Lezen: Exodus 33:12-23 en 2 Korintiërs 3:18

Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


1

Als ik jullie zou vragen wat jullie lievelingstekst uit de Bijbel is (…) dan zou ik vast de volgende teksten te horen krijgen. Johannes 3:16 (‘Want God had de wereld zo lief…’) , Psalm 23 (‘De Heer is mijn herder…’), Filippenzen 4:13 (‘Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft…’). (Misschien leuk om via Scipio je lievelingstekst te delen.)

Als iemand mij zou vragen: ‘Jos, wat is jouw lievelingstekst uit de Bijbel?’ dan is dit mijn antwoord: 2 Korintiërs 3:18! Ik weet niet goed meer wanneer dat begonnen is. Ik weet wel dat ik er in de tijd dat ik in Haarlem predikant was voor het eerst een paar preken over hield. De eerste was op 8 juni 2008 in de Fonteinkerk. Precies 18 jaar geleden nu.

Toen heb ik ook voor het eerst de gemeente een tekst hardop laten meezeggen. Dat heb ik hier al een keer gedaan met Jesaja 9:5 (‘Een kind is ons geboren…’). Laten we dat ook nu doen, die woorden van 2 Korintiërs 3:18 samen hardop zeggen.

Wij allen die met onbedekt gezicht 
de luister van de Heer weerspiegeld zien, 
zullen door de Geest van de Heer meer en meer 
naar de luister van dat beeld worden veranderd.

2

Voor mijn gevoel werkt Paulus in 2 Korintiërs 3 toe naar dit hoogtepunt. Hij heeft het gehad (dat kwam in twee eerdere preken aan de orde) over dat we brieven van Christus zijn, over de letter die doodt en de Geest die levend maakt, over het oude verbond van de geschreven wet en het nieuwe verbond van de heilige Geest, over Mozes die een doek voor zijn gezicht droeg, over de overweldigende luister van van de Heer, over de vrijheid die de Geest geeft.

En dan komt Paulus uit bij deze ene verbluffende gedachte: mensen kunnen veranderen door te kijken naar Jezus!

En er valt best wel wat te veranderen aan ons. Als we eerlijk in de spiegel van ons eigen leven kijken, dan zien we van alles wat niet past bij het leven met God in zijn koninkrijk. Dingen waar we ons voor schamen of waar we verdriet over hebben. Ja, we vallen onszelf tegen. We kunnen allemaal daden aanwijzen en woorden en gedachten waarvan we spijt hebben. En het is een geweldige opluchting als je kunt geloven dat daar vergeving voor is dankzij Jezus. Er is altijd weer een nieuw begin. Een eeuwig nieuw begin bij God.

Maar wat Paulus hier duidelijk wil maken gaat niet allereerst over die vergeving, maar over de vernieuwing van ons leven. We kunnen zo verliefd worden op die vergeving dat we vergeten dat er ook nog vernieuwing bestaat. Dat we kunnen veranderen. Dat God, dat Jezus, dat de heilige Geest ernaar verlangt en er alles aan doet om ons als mensen te laten groeien in geloof, hoop en liefde, in vreugde, vrede en vriendelijkheid, in zuiver en oprecht en dienstbaar leven.

3

Daarover gaat 2 Korintiërs 3:18. En ik wil in deze preek bij twee onderdelen van die tekst stil staan. Eerst het weerspiegelen. En dan: de luister van de Heer. (Volgende week zal het gaan over ‘met onbedekt gezicht’.)

Eerst dat ‘weerspiegelen’. Eigenlijk zegt Paulus: ons nieuwe leven komt niet zozeer tot stand door het leven naar Gods geboden, hoezeer die ook de weg wijzen en goed en rechtvaardig zijn, maar door het weerspiegelen van de luister van de Heer.

Het woord dat daar in het Grieks wordt gebruikt, komt in het Nieuwe Testament maar heel weinig voor. Om precies te zijn: één keer. In dat nogal onbekende Griekse woord (‘katoptrizomenoi’) zit in elk geval wel een woord dat wel bekend bekend is (‘katoptron’) en dat spiegel betekent. Een vergelijkbaar woord komen we tegen in 1 Korintiërs 13:12 “Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog.” 

Spiegels waren in de tijd van het Nieuwe Testament trouwens nog niet zo gepolijst als in onze tijd, dus het beeld was niet heel scherp. Misschien is dat ook een mooie gedachte voor onszelf. Als wij Christus weerspiegelen, gebeurt dat niet volmaakt of foutloos. Maar mensen kunnen als we Hem weerspiegelen wel iets van Hem in ons herkennen.

Om dat woord weerspiegelen uit te leggen wil ik nu twee beelden gebruiken. Ik ga het hebben over een reflector. En daarna over spiegelneuronen.

4

Een reflector achter op een fiets. Dat kennen we wel. Zo’n reflector produceert zelf geen licht. Er zit geen lampje in. Toch kan hij in het donker oplichten: zodra er licht op valt, van bijvoorbeeld een achterop komende auto, kaatst hij dat licht terug. 

Dat is een mooi beeld voor wat Paulus bedoelt. Wij zijn als mensen zo’n reflector. We zijn niet zelf de bron van het licht. Wij kunnen niet uit eigen kracht licht uitstralen. Het enige wat een reflector doet, is licht ontvangen en terugkaatsen.

Zo werkt het ook in het koninkrijk van God. Christus is het licht. Wij zijn de reflectoren. Zo’n reflector kan vies worden, er kan iets voor komen te zitten, soms is zo’n reflector van binnen stuk. Maar toch: we zijn bedoeld als reflectoren die het licht van Christus weerspiegelen. 

Paulus begint hier dus niet bij: leef beter. Hij begint bij: kijk naar Christus. Hij zegt niet: produceer meer licht. Hij zegt: laat je beschijnen door Jezus. Want je bent bestemd om het licht van Christus op te vangen en te weerspiegelen. Richt je op Christus. Leef met je gezicht naar Hem toe. Kijk naar Hem en laat zijn licht op je vallen. Dan zal er in jouw leven, door de Geest die in je woont, steeds meer zichtbaar worden van zijn liefde, vrede, vreugde en zachtmoedigheid.

Het tweede beeld komt uit de neurowetenschap. Dat is de wetenschap die onderzoekt hoe onze hersenen, hoe onze zenuwcellen en ons zenuwstelsel werken en ons gedrag beïnvloeden. Wetenschappers hebben ontdekt dat wij beschikken over ‘spiegelneuronen’. Die worden actief als we ergens naar kijken. 

Misschien herken je dat wel. Als iemand tegenover je geeuwt, moet je soms zelf ook geeuwen. Als iemand gespannen is, voel je die spanning vaak zelf ook. Als iemand vriendelijk glimlacht, gebeurt er ook iets in jou waardoor je wat zachter wordt. Als iemand heel hard moet lachen, ga je vanzelf meelachen. Wij nemen niet alleen waar wat anderen doen; we worden er ook door beïnvloed. Er gebeurt iets in onze hersenen, in onze zenuwcellen. Blijkbaar heeft God ons zo gemaakt dat wij op elkaar afgestemd raken. Dat we iets van elkaar overnemen. Dat we gaan lijken op waar we naar kijken.

En dan klinkt wat Paulus zegt helemaal niet meer zo vreemd. Als we naar Jezus kijken, gaan we op Jezus lijken. Als we met een onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien. Je kunt ook vertalen met weerspiegelen of met aanschouwen. Maar hier gaat het om: waar je naar kijkt, dat beïnvloedt je, dat vormt je, daar verander je van. Door de heilige Geest.

En daarom zegt Paulus: richt je blik op de Heer. Kijk naar Jezus. 

Kijk naar zijn liefde voor mensen. Kijk naar zijn geduld. Kijk naar zijn bewogenheid. Kijk naar zijn vrede. Kijk naar zijn zachtmoedigheid. 

5

En dan ben ik eigenlijk al bezig met die luister van de Heer. Want de oproep die in deze preek klinkt is: als je wilt veranderen, als je meer méns wilt worden, mens zoals God je voor ogen heeft, kijk dan naar de luister van de Heer. Kijk dan naar de heerlijke heiligheid van Jezus, naar zijn glorievolle en adembenemende uitstraling.

En dan gaan we ook terug naar wat we lazen uit Exodus 33, dat verhaal waarin Mozes zo hartstochtelijk vraagt: “Laat mij toch uw majesteit zien” (majesteit = heerlijkheid = glorie = luister). Mozes wil de heerlijkheid van God zien. Alles wat mooi en indrukwekkend en stralend, alles wat prachtig en machtig en krachtig is aan God – dat wil Mozes zien.

Dat is wat Mozes vraagt: “Laat mij toch uw majesteit zien.” En ik hoop eigenlijk dat die vraag ook hier nu rondzingt in deze zaal. Dat het ook de uitdrukking is van ons verlangen. De luister van de Heer zien.

En dan moet je weten dat Mozes dat vraagt op een moment waar al heel veel aan vooraf is gegaan. Mozes is namelijk al veertig dagen op de berg geweest bij God (Exodus 24:18). Veertig dagen bij God! Dan zou je toch zeggen: ‘Mozes, je hebt toch al aardig wat gekregen!’ 

In Exodus 33:11 staat dan: “De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals iemand spreekt met een vriend.” God spreekt met Mozes als met een vriend! Hoe mooi is dat! Dat heeft Mozes al van God gekregen. En als Mozes dan vervolgens met de HEER in gesprek is (33:12-17), herinnert Mozes God eraan dat Hij gezegd heeft (vers 12): “Jou heb Ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.” Dat heeft God persoonlijk tegen Mozes gezegd: ‘Mozes ik ken jou!’ Dat zou je ook wel mee willen maken, dat God tastbaar bij je is, en jou aankijkt, en dat Hij tegen jou persoonlijk zegt: ‘Ik ken jou bij je naam en je hebt genade gevonden in mijn ogen.’ 

Maar dat is voor Mozes nog niet genoeg. Hij zegt: “HEER, U moet met mij meegaan als U niet met mij meegaat ga ik niet.” En de HEER antwoordt dan (33:17): “Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.”

Dat heeft Mozes dus allemaal al ontvangen! En wij zouden misschien wel zeggen: ‘Zo is het toch wel genoeg! Wat wil je nog meer?’ Maar Mozes gaat toch vragen om iets, wat hij nog niet ontvangen heeft. Hij wil meer. “Laat mij toch uw luister zien!” Ik wil U zelf! Ik wil U zelf zien in uw heerlijkheid, in uw transformerende uitstraling en uw krachtige aantrekkelijkheid!

Dat vraagt Mozes aan God, want hij wil meer! 

Wil jij ook meer?

En dan moeten we met elkaar ook dit goed onthouden: als Mozes er niet om had gevraagd, dan had hij het niet gekregen! Maar Mozes krijgt het wel. Niet helemaal, want God zegt er eerlijk bij (33:20): “Mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.” 

Dus krijgt Mozes niet de volle heerlijkheid van God te zien, alleen van achteren. Maar dat is al zo groot dat we verderop in het verhaal lezen (34:29) “dat zijn gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken”.

6

Nou, dat hele verhaal van Mozes klinkt op de achtergrond mee als Paulus vandaag tegen ons zegt (en laten we het weer samen hardop zeggen):

Wij allen die met onbedekt gezicht 
de luister van de Heer weerspiegeld zien, 
zullen door de Geest van de Heer meer en meer 
naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Dat is wat ik de 3vers18-belofte zou willen noemen. Als je wilt veranderen, ga dan niet beter je best doen, denk niet aan nog weer een regel of gebod waaraan je je beter zult gaan houden, maar kijk naar Jezus, richt je aandacht op Jezus, probeer verliefd te worden op de luister van de Heer, verliefd op de schoonheid van Christus.

In de christelijke traditie zijn deze drie woorden vaak gebruikt om samen te vatten waar we aandacht voor moeten hebben in ons geloof: waarheid, goedheid en schoonheid.

Waarheid gaat over wat we geloven. Over de inhoud van het evangelie. Waarheid staat tegenover leugen. Goedheid gaat over hoe we leven. Over gehoorzaamheid en gerechtigheid. En schoonheid – schoonheid gaat over de aantrekkingskracht van God. Over zijn luister. Over zijn heerlijkheid. Over zijn glorie. Over datgene waardoor je hart zegt: ‘Hier verlang ik naar. Hier wil ik dichterbij komen.’

Ze horen bij elkaar. Maar mijn indruk is dat we in de kerk vaak veel meer bezig zijn met waarheid (klopt dit? wie heeft gelijk?) en goedheid (doen we het wel goed? zijn we wel gehoorzaam?), dan met schoonheid. Schoonheid brengt verwondering met zich mee, verlangen, liefdevolle aandacht voor wie God zelf voor ons is in Christus en door de heilige Geest.

We zingen straks een lied waar in die schoonheid ook naar voren komt.

“Heer kom dichterbij, dan kan ik Uw schoonheid zien. En Uw liefde voelen, diep in mij.”

Dat is 3vers18-taal.

Het lied gaat ook verder: “En Heer, leer mij Uw wil, zodat ik U steeds dienen kan. En elke dag mag leven door de kracht van Uw liefde.” 

Dat is dat nieuwe, veranderde leven, dat begint bij de schoonheid van God, bij de luister van de Heer die wij weerspiegeld zien als we kijken naar Jezus. Verlang je daarnaar?

7

Hoe kunnen we dat praktisch maken op maandag?

Ik heb tenslotte vijf korte tips of handreikingen voor jullie en voor mezelf:

1 Bid het gebed van Mozes. “HEER, laat mij uw luister zien.” Bid gewoon of de Geest je laat zien hoe mooi Jezus is, zodat je een beetje verliefd wordt op zijn schoonheid.

2 Koester elke dag één mooie eigenschap van Jezus. Vandaag zijn geduld. Morgen zijn vrede. Overmorgen zijn vriendelijkheid.

3 Vervang vijf minuten schermtijd door vijf minuten scheppingstijd. Er is geen plek op aarde die ons meer helpt om de schoonheid van God te zien dan de natuur. Wandel in een park. Geniet van een akkerlandschap. Ga het bos in.

4 Ga om met mensen die iets van Christus weerspiegelen. In het echte leven, maar ook online. Zoek mensen die je een beetje doen denken aan Jezus.

5 Wees minder bezig met jezelf en meer met Jezus. Daar knap je van op. Daar word je meer mens van.

Zullen we dit nu samen beamen door te zingen: “Heer ik kom tot U, neem mijn hart verander mij.”

Moment van Toewijding

Volgende week vieren we het heilig avondmaal. We komen aan de tafel van Jezus die zichzelf aan ons geeft. We komen om Christus te ontmoeten die voor ons geleefd en geleden heeft

In de preek zijn we uitgenodigd om te veranderen door de luister van de Heer te weerspiegelen. Hoe meer wij naar Jezus kijken, hoe meer wij op Hem gaan lijken. Dat is Gods verlangen voor ons leven.

Maar als we eerlijk in de spiegel kijken, herkennen we ook hoeveel er nog ontbreekt. Wij zijn vaak geen weerspiegeling van Christus. Waar Hij zachtmoedig is, zijn wij soms hard. Waar Hij vrede brengt, veroorzaken wij soms verdeeldheid. Waar Hij zichzelf uit liefde geeft, zetten wij onszelf vaak op de eerste plaats. En hoe vaak laten wij ons niet leiden door angst, ongeduld, boosheid of onverschilligheid.

Daarom komen wij niet aan de tafel van Jezus als mensen die alles op orde hebben. Wij komen als mensen die leven van genade, als mensen die verlangen naar het verlossende werk van Jezus in ons leven in vergeving, genezing en bevrijding. Mensen die bidden: Heer, laat mij uw luister zien. En verander mij meer en meer naar uw beeld.

Met dat verlangen in ons hart zingen wij nu het volgende lied.

1 Vader, vol van vrees en schaamte, buigen wij voor U.
Heel Uw werk, door ons vertreden, klaagt ons, mensheid aan bij U.

2 Heer’ ontferm U over ons, die schuldig voor U staan.
U bent onze God en Redder, neem ons in Uw liefde aan.

3 Vader, in dit uur der waarheid, keren w’ ons tot U.
O, vergeef ons, Heer’ herstel ons, maak ons hart en leven nieuw.

4 Vul ons met Uw heil’ge Geest, geef vuur en kracht steeds weer.
Ieder zal Uw macht aanschouwen, dat wij Uw Naam verhogen Heer’.

Gespreksvragen

  1. Waarom denk je dat 2 Korintiërs 3:18 zo’n belangrijke tekst voor Paulus is, en wat raakt jou persoonlijk het meest in deze tekst?
  2. Paulus zegt dat mensen veranderen door naar Jezus te kijken. Herken je dat in je eigen leven? Kun je een voorbeeld noemen?
  3. Welk van de twee beelden uit de preek spreekt jou het meest aan: de reflector of de spiegelneuronen? Waarom?
  4. Wat zijn volgens jou dingen die ervoor kunnen zorgen dat het licht van Christus minder zichtbaar wordt in ons leven, zoals vuil op een reflector?
  5. In Exodus vraagt Mozes: “Laat mij toch uw luister zien.” Wat zegt dat verlangen van Mozes jou over geloof en geestelijke groei?
  6. Mozes had al veel van God ontvangen en wilde toch meer. Herken je dat verlangen naar “meer van God” in je eigen leven? Waarom wel of niet?
  7. De preek noemt waarheid, goedheid en schoonheid. Welke van deze drie krijgt volgens jou in jouw geloofsleven of in de kerk meestal de meeste aandacht? Welke misschien te weinig?
  8. Wanneer heb jij voor het laatst iets ervaren van de schoonheid, luister of heerlijkheid van God? Dat kan in een kerkdienst zijn geweest, maar ook ergens anders.
  9. De preek zegt: “Wees minder bezig met jezelf en meer met Jezus.” Wat zou dat komende week heel concreet kunnen betekenen voor jouw dagelijks leven?
  10. Stel dat iemand jou over een jaar zou vragen: “Op welk punt ben jij meer op Jezus gaan lijken?” Wat hoop je dan te kunnen antwoorden?

Werkvormen

De spiegel van Christus

Leg in het midden een spiegel neer. Vraag iedereen om één eigenschap van Jezus te noemen die hem of haar bijzonder aanspreekt (bijvoorbeeld geduld, moed, vrede, vriendelijkheid, trouw). Schrijf deze woorden op kaartjes rondom de spiegel.

Bespreek vervolgens:

  • Welke eigenschap trekt je het meest aan?
  • Welke eigenschap zou je graag sterker weerspiegelen in je eigen leven?

Mozes’ gebed

Lees Exodus 33:18 nog eens hardop. Geef iedereen een kaartje en laat hen de zin afmaken: “Heer, laat mij uw luister zien in…” (bv. mijn gezin, de natuur, mijn gebedsleven, een moeilijke situatie etc.).

Laat wie wil zijn of haar gebed delen en sluit af met gezamenlijk gebed.

Schoonheidsjacht

Laat de groep in tweetallen vijf minuten nadenken over de vraag: “Waar heb jij deze week iets gezien van de schoonheid van God?”

Dat mag gaan over: een ontmoeting, muziek, natuur, een bijbeltekst, een daad van liefde, een moment van vrede, kunst, muziek. enzovoort.

Verzamel alle voorbeelden op een groot vel papier onder de titel: “De luister van de Heer om ons heen”. Bespreek vervolgens hoe aandacht voor schoonheid ons helpt om meer op Christus gericht te leven.