Preek | Open leven 5 – Vrijgevigheid
Lezen: Johannes 6:1-15
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Lieve mensen, wie wel eens auto rijdt, kent vast dat moment waarop er ineens een dashboardlampje gaat branden. Dat overkwam Joke en mij ook eens. Midden op de avond, ergens tussen IJmuiden en Zwolle, begon er een oranje lampje te branden, met het icoontje van een motorblok. Meteen stress natuurlijk. In de handleiding lazen we dat je dan zo snel mogelijk naar de garage moet. En als het lampje knippert, moet je zelfs direct stoppen.
Voorzichtig reed ik verder, veel langzamer dan normaal, bang dat er iets ernstigs zou gebeuren. Maar er gebeurde niets. We kwamen veilig thuis en de volgende dag bleek bij de garage dat er eigenlijk niets aan de hand was.
Dat dashboardlampje dat gaat branden is een mooi beeld voor bezorgdheid. Er gaat ergens vanbinnen een lampje branden. Je voelt spanning in je maag, onrust in je hoofd, stress in je lijf. Je maakt je zorgen. En daar gaat het vandaag over.
Want we hebben allemaal zulke brandende lampjes in ons leven: zorgen over gezondheid, relaties, werk, de toekomst. Daardoor gaat het leven vaak nog wel door, maar het stroomt niet meer. Er ontstaat een blokkade. De vraag is: wat blokkeert die stroom? En hoe vinden we weer vrijheid, vertrouwen en rust?
2
En het is precies dat wat geraakt wordt in de gebedszin die Jezus ons vandaag aanreikt. ‘Gééf ons vandáág het brood dat we nodig hebben.’ Het is de vijfde gebedszin uit het Onze Vader.
De eerste helft van het Onze Vader helpt ons om te leren vertrouwen op God als Vader en om open te staan voor vreugde, hoop en commitment. Daarin is om zo te zeggen een stroom van liefde en vertrouwen op gang gekomen, omdat we ons op God richten.
Maar die stroom van liefde en vertrouwen die kan geblokkeerd raken. En dat kan op drie manieren, ontdekken we als we het Onze Vader leren kennen en leren bidden:
- onze bezorgdheid en onze ervaring van tekort en stress blokkeren de stroom van Gods liefde – Daarom bidden we ‘Geef ons vandaag brood’ en oefenen we ons in Vrijgevigheid
- onze zonden en onze wonden blokkeren de stroom van Gods liefde – Daarom bidden we ‘Vergeef ons onze schulden’ en oefenen we ons in Verzoening.
- onze onmacht en onze overmoed in de geestelijke strijd die er is blokkeren de stroom van Gods liefde – Daarom bidden we ‘Breng ons niet in beproeving’ en oefenen we ons in Alertheid.
Vrijgevigheid is vandaag dus het sleutelwoord om die bede over het brood te begrijpen.
3
Daarom lazen we dat verhaal over die vijf broden en die twee vissen, over al die mensen die te eten moeten krijgen, maar er is niks. En dan gebeurt er een wonder. Geen genezing deze keer. Geen blinde die weer kan zien. Geen lamme die weer kan lopen.
Maar wat wel? Het wonder van de overvloed van God waar mensen alleen maar tekort en schaarste zien. Kan God dit wonder ook vandaag nog doen?
Ik vind het een indrukwekkend verhaal. Alle aandacht is gefocust op Jezus, Jezus alleen. Jezus die Gods nieuwe wereld laat zien, het koninkrijk van de hemel zichtbaar maakt op aarde. De mensen komen naar hem toe. Ze hadden gezien welke wondertekenen hij bij zieken deed. Jezus gaat de berg op. En als Jezus een berg op gaat, dan moet je goed opletten. Dan gaat hij belangrijke dingen zeggen (zoals de Bergrede). Of er gebeurt iets heel bijzonders (zoals de verheerlijking op de berg). Wat gaat er nu voor bijzonders gebeuren?
‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ En om een lang verhaal kort te maken: er is een jongen met vijf broden en twee vissen. Vijf plus twee, dat is drie keer niks. Er zijn wel vijfduizend mannen (daar mag je de vrouwen en kinderen dus nog bij optellen). Heel veel mensen dus. ‘Er was daar veel gras’ – leuk detail dat genoteerd wordt door Johannes. Maar er is maar weinig eten, heel weinig, drie keer niks.
‘Wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?’ Andreas zegt wat iedereen denkt. Jezus’ leerlingen zien schaarste, gebrek, tekort, het is allemaal maar niks. Dat gevoel kan ons ook weleens overvallen. In je eigen leven: wat stelt het nou allemaal voor? In de kerk: wat blijft ervan over? In de samenleving: het is allemaal maar treurig en weinig hoopgevend.
Herken je dat? Er is te weinig van dit, te weinig van dat, te weinig liefde, te weinig geld, te weinig oprechtheid, te weinig steun, te weinig brood.
4
Het wordt stil. Iedereen gaat zitten. En wat doet Jezus? ‘Hij sprak het dankgebed uit’. Hij dankte God! Misschien had Jezus wel in gedachten wat Paulus later een keer zei: ‘Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden’ (Filippenzen 4:6).
Jezus begínt met danken. Waarom kan hij dat doen? Omdat hij zijn Vader heeft leren kennen als een vrijgevige God. Dat woord dat we nu centraal stellen, Vrijgevigheid, dat is zo’n ongelooflijk belangrijke karaktertrek van God. Hij is vrijgevig. Hij is gul, hij gééft graag.
Dat is wat dit verhaal laat zien. En daarom spreekt Jezus de dankzegging uit. ‘Dank u God, U die een gevende en gulle God, wat een genade, wat een goedheid. Ik heb U leren kennen als een vrijgevige God, een God niet van schaarste en tekort maar van overvloed. Here, zegen deze spijze. Amen.’
En dan gaat Jezus brood breken. En hij kan niet ophouden. Hij gaat maar door. Gods gulle vrijgevigheid in actie. Een en al overvloed. Zie je het voor je? In het verhaal? En gaan je ogen ook al een beetje open voor die vrijgevigheid van God? Begin je misschien al iets te zien van je eigen mentaliteit van schaarste? ‘Wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?’ Klonk het daar en toen.
5
En nu? Dit is te weinig. Dat is niet goed. Daar is gebrek aan. Hier zijn we bezorgd over. Allemaal brandende dashboardlampjes die stress geven en die de stroom van Gods liefde in ons leven en in ons gemeente zijn blokkeren.
Misschien brandt er bij jou op dit moment echt zo’n dashboardlampje. Niet denkbeeldig, maar echt. Een ziekte. Een conflict. Financiële zorgen. Een kind waar je wakker van ligt. Een huwelijk dat onder spanning staat. Dan zegt Jezus niet: ‘Stel je niet aan.’ Hij zegt: ‘Kom ermee naar mijn Vader. Vraag Hem om het brood dat je vandaag nodig hebt.’
Want Jezus zegt ook in datzelfde Johannes-evangelie: “Ik ben gekomen om het leven te geven in al zijn volheid. Leven in overvloed! Ik ben de goede herder”.
Het verhaal vertelt: ‘Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden. Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’’ Wat een overvloed! En wat zeggen de mensen? ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’ Ja, hij is die profeet. Een profeet is iemand die visioenen van God heeft gezien en een stem van de troon heeft gehoord.
Dit is het visioen: ‘Er is meer dan genoeg, want God is een God van overvloed.’ Zie je het voor je? En dit is de stem van de troon: ‘Vraag mij wat je nodig hebt en ik geef het je’. Hoor je de stem?
Dat betekent niet dat er altijd genoeg gezondheid is, genoeg geld of genoeg succes. Maar wel dat er in Christus altijd genoeg genade is. Genoeg liefde. Genoeg hoop. Genoeg kracht voor vandaag.
Ja, dit is een plaatje van Gods koninkrijk, van de Heilige Geest die aan het werk is, hij is een Geest van overvloed, van Jezus die niet kan ophouden met uitdelen, van mensen die verrast zijn door de genade van een gulle God die een en al vrijgevigheid en gastvrijheid is.
6
‘Geef ons altijd dat brood’ zeggen de mensen even later. We hebben dat net niet gelezen maar het verhaal gaat in Johannes 6 nog een heel stuk verder. ‘U moet – zegt Jezus – geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven’.
En de mensen reageren: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ ‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft.’ Wij leren Gods vrijgevigheid alleen maar kennen en vervolgens ook in de praktijk brengen als we geloven in Jezus. In Jezus alleen. ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden de mensen toen. Zeggen wij het ook? Zeg ik het ook? Zeg jij het ook? ‘Geef ons altijd dat brood, Heer’. ‘Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.’
Geef ons vandaag Jezus.
Geef ons vandaag de Jezus die we nodig hebben.
Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn vrijgevigheid – en al het andere zal je ook nog gegeven worden.
Eigenlijk weten wij vaak helemaal niet zo goed wat we nodig hebben. Ja, we hebben gezondheid nodig. We hebben bevestiging nodig. We hebben financiële middelen nodig. We hebben welvaart nodig. We hebben geluk nodig. We hebben acceptatie en bevestiging nodig. We hebben het nodig om nodig te zijn. We hebben veiligheid nodig. We hebben verandering nodig.
Maar wat we het allerdiepst nodig hebben, dat zijn we soms zomaar kwijt. We hebben Jezus nodig, We hebben genade nodig. We hebben liefde nodig en hoop. We hebben Gods vrijgevigheid nodig. Hoe krachtiger en serieuzer en doordachter en doorleefder we gaan bidden ‘Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben’, hoe meer we zullen ontvangen wat God ons wil geven in welke situatie we ook zijn.
7
Vrijgevigheid. Gods vrijgevigheid. Die ontdekken we als we bidden. Jezus nodigt ons daarom uit in de binnenkamer. Daar raakt God ons in ons hart. Daar gaan onze ogen open voor Gods koninkrijk en zijn vrijgevigheid.
Maar we blijven niet in die binnenkamer, we gaan de buitenwereld in, om hoop te verspreiden, de wereld van ons dagelijkse leven op ons werk, in onze huizen, in de buurt waar we wonen, in de kerk ook. Hoe kunnen we daar aanwezig zijn vanuit Gods vrijgevigheid? Hoe kunnen we vrijgevige mensen worden die daarin op Jezus lijken?
Ik vond deze mooie omschrijving van vrijgevigheid:
“Vrijgevigheid is anderen iets geven dat voor jezelf waarde heeft. Je geeft opgewekt, zonder er iets voor terug te verwachten. Ieder geschenk geeft dubbel geluk: het geeft blijdschap aan de gever en aan de ontvanger.”
Hoe kun je vrijgevig zijn?
- Geef tijd en aandacht aan mensen die je tegenkomt door oprecht naar hen te luisteren.
- Gun je broeder en je zuster in de gemeente, bij alle verschil die je misschien ook ervaart, de gulle genade van God.
- Geef geld voor een goed doel. Meer dan je gewoonlijk zou doen.
- De Geest is een Geest van overvloed. Deel uit van de geestelijke gaven die je ontvangen hebt; zet je gaven in voor de opbouw van de gemeente.
- Geef spullen weg. Spullen die je niet meer nodig hebt. Maar ook spullen die nog steeds waarde voor je hebben, maar waar een ander toch meer gebaat bij is dan jij.
Geloof in de vrijgevigheid van God. Bid de woorden van Jezus die je laten groeien in vrijgevigheid. Laat de Geest je leiden om in de praktijk van elke dag vrijgevig te leven.
