Lezen: Psalm 103:1-5 en 12-14

Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


1

We gaan straks het avondmaal vieren. Daar bereiden we ons op voor. Want wat betekent dat nu: avondmaal vieren?

Graag wil ik nog een keer met jullie stilstaan bij die woorden van 2 Korintiërs 3:18. Zullen we ze nog een keer samen hardop zeggen?

Wij allen die met onbedekt gezicht
de luister van de Heer weerspiegeld zien,
zullen door de Geest van de Heer meer en meer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Ik wil met jullie apart stilstaan in deze dienst bij die woorden ‘met onbedekt gezicht’. Jullie herinneren je vast nog die reflector van vorige keer. Die geeft zelf geen licht, maar kan wel het licht dat erop schijnt weerspiegelen.

Maar zo’n reflector werkt natuurlijk niet als er iets voor zit, of als die vuil is geworden. Met een ónbedekt gezicht kunnen  we de glorie van Jezus zien en weerspiegelen. Maar als ons gezicht bedékt is, kan dat niet.

2

Waardoor kan ons gezicht bedekt zijn? Wat kan er tussen jou of mij en Jezus in zitten waardoor zijn licht je niet bereikt?

Misschien denk je nu: waar hebben we het dan over? Ik denk aan dingen die tussen jou en Jezus in kunnen komen te staan. Dingen die je zicht op Hem vertroebelen. Misschien herken je wel iets van het volgende.

  • Je hebt ruzie gehad met iemand en eigenlijk weet je dat jij degene bent die sorry moet zeggen. Maar je doet het niet.
  • Je hebt gelogen om jezelf beter voor te doen.
  • Je draagt al jaren een teleurstelling met je mee waar je nooit echt mee naar Jezus bent gegaan.
  • Je voelt je afgewezen door iemand op wie je vertrouwde.
  • Je bent op je telefoon bezig met dingen waarvan je diep van binnen wel weet dat ze je niet dichter bij Jezus brengen.
  • Je bent voortdurend bezig met wat anderen van je vinden.
  • Je bent steeds op zoek naar bevestiging: vinden mensen mij leuk, ben ik goed genoeg?
  • Je merkt dat boosheid je steeds opnieuw in zijn greep krijgt.

Dat zijn allemaal dingen die tussen jou en Jezus in kunnen komen te staan. Niet omdat Jezus weggaat. Maar omdat er een bedekking voor je gezicht komt.

3

En waarom is het avondmaal nu zo bijzonder? Aan het avondmaal vieren we eigenlijk dit: met alles wat tussen jou en Jezus in zit, kun je naar Hem toe gaan. Want Hij wil het wegnemen. Dat noemen we ook wel: genade. We verlangen naar genade.

En hier ontdekte ik zelf iets belangrijks. Vroeger dacht ik eigenlijk dat dit allemaal onder dezelfde noemer viel: zonde. Maar dat klopt niet helemaal. Sommige dingen zijn inderdaad zonden. Dingen die wij verkeerd hebben gedaan. Daarvoor hebben we vergeving nodig.

Maar sommige dingen zijn geen zonden. Sommige dingen zijn wonden. Pijn die ons is aangedaan. Gebeurtenissen die littekens hebben achtergelaten in onze ziel. Nare ervaringen die soms voelen als een trauma. Dat is trouwens het grieks woord voor wond: trauma. Dat Griekse woord trauma betekent: wond, letsel, verwonding, beschadiging. En weet je: daarvoor heb je geen vergeving nodig. Daar heb je iets anders voor nodig: genezing. Een wond kun je niet vergeven. Een zonde wel. Maar een wond niet. Die heeft genezing nodig.

Maar er is nog een derde categorie. Sommige dingen zijn geen zonden. Sommige dingen zijn geen wonden. Sommige dingen zijn bonden. Dat is misschien een wat ongebruikelijk woord, maar het levert wel een mooi rijtje van drie op: zonden, wonden, bonden. Het gaat om dingen die je gevangen houden. Dingen waar je steeds weer in terechtkomt. Dingen waarvan je diep van binnen weet: eigenlijk zou ik vrij willen zijn, maar het lukt me niet. Het heeft te maken met verslavende patronen in je leven. En daar heb je vooral bevrijding nodig.

Voor zonden is er vergeving.
Voor wonden is er genezing.
Voor bonden is er bevrijding.

En dat is allemaal diezelfde genade. Drievoudige genade.

Het rijmt wat mij betreft op Psalm 103:

Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen,
Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde,
Hij overlaadt u met schoonheid en geluk,
uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

En daarom gaan we straks aan tafel: vieren dat er vergeving is, en genezing, en bevrijding. Dan zien we weer de schoonheid van God die ons geluk brengt. Dan ontvangen we vernieuwing en gebeurt er wat God belooft: dat wij weer met onbedekt gezicht, de luister van de Heer kunnen zien.

En terwijl we naar Hem kijken, en zijn genade ervaren, verandert Hij ons. 

Laten we nu zingen: Door uw genade, Vader.

4 

[tafel 1] Lieve mensen, we verlangen naar genade. Aan deze eerste tafel vieren we de vergeving van onze zonden.

Misschien draag je iets met je mee waarvan je weet: dit was niet goed. Een woord dat je niet had moeten zeggen. Een keuze waar je spijt van hebt. Een ruzie die nog niet is uitgepraat. Een leugen. Een harde houding. Een zonde.

Het bijzondere van het evangelie is dat Jezus niet wacht totdat wij het zelf hebben opgelost. Hij nodigt ons uit om te komen zoals we zijn. 

Aan deze tafel hoeven we niet te doen alsof alles goed gaat. We hoeven ons niet mooier voor te doen dan we zijn. We mogen eerlijk zijn voor God. 

Want hier horen we het goede nieuws: er is vergeving. Jezus gaf zijn lichaam voor ons. Hij vergoot zijn bloed voor ons. Niet omdat wij erom vroegen. Maar omdat Hij genadig is.

Misschien wil je in stilte één ding noemen waarvoor je vergeving nodig hebt. (…) Leg het neer bij Jezus.

“Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen.” (1 Johannes 1:9) 

Ontvang zijn genade.

Het brood dat wij breken wijst naar het lichaam van Christus. Neem, eet, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn lichaam gegeven heeft om al onze zonden te vergeven.

De beker van de dankzegging wijst naar het bloed van Christus. Neem de beker, drink eruit, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn kostbare bloed vergoten heeft om al onze zonden te vergeven.

[tafel 2] Lieve mensen, we verlangen naar genade. Aan deze tweede tafel vieren we de genezing van onze wonden.

Niet alles wat wij meedragen is schuld en zonde. Sommige dingen zijn ons aangedaan. Woorden die pijn deden. Afwijzing. We dragen verdriet mee. Verlies. Teleurstelling. Trauma. Eenzaamheid.

Soms dragen we zulke wonden jarenlang met ons mee. Misschien zien andere mensen ze niet eens. Maar wij voelen ze wel. 

Jezus kent zulke pijn. Hij werd afgewezen. Hij werd verraden. Hij werd bespot. Hij werd verwond. Hij is de Gewonde Genezer. 

Misschien denk je op dit moment aan een plek in jouw leven die nog pijn doet. Een herinnering. Een litteken. Een gebeurtenis. Je hoeft het niet weg te drukken.  Je hoeft het niet op te lossen. Breng het eenvoudig bij Jezus.

Want waar zijn liefde binnenkomt, kan genezing beginnen.

Misschien niet ineens. Genezing kost tijd. Beetje bij beetje kan het wat beter worden. Maar de genade van Jezus is er ook voor onze gewondheid. Hij stierf ook om ons te genezen.

“Hij geneest wie gebroken zijn van hart, Hij verzorgt hun diepe wonden. Ontvang zijn genade.”

(Het brood dat wij breken wijst naar het lichaam van Christus. Neem, eet, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn lichaam gegeven heeft om ons genezing te brengen voor onze wonden.

De beker van de dankzegging wijst naar het bloed van Christus. Neem de beker, drink eruit, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn kostbare bloed vergoten heeft om ons genezing te brengen voor onze wonden.)

6 

[tafel 3] Lieve mensen, we verlangen naar genade. Aan deze derde tafel vieren we de bevrijding van onze bonden.

Soms zijn er dingen die ons gevangen houden. Patronen waarin we steeds terugvallen. Gewoonten waar we niet los van komen. Angsten die ons beheersen. Piekeren dat maar doorgaat. De voortdurende behoefte om door anderen gezien en gewaardeerd te worden.

Misschien weet je precies waar het in jouw leven over gaat. Je hebt het al zo vaak geprobeerd. Je hebt jezelf beloofd dat het anders zou worden. Maar telkens kom je weer op hetzelfde punt terecht. Je voelt je een gevangene en je weet niet hoe je vrij komt.

Juist dan klinkt het evangelie. Jezus zegt niet: red jezelf maar, bevrijd jezelf uit je gevangenis. 

Hij zegt: kom naar Mij. Laat je leiden door mijn Geest. “Want waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.” (2 Korintiërs 3:17)

Vrijheid betekent niet dat alle strijd vandaag voorbij is. Vrijheid betekent dat je begint te geloven dat Christus sterker is dan wat jou gevangen houdt. Hij opent deuren die wij zelf niet open krijgen. Hij maakt los wat vastzit. Hij brengt licht waar duisternis was.

“Ach HEER, ik ben uw dienaar, U hebt mijn boeien verbroken.” (Psalm 116:16)

Laat daarom ook je bonden aan hem zien. Dat waar jij een gevangene van bent, waar je verslaafd aan bent geraakt. En geloof dat Jezus naar je toekomt en je begint te bevrijden van al je angsten en gebondenheden. Ontvang zijn genade.

(Het brood dat wij breken wijst naar het lichaam van Christus. Neem, eet, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn lichaam gegeven heeft om ons van al onze bonden te bevrijden.

De beker van de dankzegging wijst naar het bloed van Christus. Neem de beker, drink eruit, gedenk en geloof dat onze Heer Jezus Christus zijn kostbare bloed vergoten heeft om ons van al onze bonden te bevrijden.)


Gespreksvragen

  1. Wat spreekt jou het meest aan in het beeld van het “onbedekte gezicht” uit 2 Korintiërs 3:18, en waarom?
  2. Welke dingen kunnen volgens jou vandaag de dag tussen mensen en Jezus in komen staan? Herken je daar iets van in je eigen leven?
  3. De preek maakt onderscheid tussen zonden, wonden en bonden. Welke van deze drie begrippen helpt jou het meest om je eigen leven beter te begrijpen?
  4. In 2 Korintiërs 3:18 staat dat we veranderen door naar de luister van de Heer te kijken. Wat betekent dat concreet voor jouw dagelijkse geloofsleven?
  5. Psalm 103 noemt vergeving, genezing en vernieuwing. Welke van deze drie gaven van God heb jij op dit moment het meest nodig?
  6. De preek zegt: “Een wond kun je niet vergeven, die heeft genezing nodig.” Wat vind je van die uitspraak?
  7. Kun je een situatie noemen waarin je Gods genade hebt ervaren als vergeving, genezing of bevrijding?
  8. Welke “bonden” komen we volgens jou tegenwoordig veel tegen in onze samenleving? Denk bijvoorbeeld aan sociale media, perfectionisme, angst, bevestigingsdrang.
  9. Stel dat je één van de drie avondmaalstafels het meest nodig zou hebben gehad op het moment dat je de preek hoorde. Welke tafel zou dat zijn geweest en waarom?
  10. Als je de boodschap van deze preek in één beeld zou moeten samenvatten (bijvoorbeeld een reflector, een wond, een open deur, een bevrijde gevangene), welk beeld kies je dan?

Werkvorm 1 – De drie kaarten

Leg drie kaarten op tafel met daarop:

  • Vergeving (zonden)
  • Genezing (wonden)
  • Bevrijding (bonden)

Laat iedereen in stilte kiezen welke kaart het meest aansluit bij zijn of haar leven op dit moment. Vervolgens deelt ieder (voor zover hij of zij wil) waarom juist deze kaart werd gekozen. Sluit af met een kort gebed voor elkaar.

Werkvorm 2 – Wat bedekt mijn gezicht?

Geef iedereen een klein papiertje. Schrijf daarop één ding dat volgens jou het zicht op Jezus vertroebelt. Dat kan iets zijn wat je hebt gedaan, iets wat je is aangedaan, of iets dat je gevangen houdt.

Leg alle papiertjes (anoniem) in het midden van de groep. Lees er enkele voor en bespreek:

  • Welke patronen zien we?
  • Wat zegt dit over onze verlangens?
  • Welke vorm van genade is hier nodig: vergeving, genezing of bevrijding?

Sluit af door de papiertjes symbolisch te verscheuren of in een mand te leggen als teken van overgave aan Christus.

Werkvorm 3 – Genade in drie kleuren

Leg drie stiften of vellen papier neer:

  • Rood = vergeving
  • Groen = genezing
  • Blauw = bevrijding

Laat iedereen een woord, zin, symbool of tekening maken bij elke kleur. Bijvoorbeeld:

  • Rood: schoongewassen, nieuw begin
  • Groen: litteken, herstel, troost
  • Blauw: open deur, vrijheid, ademruimte

Bekijk daarna samen het geheel en bespreek:

  • Welke kleur vult zich het snelst?
  • Welke vorm van genade krijgt in onze gemeente misschien te weinig aandacht?
  • Wat leren we hierdoor over het evangelie van Jezus?