Column ter gelegenheid van het Emmeloordse Pieperfestival 12 september 2026

Jos Douma, predikant van NGK Pro Rege in Emmeloord

Een aardappel is niet direct het meest spirituele product dat de schepping heeft voortgebracht. Druiven hebben uitstekende Bijbelse papieren. Olijven ook. Vijgen, dadels en granaatappels komen allemaal in de Bijbel voor. Maar de aardappel?

Katholieke knol

Toen de aardappel in de zestiende eeuw vanuit Zuid-Amerika naar Europa kwam, had hij het dan ook niet gemakkelijk. Monniken hielpen bij de verspreiding, waardoor de aardappel na de Reformatie zelfs als een wat katholieke knol werd gewantrouwd. En protestanten zouden argwanend hebben gekeken naar voedsel dat nergens in de Bijbel voorkwam. Alsof Sola Scriptura betekende: wat niet in de Schrift staat, komt niet op tafel. Ook de giftige bessen van de aardappelplant hielpen niet bepaald mee. ‘Aan hun vruchten zul je hen herkennen’, zegt Jezus immers. Het mag dus bijna een wonder heten dat de pieper uiteindelijk toch de Hollandse keuken heeft veroverd.

Ik ben nu ruim een jaar predikant in Emmeloord, aardappelhoofdstad van de wereld. Ik merk dat mijn kijk op de Bijbel en op het geestelijke leven daardoor verandert. Ik heb hier geleerd dat mijn spiritualiteit aardser mag worden dan toen ik in de stad voorganger was. En daarom voelde ik me uitgedaagd om een kleine theologie van de aardappel te schrijven. 

Naar beneden

Het eerste wat de aardappel mij leert: zoek het niet te hoog. Een aardappel groeit naar beneden. Wij zoeken God meestal ergens boven. In de hemel, in het verhevene, in bijzondere ervaringen. Maar de beweging van het christelijk geloof gaat juist de andere kant op. God komt naar beneden. God wordt mens op aarde. Jezus loopt met zijn voeten in de modder en houdt van de grond en van het groen, van dieren en van mensen.

De aardappel is vertrouwd met die neerwaartse beweging. Wat wij uiteindelijk oogsten, groeit onder de grond, in het donker, onzichtbaar voor ons. Jezus sprak zelf graag zo over Gods koninkrijk: over zaad en akkers, vogels en bloemen, brood en wijn. Als Jezus in de Noordoostpolder had rondgelopen, had hij misschien gezegd: het koninkrijk van God lijkt op een aardappel. Je stopt een pootaardappel in de grond. Een tijdlang zie je weinig gebeuren. En dan komt er groen boven de grond. Maar het echte werk gebeurt onzichtbaar onder de oppervlakte. Er komen nieuwe aardappels, vijf, tien, soms wel vijftien.

Dampende piepers

En uiteindelijk worden ze gerooid. Niet om bewonderd te worden, maar om opgegeten te worden. Misschien ligt daarin wel de diepste aardappeltheologie. Wat de aarde voortbrengt, is bedoeld om te delen. Een schaal dampende piepers midden op tafel. Stoelen eromheen. Mensen die aanschuiven. 

Het koninkrijk van God? Misschien is het dichterbij dan we denken. Soms ligt het gewoon op je bord.

(Met dank aan Jan Eric Geersing van Geersing Potato Specialist B.V.)