Preek | Open leven 1 – Vertrouwen
Lees hier meer over de serie ‘Open leven’
Lezen: Matteüs 5:44-48, Matteüs 6:5-8 en Romeinen 8:12-17
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
De eerste eerste regels van dat lied van Sela waar we net naar luisterden, troffen me toen ik het lied een tijd geleden voor het eerst hoorde:
‘Heer, uw wegen zijn zo vaak verborgen.
Is er iemand die u nog begrijpt?
Zoveel vragen blijven onbeantwoord,
zelfs al bid ik ze de hele tijd.’
Dat zijn herkenbare vragen. Ik stel ze zelf soms. Ik kom ze vaak tegen in pastorale gesprekken. Wat kunnen we teleurgesteld zijn in God en in gebed. Wat kunnen we soms het gevoel hebben dat God afwezig is. Herken je dat?
En ik denk ook weleens: Waarom zou ik aan God vragen wat hij misschien toch niet geeft? Waarom zou ik tegen God zeggen wat hij toch al weet? Waarom zou ik tijd besteden aan gebed als er toch zoveel andere dingen te doen zijn?
Het is belangrijk dat we die vragen ruimte geven. Maar dan niet als eindpunt waar we bij uitkomen als we op onze ervaring afgaan, maar als beginpunt van een leerweg.
Want meer dan ooit geloof ik dat het belangrijk is dat we weer leren bidden. Je kunt geen christen zijn zonder dat gebed een grote rol speelt in je leven. Gebed is het hart van christelijk geloven, hopen en liefhebben.
En de beste plek om weer te leren bidden is bij Jezus. Zeven keer gaan we naar hem toe. Zeven keer stellen we de vraag: Heer, leer ons bidden. En zeven keer geeft Jezus ons een bede, een gebedszin. Niet een zin om altijd precies zo uit te spreken. Maar meer: een levensthema. Vandaag is dat de zin ‘Onze Vader in de hemel’. En het levensthema: Vertrouwen.
2
En met dat thema vertrouwen komen we midden in ons leven uit waar vertrouwen soms beschaamd wordt, waarin mensen hun beloften niet nakomen waardoor het je niet langer lukt om diegene te vertrouwen, waarin leugen en bedrog ervoor zorgen dat wantrouwen een logischer optie is dan vertrouwen. Een wereld ook waarin we zeggen: ‘Vertrouwen is goed, controle is beter’. Want ja, ‘in control’ zijn is makkelijker dan je overgeven, makkelijker dan loslaten.
En ook: hoe kun je een God vertrouwen die niet lijkt te doen wat hij zegt, die niet geeft wat hij wel belooft, die niet lijkt te helpen terwijl hij wel zegt dat hij je helper is? Hoe kun je een God vertrouwen die soms wel twee gezichten lijkt te hebben: de ene keer een gezicht vol liefde en aanvaarding, de andere keer een gezicht vol afwijzing en oordeel? Wie is God eigenlijk?
Jezus is niet verbaasd als we die vragen stellen en als we worstelen met angst en wantrouwen. Integendeel: hij kent diep van binnen de gebrokenheid van onze levens.
Maar hij neemt ons mee naar een plek waar we kunnen worstelen met die vragen en waar we ook nieuwe wegen krijgen gewezen, waar we nieuwe antwoorden ontvangen. Hij neemt ons mee naar een plek waar een nieuwe wereld voor ons open gaat. een wereld die Jezus met voorliefde het koninkrijk van God noemt.
3
Bij al onze worstelingen en vragen zegt hij steeds opnieuw (en we zijn hier in het hart van de bekende Bergrede van Jezus), in Matteüs 6:6:
‘Trek je terug in je huis, sluit de deur, en bid tot je Vader die in het verborgene is, en jullie Vader die in het verborgene is zal je ervoor belonen’.
Ik wil dat graag de binnenkamer noemen (zoals in de oude Statenvertaling van de Bijbel staat). Jezus nodigt je uit in de binnenkamer.
Sterker nog: ik geloof dat Jezus ons uitnodigt in zíjn binnenkamer. Want Jezus bracht veel tijd door in het verborgene, in de stilte, in de nacht, buiten op een berg bijvoorbeeld. Hij bracht tijd door met zijn Vader. En we zouden met z’n allen super nieuwsgierig moeten zijn naar wat hij dan doet, wat er dan gebeurt in dat alleen zijn in de stilte met zijn Vader in de binnenkamer.
En nu zegt Jezus zoveel als: kom maar kijken. Dit ben ik aan het doen. Ik ben niet eindeloos aan het praten zoals de heidenen doen. Want die overvloed van woorden helpt niet. Mijn Vader weet al wat Ik nodig heb.
En dan volgen er toch woorden. De woorden van het Onze Vader. En ik geloof dat je het zo moet zien: Jezus nodigt ons uit in de binnenkamer om daar zelf te worstelen, zelf te leren verlangen, zelf te ontdekken wie God voor ons is en wie wij voor hem zijn, zelf de ogen open te doen voor onze naasten die ons kwetsen en die wij kwetsen.
Oftewel: het gebed in de binnenkamer is steeds opnieuw de plek waar we ons verbinden met God, met onszelf en met onze naaste. En in die drievoudige relatie spelen steeds opnieuw dezelfde levensthema’s. Zeven thema’. En Jezus geeft ons zeven gebedszinnen die voor ons het aanknopingspunt vormen om met die thema’s bezig te zijn en te blijven.
En, lieve mensen, het is goed om het vandaag helder en duidelijk tegen elkaar te zeggen: we kunnen niet zonder een persoonlijk gebedsleven als we echt als christen willen leven. Bidden speelt een cruciale rol. Kijk, je kunt er prima van overtuigd zijn dat het christelijk geloof waar is, zonder gebed. Maar als je de echtheid van het christelijk geloof wilt proeven en ervaren, als je met vreugde wilt ontdekken dat Jezus ook vandaag leeft, dan kun je niet zonder een persoonlijk gebedsleven.
Ik weet wel dat velen daarmee worstelen, er geen tijd en ruimte voor hebben of maken. Laat vandaag dan een moment zijn, laat deze prekenserie die vandaag start dan de aanleiding zijn om daarin nieuwe dingen te ontvangen, nieuwe dingen te doen, nieuwe stappen te zetten. Heel eenvoudig: door de woorden van het Onze Vader – dat volmaakte gebed van Jezus dat bestemd is voor onvolmaakte mensen die willen leren leven in Gods koninkrijk – door die woorden diepgaand te leren kennen en te gebruiken om tijd door te brengen met God worstelend met je eigen onvolmaaktheid en die van anderen en verlangend naar wat God daarin kan doen.
4
Als je bidt, zeg dan: ‘Onze Vader in de hemel’. Tot wie bid je als je bidt? Jezus wil eens en voor altijd duidelijk maken: je bid tot je Vader. Het is zijn eigen Vader met wie Jezus intens verbonden is. Het is de Vader die aan het begin van Jezus’ bediening op aarde de hemel open deed om te zeggen: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde’.
Dat was voor Jezus zo’n ongelooflijk belangrijk moment. Daar hoorde hij, daar kon hij diep tot zich laten doordringen: dit is mijn identiteit, dit is wie ik ben: een geliefde Zoon van een goede Vader die van me houdt met een onvoorwaardelijke, onuitputtelijke en onveranderlijke liefde. Op hem vertrouw ik!
Zo – als geliefde Zoon – heeft Jezus geleefd en ook geleden. Zo heeft Jezus gesproken en ook gehandeld: in volledig vertrouwen op zijn hemelse Vader. Zelfs toen hij de weg die hij moest gaan te moeilijk vond vanwege de overweldigende weerstand en vijandigheid die hij ontmoette.
Zelfs toen hij in Getsemane bad of de beker aan hem voorbij mocht gaan. Zelfs toen hij de woorden van een Psalm zich eigen maakte waarin diepe verlatenheid doorklonk (‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Zelfs toen vertrouwde hij op zijn Vader.
Als je bidt, tot wie bid je dan? Wie is het met wie je tijd doorbrengt in de binnenkamer? Het is de Vader in de hemel. Een goede Vader die liefheeft, die zorgt, die je bemoedigt, die je ook corrigeert waar dat nodig is, maar altijd vanuit zijn liefde. De Vader die in het verborgene is, de Vader die ons ontmoet in ons binnenste, de Vader die hemels dichtbij is – die Vader nodigt ons uit om, als alles wat er in onze buitenwereld gebeurt ons te veel wordt, onze binnenkamer in te gaan en te zeggen: ‘Onze Vader in de hemel’.
Dat kan een worsteling zijn, om God zo te zien en te blijven zien: als Vader, als goede Vader, ook temidden van veel verdriet en tegenslagen, en ook temidden van tekortkomingen en onvolmaaktheden die er in onze levens is en waarvan we ons afvragen of God dat niet had kunnen voorkomen.
Jezus leert ons dan steeds opnieuw – wat er ook is – om toch te zeggen: ‘Onze Vader in de hemel’. ‘Abba, Vader’. Ook als je het voor je gevoel tegen je gevoel in zegt, blijf het zeggen. ‘Vader. Abba, Vader.’
Zo wil de Geest van Jezus in ons werken. Want die binnenkamer is ook de ruimte van de Geest, de Geest die ons leert om te vertrouwen en niet te leven in angst en wantrouwen. Zoals Paulus later zegt: ‘Jullie hebben de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, jullie hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.’ Dat gebeurt als we gehoor geven aan Jezus’ oproep om tijd door te brengen met God in onze binnenkamer en te zeggen ‘Onze Vader in de hemel’.
5
Maar is het wel echt waar dat hij een Vader is die onvoorwaardelijk, onuitputtelijk en onveranderlijk liefheeft, iedereen? Ja. Jezus heeft het al gezegd, iets eerder in diezelfde Bergrede.
[Tussen haakjes – onthoud dit: wie het ‘Onze Vader’ bidt, kiest daarmee voor een leven volgens de Bergrede; wie het ‘Onze Vader’ bidt, bidt daarmee hét koninkrijksgebed en zegt: ‘ja, ik doe mee in de beweging van Jezus, die beweging van het koninkrijk op aarde zoals in de hemel, ik doe mee in het werk van Gods Geest en laat me door hem inspireren’. Het ‘Onze Vader’ is dus niet een vrijblijvend gebed maar een gebed dat mensenlevens verandert!]
Jezus legde uit wie de Vader is: ‘je Vader in de hemel laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.’ De Vader maakt geen onderscheid. De Vader heeft iedereen lief. En daarom zegt Jezus: heb je naaste lief, iedere naaste, zelfs je vijand, je vijand misschien nog wel meer dan die naaste die jou toch ook al liefheeft. Wees volmaakt als de Vader. Dat betekent niet: zonder zonde. Dat betekent: zonder onderscheid. De Vader heeft iedereen onuitputtelijk, onvoorwaardelijk en onveranderlijk lief.
Tot die Vader leert Jezus ons bidden als hij ons deze gebedszin aanreikt: ‘Onze Vader in de hemel’.
6
En hoe doe je dat dan, bidden en groeien in vertrouwen? En wat heeft het voor effect op je leven als je in je binnenkamer voortdurend oefent in dat vertrouwen? Daar staan we ten slotte bij stil. Eerst dus bij hoe dat er dan uit ziet: in je binnenkamer zijn en zeggen ‘Onze Vader in de hemel’. En vervolgens: hoe kunnen we van daaruit hoop verspreiden in de buitenwereld?
1) Maak tijd om bij de Vader te zijn. Lieve mensen, het is echt een probleem als je geen persoonlijk gebedsleven hebt. Ik zeg dat met liefde en respect, niet om je te oordelen maar om je wakker te schudden. Leven in Gods koninkrijk vraagt oefening en die oefening vraagt tijd. Dat snappen we allemaal prima als het om lichamelijke oefening, om sport gaat. Niemand denkt dat hij de halve marathon kan lopen zonder één keer te oefenen. Maar soms lijkt het erop dat we massaal denken dat je in Gods koninkrijk kunt leven zonder gebedsoefening.
Maak tijd om bij de Vader te zijn. Door gewoon op een stoel te gaan zitten. Door in je eentje een wandeling te maken. Door naar een plek toe te gaan die helpend is (in de natuur, in een kerk, in een klooster, of misschien in je eigen huis een gebedshoekje). Word stil. En zeg met verlangen: ‘Onze Vader in de hemel’. En ga van binnen na of je op God vertrouwt, of op jezelf. En oefen je in vertrouwen door bijvoorbeeld een paar keer Psalm 143:8 te zeggen: ‘Laat mij in de morgen uw liefde horen, op u stel ik mijn vertrouwen’.
Of zeg: ‘Onze Vader in de hemel’ en stel je voor dat op dat moment – net als bij Jezus’ doop in de Jordaan – de hemel open gaat en de Vader zegt: ‘Jij bent mijn geliefde kind. Ik verheug me in jou. Ik zie je graag. Ik heb je lief.’
Ja, neem tijd om tot je door te laten dringen dat God onvoorwaardelijk van je houdt, wat er ook speelt in je leven. En als je geen vertrouwen voelt: vraag erom. ‘Vader, ik wil zo graag op u vertrouwen, me helemaal aan u toevertrouwen. Help me door uw Geest. Abba, Vader – ik vertrouw op u, want u hebt mij lief.’
2) Vanuit de binnenkamer gaan we de buitenwereld in, het leven vol ontmoetingen, taken en uitdagingen. Als je in de binnenkamer leert om je geliefd te voelen door je hemelse Vader, kun je in de buitenwereld met meer liefde en aandacht omgaan met de mensen die op je pad komen. Neem je voor om elke dag in een ontmoeting met extra liefde en echte aandacht aanwezig te zijn, zonder oordeel, zoals je dat zelf ervaart als je tijd doorbrengt met de Vader
En als je in je binnenkamer oefent in vertrouwen, kun je ook in de buitenwereld ervoor kiezen om mensen te vertrouwen. Laat mensen niet altijd je vertrouwen moeten verdienen. Maar geef vertrouwen. Kies voor vertrouwen, niet voor controle, niet voor angst en wantrouwen. Voor vertrouwen. Je zult merken dat je dat kunt naarmate je meer op de Vader gaat vertrouwen.
Laten we ons nu samen toevertrouwen aan de Vader door het gebed van Jezus te zingen op de melodie van NLB Gezang 1006.
