Preek | Weg van geloven
Over: geloofsvorming
Deuteronomium 6:1-9 en Efeziërs 3:14-21
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
Onder de preek vind je gespreksvragen en werkvormen.
1
k had al lange tijd een kleine notitie ergens in een lijstje aantekeningen staan. Zo’n zinnetje dat ik wilde bewaren omdat het bleef haken. Het was een vraag van een ouder uit onze gemeente:
“Zou je niet eens een prekenserie kunnen houden over geloofsvorming, omdat veel ouders worstelen met het doorgeven van geloof aan hun kinderen?”
Het wordt niet meteen een hele prekenserie. Maar ik wil hier wel samen met jullie bij stilstaan. Ook naar aanleiding van Meet the Parents van afgelopen maandag en dinsdag, toen kinderen en ouders hier met elkaar in gesprek gingen. We kijken even naar wat foto’s van die ontmoeting van dinsdagavond. (…)
Mooi om zo in het kader van het geloofsonderwijs samen in gesprek te zijn. Want we willen geloof graag doorgeven. En tegelijk kun je dat niet uitbesteden. Niet aan jeugdleiders, niet aan kerkdiensten en preken en programma’s in de kerk. Het raakt ons allemaal, samen, ook in ons gewone dagelijkse leven.
Tegelijk is het een kwetsbaar en spannend onderwerp. Want geloven is niet vanzelfsprekend. En dat je kinderen gaan geloven zeker ook niet. We dragen hier allemaal verhalen bij ons. Over kinderen die niet meer mee willen op zondag. Over jongeren die afscheid hebben genomen van de kerk. Over mensen die zeggen: ik zou wel willen geloven, maar het lukt me niet. En bij anderen is het geloof langzaam van hen afgegleden, als een natte druppel van een regenjas. Of als een sneeuwvlok die wegwaait in de wind en wegsmelt in de zon. Daar voelen we ook veel verdriet en pijn bij en bezorgdheid.
2
“Hoe kunnen wij geloof doorgeven?” Rond die vraag willen we ons vanmorgen laten inspireren. We voelen allemaal ook wel bij voorbaat aan – en dat zeggen we ook vaak: we kunnen het geloof niet aan onze kinderen géven. Kón dat maar: Het geloof als een mooi ingepakt kadootje, en je kind pakt het uit en is er blij mee!
Zelf vind ik daarom het woord ‘geloofsoverdracht’ zoals dat wel gebruikt wordt niet zo gelukkig. Geloof kun je niet overdragen als een pakketje. We spreken ook wel over ‘geloofsopvoeding’. En dat is op zich een heel mooie aanduiding, maar die heeft als risico dat het accent gaat vallen op normen en waarden en op gedrag. Terwijl daar niet het hart van geloven klopt. Dat klopt in een levende relatie met Jezus.
Ik vind zelf het woord ‘geloofsvorming’ mooi. Het geloof van onze kinderen moet gevormd worden. En het is allereerst God zelf die daarmee bezig is. En we zijn er als ouders bij betrokken, en als geloofsgemeenschap. En het mooie van het woord ‘geloofsvorming’ vind ik ook dat we aanvoelen dat het niet alleen over onze kinderen gaat, over een nieuwe generatie. Ons geloof zit altijd in een vormingsproces. Het is een levenslang proces van gevormd worden.
En dan valt op zijn plek dat ons verlangen dat onze kinderen gaan geloven ook gaat over ons eigen geloof. Hoe is het met jouw geloof? En met mijn geloof? Leeft het? Is het vitaal en sprankelend? Of is het maar een heel klein waakvlammetje?
En dan zijn er ook nog seizoenen in je geloofsleven: het kan lente zijn in je geloof (alles is fris en nieuw), of zomer (je bent hard bezig en volop actief), of herfst (je merkt dat er scheuren in je geloof zitten, door teleurstellingen die je hebt ervaren), of winter (het is heel stil geworden, er beweegt bijna niks meer).
En om het nog iets complexer te maken: we zijn ook nog eens allemaal van heel verschillende generaties, wat ook weer eigen accenten en kleuren met zich meebrengt. Mensen van de Stille Generatie (80 plus) geloven anders dan Millennials (28-45). En ouders van Generatie X (nu ongeveer tussen 45 en 60 jaar) worstelen met de vraag hoe ze het geloof van hun kinderen van Generatie Z (13-28 jaar) kunnen vormen. Die ouders zijn opgegroeid met veel meer vaste structuren, vormen en gewoonten, zoals trouw kerkbezoek, catechisatie en duidelijke schoolkeuze, maar dat is nu allemaal helemaal niet meer vanzelfsprekend in de wereld en beleving van hun kinderen. Hoe ga je daarmee om?
Misschien is het goed om hier niet meteen naar oplossingen te grijpen. Want de Bijbel is geen handleiding voor geloofsvorming in elke concrete situatie. Maar de Bijbel is als Gods Woord wel echt een inspiratiebron, een stem die richting geeft. Daarom heb ik twee bijbelgedeelten uitgekozen die ons kunnen aanmoedigen als we met deze dingen bezig zijn.
3
Richard preekte afgelopen zondag ook al vanuit Deuteronomium, hoofdstuk 8. Dat komt mooi uit, hadden we niet afgesproken ofzo. Nu dus opnieuw Deuteronomium maar dan hoofdstuk 6:1-9.
Dat hele boek Deuteronomium – dat letterlijk betekent: ‘tweede wet’ of ‘de wet opnieuw’ – gaat eigenlijk over deze ene centrale vraag: ‘Hoe zullen we leven?’ Hoe geven we ons leven zo vorm dat het tot bloei komt? Want dat is wat God graag wil: mensen die leven tot zijn eer en juist daardoor tot bloei komen en een betekenisvol leven kunnen leiden.
De Israëlieten gaan straks in een nieuw land wonen, er staat een nieuwe generatie klaar die de uittocht uit Egypte alleen nog kent uit de verhalen. Ze hebben het niet zelf meegemaakt. En met het oog op deze nieuwe generatie spreekt Mozes over die vraag: ‘Hoe zullen we leven?’ De vraag is dus niet ‘Wat moeten we geloven?’ Of: ‘Hoe moeten we precies geloven?’ De Joodse spiritualiteit is veel minder bezig met geloofsovertuigingen dan wij in de christelijke kerk misschien gewend zijn. Het gaat altijd allereerst over het leven zelf.
Het gaat dan direct over ‘geboden, wetten en regels’. Ik kan me voorstellen dat dat bij ons niet allemaal meteen in goede aarde valt. Er zit in de kerk ook een generatie, en misschien wel meer, die zegt: ‘Geboden, wetten en regels? Dat klinkt als de kerk…’. En dat is dan niet positief bedoeld.
Want de kerk is en wordt wel ervaren als de plek waar je vooral te horen krijgt wat wel mag en wat niet mag, en dat je je aan regels en afspraken moet houden. Dus ik kan het me voorstellen als je wat weerstand voelt bij ‘geboden, wetten en regels’; ik herken dat bij mezelf ook.
En als we inderdaad gefocust zijn op ‘geboden, wetten en regels’ terwijl we geen liefde proeven, en niet de indruk hebben dat we echt geholpen worden om een bloeiend en betekenisvol leven te leiden – ja dan kunnen we afhaken.
Maar blijf er toch even bij, want we zitten uitgerekend hier in Deuteronomium 6:1-9 op een scharnierpunt in heel dat boek Deuteronomium. In hoofdstuk 1 tot 4 gaf Mozes een terugblik op de geschiedenis. In hoofdstuk 5 klinken opnieuw de Tien Woorden. En vanaf hoofdstuk 6 tot het einde toe volgen er nog veel bemoedigingen en ook veel regels en geboden en wetten (tot aan hoofdstuk 30 toe).
Maar hier, op dit scharnierpunt, gebeurt iets wat voor de Joodse geloofsbeleving en ook voor die van christenen heel wezenlijk is. Want in Deuteronomium 6:4 komen woorden tot klinken die de geloofsgeschiedenis zijn ingegaan als het zogenaamd: ‘Sjema Jisrael’.
“Luister, Israël:
de HEER, onze God, de HEER is de enige!
Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.”
In deze woorden gebeuren drie belangrijke dingen.
Het eerste: “Luister, Israël”. Het gaat om luisteren, om horen. Hier wordt een basishouding aangereikt die nog altijd heel fundamenteel is voor geloven en voor geloofsvorming. Het begint met luisteren. Met aandachtig zijn. Aandachtig luisteren naar wat God zegt, open en nieuwsgierig zijn als Hij spreekt, en het tot je hart en ziel laten doordringen.
Vandaag de dag wordt wel gezegd: “Aandacht is het nieuwe goud.” Want we leven in een tijd waarin onze aandacht eindeloos wordt versnipperd. En overal wordt gevochten om onze aandacht, want daar valt via alle apps en sociale media op onze smartphones veel geld mee te verdienen. “Aandacht is het nieuwe goud.”
Hier in de kerk zeggen we dat vandaag ook als het gaat om geloofsvorming: “Aandacht is goud.” Aandacht voor God. Aandachtig luisteren naar de stem van de Heer. Dat is wat Mozes hier de mensen die aanwezig zijn inprent. “Luister.” Want als je echt luistert, hoor je zoveel meer.
Het tweede wat gebeurt: we krijgen een fundamentele geloofsbelijdenis aangereikt. “De HEER, onze God, de HEER is de enige!” Dat geeft een geweldige focus. We hoeven geen aandacht te besteden aan alle afgoden die zich in deze wereld aandienen. Want elke andere god zuigt je leeg en geeft je niet het leven dat je eigenlijk zoekt. Elke andere god belooft veel, maar vraagt uiteindelijk alles. Afgoden vragen je tijd, je energie, je loyaliteit, en ze laten je uiteindelijk uitgeput achter. Meer succes, meer bezit, meer controle, meer zekerheid – het lijkt allemaal heel mooi, maar het is niet het léven dat God wil geven.
En die fundamentele belijdenis: “De HEER, onze God, de HEER is de enige” is geen beklemmende beperking, maar een heerlijke vereenvoudiging van je leven. Je hoeft je leven niet te verdelen over allerlei machten die om je aandacht strijden. Eén God is genoeg. Hij is de enige die echt leven geeft.
En het derde wat gebeurt in deze cruciale zinnen van het ‘Sjema Jisrael’: we horen het ene fundamentele gebod waar alles om draait in het leven met God. Als je in de veelheid van ‘geboden, wetten en regels’ de weg bent kwijtgeraakt, is dit de weg terug. “Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.” Dat is de betekenisvolle verdieping van wat er iets eerder is gezegd door Mozes, in vers 2: “U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u lang leven.”
Dat is een mooie belofte. Wie wil dat niet? Lang en gelukkig leven?
Maar het ontzag dat hier wordt gevraagd, wordt nu als het ware opengedaan zodat we het hart ervan kunnen zien: “Heb lief.” Met alles wat in je is. Heb de HEER lief. Al het doorgeven van geloof, alle geloofsvorming vindt hier haar kern: de HEER liefhebben, de enige die er is. Zijn naam is Jahweh en Hij komt ons in Jezus tegemoet. Luister liefdevol en aandachtig naar Hem.
4
Dat is heel fundamenteel en heel diep. En wat ik dan zo mooi vind is dat het heel concreet wordt gemaakt.
“Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.” Dus: denk er veel aan. Mediteer erover. Laat je raken door wat God te zeggen heeft. Koester de woorden van de Heer in je hoofd en in je hart.
“Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.” Dus midden in het gewone dagelijkse leven. Er worden hier geen onderwijsprogramma’s uitgerold. Het gaat niet over een extra taak die er ook nog bij moet. Het gaat over een manier van leven waarin het geloof op een natuurlijke manier meedoet, meeklinkt en meeademt met alles wat je toch al doet.
En het wordt vervolgens ook nog heel tastbaar en fysiek gemaakt.
“Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.”
De Joden hebben deze opdracht ook heel letterlijk genomen. Ze hebben zogenaamde gebedsriemen gemaakt (de tefillien). Riemen die om de arm worden gewikkeld, en daar zit dan een doosje aan, en in dat doosje zitten deze woorden uit Deuteronomium 6:4-9. Ik kreeg deze foto toegestuurd van de Koningskinderen die hier afgelopen woensdag ook over hebben gepraat.

En ik heb er een foto van een zogenaamde mezoeza naast gezet. Dat is een kokertje dat aan de deurpost werd bevestigd met daarin ook die woorden uit Deuteronomium 6, op een stukje perkament.
Dat kunnen we vandaag de dag natuurlijk ook doen. Symbolen hebben die ons steeds opnieuw eraan herinneren dat de HEER onze God de enige is en dat we Hem moeten liefhebben met alles wat in ons is. Dat kan ook met een kruisje aan een ketting, of een armbandje met WWJD. Je zou kunnen zeggen dat ook de drie parels daar een vorm van zijn: alleen God geeft ons echt verbinding, veiligheid en vreugde!
5
Ik wil tesnlotte nog graag kort met jullie luisteren naar wat we uit Efeziërs 3 gelezen hebben. Ik kwam op dat gedeelte omdat de brief aan de Efeziërs een rode draad gaat zijn voor de belijdenisgroep van 8 jongeren waarmee we afgelopen woensdag begonnen zouden zijn als er niet zoveel sneeuw was gevallen.
En die brief kwam op mijn pad omdat ik geraakt werd door één vers uit die brief die voor mij mijn persoonlijke jaartekst is geworden, Efeziërs 5 vers 14:
“Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.”
Dat is een soort van wake-up call. Dat je wakker wordt voor de aanwezigheid van Christus in je leven. Want daar leef je soms zo gemakkelijk langs heen. Maar Christus straalt over ons.
En dat is ook zo als we zo onze worstelingen hebben met geloven en het doorgeven daarvan, met geloofsvorming van onszelf en van een nieuwe generatie op de drempel van een nieuwe tijd.
En als we om ons heen kijken in de wereld dan is die nieuwe tijd hier op aarde zeker niet het beloofde land. Het is eerder het land van gebroken beloften, van systemen die kapot gaan en van een nieuwe wereldorde die eerder chaotisch dan ordelijk is.
En dan zijn de woorden uit Efeziërs 3 bemoedigend en richtinggevend als we zoeken naar samen geloven in deze tijd. De sfeer van Efeziërs is heel anders dan die van Deuteronomium. Minder concreet en praktisch, meer mysterieus en mystiek misschien wel. Maar ook dat is helpend en leerzaam als we nadenken over geloofsvorming.
We komen in de sfeer van gebed. Want Paulus bidt tot de Vader. Hij buigt zijn knieën.
En hij bidt om innerlijke kracht en sterkte. Niet de geboden, de wetten en de regels, maar de Geest staat hier op de voorgrond die in ons komt wonen.
En geloven blijkt alles te maken te hebben met Christus die komt wonen in onze harten. Geloven is dat Christus is komt wonen in je hart en dat er dan liefde groeit. Want als Christus woont in je hart dan ga je zijn liefde kennen. Zijn liefde voor de Vader en zijn liefde voor de kinderen van zijn Vader.
En ik vind het mooi om het ‘samen met alle heiligen’ nu eens niet toe te passen op alle heiligen wereldwijd en in allerlei kerken en geloofsgemeenschappen. ‘Samen met alle heiligen’ gaat over ons samen gemeente zijn, samen verlangen naar het gaan van de weg van geloven, met oud en jong, met oude en nieuwe generaties. En dan erop vertrouwen dat we alleen samen die liefde van Christus kunnen leren kennen en vol raken van de volheid van God.
Hij kan en wil en is oneindig veel meer dan wij vragen of denken of beseffen! Zullen we dat samen beamen door te gaan zingen?
Gespreksvragen
- Welke zin, beeld of gedachte uit deze preek bleef bij jou het meest hangen, en waarom?
- Waar voel jij het meest de spanning rond “geloof doorgeven”? Wat doet dat met je (verdriet, schuld, verlangen, rust)?
- De preek spreekt over “geloofsvorming” als een levenslang proces. Wanneer heb jij gemerkt dat jouw geloof gevormd werd door iets wat je niet zelf in de hand had?
- In welk “geloofsseizoen” herken jij jezelf op dit moment (lente, zomer, herfst, winter)? Wat heb je in dat seizoen het meest nodig?
- (Deuteronomium. 6:4-5) Wat betekent het voor jou dat het “Sjema Jisrael” begint met “Luister”, en daarna zegt: “Heb lief met heel je hart, ziel en kracht”? Wat zegt dat over geloof?
- De preek noemt afgoden die je leegzuigen (succes, bezit, controle, zekerheid). Welke “andere god” trekt het meest aan jouw aandacht, en hoe merk je dat in je dagelijks leven?
- (Deuteronomium 6:6-9) “Spreek erover thuis en onderweg, bij het opstaan en bij het slapen.” Welke alledaagse momenten in jouw week zouden zulke geloofsmomenten kunnen zijn?
- Waar herken jij het verschil tussen “wetten/regels/normen” en “een levende relatie met Jezus” in jouw eigen geloofsgeschiedenis?
- (Efeziërs 3:16-19) Paulus bidt om innerlijke kracht en dat Christus “woont” in ons hart. Wanneer heb jij iets ervaren van die innerlijke kracht of van die liefde?
- De preek eindigt met “Hij kan oneindig veel meer dan wij vragen of denken.” Waar zou jij dat graag op willen toepassen – voor jezelf, voor een ander, of voor onze gemeente?
Werkvormen
Aandacht-ritueel
Leg in het midden een schaal met briefjes. Iedereen schrijft één “aandacht-rover” (wat versnippert je aandacht) en één “aandacht-anker” (wat helpt je luisteren naar God). Deel dit vervolgens en kies samen één anker dat je komende week gaat oefenen.
Seizoenen-cirkel
Teken op een groot vel een grote cirkel en verdeel die in vieren: voor elk van de de vier seizoenen een eigen vak in de cirkel. Leg dit vel midden op tafel en laat alle deelnemers een klein voorwerp (steentje, parel, pion uit een spelletje) neerzetten op de plek die het meest passend voelt voor het eigen geloof op dit moment. Spreek samen door over: (a) wat kenmerkt dit seizoen, (b) wat is de verleiding, (c) wat is een kleine, zachte stap die past bij dit seizoen.
Mezoeza-moment
Laat iedereen een klein kaartje maken voor thuis (deurpost/koelkast/telefoonhoes) met één korte zin uit Deuteronomium 6 of Efeziërs 3 (of een zelf gekozen kernzin). Sluit af met een rondje: waar hang jij dit kaartje op en waarom daar?
