Preek over Jakobus 3:13-18

Wees wijs en zachtmoedig in de omgang met elkaar!

"Wie is wijs en verstandig onder u? Hij tone uit zijn goede wandel zijn werken met wijze zachtmoedigheid. Indien gij echter bittere naijver en zelfzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels; want waar naijver en zelfzucht heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk. Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten."

 

Gemeente van Jezus Christus,

Ik wil aan het begin van deze preek een vraag aan u stellen. Wie van u is wijs en verstandig? Dat is een heel directe vraag. En vraag om u aan het nadenken te zetten over hoe u bent, over hoe u omgaat met mensen, een vraag waarin u een spiegel wordt voorgehouden: Kijk er maar even in en breng eens onder woorden wat u ziet. Wie van u is wijs en verstandig?

Dat is de vraag die Jakobus zo ook heel direct stelt aan de lezers van zijn brief. Je moet je voorstellen dat zo’n brief werd voorgelezen in een samenkomst van de gemeente. En als de voorlezer aan deze passage toekomt, het gedeelte waar de preek van vanmorgen over gaat, dan leest hij die woorden voor: ‘Wie is wijs en verstandig onder u?’ en dan stopt hij even, en hij kijkt even rond, en hij geeft even ruimte aan de hoorders om echt over die vraag na te denken, en dan leest hij weer verder.

Zo krijgen ook wij gelegenheid om onszelf eerlijk de vraag te stellen: ‘Hoe wijs en verstandig ben ik eigenlijk?’ En dan gaat het niet over hoe intelligent je bent, of over hoe goed je kunt leren, maar over de manier waarop je omgaat met mensen. Met je vrienden en met wie je vrienden juist niet zijn, met je broeders en zusters in de kerk, met de mensen op je werk of op school. Hoe ga ik eigenlijk met ze om?

Want daar heeft Jakobus ons, namens de Here Jezus, iets over te zeggen. En het is goed om dan meteen te zien dat wat Jakobus te zeggen heeft staat tegen de achtergrond van wat hij even eerder in zijn brief heeft geschreven. In het gedeelte dat we ook gelezen hebben. Hij spreekt daar over hoorders en daders van het woord. En dat gaat ook rechtstreeks over ons, zoals we vanmorgen in de kerk zitten en luisteren naar de preek. Want je kunt onder een preek alleen maar een hoorder zijn. Dan zeg je na afloop: hij heeft het mooi gezegd, of hij heeft het eventueel niet mooi gezegd. Of je denkt: ‘ja, zo zou het eigenlijk moeten zijn, dat is wat de Here ons voorhoudt, maar ja de praktijk is weerbarstig’, en je gaat weer over tot de orde van de dag, onveranderd.

Jakobus gebruikt daarbij een voorbeeld, om het extra duidelijk te maken. Het is als met iemand, zegt hij, die in een spiegel kijkt, maar zodra hij zich weer heeft omgedraaid is hij vergeten wat hij heeft gezien. Nou, zo is het ook met hoorders die luisteren naar de verkondiging van het evangelie, naar een preek bijvoorbeeld. Ze luisteren, maar zodra ze zich weer omdraaien om de kerk uit te gaan, zijn ze alweer vergeten wat ze gehoord hebben. Er verandert helemaal niets. Er vindt geen bekering plaats. Je gaat de kerk uit zoals je erin gekomen bent.

Daar waarschuwt Jakobus tegen. Wees geen vergeetachtige hoorder, zegt hij. Denk niet: het is allemaal waar wat er gezegd is, maar het is te mooi, of te moeilijk, het is voor mij in elk geval niet weggelegd, ik ben nu eenmaal zo, en karakters verander je niet. En meer van dat soort opmerkingen. Maar als je dát allemaal zegt of denkt, dan ben je dus zo’n vergeetachtige hoorder, iemand die in de spiegel heeft gekeken maar al weer vergeten is hoe hij er uit ziet. Jakobus zegt: wees toch daders van het woord, werkelijke daders. Laat je door het Woord aanraken en veranderen. En sta daar open voor. Die vraag ligt nu dus ook voor ieder van ons persoonlijk, voor u en ook voor mij, al direct op tafel: Hoe ga ik nu luisteren als het gaat over die wijsheid en die zachtmoedigheid? Laat ik me aanraken door wat er gezegd wordt, of hoor ik het aan om straks over te gaan tot de orde van de dag?

Ik hoop dat u allemaal kiest voor het eerste. Laten we zo gaan luisteren, als hoorders die ook daders willen zijn, naar de boodschap van Jakobus. Ik vat die boodschap zo samen:

Wees wijs en zachtmoedig in de omgang met elkaar! (vers 13)

Het eerste punt gaat over de tegenstelling die Jakobus laat zien (vers 14-16)
Het tweede punt gaat over de verdieping die Jakobus aanbrengt (vers 17)
Het derde punt gaat over de uitwerking die Jakobus aanwijst (vers 18)

* * *

Waarom is het eigenlijk nodig dat Jakobus de lezers van zijn brief oproept om toch wijs en zachtmoedig te zijn in de omgang met elkaar? Dat is nodig omdat de gelovigen die Jakobus voor ogen heeft mensen zijn die strijden en vechten met elkaar. Ze liggen voortdurend met elkaar overhoop. Moet u maar eens luisteren naar wat hij in hoofdstuk 4 schrijft: ‘Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten? Gij zijt moorddadig en naijverig.’

Het is bepaald geen rooskleurig beeld dat Jakobus hier schetst. En dan gaat het nog wel over een gemeente, een gemeente van Christus. Maar het beeld dat Jakobus schetst dat kom je veel meer tegen. Dat mensen hard zijn voor elkaar. Dat mensen helemaal gaan voor zichzelf. Dat mensen elkaar dwars zitten. Ik moet dan bijvoorbeeld ook denken aan soapseries die op de televisie te zien zijn. Want waar gaan die over? Die gaan vaak over het gewone leven, en dus gaan ze over leugen en bedrog, over mensen die elkaar waar ze maar kunnen de voet dwars zetten. En dat wordt allemaal veroorzaakt door zelfzucht: iedereen vindt zichzelf het belangrijkst en probeert succes te halen ten koste van de ander. Zo gaat dat in soapseries en vaak ook in het gewone leven.

Want we leven in een harde maatschappij. Wat zwak is telt niet mee. Wat soft is dat is waardeloos. En als je ziet hoe mensen, jongeren en ouderen, elkaar met hun woorden kunnen afmaken, dan slaat de schrik je om het hart.

Jakobus ziet dat dus gebeuren. In de gemeente nog wel, de gemeente van Christus. En dan moeten we het ons maar weer even heel concreet voorstellen: hij ziet voor zich een groep mensen die elkaar lopen af te maken met hun woorden, die zichzelf op de voorgrond plaatsen ten koste van de ander (want die ander is toch een waardeloze vent, een stom mens, een sukkel), en dan roept hij: ‘Wie is er wijs en verstandig onder u?’ Nou, u voelt wel aan dat Jakobus daar eigenlijk wel een antwoord op heeft: Niemand. Hij heeft mensen voor zich die het Woord van God hebben gehoord en nog dagelijks horen en toch moet hij zeggen (in hoofdstuk 1 vers 21): ‘Legt dus alle vuilheid af en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden.’

Daar staan ze dus ook al naast elkaar, of eigenlijk tegenover elkaar. En Jakobus werkt die tegenstelling het hier nog wat verder uit. Het gaat over wijsheid die van boven komt en over wijsheid die uit ons zondige hart komt. Want ja, ook dat noemen we wijsheid. Stel je maar eens voor: iemand heeft iets lelijks over je verteld, iemand heeft je uitgescholden, en je vertelt dat aan een ander en die ander zegt dan: ‘man, je bent niet wijs als je hem dat niet betaald gaat zetten. Pak hem terug. Hij heeft niks anders verdiend.’ Dat noemen wij dus wijsheid: met gelijke munt betalen, hard terugslaan, niet het heil van de ander op het oog hebben, maar vooral denken aan je eigen belang.

Jakobus noemt het: bittere naijver en zelfzucht. Jaloersheid, een ander niks gunnen, egoïsme. En er zijn zelfs mensen die zich daarop beroemen. Die het goed van zichzelf vinden dat ze zo zijn: ‘Ik laat niet over me lopen, ben je gek.’ ‘Ik heb toch zeker het recht om van me af te slaan!’ Ja, daar kunnen mensen zich op beroemen: ‘Mij pakken ze niet.’ Maar het is een leugen, het staat helemaal tegenover de waarheid. En met die waarheid is hier de inhoud van het evangelie bedoeld, de prediking die we horen, het woord dat in ons geplant wordt en dat we met zachtmoedigheid moeten aannemen.

Ja, ze staan lijnrecht tegenover elkaar: de wijsheid van boven en de wijsheid van beneden, die opkomt uit ons eigen hart. En Jakobus gebruikt scherpe woorden om die wijsheid van beneden te typeren, want het is namaak-wijsheid, fake-wijsheid: aards, ongeestelijk, duivels. Aards heeft alles te maken met de zonde. Ongeestelijk dat laat zien dat deze namaakwijsheid niets heeft te maken met de wijsheid van de Heilige Geest. Ja en met dat woord duivels laat Jakobus er geen enkel misverstand meer over bestaan: als je werkelijk meent dat je in je zelfzucht, in je hardheid, in je bitterheid wijs bent, dan heb je je laten inpakken door de duivel. Over hem had Jakobus het in het eerste gedeelte van hoofdstuk drie ook al gehad. Het gaat daar over de tong, over ons spreken en hoeveel schade je daarmee kunt aanrichten. In vers 6 verbindt Jakobus dat spreken zelfs met de hel: de tong wordt in vlam gezet door de hel. Want wie zich laat leiden door wijsheid van beneden laat zich leiden door de duivel.

En Jakobus laat er ook geen misverstand over bestaan wat daarvan het gevolg is: het wordt dan een puinhoop. Wanorde en allerlei kwade praktijk is het gevolg. Want als je je echt laat leiden door de wijsheid van beneden die uiteindelijk bij de duivel vandaan komt, ja dan groei je helemaal weg van het Woord van God, en ook van de goede geboden die Hij heeft gegeven. Dan wordt het een chaos, een grote bende. Daar zitten mensen elkaar voortdurend in de haren. Er is constant ruzie, de een vertrouwt de ander niet, en er worden geen goede woorden maar alleen nog maar harde woorden gesproken.

En zo maakt Jakobus een heel scherpe tegenstelling tussen de wijsheid van boven, die zachtmoedig is en verstandig, en de wijsheid van beneden, die aards is en duivels. En hij plaatst ons allemaal voor de keuze: Voor welke wijsheid ga je? Voor die van de hel of voor die van de hemel? Voor de wijsheid van beneden of voor die van boven?

* * *

Over die wijsheid van boven heeft Jakobus het in vers 17. En daar gaat het tweede punt van de preek over. Wees wijs en zachtmoedig in de omgang met elkaar. Dat is het thema. Het eerste punt ging over de tegenstelling die Jakobus maakt. In het tweede punt gaat het nu over de verdieping die hij aanbrengt. Jakobus diept dat woord wijsheid uit door een heel aantal kenmerken op te noemen. Het belangrijkste kenmerk is al genoemd: zachtmoedigheid. En dat legt Jakobus nu verder uit.

En al luisterend zien we een beeld ontstaan: je ziet iemand voor je. Misschien kent u wel mensen van wie u zegt: dat is nou een wijze, een zachtmoedige man of vrouw. Jakobus heeft ook iemand in gedachten. Het is de Here Jezus. De Here Jezus die gezegd heeft: ‘Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven’. Dat is heel andere taal dan de taal die wij kennen. In onze wereld lijkt het er vaak op dat alleen de mensen die hard zijn, die opkomen voor zichzelf, die ten koste van anderen uit zijn op hun eigen succes, die zich laten leiden door eigenbelang, dat juist díe mensen de aarde beërven Maar zo werkt dat niet in het Koninkrijk van God. ‘Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven’ (Matteüs 5:5). Dat zegt Jezus. En zo is Jezus ook Zelf. Want op een andere plaats in het Matteüsevangelie horen we Hem zeggen: ‘Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart’ (Matteüs 11:28-29). Ja, Christus stelt Zichzelf ten voorbeeld. Als we willen weten hoe de wijsheid van beneden eruit ziet en wat daar de gevolgen van zijn, dan kunnen we rondkijken in onze eigen levens, of je zet de televisie aan om een soap te zien, en soms hoef je alleen maar in je eigen gemeente rond te kijken. Maar als je wilt weten hoe die wijsheid van boven eruit ziet, dan moet je naar Christus kijken. Hij is zachtmoedig. En de apostel Paulus noemt Hem ook: Gods Wijsheid.

Als je dus wilt kiezen voor die wijsheid van boven, en je vraagt je af: ‘Maar hoe leer ik die wijsheid dan kennen?’, dan is daar maar één heel duidelijk antwoord op: Kijk maar naar Christus. Kijk maar naar hoe Hij hier op aarde leefde. Kom onder de indruk van zijn zachtmoedigheid, zijn geduld, zijn reinheid, zijn vriendelijkheid. En leef je ook maar eens in in een paar evangelie verhalen. Ik denk bijvoorbeeld aan de Here Jezus die de voeten van zijn discipelen wast (Johannes 13:1-20). Die mannen, ze hebben elkaar misschien wel aangekeken: Wie gaat het doen? Wie zal de minste zijn? Jezus is de minste! Hij doet het werk van een dienstknecht. Dat is nou wijsheid, zachtmoedige wijsheid. We kunnen ook denken aan de situatie waarin Jezus wordt uitgescholden en beschuldigd en geslagen. Maar Hij zwijgt: Hij scheldt niet terug, Hij slaat niet terug. Hij is alleen maar de minste, nederig en zachtmoedig. En zo voegt Hij Zelf de daad bij de woorden die Hij gesproken heeft: ‘Heb uw vijanden lief, doe wel degenen die u haten. Slaat iemand u op de wang, keer hem ook de andere toe’ (Lukas 6:29). Ik weet het, het lijkt absurd, de dwaasheid gekroond, maar het is wijsheid van boven. Kijk naar Christus en leer van Hem wat wijsheid is.

Intussen maakt Jakobus ook met behulp van acht begrippen duidelijk waardoor die wijsheid wordt gekenmerkt. Acht begrippen, heel zorgvuldig uitgekozen en neergeschreven. In onze vertaling kun je dat niet terug zien, maar in het Grieks beginnen de eerste en de laatste drie woorden allemaal met een a, en de vier woorden daartussenin, beginnen allemaal met een e. En dan zijn er ook nog een paar woorden die precies dezelfde laatste letters hebben. Heel zorgvuldig zijn ze dus uitgekozen en naast elkaar gezet.

Voorop staat een woord dat vertaald wordt met ‘rein’. Beter is om te vertalen: zuiver. De wijsheid van boven is zuiver, eerlijk, puur, zonder bijbedoelingen. Het heeft te maken met de volkomenheid van God, waar Jakobus het al eerder in zijn brief over heeft (Jakobus 1:4). Dat staat dus voorop. Daarin mogen mensen het beeld van God vertonen.

Dat werkt Jakobus dan uit met behulp van zeven andere woorden. Wijsheid is vreedzaam, vriendelijk en gezeglijk. Je hoort in die woorden de zachtmoedigheid weer doorklinken. Niet altijd op je strepen staan, niet boos worden, niet op een norse, chagrijnige manier omgaan met de ander. Ook kunnen luisteren en de moed hebben om een ander iets tegen je te laten zeggen wat wel waar is maar voor jou niet zo leuk. Kun je ook concreet denken aan het aanwijzen van een tekortkoming, een zonde bij een ander. Vaak gaan je haren dan recht overeind staan, maar dat heeft met de wijsheid van boven dus maar weinig te maken. Die wijsheid is gezeglijk. Altijd uit op het zoeken van vrede vanuit een vriendelijke houding.

Vervolgens is de wijsheid van boven vol ontferming en goede vruchten. Daarin klinkt opnieuw die gerichtheid op de ander door. Als je in je hart de wijsheid van boven toelaat, krijg je oog voor de ander, ga je het goede zoeken voor de ander, wil je de ander dienen zoals ook Christus dat heeft gedaan.

En geeft Jakobus dan nog twee negatief geformuleerde kenmerken: onpartijdig en ongeveinsd. Onpartijdig betekent niet dat je geen standpunt mag innemen, maar wel dat je er niet op uit bent om partijen te vormen die tegen over elkaar staan. Je zoekt juist naar eensgezindheid. En dat doe je op een oprecht manier: wijsheid van boven is nooit hypocriet, maar altijd oprecht.

Het zijn er heel wat, die één plus zeven woorden, maar ze bedoelen duidelijk te maken waaraan je de zachtmoedige wijsheid van boven herkent. En we zien het allemaal werkelijkheid worden in het leven van Jezus, de Wijsheid van God. Zachtmoedig was Hij, wat niet hetzelfde is als soft, want de Here Jezus kon ook scherp zijn tegen mensen die meenden dat ze wel zonder Hem konden. Maar in die scherpte zócht Hij die mensen, Hij was daarin oprecht en zuiver en Hij was daarin uit op hun heil. Hij was erop uit dat ook zij de vrede zouden ervaren die meekomt met wijsheid van boven.

* * *

Wees wijs en zachtmoedig in de omgang met elkaar. In de derde plaats luisteren we (na de tegenstelling die Jakobus aanwees en de verdieping die hij gaf) nog naar de uitwerking die wijsheid van boven heeft. Want er gebeurt wat in het leven van mensen die zich door de wijsheid van boven laten leiden. Er gebeurt wat in het leven van mensen die achter Christus aangaan en zijn wijsheid van binnen uit willen leren kennen. Want zoals de wijsheid van beneden leidt tot wanorde en chaos, een leven dat in puin ligt en aan elkaar hangt van kwade praktijk, zo leidt wijsheid van boven tot vrede in je leven.

In vers 18 geeft Jakobus een soort samenvatting van wat hij gezegd heeft. Hij doet dat in de vorm van een spreuk, een wijsheidsspreuk.

Gerechtigheid is een vrucht,
die in vrede wordt gezaaid,
voor hen die vrede stichten.

Die spreuk roept, als je er wat langer naar kijkt, een heel aantal vragen op. Waarom gaat het opeens over gerechtigheid en niet meer over wijsheid? En wat is die gerechtigheid dan? En het gaat over een vrucht die gezaaid wordt, maar vruchten groeien toch juist uit het zaad? En moet er niet staan: door hen die vrede stichten in plaats van voor hen die vrede stichten? Nee, de spreuk is niet direct helder. En ook de commentaren leveren niet de duidelijkheid die je wel graag zou willen.

Maar wat wel helder is dat Jakobus hier samenvattend, in een soort afronding, aanwijst wat de uitwerking is van de wijsheid die van boven komt. De uitwerking van die wijsheid bestaat in: gerechtigheid en vrede. Bij gerechtigheid moeten we dan denken aan een oprecht leven in een rechte verhouding tot God en je naaste. En die vrede, die staat tegenóver de wanorde. Want, zegt de apostel Paulus ergens, God is geen God van wanorde, maar een God van vrede’ (1 Korintiërs 14:33). En die gerechtigheid en vrede, die worden om zo te zeggen rondgestrooid als zaad, uitgedeeld aan mensen die er werkelijk naar op zoek zijn, aan vredestichters. De vrede is niet iets wat jezelf kunt maken, het is iets wat je moet ontvangen als vrucht van de wijsheid van boven. Het is iets wat je moet willen ontvangen.

En dat brengt ons weer terug bij het begin van de preek. ‘Wie is er wijs en verstandig onder u? Wie kent in zijn of haar eigen leven die wijsheid van boven?’ Ik kan me voorstellen dat u zegt: ‘ik zie er maar weinig van. Die zachtmoedige wijsheid, ik vind het prachtig om te zien bij de Here Jezus, en soms zie ik het ook wel eens bij iemand die ik ken, maar dat is voor mij denk ik niet weggelegd. Zo zit ik nu eenmaal niet in elkaar.’

Maar dan vergist u zich: de wijsheid van boven is voor ons allemaal weggelegd. De zachtmoedigheid, die echt helemaal het tegenovergestelde is van de botheid en de bitterheid en de zelfzucht die vaak zo kenmerkend zijn voor mensen, die zachtmoedigheid is weggelegd voor iedereen die er van harte naar verlangt en die er dus ook van harte om bidt. ‘Here Jezus Christus, leer me toch om wijs en zachtmoedig om te gaan met de mensen om mij heen.’ Dat gebed wil Christus verhoren. En Hij wil de chaos in je leven veranderen in vrede, uit de puinhopen wil Hij weer iets moois te voorschijn laten komen, Hij wil je botheid en je zelfzucht omvormen tot vriendelijkheid.

En denk nu niet: ‘Mooi allemaal, maar zo werkt het niet.’ Want dan ben je als de man of de vrouw die in de spiegel kijkt en direct vergeet hoe je eruit zag. Dan ben je een hoorder: het Woord van God gaat het ene oor in maar het andere uit en onveranderd verlaat je de kerk.

Luister daarom toch niet als hoorder maar als dader naar Jakobus’ oproep: Wees wijs en zachtmoedig in de omgang met elkaar. En kijk daarbij steeds naar de Wijsheid van God: Jezus Christus, de Zachtmoedige.

Amen.

 

Liturgie:

Psalm 144:1,2,6
Psalm 19:3
Jakobus 1:19-27
Psalm 119:21,23
Jakobus 3:13-18
Psalm 141:1,2,3
Psalm 19:5,6