Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


[Onder de preek vind je gespreksvragen.]

Die laatste zin van het lied ‘Mijn herder’ van Sela vormde mij de inspiratie voor de titel van deze preek: ‘Eeuwig thuis’: “Ik wéét dat Hij mij brengen zal naar een plaats waar ik eeuwig thuis zal zijn.” 

We zitten hier vandaag allemaal met de namen van geliefden in ons hoofd en in ons hart. Ze zijn er niet meer. Niet hier bij ons op aarde. We missen hen. We rouwen. We huilen. We voelen ons leeg. Of we vinden het ook wel moeilijk om bij ons verdriet te komen en we voelen niet zoveel. 

We denken aan wie gestorven zijn, maar misschien denken we ook wel aan onze eigen dood. Want dat weten we zeker: we zullen allemaal een keer sterven, tenzij Jezus eerder terugkomt. Dat is misschien niet heel fijn om bij stil te staan. Maar het is toch ook wel goed op zo’n Eeuwigheidszondag. Stil staan bij geliefden die we missen. Stilstaan bij de dood als iets dat hoort bij het leven. Stil staan bij onze eigen eindigheid en bij de eeuwigheid.

“Ik wéét dat Hij mij brengen zal 
naar een plaats waar ik eeuwig thuis zal zijn.” 

Daar klinkt vertrouwen in door. En dat is mooi. Het is een mooi lied. Psalm 23 is vol troost en nabijheid. Maar wat weten we nu eigenlijk? Wat weten we over het leven na de dood? Er is nog nooit iemand teruggekomen om erover te vertellen. Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft?

Vorig jaar stierf ook ds. Arie van der Veer, predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zwolle, jarenlang voorzitter van de Evangelische Omroep, en ook wel een beetje de dominee van Nederland. Velen lezen dagboeken die hij geschreven heeft.

Niet zo lang voor zijn overlijden had Jurjen ten Brinke een interview met hem. Het ging over sterven. We gaan even kijken en luisteren naar een fragment uit dat interview.

Jurjen: Waar ga jij naartoe als je sterft?

Arie: Naar God.

Jurjen: Dat is duidelijk.

Arie: Ja, dat is helemaal geen punt.

Jurjen: En dat is niet misschien per se de hemel.

Arie: Ja, wat is de hemel? Dat is daar waar God is. Je leest in het boek Openbaring iets ervan. Daar zijn mensen altijd helemaal gek van: ‘Lichtstad met uw paar’len poorten’. Is dat nou de hemel? Of is dat gewoon een beschrijving, daar kun je nog heel wat over praten? Bij God zijn. ‘Heden zult gij mét mij in het paradijs zijn.’ En voor de rest: ik weet het niet.

Jurjen: Maar het lijkt ook alsof je het niet zoveel uitmaakt.

Arie: Ik vind het niet zo belangrijk, nee, hoe het eruit ziet.

Jurjen: Als het maar bij God is.

Arie: Dan zal het goed zijn. Ja, dan zal het goed zijn.

Arie van der Veer heeft zijn leven lang gepreekt en geschreven over Gods nabijheid. Hij wist veel mensen te bemoedigen, en zelfs in zijn laatste dagen deed hij dat nog. Ik vind het bijzonder dat juist hij zo kort voor zijn sterven, in alle eenvoud kon zeggen: ‘Ik weet het niet. En ik vind het ook niet zo belangrijk hoe dat precies is: de hemel, het leven na de dood. Bij God zal het goed zijn.’

En wat ik meteen ook mooi vind is dat we zo taal aangereikt krijgen die gaat over leven ná de dood, maar die net zo goed gaat over leven vóór de dood.  

Want als je eens een gesprek hebt over de vraag of er leven is na de dood en hoe dat leven er dan uitziet – dan is het ook altijd goed dat er een moment komt dat iemand zegt: ‘We hebben het nu over een leven ná de dood, maar geloof je ook in een leven vóór de dood?’

Die twee komen vandaag op deze Eeuwigheidszondag bij elkaar: het leven na de dood én het leven voor de dood. En we proberen ze ook  bij elkaar te houden door ons te richten op dat woord ‘leven’. Dat is ook zo belangrijk in het evangelie van Jezus.

Jezus heeft gezegd (Johannes 10:10): “Ik ben gekomen om het leven te geven in al zijn volheid.” 

Jezus heeft gezegd (Johannes 11:25-26): “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven.” 

Jezus heeft gezegd (Johannes 17:3): “Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus.”

Ik herinner me nog een uitspraak uit een preek die ik al jaren geleden hoorde, toen ik nog student in Kampen was. Een heel korte en eenvoudige uitspraak die ik toen echt als nieuw heb ervaren. Deze uitspraak: “Het eeuwige leven is nu al begonnen.” 

Ik dacht altijd dat het eeuwige leven ging over het leven ná de dood. Maar toen begreep ik dat het eeuwige leven net zo goed gaat over het leven vóór de dood. Eeuwig leven, dat is het leven dat leeft mét Jezus, dat is het leven met goddelijke kwaliteit omdat de heilige Geest er doorheen waait, dat is het leven dat God ons geeft hier en nu en na de dood.

Dat eeuwige leven, daar wil ik onder drie kopjes nog wat meer over zeggen: 

  • Eeuwig thuis zijn.
  • De weg die eeuwig is.
  • De eeuwige rust.

1 Eeuwig thuis zijn

‘Waar ga je naartoe als je sterft?’ ‘Naar een plaats waar ik eeuwig thuis zal zijn.’ Arie van der Veer gebruikte niet die woorden. Hij zei: ‘Ik zal bij God zijn, en dat zal goed zijn.’ Maar dit zal hij ook bedoeld hebben: nabij God, thuiskomen bij God. Eeuwig thuis zijn bij Hem bij wie je je ook hier op aarde al thuis voelde.

Leven met God gaat over je thuis voelen bij God. Vertrouwd met Hem zijn. Er vreugde over voelen dat Hij in je leven is. Dat je Hem niet zou willen missen.

Psalm 23 geeft daar op een heel mooie manier woorden aan. Het is een Psalm die vol is van Gods zorg voor ons. 

“De HEER is mijn herder,

het ontbreekt mij aan niets.”

Of ook: ‘De HEER is mijn herder, ik ontbreek niet’. Ik word door Hem gezien, ik word door Hem gekend, ik word door Hem geliefd. Hij is altijd bij mij. Dat is eeuwig leven.

“Hij laat mij rusten in groene weiden

en voert mij naar vredig water,

Hij geeft mij nieuwe kracht

en leidt mij langs veilige paden

tot eer van zijn naam.”

Dat is allemaal dat eeuwige leven, leven dat niet is platgeslagen, dat niet betekenisloos is, dat niet is afgesloten voor de hemel. Zo voelt het leven soms wel: oppervlakkig, zonder betekenis, zonder zin, afgesloten, zonder ziel.

Maar als God in je leven komt, gaat er een heel nieuwe dimensie open. Als Jezus naar  je toekomt en vraagt: “Wil je eeuwig leven? Wil je vertrouwd raken met mijn koninkrijk dat nabij is?” en als je dan ‘ja’ zegt, dan begint dat eeuwige leven dat zo anders is, zoveel mooier ook omdat je een thuisgevoel krijgt. Je komt thuis bij God, niet langer vervreemd van jezelf, maar gekend door de hemel.

En dan zijn er zeker nog momenten dat je zegt:

“Mijn weg gaat door een donker dal.”

Het donkere dal van verlies en verdriet, van eenzaamheid en angst.

Maar je vertrouwt je ook toe aan de woorden die volgen:

“Ik vrees geen gevaar,

want U bent bij mij,

uw stok en uw staf,

zij geven mij moed.”

“Als het maar bij God is. Dan zal het goed zijn.” Als God er maar bij is. Dan kun je je toch eeuwig thuis voelen. En daar eindigt Psalm 23 ook mee: 

“Geluk en genade volgen mij

alle dagen van mijn leven,

ik verblijf in het huis van de HEER

tot in lengte van dagen.”

Eeuwig in het huis van de Heer. 

Straks in het leven na de dood. 

Maar ook nu in het leven voor de dood.

Voel jij je thuis bij God?

2 De weg die eeuwig is

Ook Psalm 139 is vol van die nabijheid van God. Dat je door Hem gezien wordt en gekend bent. Dat Hij je omringt.

“U omsluit mij, van achter en van voren,

U legt uw hand op mij.

Wonderlijk zoals U mij kent,

het gaat mijn begrip te boven.”

Dat kun je ook bij mensen weleens hebben: dat je je gezien voelt en echt gekend. Dat iemand je echt tevoorschijn heeft geluisterd en gehoord heeft wat er in je hart leeft.

Dat kan ook bij God, dat je alles met Hem kunt delen, dat je je hart bij Hem kunt uitstorten, dat je stil in zijn aanwezigheid bent. En dat in die stilte die woorden dan naar boven borrelen: 

“Wonderlijk zoals U mij kent,

het gaat mijn begrip te boven.”

Ik vind het bijzonder dat deze Psalm ook eindigt met aandacht voor de eeuwigheid. 

“Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,

peil mij, weet wat mij kwelt,

zie of ik geen verkeerde weg ga,

en leid mij op de weg die eeuwig is.”

De weg die eeuwig is. We mogen dus eeuwig thuis zijn bij God, zowel voor als na de dood. Maar er is ook een eeuwige weg. En wij bidden op deze Eeuwigheidszondag tot God en we vragen Hem:

“Leid mij op de weg die eeuwig is.”

Er bestaat ook een weg die niet eeuwig is, een verkeerde weg, zo zegt de Psalm het. 

“Zie of ik geen verkeerde weg ga.”

Die verkeerde weg is een doodlopende weg, een weg zonder God, een weg zonder kleur, een weg zonder betekenis, een weg die geen heil brengt en geen toekomst heeft. Een weg die gekenmerkt wordt door alleen maar voor jezelf gaan, door egoïsme, door boosheid en wrok, door hardheid of geldzucht.

Jezus spreekt later ook over de weg, in de Bergrede. Daar noemt hij die verkeerde weg de brede weg:

“De brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.”

Ja, die smalle weg blijkt de eeuwige weg te zijn. Hij is precies zo smal als Jezus. Het gaat alleen via Jezus, door Jezus heen die de poort is, de deur, de weg, door in eenheid met Jezus te leven, door alles wat Hij aan licht en leven en liefde heeft in jouw zijn te absorberen. 

Dan kun je zelfs samen met Paulus leren zeggen en ervaren: “Niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” Dat is de eeuwige weg die hier en nu begint, in het leven voor de dood en die verder gaat in het leven na de dood. 

Hoe precies? Ik weet het niet. Maar God weet het, en Hij zal erbij zijn. En dat is genoeg.

3 De eeuwige rust

Tenslotte wil ik nog iets zeggen over de eeuwige rust. En ik wil dat verbinden met het bijbelse spreken over de sabbat, over het zoeken van rust bij God op een speciale dag in de week. 

Want rust is vaak ver te zoeken in onze overvolle dagen en weken, en ook in onze overvolle hoofden en harten is het maar zelden echt rustig. Maar dat is wel wat God ons wil geven: rust, hier en nu, in het leven vóór de dood. Maar God wil ook die uiteindelijke rust geven, in het leven na de dood, een eeuwige sabbat.

In Hebreeën 4:9-11 lezen we: “Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust. Want wie Gods rust is binnengegaan, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne. Laten we dus alles op alles zetten om die rust binnen te gaan.”

Wij geloven dat onze gestorven geliefden rusten bij God. Eeuwige rust. En dat geeft troost. Ik geloof trouwens dat dat niet een doodse rust is, een doodse stilte. Het is juist een heel levendige rust, sprankelend, een heel open gevoel, volledig veilig, waar je echt van geniet. 

Dat iemand ‘rust in vrede’, klinkt wat ernstig en kan zelfs een wat sombere ondertoon hebben. Maar stel je eens voor dat je hier en nu in je leven al rust en vrede ervaart. Dat je vanuit het zoeken van rust bij God en je niet langer gek laten maken door alles wat moet of hoort, vrede in je hart krijgt, vrede in je hoofd en in je lijf. Dat je gezicht ontspant, dat je ademhaling rustiger en dieper wordt. Dat je heelheid ervaart, shalom. Shalom in het leven voor de dood als een voorproefje van de shalom in het leven na de dood.

De schrijver van de Hebreeënbrief dringt er niet voor niets sterk op aan: “Laten we dus alles op alles zetten om die rust binnen te gaan.”

In het vertrouwen dat onze gestorven geliefden die rust zijn binnengegaan aan de andere kant van de dood, horen wij vandaag de uitnodiging om in het leven vóór de dood die rust al binnen te gaan.

En daarom, lieve mensen,

vertrouw je toe aan Jezus, Hij is je eeuwige Thuis;
ga door het leven met Jezus, Hij is je eeuwige Weg; 
laat je raken door de vrede van Jezus, Hij is je eeuwige Rust.

We zingen samen als amen het lied Opwekking 488 – De kracht van uw liefde.


Gespreksvragen

  1. “Ik wéét dat Hij mij brengen zal naar een plaats waar ik eeuwig thuis zal zijn”. Wat raakt jou het meest aan die zin uit het lied ‘Mijn herder’ van Sela?
  2. Psalm 23 wordt vaak gelezen bij rouw en gemis. Welke regel uit deze psalm spreekt op dit moment het sterkst tot jou, en waarom?
  3. Arie van der Veer zei: “Ik weet het niet, maar bij God zal het goed zijn.” Wat doet die eenvoud van vertrouwen met jou?
  4. De preek verbindt ‘leven na de dood’ met ‘leven vóór de dood’. Waar herken jij in je eigen leven iets van dat “eeuwige leven dat nu al begonnen is”?
  5. Jezus zegt: “Ik ben gekomen om het leven te geven in al zijn volheid” (Johannes 10:10). Hoe zou jij dat ‘volle leven’ omschrijven?
  6. Wat betekent ‘je thuis voelen bij God’ voor jou – in je hoofd, in je hart en in je dagelijks leven?
  7. Wanneer voelt jouw leven als een ‘donker dal’? Wat helpt jou om in zulke momenten toch verbonden te blijven met God of met andere mensen?
  8. In Psalm 139 staat: “U omsluit mij, van achter en van voren.” Kun je een moment uit je leven noemen waarin je iets van die nabijheid hebt ervaren?
  9. De preek noemt ook ‘de verkeerde weg’: een weg zonder God, zonder kleur, zonder toekomst. Wat helpt jou om de ‘eeuwige weg’ te blijven zoeken?
  10. De preek spreekt over “een levendige, sprankelende rust”. Waar ervaar jij dat in je dagelijks leven?