Preek | Zo zend Ik jullie
Lezen: Matteüs 28:16-20 en Johannes 20:19-23
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
Onder de preek vind je gespreksvragen en werkvormn!
1
Ik heb vanmorgen mijn oude Bijbel meegenomen. Hij ziet er niet meer zo mooi uit. Een versleten dundrukbijbel, met achterin het Liedboek voor de Kerken. Er zit een verhaal aan vast.
Ik kreeg deze Bijbel ruim 20 jaar geleden toen ik predikant was in Haarlem. Regelmatig kwam ik daar in het Open Huis, een missionaire plek midden in de wijk Schalkwijk. Daar ontmoette ik Willem. Een zeventiger. Van Willem wist ik eigenlijk maar twee dingen. Hij had heel veel geloof. En hij had heel weinig geld. Op een dag drukte hij deze Bijbel in mijn handen. ‘Die is voor jou.’
Ik voelde me daar eerlijk gezegd wat ongemakkelijk bij. Ik wist immers hoe klein zijn portemonnee was. ‘Willem,’ zei ik, ‘dat kun je toch helemaal niet doen?’ Hij glimlachte alleen maar en zei: ‘Lees de evangeliën maar. Dan begrijp je waarom ik je deze Bijbel gratis kan geven.’
Later ontdekte ik wat hij bedoelde. Deze Bijbel bleek namelijk een misdruk te zijn. Tijdens het drukken was één pagina gewoon vergeten. Weggevallen. Foetsie. Daardoor was de hele oplage onverkoopbaar geworden. Uiteindelijk heeft de uitgever de ontbrekende bladzijde er los tussen geplakt. Daarom zit er nu tussen bladzijde 32 en 33 van het Nieuwe Testament een bladzijde 32a!
En nu komt het frappante. Het ging niet om zomaar een bladzijde. Het ging om het laatste stukje van het Matteüsevangelie. Precies de tekst die we zojuist gelezen hebben: “Ga dan op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen…”. Dat wordt wel De Grote Opdracht genoemd. Precies de Grote Opdracht was letterlijk uit de Bijbel verdwenen.
2
En dat voelde voor mij ook een beetje symbolisch. Want weet je, de kerk vergeet die Grote Opdracht wel eens. We kunnen zo met onszelf bezig zijn, met onze kerkdiensten, ons gebouw, onze contacten, onze grote thema’s – we kunnen zo naar binnen gericht raken, dat we vergeten dat Jezus ons ook naar buiten stuurt, het leven in, de buurt in, de wereld in.
In het Engels heet de Grote Opdracht: ‘The Great Commission’. Iemand schreef eens een boek over het gebrek aan aandacht voor het delen van het evangelie en het maken van nieuwe leerlingen met de titel: ‘The Great Omission’. Dat woord wordt in het Nederlands ook weleens gebruikt. Een omissie is iets dat weggelaten is, of verzuimd om te doen. Een nalatigheid. Die bladzijde die verdwenen was uit de Bijbel.
Nu wil ik vandaag beslist niet in de moppermodus terecht komen over een naar binnen gekeerde kerk die meer naar buiten gericht zou moeten zijn. Helemaal niet omdat er heel wat mensen klaar staan om met het evangelie de buurt in te gaan. De Sportweek hier in De Sterrenbuurt en De Zuidert. En in Rutten is er een vakantiebijbelweek. En vandaag zijn Alke en Nelle van Veelen met hun kinderen Jonathan en Mirthe weer in ons midden die jaren van hun leven gewijd hebben aan missionair werk in Spanje. Ik wil graag jullie en mezelf graag bemoedigen om te groeien in missionair leven, om te groeien in je verlangen om mee te doen in Gods missie.
En toen ik een paar weken geleden nadacht over waar ik dan op deze zondag over zou preken, dacht ik meteen aan Matteüs 28:16-20. Maar afgelopen week ontdekte ik dat ik daar hier in de kerk niet eens zo lang geleden al over gepreekt hád. Op zondag 9 november 2025 (‘Preek | Ga leerlingen maken‘). Had ik zelf niet meer scherp. Best wel een omissie dus.
En daarom wil ik in deze preek vooral stilstaan bij dat andere uitzendmoment van Jezus, op Paasmorgen, waarover we lazen in Johannes 20. Kijk, in Matteüs 28 is Jezus met zijn leerlingen in de buitenlucht, op een berg, waar volop ruimte en licht is. En Hij zegt tegen hen: Go! Ga eropuit, maak leerlingen, doop die leerlingen en leer ze mijn geboden. Go, go go! “Ik zal bij je zijn.” Dat klinkt behoorlijk activistisch! Het woord ‘missie’ of ‘missionair’ zet je misschien ook snel in de actie-stand. En dat is op zijn tijd zeker ook goed. Ga. Ga ervoor.
Maar voor nu vind ik het mooi om de sfeer te proeven van de uitzending van de leerlingen op die Paasmorgen. Daar zijn we in de beslotenheid en intimiteit van een afgesloten ruimte. Een kamer, een zaaltje, de deur is dicht. En wat Jezus daar tegen de leerlingen zei, zegt Hij vandaag tegen ons allemaal. Zeker ook tegen iedereen die de komende week eropuitgaat om in verschillende projecten het evangelie te delen. Waar start je dan? Wat is er dan belangrijk? Wat ga je delen? We gaan het samen ontdekken in Johannes 20:19-23.
3
En ik noem die passage nu voor het gemak even: De Grote Uitzending. En ik zie die als een spirituele verdieping van De Grote Opdracht uit Matteüs 28. Als ik het een beetje plat sla, dan zou je kunnen zeggen dat je in Matteüs vooral hoort: Go, go, go! Maar in Johannes 20 horen we: Ho, ho, ho. Niet te snel in de actiestand. Geef Mij eerst de ruimte om bij je te komen. Laat alles bij Mij beginnen.
Jezus vormt zijn leerlingen eerst om tot missionaire ménsen. Het gaat niet om missionaire acties en strategieën, het gaat niet om missionaire plannen en creatieve ideeën allereerst. Het gaat om jouw mens zijn. Wat leeft er in je hart? Wat is je houding? Wat straal je uit? Waar verlang je naar? Hoe word je een missionair mens?
En ik probeer het in deze 8 zinnetjes samen te vatten. Het viel me op dat in deze paar verzen Jezus steeds het onderwerp is. Niet de leerlingen. Niet hun plannen. Niet hun geloof. Niet hun inzet. Alles begint bij Jezus.
Jezus komt in het midden van de leerlingen.
Jezus zegt: Vrede zij met jullie!
Jezus toont zijn wonden.
Jezus zegt nog eens: Vrede zij met jullie!
Jezus zegt: Ik zend jullie uit.
Jezus blaast over zijn leerlingen.
Jezus zegt: Ontvang de heilige Geest.
Jezus zegt: breng verzoening.
4
Jezus komt in het midden van de leerlingen.
Let eens op hoe het begint. Niet met een opdracht. Niet met een preek. Niet met een strategie. Het begint met de aanwezigheid van Jezus. De deuren zijn gesloten. De leerlingen zijn bang. Hun wereld is klein geworden. Ze hebben zich teruggetrokken. Ze zien op tegen wat er gebeuren gaat.
En dan komt Jezus. Hij wacht niet totdat zij Hem zoeken. Hij wacht niet totdat zij hun angst overwonnen hebben. Hij komt zelf naar hen toe. Hij gaat midden tussen hen in staan. Dichtbij. Je kunt hem aanraken. Dat is misschien wel het eerste geheim van missionair mens zijn. Niet dat wij naar Jezus toe komen, maar dat Jezus naar ons toe komt. Hij wil ook vandaag midden in ons leven komen staan. Midden in onze zorgen en spanningen. En Hij ziet je. Want in Jezus ontmoeten we een God die mensen ziet.
Jezus zegt: ‘Vrede zij met jullie!’
Dat zijn de eerste woorden uit de mond van de Opgestane Heer. Geen verwijt. Hij zegt niet: “Waarom hebben jullie Mij in de steek gelaten?” Zijn eerste woord is: vrede. Dat woord verwijst naar de diepe vrede van God, naar de shalom waarin alles weer op zijn plaats valt. Het is de heelheid waar alle mensen ten diepste naar verlangen, ook mensen die Jezus nog niet kennen.
De leerlingen zijn nog bang daar in dat zaaltje. Ze zijn onrustig en gespannen zoals wij dat om allerlei redenen ook vaak kunnen zijn. Daarom komt Jezus niet met een heel verhaal, geen onderwijs, geen preek. Maar een liefdevolle blik en een woord dat weer hoop en moed geeft. “Vrede zij met jullie.” En als Jezus dat zegt, mag je er ook op vertrouwen dat het niet bij een woord blijft, maar dat het een ervaring wordt.
Dat is ook belangrijk voor missionaire mensen. Dat je eerst bevrijdt wordt van je onrust en je stress en je angst. Want anders draag je die zomaar over op andere mensen in je contact met hen. Ontvang eerst zelf de vrede. Dan kun je die ook uitdelen.
Jezus toont zijn wonden.
Dan gebeurt er iets bijzonders. Jezus laat zijn handen en zijn zij zien. De sporen van het kruis zijn niet verdwenen. De levende Heer draagt nog steeds de littekens van zijn liefde. Dat vind ik ontroerend. Die wonden. Dat Jezus die wonden toont. Tegen Thomas zegt Jezus later zelfs: raak de wonden aan.
Ook onze levens zitten vol wonden. En de mensen die we gaan ontmoeten, ze dragen allemaal hun wonden. En jij zelf, je bent ook gewond. Maar we hoeven onze wonden niet weg te werken om bruikbaar te zijn in Gods Koninkrijk. Jezus verschijnt tussen de mensen niet als iemand die doet alsof er nooit iets gebeurd is. Zijn wonden vertellen het verhaal van zijn liefde. Misschien geldt dat ook voor ons. Juist mensen die zelf weten wat verdriet, verlies of gebrokenheid is, kunnen anderen ook begrijpen. God gebruikt geen perfecte mensen. Hij gebruikt mensen die door zijn genade geheeld worden en vanuit die ervaring liefde kunnen doorgeven.
Jezus zegt nog eens: ‘Vrede zij met jullie!’
Opnieuw spreekt Jezus hetzelfde woord. Dat is geen vergissing. Dat is genade. Soms horen wij iets wel met onze oren, maar is ons hart nog niet zover. Dan moet het nog een keer gezegd worden. Dan kan het verder afdalen van je hoofd naar je hart. En vaak is twee keer ook nog niet genoeg.
Misschien herken je dat wel. Je hebt al zo vaak gehoord dat God van je houdt. Je hebt al zo vaak gehoord dat je vergeven bent. En toch kun je ineens weer vol onrust zitten. Daarom spreekt Jezus zijn vrede opnieuw uit. Want vrede is de bodem waarop al het andere verder kan groeien.
Jezus zegt: Ik zend jullie uit.
En dan komt de uitzending. De Grote Uitzending. Maar luister goed naar dat ene kleine woordje: ‘zoals’. Jezus zegt niet alleen dát Hij ons zendt. Hij zegt vooral hóé. Zoals de Vader Mij gezonden heeft. Hoe kwam Jezus dan? Niet om gediend te worden, maar om te dienen. Niet om te veroordelen, maar om te redden. Niet met dwang, maar met liefde. Niet hoog boven de mensen, maar midden tussen hen.
Dat is onze missie. Wij brengen niet alleen zijn boodschap. Wij weerspiegelen ook iets van zijn manier van leven. Missionair zijn betekent uiteindelijk: steeds meer gaan lijken op Jezus. Zijn gezindheid wordt onze gezindheid. Zijn zending wordt onze zending. “Zo zend Ik jullie.” Om jezelf te geven. Om vrijgevig te zijn. Om gul Gods genade uit te delen.
Jezus blaast over zijn leerlingen.
Dan doet Jezus iets heel bijzonders. Hij blaast over zijn leerlingen. Meteen denk je terug aan het begin van de Bijbel, waar God de mens vormt uit stof en hem de levensadem inblaast. In de Griekse vertaling van het Oude Testament vanuit het Hebreeuws wordt precies hetzelfde werkwoord gebruikt als in Genesis 2. Voor de liefhebber: ἐνεφύσησεν (enephysēsen: inblazen, aanblazen). Hij wil dat we die verbinding zien. Zoals God bij de schepping leven schenkt aan de mens, zo schenkt Jezus hier nieuw leven aan zijn leerlingen. Hier begint als het ware een nieuwe schepping. Jezus geeft zijn eigen adem door.
Dat is prachtig om te zien en mee te maken. Missionair leven begint niet met hard werken, maar met de adem van Jezus die in je wordt geblazen. Hier voel je misschien het best aan hoe belangrijk het is om niet te starten met go, go, go, maar met ho, ho, ho: eerst vertragen, eerst Jezus bij je laten komen, eerst stil worden en eerst de adem van Jezus ontvangen. En dan komt de rest vanzelf.
Jezus zegt: ‘Ontvang de heilige Geest.’
En nu geeft Jezus er ook nog woorden aan. ‘Ontvang de heilige Geest.’ Let op dat woordje ontvangen. Een missionair mens is iemand die eerst kan ontvangen. Je hoeft niet hard je best te doen. Je hoeft niet nog een tandje bij te zetten. Nee: ontvang.
Het Koninkrijk van God begint altijd met ontvangen. Vergeving ontvang je. Liefde ontvang je. Vrede ontvang je. En ook de Geest ontvang je.
Jezus zegt: ‘Breng verzoening.’
En dan klinkt er nog die laatste zin: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.” Dat klinkt een beetje hard en zwart-wit. Maar wat Jezus hier wil zeggen is dit: je bent geroepen om verzoening uit te delen. Want als je dat niet doet, kunnen mensen die vergeving niet ervaren.
Het evangelie gaat erover dat Jezus ons thuis brengt in een wereld waar vergeving is, waar je niet wordt afgerekend op je fouten en tekortkomingen, waar je mag falen en vallen omdat je altijd weer kunt opstaan. Die boodschap vatten we samen in dat ene woord verzoening. En dat brengt ons terug bij die wonden van Jezus, en het kruis van Jezus, en zo steeds opnieuw bij de Geest van jezus die een Geest van verzoening is.
Dan kunnen relaties herstellen, dan kunnen wonden geheeld worden, dan kan genade volop stromen door missionaire mensen heen naar al die mensen die snakken naar verzoening en hoop op een nieuw leven.
5
Laat ik afsluiten met drie heel eenvoudige aanwijzingen. Misschien zijn ze juist daarom zo belangrijk. Zeker voor iedereen die deze week meedoet aan de Sportweek, de Vakantiebijbelweek of een andere missionaire activiteit. Maar eigenlijk gelden ze voor ons allemaal, waar we ook zijn.
- Neem regelmatig Ho, ho, ho-momenten. Gun Jezus de ruimte om in het midden van jouw leven te komen staan (of van je team). Ontvang steeds opnieuw zijn vrede. En wees vervolgens ook niet te bang om verder te gaan met Go, go, go. Ga eropuit, in de kracht die Hij geeft.
- Wees vredestichters. Vraag jezelf af: hoe kan ik vandaag vrede brengen in deze ruimte, hier in de buitenlucht, bij deze mensen die God op mijn pad brengt? Evangeliseren is: vrede stichten
- Adem Jezus. Hij blies over zijn leerlingen en gaf hun zijn Geest. Zijn adem is nu in jou. Misschien kun je de komende week, heel onopvallend, een klein zuchtje in iemands richting blazen. Vertrouw erop dat de Geest daarin dan meekomt.
Gespreksvragen
- Wat sprak jou het meest aan in het verhaal over de Bijbel met de ontbrekende bladzijde, en waarom?
- In Johannes 20:19-23 komt Jezus eerst naar zijn leerlingen toe voordat Hij hen uitzendt. Waarom is die volgorde zo belangrijk, denk je?
- De preek maakt onderscheid tussen ‘Go, go, go’ en ‘Ho, ho, ho’. Welke van die twee herken jij het meest in je eigen leven of geloof?
- Jezus zegt twee keer: “Vrede zij met jullie.” Wanneer heb jij zelf ervaren dat je iets van God meerdere keren moest horen voordat het echt landde?
- Jezus laat zijn wonden zien in plaats van ze te verbergen. Hoe kunnen onze eigen kwetsbaarheid of littekens juist een kracht worden in het contact met anderen?
- In Genesis 2 blaast God de levensadem in de mens, en in Johannes 20 blaast Jezus over zijn leerlingen. Wat zegt deze verbinding volgens jou over nieuw leven en de heilige Geest?
- De preek zegt: “Missionair zijn begint niet met doen, maar met ontvangen.” Vind je dat een bevrijdende gedachte of juist een uitdagende? Waarom?
- Wie is iemand in jouw omgeving die op dit moment vooral behoefte heeft aan vrede, hoop of verzoening? Wat zou jij voor die persoon kunnen betekenen?
- Welke van de drie praktische aanwijzingen aan het einde van de preek spreekt jou het meest aan: Ho, ho, ho-momenten, vredestichter zijn of Jezus ademen? Vertel waarom.
- Stel dat iemand jou vraagt wat het betekent om door Jezus gezonden te worden. Hoe zou jij dat, in je eigen woorden, uitleggen na het luisteren naar deze preek?
Werkvormen
Ho, ho, ho – Go, go, go
Leg twee grote vellen papier neer. Op het ene staat Ho, op het andere Go. Laat iedereen op post-its schrijven:
- bij Ho: wat helpt mij om Jezus’ vrede te ontvangen?
- bij Go: waar zou Jezus mij deze week naartoe kunnen zenden?
Bespreek daarna wat opvalt.
De adem van Jezus
Begin met één minuut stilte en rustig ademhalen. Lees daarna Johannes 20:21-22 nogmaals voor. Nodig iedereen uit om in één zin af te maken: “Als ik leef vanuit de adem van Jezus, dan…” Deel deze zinnen met elkaar en sluit af met gebed.
Vrede brengen
Geef iedereen een klein kaartje. Laat ieder daarop één concrete situatie of persoon schrijven waarbij hij of zij de komende week bewust vrede wil brengen. Vorm tweetallen, vertel elkaar wat je hebt opgeschreven en bid kort voor elkaar. Spreek af om elkaar later in de week even te vragen hoe het is gegaan.
