Samen toegroeien naar Christus
Lezen: Efeziërs 4:11-16
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Wie van jullie heeft weleens gehoord van de Groene Kathedraal? Dat is een natuurkunstwerk van bomen dat ontworpen is door de kunstenaar Marinus Boezem. In 1987 werden bij Almere 178 Italiaanse populieren geplant volgens de exacte plattegrond van de beroemde kathedraal van Reims in Frankrijk. Geen stenen muren, geen glas-in-lood, geen torens. Alleen bomen.
Ik ben er nog nooit geweest, maar dit staat nu op mijn bucketlist (met overigens maar één item momenteel). De Groene Kathedraal bij Almere bezoeken. Ik hoop er een keer rond te lopen en iets van de ruimte en schoonheid en verwondering te ervaren van zo’n kathedraal van bomen.
Zoals jullie weten heb ik recent interesse opgevat voor bomen (misschien moet ik zelfs over liefde spreken). En dat leidt ook tot het lezen van allerlei boeken over bomen (ik combineer dus twee liefdes: voor boeken en voor bomen).
Even drie titels, om jullie nieuwsgierigheid te prikkelen: ‘Het zuchten van bomen’, ‘Boomtijd’ en ‘Het verborgen leven van bomen’.
Met name dat laatste boek laat op verrassende manier zien hoe in een bos er allerlei verbindingen zijn tussen bomen. Bomen staan niet maar allemaal los naast elkaar. Onder de grond raken hun wortels elkaar. Via schimmelnetwerken onder de grond sturen ze voedingsstoffen door naar zwakkere bomen, naar jonge exemplaren die nog niet genoeg licht vangen. Een bos is blijkbaar veel meer dan een verzameling individuele bomen. Het is een levende gemeenschap.
2
En daar gaat het in deze preek ook over. Want het gaat over de kerk en over de groei en opbouw van de kerk. En nu we vandaag nieuwe ambtsdragers en pastoraal bezoekers ontvangen, is het belangrijk om er samen bij stil te staan wat de kerk eigenlijk is, waarvoor we kerk zijn en hoe we dat samen doen.
In het Nieuwe Testament worden daar verschillende beelden voor gebruikt. Twee belangrijke zijn die van de kerk als een gebouw (een huis dat gebouwd wordt, een tempel met stenen en een fundament); en als een akker (waar gezaaid, geplant en begoten wordt).
Ik heb thuis nog een ander boek staan. Dat gaat over gemeenteopbouw. En het heeft als titel: Boeren en bouwvakkers. Dat zijn de bijbelse beroepen die horen bij deze twee verschillende vormen van gemeenteopbouw.
De bouwvakker denkt aan fundamenten, stenen, opbouw en structuur. De boer denkt aan zaaien, verzorgen, geduld hebben en groeien. En vandaag zou ik daar graag dus een derde beeld aan willen toevoegen: de boswachter.
De boswachter let op het geheel. Op de verbindingen. Op de gezondheid van het ecosysteem. Op de vraag hoe allerlei verschillende bomen samen een levend bos vormen. Hoe het staat met de biodiversiteit? Maar ook met aandacht voor de individuele bomen en welke rol ze in het geheel van het bos spelen.
Wat mij betreft hebben we in de kerk boeren nodig, en bouwvakkers en boswachters, die allemaal op hun eigen manier bijdragen aan de opbouw en de groei van de gemeente.
Welke spreekt jou het meeste aan? Wie zegt: boer? Wie zegt: bouwvakker? Wie zegt: boswachter?
2
En als we nu naar Efeziërs 4 gaan, dan komen we nog een belangrijk beeld voor de kerk tegen: de kerk als lichaam. Hoofd, armen, benen, buik, voeten, handen. Een lichaam met allerlei verschillende delen die allemaal hun eigen functie hebben.
Opvallend genoeg levert de Bijbel bij dit beeld geen bijpassend beroep. Bij een akker denk je meteen aan een boer. Bij een gebouw aan een bouwvakker. Bij een bos aan een boswachter. Maar bij een lichaam? In onze tijd zouden we misschien denken aan een fysiotherapeut. Of een dokter. Of een verpleegkundige. Of misschien zelfs een personal trainer. Allemaal weer fascinerende perspectieven op hoe we na kunnen denken over kerk zijn.
Maar Paulus kiest een andere richting. Hij heeft het niet over degene die voor het lichaam zorgt. Hij heeft het over het hoofd van het lichaam. Bij het lichaam hoort hier een hoofd. Christus is het hoofd! En Paulus legt hier alle nadruk op: kerk zijn gaat over groeien en opgebouwd worden met één heel duidelijke richting: Christus. En ik wil uit de gelezen verzen met name drie dingen naar voren halen. En bij het derde kom ik ook weer terug op de boeren, de bouwvakkers en de boswachters.
3
Eerst wil ik met jullie deze woorden proeven uit vers 13. Bij kerk zijn gaat het erom dat we “een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.” En ik snap dat je dan even denkt: waar heeft Paulus het over?
De brief aan de Efeziërs, die we in de belijdenisgroep gelezen hebben het afgelopen seizoen, is een brief waarin het volop over de kerk gaat. En als het over de kerk gaat, gaat het over Christus.
Wist je trouwens waar het woord ‘kerk’ vandaan komt? Van het griekse woord ‘kuriakè’. Daarin herkennen we ons woord kerk: ‘kuriakè’ > kerk. ‘Wat van de Heer is’. Dat betekent dat woord. Kerk is ‘wat van de Heer is’. In de kerk spreekt alles van Christus. Christus is alles in de kerk.
En Paulus zegt dus dat ‘de volheid van Christus’ het doel is van de kerk die een eenheid vormt.
Dit zijn van die woorden die wat mij betreft prachtig klinken, maar die je niet direct gebruikt bij de koffie na de kerkdienst. Dan zeg je niet tegen je gesprekspartner: “Ik ben vandaag weer een stukje dichter gekomen bij de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.”
Heel eenvoudig gezegd bedoelt hij dit: het doel van de gemeente is dat Christus steeds meer zichtbaar wordt onder ons. Dat wij steeds meer gaan lijken op Jezus. Niet alleen ieder voor zich, maar samen. Want Paulus schrijft niet over losse christenen. Hij schrijft over een gemeenschap van mensen waarin Christus gestalte krijgt.
De volheid van Christus wordt zichtbaar wanneer liefde groeit. Wanneer vergeving groeit. Wanneer vertrouwen groeit. Wanneer mensen zich veilig weten. Wanneer we luisteren naar Gods stem. Wanneer we elkaar dienen. Wanneer we elkaar helpen om Jezus te volgen.
Opvallend is hoe vaak Paulus hier het woord ‘vol’ gebruikt. Hij spreekt over de volmaakte mens, de volle wasdom, de volheid van Christus en straks ook over volledig toegroeien naar Christus. Dat moeten we goed tot ons laten doordringen.
Paulus had ook kunnen zeggen dat er hier en daar iets van Christus zichtbaar wordt. Een beetje liefde. Een beetje geloof. Een beetje hoop. Maar hij gebruikt grote woorden. Overvloedige woorden. De volheid van Christus stroomt over in zijn gemeente.
Niet omdat wij zulke geweldige mensen zijn, maar omdat Christus zo groot is. Christus stroomt over van goedheid, waarheid en schoonheid.
We zijn vaak meer bezig met onze volle agenda’s, volle mailboxen en volle hoofden dan met de volheid van Christus. Maar dáár gaat het Paulus om. De volheid van Christus.
En als we een eenheid willen vormen, dan zit die eenheid niet allereerst in het feit dat we het overal over eens zijn. Die eenheid ligt in onze gezamenlijke bewondering voor Christus. Voor zijn volheid. Voor zijn liefde, zijn vrede en zijn vreugde.
Misschien is het daarom wel mooi om aan de drie V’s van onze gemeente een vierde toe te voegen: de V van Volop.
Volop veiligheid. Volop verbinding. Volop vreugde.
Als we Paulus mogen geloven, en er zijn goede redenen om dat te doen, dan krijgen wij door mee te doen in de kerk volop deel aan de volheid van Christus.
4
Als tweede wil ik kort stilstaan bij het tweede deel van vers 15: “Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus.”
Die zin betekent veel voor me, omdat het jarenlang het motto was (en nog steeds is) van de Plantagekerk in Zwolle: Samen volledig toegroeien naar Christus. Wat een prachtige samenvatting van kerk-zijn is dit eigenlijk!
Samen. Volledig. Toegroeien. Naar Christus. Elk woord telt.
Samen. Want niemand volgt Jezus alleen. Natuurlijk, geloof heeft ook een persoonlijke kant. Je bidt zelf. Je leest zelf. Je maakt zelf keuzes. Maar groeien doen we samen. Zoals bomen in een bos samen groeien. Zoals delen van een lichaam samen functioneren.
Volledig. Dat betekent: in alle opzichten. Christus wil niet alleen iets betekenen voor ons geloof op zondagmorgen. Hij wil ons hele bestaan aanraken. Ons hoofd, ons hart en onze handen. Onze gedachten. Onze emoties. Onze relaties. Onze keuzes. Ons werk. Onze vrije tijd. Ons omgaan met geld. Ons omgaan met conflicten. Ons omgaan met vreugde en verdriet. Alles. Want het koninkrijk van God is overal.
Toegroeien. Dat is een prachtig woord. Paulus zegt niet dat we er al zijn. Hij zegt niet dat we af zijn. Groei kost tijd. Dat zie je in de natuur. Maar het geldt net zo goed voor de kerk. Groei in genade, geduld, geloof – het kost tijd, maar er gebeúrt wel echt wat.
En het doel van die groei is Christus. Niet succes. Niet grotere aantallen. Niet een perfecte organisatie. Christus. Christus alleen. Christus in al zijn volheid. Dat wij steeds meer gaan denken zoals Hij denkt. Liefhebben zoals Hij liefheeft. Kijken zoals Hij kijkt. Leven zoals Hij leeft. Dat proces zal op aarde nooit voltooid zijn. Maar het is wel de richting waarin de Geest ons telkens weer uitnodigt: samen volledig toegroeien naar Christus.
5
En dan het derde stukje om bij stil te staan. Paulus schrijft: “Het hele lichaam krijgt samenhang, en wordt ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt op eigen wijze bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.”
Dat is belangrijk: “Ieder deel draagt op eigen wijze bij.” Kijk we ontvangen nieuwe ambtsdragers en pastoraal bezoekers. En dan kun je misschien denken: mooi dat zij het werk gaan doen. En het is waar dat ze een eigen rol hebben. Paulus gebruikt het beeld van de gewrichtsbanden denk ik om dat duidelijk te maken.
Gewrichtsbanden verbinden verschillende delen van het lichaam met elkaar. Ze zorgen voor samenhang. Ze geven stevigheid. Ze maken beweging mogelijk. Zo mogen ambtsdragers, pastoraal bezoekers en andere gemeenteleden met een speciale rol in de gemeente mensen met elkaar verbinden, de samenhang bevorderen en ruimte scheppen voor gezonde groei.
Maar let dus goed op: “Ieder deel draagt op eigen wijze bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.”
Niemand is overbodig. Niemand kan gemist worden. En ieder draagt op eigen wijze bij. Want we zijn één lichaam. We vormen vanuit Gods perspectief een eenheid. Maar we mogen dus wel ieder op eigen wijze – gewoon als gemeentelid, of als ambtsdragers of pastoraal bezoeker, en in welke andere taak of rol je misschien in de gemeente ook hebt – meedoen in de opbouw, in het groeien.
Misschien dat die drie beelden die ik aan het begin van de preek introduceerde je een beetje kunnen helpen om te kijken hoe jij dat wilt invullen.
Want als Christus vandaag naar ons kijkt, hoe willen wij, hoe jij dan bijdragen aan die groei? Als bouwvakker? Als boer? Als boswachter?
Sommigen van ons zijn meer bouwvakker. Zij hebben oog voor wat stevig en betrouwbaar is. Ze houden van structuur. Van organiseren en aanpakken. Zij hebben speciaal oog voor het fundament.
Anderen zijn meer boer. Zij begrijpen dat groei tijd nodig heeft. Zij kunnen geduldig investeren in mensen. Zij zaaien en planten en begieten, ze moedigen aan, geven vertrouwen, bidden en wachten.
En weer anderen zijn meer boswachter. Zij hebben oog voor het geheel. Ze koesteren elke boom. Ze letten erop of de biodiversiteit in de gemeente op peil blijft. Zij brengen mensen bij elkaar. Zij helpen om van een verzameling individuen een gemeenschap te maken.
Ik nodig jullie vooral uit om die beelden van de bouwvakker, de boer en de boswachter ook zelf eens wat te onderzoeken.
6
En dan het laatste woord? Wat moet het laatste woord zijn, en ik denk ook het eerste? Dat is: ‘de liefde’.
De liefde is het fundament. De liefde is het doel. De liefde is de sfeer. De liefde is de drijvende kracht. De liefde geeft verbinding. De liefde gaat nooit verloren.
Laten we dit samen beamen door te zingen: Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn.
Gespreksvragen
- Welke zin of gedachte uit de preek bleef het meest bij je hangen, en waarom?
- Welk beeld uit de preek spreekt jou het meeste aan: het gebouw, de akker, het bos of het lichaam? Waarom juist dat beeld?
- Paulus schrijft in Efeziërs 4:13 over „de volheid van Christus”. Wat zie jij dan voor je? Waar zie jij daar iets van terug in een gemeente?
- In Efeziërs 4:15 staat: „door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben”. Waarom denk je dat Paulus waarheid en liefde zo nadrukkelijk bij elkaar houdt?
- De preek zegt dat eenheid niet allereerst betekent dat we het overal over eens zijn, maar dat we samen Christus bewonderen. Wat vind je van die gedachte?
- Waar merk jij in je eigen leven dat je nog aan het „toegroeien” bent naar Christus?
- Als je naar de drie rollen kijkt – bouwvakker, boer en boswachter – welke past het beste bij jou? Kun je daar een voorbeeld van geven?
- Wanneer heb jij in een geloofsgemeenschap ervaren dat mensen elkaar hielpen groeien in geloof, hoop of liefde?
- De preek spreekt over „volop veiligheid, volop verbinding en volop vreugde”. Welke van die drie heeft volgens jou op dit moment de meeste aandacht nodig in een gemeente?
- Paulus schrijft dat „ieder deel op eigen wijze bijdraagt” aan de groei van het lichaam. Welke bijdrage denk jij dat God jou geeft om in te brengen?
Werkvorm 1: bouwvakkers, boeren en boswachters
Leg drie grote vellen neer met de woorden Bouwvakker, Boer en Boswachter.
Laat iedereen rondlopen en bij elk vel opschrijven:
- welke kwaliteiten daarbij horen;
- welke mensen in de gemeente zij daarbij herkennen;
- wat er zou ontbreken als die rol wegvalt.
Bespreek daarna: Welke rol krijgt vaak veel aandacht? Welke misschien te weinig?
Werkvorm 2: De volheid van Christus
Leg in het midden een groot vel papier met in het centrum de naam CHRISTUS.
Laat groepsleden daaromheen woorden schrijven die in de preek genoemd werden: liefde, vergeving, vertrouwen, vrede, veiligheid, vreugde, dienstbaarheid, luisteren, enzovoort.
Bespreek vervolgens:
- Welke van deze kenmerken zien we al duidelijk?
- Welke mogen nog verder groeien?
- Wat zou een buitenstaander hiervan moeten kunnen merken?
Werkvorm 3: Het bos van de gemeente
Geef iedereen een papieren ‘boomblad’. Laat ieder op het blad schrijven:
- één gave of kwaliteit die hij of zij wil inzetten;
- één verlangen voor de gemeente;
- één concrete stap voor de komende maand.
Hang alle bladeren samen aan een getekende boom of op een muur.
Kijk daarna samen naar het geheel en sluit af met de vraag: Wat valt je op als je ziet hoeveel verschillende bladeren samen één boom vormen?
