of een kerk van de Geest?

Houden we vast aan het oude verbond of dienen we het nieuwe verbond?

Begrijp me goed: Paulus bedoelt niet dat het Oude Testament weg moet. Hij bedoelt: leven wij vanuit letters gegrift in stenen platen buiten ons, of leven wij vanuit Gods Geest binnen in ons? Leven we van uit moeten of vanuit liefde? Vanuit veroordeling of vanuit genade? Vanuit controle of vertrouwen? 

Het nieuwe verbond betekent dat God niet alleen zegt hoe het leven bedoeld is, maar dat Hij door zijn Geest ook werkelijk de kracht geeft om echt nieuw te leven.

7

Lieve mensen, vandaag klinkt de uitnodiging om onszelf voor het eerst of opnieuw toe te vertrouwen aan die levende Geest van God. Hij is vol beweging, ademend, kleurrijk, vernieuwend, vurig. En Hij maakt ons levend.

Laten we dit samen beamen door te zingen: “In vuur en vlam zet ons de Geest…”.

Moment van Toewijding

…maar de Geest maakt levend! Hoe ziet dat levend-zijn eruit? Dat wordt concreet in de vrucht van de Geest: deze 9 woorden laten ons zien en ervaren wat de sfeer is van het koninkrijk van God. Bij elk van die woorden klinkt er een gebod om te leven zoals God dat voor ogen heeft.

  1. liefde: “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.” (Joh. 13,34)
  2. vreugde: “Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd.” (Fil. 4:4)
  3. vrede: “Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam.” (Kol. 3:15)
  4. geduld: “Wij sporen u aan, broeders en zusters, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben.” (1 Tes. 5:14)
  5. vriendelijkheid: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.” (Fil. 4:5)
  6. goedheid: “Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.” (Rom. 12:21)
  7. geloof: “Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk.” (1 Kor. 16:13)
  8. zachtmoedigheid: “Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, nederigheid en zachtmoedigheid.” (Kol. 3:12)
  9. zelfbeheersing: “Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor. 9:25)

Gespreksvragen

  1. Paulus noemt de gemeenteleden in Korinte “een brief van Christus”. Wat betekent dat beeld voor jou persoonlijk? Wanneer heb jij iets van Christus gezien in een ander mens?
  2. In 2 Korintiërs 3:3 zegt Paulus dat Gods woorden niet meer “in stenen platen” maar “in mensenharten” geschreven worden. Wat zegt dat over de manier waarop God met mensen omgaat?
  3. De preek maakt onderscheid tussen “gramma” (letter) en “pneuma” (Geest). Waar herken jij in je eigen geloofsleven soms iets van “gramma”: druk, moeten, controle of angst?
  4. Wanneer heb jij juist iets ervaren van “pneuma”: ruimte, leven, vrijheid, adem, vreugde of liefde?
  5. De preek verwijst naar Jeremia 31:33 en Ezechiël 36:26. Waarom denk je dat God niet allereerst regels wil geven, maar vooral een nieuw hart en een nieuwe geest?
  6. Welke van de groene woorden van die de Koningskinderen noemden spreekt jou het meeste aan? En waarom juist dat woord?
  7. “Groene woorden herken je in de ander, rode woorden herken je bij jezelf.” Wat vind je van die gedachte? Wat maakt dat wijs of moeilijk?
  8. Stel dat iemand jouw leven zou lezen als een “brief van Christus”. Welke woorden of zinnen hoop je dat diegene dan zou ontdekken?
  9. De preek vraagt: willen wij een gramma-kerk zijn of een pneuma-kerk? Wat zou volgens jou merkbaar anders zijn in een pneuma-kerk?
  10. Het slot van de preek spreekt over de Geest als “bewegend, ademend, kleurrijk, vernieuwend”. Welk beeld of welke zin uit de preek is bij jou blijven hangen?

Werkvormen

1. De levende brief

Geef iedereen een vel papier met bovenaan: “Jij bent een brief van Christus.” Laat groepsleden voor elkaar één groen woord opschrijven dat zij herkennen in de ander. Verzamel de briefjes en lees ze in stilte door. Bespreek daarna wat het met je doet om zo bekeken te worden.

2. Gramma of Pneuma?

Leg twee grote vellen neer: één met “GRAMMA” en één met “PNEUMA”. Laat mensen woorden, situaties of ervaringen opschrijven die zij met beide sferen verbinden (bijvoorbeeld: druk, vrijheid, angst, vreugde, controle, rust, oordeel, ademruimte). Bespreek daarna: waar herkennen we dit in kerk, geloof of dagelijks leven?

3. Ademgebed rond Pinksteren

Lees langzaam: “De letter doodt, maar de Geest maakt levend.” Laat daarna een korte stilte vallen. Oefen vervolgens een eenvoudig ademgebed:

  • inademen: “Heilige Geest”
  • uitademen: “maak mij levend”

    Doe dit één à twee minuten samen in stilte. Wissel daarna uit wat mensen opmerkten of voelden.