Preek | Jezus, ga ons voor (de weg van het kruis)
Lezen: Matteüs 4:1-11 en Matteüs 16:13-24 en 1 Petrus 2:21-25
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Ik heb het altijd een heel heftige reactie gevonden. Jezus die Petrus de rug toekeert. En dan zegt: “Ga terug, Satan, achter Mij!” Ik schrik ervan. Het voelt koud. Alsof de vriendschap tussen Jezus en Petrus ineens voorbij is. Moet dat zo scherp?
Ik had hier anderhalve week geleden een gesprek over met iemand die hier een preek over ging maken. Vorige week preekte Arjan Jonker als preekbevoegde hier. Maar naast hem begeleid ik ook iemand die nog bezig is preekbevoegdheid te krijgen. Wubbo Scholte heet hij. En hij ging hier een preek over maken. En hij reikte mij een nieuw inzicht aan dat ik mooi vond.
Ik wil niets van de heftigheid af te doen waarmee Jezus reageert. Maar Hij zegt toch niet alleen maar: “Wegwezen jij. Ik wil je niet meer zien!” Nee, Hij keert Petrus niet de rug toe om uit contact te gaan. Hij wil direct opnieuw verbinding maken. Want Jezus zegt er iets belangrijks bij: “Achter Mij”. Je moet niet vóór Me gaan staan, niet tegenover Mij, je moet achter Me blijven, achter Mij aanlopen. Ik moet voorop gaan. Niet jij.
Dat is discipelschapstaal: “Achter Mij”. Jezus zegt tegen Petrus: wees mijn discipel, niet mijn tegenstander. Ga achter Mij aan en laat Mij je de weg laten wijzen.
En die weg is de weg van het kruis. De weg van lijden en kwetsbaarheid, de weg van zwakheid en van de ander je linkerwang toekeren, de weg van je leven geven voor je vrienden. Dat is de weg van het kruis, dat in het centrum staat van Gods koninkrijk. En daar heeft Petrus het moeilijk mee. Hij wil liever een koninkrijk zonder kruis, een christendom zonder kruis.
2
En daarin staat Petrus niet alleen. Het is vandaag de zondag na de gemeenteraadsverkiezingen. De voorbije week stond in het teken van politieke keuzes die we maken. En toen ik me aan het inleven was in deze confrontatie tussen Jezus en Petrus, moest ik denken aan een politicus die een aantal jaren geleden uitspraken deed die nogal wat stof deden opwaaien. Het was Thierry Baudet van Forum voor Democratie, in 2022. Dit was wat hij zei:
“Ik vind dat het christendom mannelijkheid mist; voor mij is het te veel een loser-religie, een loser-ideologie: de andere wang toekeren, altijd dat kruis, altijd dat lijden. Ik bedoel: waar zijn de successen, waar is het gevecht?”
Tot dan toe had Baudet nogal zijn best gedaan om te laten zien dat hij met zijn partij christelijke culturele waarden wilde verdedigen. Maar hier werd iets anders duidelijk: het christendom is een religie voor losers. “Altijd dat kruis. Altijd dat lijden.”
En wat minder lang geleden, eind 2025 kwam Telegraaf-journalist Wierd Duk in het nieuws. Hij pleitte voor een nieuwe conservatieve beweging en hij riep christenen op om zich aan te sluiten. Een nieuwe zuil waar christenen en conservatieven samenwerken om actiever en strijdbaarder deel te nemen aan het publieke debat en aan de samenleving.
Toen Gert Jan Segers in een gesprek met Wierd Duk aan hem vroeg of hij iets met Jezus had, iets persoonlijks, toen antwoordde hij dit:
“Ik heb iets met Jezus die de tempel schoonveegt, ik heb iets met Jezus die krachtdadig optrad tegen mensen die het geloof bedreigen. En ik heb minder met de Jezus die geneigd was om zijn linkerwang toe te keren. Ik ben voor een fermer christendom. Ik noem mijzelf altijd cultuurchristen. Dat is iemand die heel goed weet wat de bijdrage is van het christelijke erfgoed voor onze cultuur en identiteit. (…) Maar dat zit niet in dat zwakke, weke christendom.”
Petrus zei het nog vóór dat het allemaal moest gaan gebeuren.
“God verhoede het, Heer! Dat zal U zeker niet gebeuren!” Geen lijden, geen dood, geen kruis. En vandaag komen we in de wereld van de politiek dus mensen tegen die spreken over het christelijke erfgoed en de christelijke waarden maar die ten diepste pleiten voor een een christendom zonder Christus, voor een koninkrijk zonder kruis, voor een weg van cultuurstrijd en macht en niet van ontferming, zachtmoedigheid en verzoening.
3
Petrus hoort Jezus dus spreken over lijden, over verworpen worden, over sterven. En iets in hem komt direct in verzet. “Nee! God verhoede het, Heer! Dat zal U zeker niet gebeuren!” Het is fel, het is impulsief, het is bijna instinctief. Maar wat beweegt Petrus?
Nu we net een uitstapje hebben gemaakt naar de politiek, moet het ook wel wat persoonlijker worden. Wat leeft er eigenlijk in ons hart waardoor ook wij kunnen afhaken als Jezus het heeft over lijden en zwakheid en kruis?
Als ik me probeer in te leven in Petrus. Dan zie ik in elk geval twee mogelijkheden.
Petrus roept hard ‘nee’ als als de eerste fase van een rouwproces. Het is de ontkenningsfase waar we doorheen gaan als iemand net is gestorven, of als je net slecht nieuws hebt gehoord over je gezondheid. Je kunt het niet bevatten. Alsof de grond onder je voeten wegzakt. Zo was dat voor Petrus. Hij heeft alles op Jezus gezet. Hij heeft Hem net beleden als de Messias, en was daarom rots genoemd (en nu is hij een struikelblok). Maar wat Jezus nu zegt – dat past niet in zijn plaatje. Dat kan gewoon niet waar zijn. Het is het ‘nee’ van iemand die nog niet toe kan laten wat er gezegd wordt. Niet omdat hij slecht wil, maar omdat het te groot is, te pijnlijk, te overweldigend.
En misschien herkennen we dat wel. Dat er momenten zijn waarop Jezus ons iets laat zien van zijn weg, en dat we denken: “Nee, dit niet. Niet zo. Niet nu. Niet in mijn leven.” Dat we het niet kunnen inpassen in ons beeld van hoe het zou moeten gaan. En dat we daarom eerst maar ontkennen en wegduwen. Want we willen het lijden liever vermijden.
De andere mogelijkheid: Petrus roep hard ‘nee’ omdat hij geestelijk gezien zit in wat je de peuterpuberteit zou kunnen noemen. Dat ken je misschien wel: “Ik ben twee en ik zeg nee.” Dat hoort bij het vormingsproces waar we allemaal doorheen gaan van onze eerste levensadem af tot aan de laatste snik aan toe. En helemaal in het begin van dit vormingsproces is er een nee-fase. Dat je je verzet. Het is koppigheid. Niet omdat alles doordacht is, maar omdat er een eigen wil wakker wordt.
En eerlijk is eerlijk: die fase gaat misschien nooit helemaal voorbij. We blijven reageren vanuit koppigheid en de wil om controle te hebben. We denken dat wij weten wat goed is. Dat we het beter zien dan Jezus. Er zit iets in ons dat moeite blijft houden met de weg van kwetsbaarheid, de weg van verliezen, van zwakheid en van het kruis.
4
En dan komt Jezus dus met die heftige woorden: “Ga terug, Satan, achter Mij! Je bent een valstrik voor Me. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.”
Ja, ook voor Jezus is dit heftig. Het is opnieuw een verzoeking. Hij wordt opnieuw op de proef gesteld. Het is een echo van wat Jezus meemaakte in de woestijn, toen Hij verzocht werd door de Satan.
Drie verzoekingen kwamen daar op Jezus af. De eerste: verander stenen in brood. Oftewel: gebruik je macht voor jezelf, om zelf belangrijk gevonden te worden als iemand die er echt toe doet. Presteer iets waar mensen niet omheen kunnen.
De tweede: spring van de tempel af. Oftewel: dwing God om je te beschermen, maak van je geloof iets spectaculairs. doe iets uitzonderlijks wat opvalt zodat je geloof bij de mensen kunt afdwingen.
De derde: de duivel neemt Jezus mee naar een zeer hoge berg en toont Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht. “Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt.” Dat is de verleiding van de macht. De duivel daagt Jezus uit om te kiezen voor macht en succes en pracht en praal zonder er moeite voor te doen en zonder dat het Hem iets kost. Jezus hoeft alleen maar even te knielen.
En deze derde verzoeking komt nu opnieuw naar Jezus toe, maar nu door Petrus. Jezus weet dat de weg van de macht die de duivel Hem aanbood onbegaanbaar is. Hij weet dat het in het koninkrijk van God nooit kan gaan om menselijke macht. Hij kíest ook de weg van het lijden En nu is daar Petrus, die vóór Hem, die tegenover Hem komt staan en die Hem van die weg probeert af te houden.
Het viel me op dat Jezus hetzelfde woord gebruikt om duivel weg te sturen en Petrus. Na die derde verzoeking in de woestijn zegt Jezus: “Ga weg, Satan!” En tegen Petrus zegt Hij: “Ga weg, Satan.” Maar bij Petrus zegt Hij er dus iets bij. “Ga weg, Satan, achter Mij.”
De duivel moet echt helemaal wegwezen. Bij hem is geen ruimte voor bekering, geen opening naar verandering. Het gaat om een radicale afwijzing van een stem die Jezus wil losmaken van zijn Vader en van zijn roeping. Later zal Jezus ook zeggen over de duivel: “Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen” (Johannes 8:44). Daar valt niets mee te beginnen. Die moet echt buiten de deur.
Maar bij Petrus is dat anders. Jezus wijst heel scherp af wat Petrus zegt: “Je bent een valstrik voor Me. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat mensen willen.” Maar direct is er dus ook weer de uitnodiging: “Achter Mij.” Ga niet vóór Jezus staan. Ga niet niet tegenóver Jezus staan. Ga Jezus niet vertellen wat Hij moet doen. Maar ga achter Hem aan. Volg Hem.
Dat deed Petrus al. Maar blijkbaar kun je al volgend ook vallen. Je kunt verkeerd reageren, verkeerde keuzes maken. En daar is Jezus dan scherp over. Het verhaal wordt maar kort verteld, maar ik kan me voorstellen dat Petrus na deze confrontatie met Jezus behoorlijk van slag is geweest en heeft zitten huilen. Zoals hij later bitter huilde toen de haan driemaal had gekraaid.
Maar voor Jezus is dat nooit een eindpunt. Elke keer dat we vallen, elke keer dat we een verkeerde keuze maken is ook weer een gelegenheid om een nieuw begin te maken. Om je door Jezus te laten aankijken die tegen je zegt: “Achter Mij. Als je achter Mij aanloopt, dan kom je thuis, dan kom je op je bestemming.”
5
Dat is een vormingsproces dat een leven lang duurt. Een proces waarin je steeds meer gevormd wordt door Jezus, waarin je groeit in Christusgelijkvormigheid.
Ik kwam daarover afgelopen week een mooi citaat van C.S. Lewis tegen. Hij is bekend van de Narnia verhalen (er komt dit jaar een nieuwe Narnia film uit). Maar hij schreef ook boeken en brieven. In een van zijn bekendste boeken ‘Mere Christianity’ (in het Nederlands: ‘Onversneden christendom’) heeft hij het over hoe we als christen gevormd worden.
Dat past trouwens ook bij de eerste van de tien Life Rules waar we vijf weken geleden mee kennis maakten in de jeugddienst. “Kies waardoor je je laat vormen.” Je laten vormen door Jezus heeft alles te maken met keuzes. En daarover schrijft Lewis het volgende:
“Telkens wanneer je een keuze maakt, verander je het centrale deel van jezelf – het deel dat kiest – een beetje ten opzichte van wat het daarvoor was. En als je je leven als geheel neemt, met al je ontelbare keuzes, dan ben je je hele leven lang langzaam bezig dat centrale deel van jezelf te vormen tot een hemels wezen of tot een hels wezen: óf tot een wezen dat in harmonie is met God, met andere schepselen en met zichzelf, óf tot een wezen dat in staat van oorlog en haat verkeert met God, met zijn medeschepselen en met zichzelf. Het ene soort wezen zijn is hemel: dat wil zeggen vreugde en vrede en kennis en kracht. Het andere soort wezen zijn betekent waanzin, verschrikking, dwaasheid, woede, onmacht en eeuwige eenzaamheid. Ieder van ons beweegt zich op elk moment voort in de richting van de ene of de andere toestand.”
Elke keuze die we maken is van betekenis in dat vormingsproces. Elke reactie, elke impulsieve daad, elke weloverwogen beslissing, is een stapje naar Jezus toe en dus naar liefde, vreugde en vrede, of een stap bij Jezus vandaan en dus in de richting van haat, woede en onrust.
6
Hoe is het met Petrus verder gegaan? Dat is een hoopvol verhaal. Soms zou je over jezelf denken: wordt het nog wel eens wat, of blijft het aanmodderen, tegenvallen, struikelen.
Daarom lazen we ook nog iets uit de eerste brief van Petrus. Diezelfde Petrus tegen wie Jezus hier nog zegt “Ga weg, satan, achter Mij” omdat hij Jezus bij het lijden en het kruis weg wilde houden, diezelfde Petrus die bij een soldaat met zijn zwaard een oor afslaat, diezelfde Petrus die bitter huilt als de haan heeft gekraaid, die Petrus schrijft later, als hij zoveel verder is in dat vormingsproces waarin elke keuze ertoe doet:
“Dit is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.”
Dat is ook onze roeping: in de voetsporen van Jezus treden, Hem voor laten gaan, niet oordelen, rechtvaardig leven, dood zijn voor de zonde, je laten genezen door zijn striemen, terugkeren naar je herder, Hem laten zorgen voor je ziel.
Laten we dat samen beamen met een lied dat ook een gebed is: “Jezus, ga ons voor”.
Gespreksvragen
- Wat raakte je het meest in deze preek (een beeld, een zin, een gedachte) en waarom juist dat?
- Hoe verandert jouw kijk op Jezus’ woorden “achter Mij” als je het niet hoort als afwijzing, maar als uitnodiging tot volgen?
- In Matteüs 16:21-23 wijst Jezus Petrus scherp terecht. Wat zegt deze passage volgens jou over wie Jezus is en wat Hij belangrijk vindt?
- De preek verbindt Petrus’ reactie met ontkenning (rouwproces) en koppigheid (“ik zeg nee”). In welke van die twee herken jij jezelf het meest?
- Waar merk jij in je eigen leven weerstand tegen “de weg van het kruis”: tegen kwetsbaarheid, verlies of loslaten?
- Jezus noemt Petrus een ‘valstrik’ (struikelblok) omdat hij denkt vanuit menselijke belangen. Hoe kun je vandaag het verschil herkennen tussen wat mensen willen en wat God wil?
- De preek legt een link met de verzoekingen in Matteüs 4. Welke van die drie verzoekingen (macht, spektakel, succes) herken jij het meest in jezelf of in de wereld om je heen?
- Hoe helpt het citaat van C.S. Lewis jou om anders naar je dagelijkse keuzes te kijken? Kun je een concrete keuze noemen die vormend was voor wie jij nu bent?
- In 1 Petrus 2:21-25 beschrijft Petrus later zelf de weg van Jezus. Wat valt je op in deze tekst als je hem leest in het licht van zijn eerdere ‘nee’?
- Stel dat Jezus vandaag tegen jou zegt: “Achter Mij.” Wat zou dat concreet kunnen betekenen voor jouw komende week?
Werkvormen
De plek bepalen
Laat deelnemers letterlijk in de ruimte staan: vóór (tegenover) Jezus of achter Jezus. Laat ieder kort delen waarom hij of zij daar staat. Daarna: wil iemand van plek veranderen?
Twee stemmen herkennen
Laat deelnemers in tweetallen opschrijven:
- een “stem van Petrus” in hun leven (vermijden, controle, weerstand)
- een “stem van Jezus” (uitnodiging, vertrouwen, volgen)
Bespreek wat helpt om de tweede stem meer ruimte te geven.
Levenskeuzes als richting
Iedereen krijgt een vel papier met twee richtingen:
- richting “veiligheid, verbinding, vreugde”
- richting “onrust, vervreemding, boosheid”
Schrijf twee of drie recente keuzes op en plaats die op de lijn. Bespreek wat je ontdekt over het eigen vormingsproces.
