Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


Ter introductie (voorafgaand aan de Schriftlezingen)

Dit is een inleidende preek met het oog op het gemeentebrede leertraject rond het boek ‘De leerlingen. Wat het betekent om Jezus te volgen’ van Daan Molenaar. Daan werkt voor de EO en is onder andere de bedenker van de bekende dagelijkse Bijbelpodcast ‘Eerst dit’ en ook van een aantal langere podcastseries onder de titel ‘De leerlingen’.

Het boek ‘De leerlingen’ komt voort uit een 12-delige podcastserie waarin de Bergrede van Jezus centraal staat. Vanmiddag sta ik stil bij vijf zinnen die voorkomen in het Voorwoord van dat boek. 

Ik heb die zinnen omgevormd naar vijf vragen:

  1. Wie of wat volg jij?
  2. Wie ben jij aan het worden?
  3. Wie is de beste Meester die er is?
  4. Waartoe verlost Jezus ons?
  5. Hoe wordt het komende koninkrijk zichtbaar?

We lezen eerst twee gedeelten uit het evangelie van Marcus:

  • Marcus 1:14-20
  • Marcus 9:2-8

1

Wie of wat volg jij?

Dat is de eerste zin uit het voorwoord van het boek waar we komende tijd mee bezig gaan in een gemeentebreed leertraject.

Wie volg jij? Dat kan een influencer zijn. Iemand op Instagram of LinkedIn. Iemand uit de politiek over wie je van alles wilt weten. Misschien volg je wel een spreker of een predikant waar je graag naar luistert. Of een sporter, een denker, iemand uit je vriendengroep.

Misschien denk je wel: iemand volgen? Daar ben ik eigenlijk niet zo mee bezig. Ik volg vooral mijn hart.

Of wat volg je? Dat kan het nieuws zijn, de actualiteiten, de laatste mode, trends op social media, je dromen. Je principes kun je ook volgen, of je agenda. Of je volgt wat andere mensen van je vinden, daar luister je altijd goed naar en daar pas je je dan aan aan.

We volgen allemaal van alles en iedereen. En vaak zonder dat we het zelf zo in de gaten hebben. Het is goed om te bedenken dat dat allemaal invloed op je uitoefent. Waar je vaak naar kijkt, waar je veel naar luistert, met wie je veel optrekt: het doet iets met je. Het vormt je.

En vanmiddag klinkt, aan de start van een langer leertraject, de stem van Jezus. Hij zegt: ‘Volg Mij!’ Dat is de uitnodiging die klinkt in Marcus 1:17 – “Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’”

Wat betekent dat eigenlijk: Jezus volgen?

Volgen is meer dan achter iemand aan lopen. Het is ook meer dan alleen maar bewondering hebben voor iemand. Je kunt Jezus interessant vinden. Je kunt veel over Hem weten. Je kunt geraakt worden door wat Hij zegt. Maar als Jezus zegt: ‘Volg Mij’, nodigt Hij je uit om werkelijk bij Hem in de leer te gaan. Om je leven met Hem te verbinden. Om naar Hem te luisteren, naar Hem te kijken, met Hem op te trekken. En om je door Hem te laten vormen. 

Want dat gebeurt als je iemand volgt: je gaat steeds meer lijken op degene die je volgt. Je wordt erdoor beïnvloed.

Dat zie je ook bij die eerste leerlingen. Simon en Andreas krijgen geen boek mee waarin precies staat wat ze allemaal moeten geloven. Ze krijgen ook geen lijst met regels waaraan ze zich voortaan moeten houden. Jezus zegt: ‘Kom, volg Mij.’ Ga met Mij mee. Kijk en luister naar Mij. Leer van Mij. Ontdek hoe je leven eruit gaat zien als Ik je Meester ben.

Maar – en dit vind ik heel belangrijk – we moeten vanmiddag niet beginnen bij die woorden: ‘Volg Mij.’ Want die woorden komen niet uit de lucht vallen. Jezus heeft vlak daarvoor ook al iets gezegd. Dit is niet het éérste wat de leerlingen te horen krijgen. Dit hadden ze daarvoor gehoord: “De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit goede nieuws.”

Dáár begint het. Niet bij: “Volg Mij”.  Het begint niet bij wat wij moeten doen. Niet met de vraag of wij wel goede volgelingen zijn. Niet met een programma voor geestelijke groei. Het begint met iets wat God doet. “Het koninkrijk van God is nabij.” God is aan het werk in deze wereld.

Jezus komt met de aankondiging dat Gods nieuwe werkelijkheid dichtbij is gekomen. God is Koning. Zijn goede heerschappij breekt door. Zijn toekomst komt naar ons toe. En Jezus zegt: geloof dat goede nieuws. Vertrouw je eraan toe. En dan, een paar verzen later, klinkt: ‘Kom, volg Mij.’

Dus dit is belangrijk:

Het koninkrijk van God is nabij!!

  1. Kom tot inkeer
  2. Geloof dit goede nieuws
  3. Volg Mij

‘Volg Mij’ is dus pas de derde opdracht. Daar begint het niet. Het begint bij Jezus en zijn koninkrijk: dat we ons bekeren tot dat koninkrijk, dat we gelóven in dat koninkrijk – dat God door zijn Geest krachtig aan het werk is in deze wereld. Het begint bij God, bij Jezus en bij de Geest. Het begint niet bij ons. Als we dat niet eerst goed beseffen, wordt dat volgen iets wat we in eigen kracht gaan doen.

Misschien moet ik het nog iets scherper zeggen: Jezus is niet alleréérst een leraar die ons vertelt hoe wij betere mensen kunnen worden. Hij is ook niet allereerst een inspirerend voorbeeld dat wij zo goed mogelijk moeten proberen na te doen. Hij komt als de Koning van dat koninkrijk. Als Jezus zegt: ‘Volg Mij’, zegt Hij dus niet alleen: leer van Mij. Hij zegt ook: ‘Vertrouw je toe aan Mij. Leef met Mij als je Koning. Stap met Mij die nieuwe werkelijkheid binnen, de werkelijkheid die koninkrijk van God heet.’ We mogen het woord volgen eigenlijk nooit horen, zonder meteen ook te denken aan het Koninkrijk.

2

We komen bij de tweede vraag: Wie ben jij aan het worden? In het Voorwoord lezen we: “De Amerikaanse voorganger John Mark Comer leerde me die vraag te stellen: wie ben ik aan het worden door de ideeën die ik nu navolg?”

Want als je leeft in dat koninkrijk door Jezus daar te volgen, komt er een veranderingsproces op gang. Dat is trouwens helemaal niet zo’n vreemd idee. Alles wat je volgt, vormt je.

Denk maar aan reclame. Waarom geven bedrijven miljoenen uit aan reclame? Omdat reclame werkt. Niet omdat je na één reclamefilmpje onmiddellijk naar de winkel rent. Zo werkt het meestal niet. Het gaat veel subtieler. Je ziet steeds hetzelfde merk. Steeds dezelfde beelden. Steeds dezelfde boodschap: als je dit koopt, word je gelukkiger, mooier, succesvoller, belangrijker. En langzaam maar zeker nestelt dat beeld zich in je hoofd. Je verlangens worden gevormd zonder dat je het merkt.

Of neem iemand die steeds meer in complottheorieën terechtkomt. Dat begint misschien met één filmpje. Interessant. Toch eens kijken. Dan nog een filmpje. Je gaat een paar mensen volgen die hetzelfde zeggen. En het algoritme helpt graag een handje: als je dit interessant vindt, vind je dát vast ook interessant. Langzamerhand ga je steeds meer door die bril naar de werkelijkheid kijken. Mensen die anders denken worden naïef. De overheid wordt verdacht. De wetenschap wordt verdacht. De media zijn niet meer te vertrouwen. En op een gegeven moment ben je niet alleen andere dingen gaan dénken. Je bent ook anders geworden. Misschien wantrouwiger. Bozer. Banger.

Dat is de kracht van wat je volgt. En daarom is die vraag zo belangrijk: Wie ben jij aan het worden door wat jij volgt? Want precies daar raakt het volgen van Jezus aan geloofsvorming. Jezus volgen betekent niet alleen dat je bepaalde ideeën van Jezus overneemt. Het gaat niet alleen om wat je gelooft of welke mening je hebt over allerlei ethische onderwerpen. Het gaat in het christelijk geloof niet om meningsvorming maar om karaktervorming. Jezus wil ons karakter vormen, zodat we steeds meer een koninkrijkskarakter krijgen.

Je luistert naar zijn woorden. Je kijkt naar de manier waarop Hij met mensen omgaat. Je ontdekt wat Hij belangrijk vindt. Je leert bidden zoals Hij bidt. Je leert liefhebben zoals Hij liefheeft. Je leert kijken naar mensen zoals Hij naar mensen kijkt. En langzaam maar zeker gebeurt er iets met je. Je wordt gevormd. Niet alleen je mening verandert. Jíj verandert.

Dat is misschien wel een van de belangrijkste doelen van geloofsvorming: dat wij door Jezus te volgen steeds meer mensen worden die op Jezus lijken. Of nog eenvoudiger gezegd: ‘Jezus volgen is van Jezus leren om een mens van liefde te worden.’

Het leertraject waar we ingaan heeft dat ook als hoogste doel. Dat je meer een mens van liefde wordt doordat je dichtbij Jezus blijft en elke dag opnieuw proeft van het leven in zijn koninkrijk. Daar word je liefdevoller van, vreugdevoller, vredevoller, geduldiger, eerlijker, betrouwbaarder, authentieker. 

3

We komen bij de derde vraag: Wie is de beste Meester die er is? In het Voorwoord lees ik deze zin: “Dit boek gaat over het volgen van Jezus, over het leerling zijn van Hem, de beste Meester die er is.” 

Dat is een uitnodiging om naar Jezus te kijken. We staan vaak niet zo heel lang bij Hem stil. Of we kennen Hem alleen maar voor dat stukje waar wij het meest aan denken te hebben. Van de week stond er een interview in de krant met een predikant. Dat was een mooi en betrokken interview maar er stond een kop boven die me raakte. En dat niet in positieve zin.

Dit was de kop: Als je over Christus praat, dan moet het gaan over onze schuld en ons tekort. Maar bij Hem is ook vergeving. Voor iedereen.” Met dat laatste ben ik het uiteraard eens. Dankzij Christus is er voor iedereen vergeving!

Maar ik denk bij deze kop: Als je over Christus praat, moet je over Christus praten. En niet meteen over ons. We kunnen zo ontzettend met onszelf bezig zijn, dat het ons niet eens meer lukt om eens een tijdje stil te staan bij wie Christus is. En dat Christus veel en veel meer is dan alleen maar degene die er is voor vergeving van onze zonden en tekorten. 

Christus is Koning. Christus is Schepper. Christus is Gods Waarheid, Gods Goedheid en Gods Schoonheid. Christus is het Leven en het Licht. Christus is de glorie van God. Christus is het beeld van de onzichtbare God. Christus is het Woord door wie alles geworden is. Christus is vóór alles en alles bestaat in Hem. Christus draagt alle dingen. Christus houdt de wereld bij elkaar. Christus is de Goede Herder. Christus is de ware Wijnstok. Christus is het Brood dat leven geeft. Christus is de Opstanding. Christus is de Vredevorst van het Vrederijk. Christus is de Mensenzoon. Christus is het Lam van God. Christus is Overwinnaar. Christus is Heer. Christus is de Geliefde Zoon van de Vader. Christus is vol van genade en waarheid. Christus is zachtmoedig en nederig van hart. Christus is de beste Meester die er is. Christus is Alles. Lieve mensen, met minder kunnen we niet toe.

Toen ik dit afgelopen donderdag tot me door liet dringen, luisterde ik ook naar de podcast ‘Eerst dit’ van die dag. Dat doen we als groep van de Tafelgesprekken op woensdag. We doen een Bijbelchallenge: elke dag Eerst dit luisteren en dan in de appgroep één zin delen die je aansprak. 

Marcus 9:2-8 werd gelezen, wat we net ook gedaan hebben. We keken samen naar de glorie van Christus. “Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen.” 

“Toen kwam er een wolk, die hen overdekte, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’ Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.”

Samen met Petrus, Jakobus en Johannes zien wie Jezus werkelijk is: zijn gewone menselijke verschijning breekt als het ware open en zijn goddelijke glorie straalt erdoorheen. En dan zegt God zelf wat wij met deze Jezus moeten doen, hoe wij Hem kunnen volgen: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’

En als alles voorbij is, blijft er maar Eén over op wie hun ogen gericht kunnen zijn. En dat geldt ook voor ons leertraject rond het volgen van Jezus. Daarin zijn we niet allereerst met onszelf bezig, maar met Jezus. Want daar verander je van. 

We willen alleen Jezus zien, niemand anders. In een oudere vertaling stond het er heel krachtig: “Zij zagen niemand dan Jezus alleen.” Ik hoop dat iets daarvan gebeurt tijdens ons leertraject. Dat we achteraf kunnen zeggen: “Wij zagen niemand dan Jezus alleen.”

4

We komen bij de vierde vraag. “Waartoe verlost Jezus ons?” Dat woordje ‘waartoe’ is hier belangrijk. Ik lees een alinea voor uit het Voorwoord: “Een centrale christelijke overtuiging is dat Jezus Christus de mensgeworden God is die mensen verlost en die ons verzoent met God. Je kunt de vraag stellen waarom Hij dat doet (het lukt mensen niet om de breuk met God zelf te herstellen) en waarvan (zonde, macht van dood, duivel en wereld) en waartoe. Over dat laatste punt – waartoe – mogen we het vaker hebben wat mij betreft.”

Dat is dus een belangrijk uitgangspunt voor dit boek. Dat we naast die waarom- en die waarvan-vraag ons vooral ook bezig houden met de waartoe-vraag. We zijn in de kerk vaak sterk bezig met het verleden waarvan we verlost worden door Jezus. En dat is ook geweldig dat de genade van de vergeving er is. Maar er is nog veel meer genade. Er is ook genade die de toekomst opent, genade die vernieuwt, genade die nieuwe mensen van ons maakt die weer een beetje beginnen te beantwoorden aan waarvoor God ons gemaakt heeft. 

Jezus verlost je niet alleen van een leven zonder God. Hij verlost je tot een leven met God. En in dat leven mét God wordt onze relatie met onszelf vernieuwd, met onze naaste, met God en ook met de schepping. Er wordt meer en meer zichtbaar in al die relaties wat God vanaf het begin bedoeld heeft: de shalom en de heelheid die zichtbaar zijn geworden in Jezus Christus. Hij is hier door zijn Geest om ons te vormen naar zijn beeld. Zó redt Hij ons. Hij redt ons door ons te vormen naar zijn beeld. Hij redt ons door van ons ‘mensen van liefde’ te maken. Dat is echt zijn werk, door zijn Geest.

5

En dan zijn we bij de vijfde en laatste vraag: ‘Hoe wordt het komende koninkrijk zichtbaar?’ Ik lees in het Voorwoord deze zin: “Mensen die Jezus volgen, willen daarom in alle dingen het leven van het komende koninkrijk zichtbaar maken.” 

Dat komende koninkrijk is het koninkrijk dat nabij is. Het is de vernieuwende Aanwezigheid van de Geest van Jezus. Die is er al. Wij hoeven niet te bouwen aan een koninkrijk dat er nog niet is. We kunnen door de Geest participeren in dat nabije koninkrijk, in die Christus-werkelijkheid waarin wij leven. 

Want de werkelijkheid is vol van Christus. Hij is overal. In Hem leven wij, bewegen wij, en zijn wij.

En dat klinkt misschien prachtig. Tenminste, ik hoop dat je het prachtig vindt klinken. Want dit is het goede nieuws van het evangelie. Het is zo goed dat we het bijna niet meer kunnen horen. 

En eerlijk is eerlijk: soms zie je er ook helemaal niets van. We leven in een werkelijkheid vol geweld en oorlog, ziekte en verdriet, polarisatie en eenzaamheid, sjagrijn en gedoe. We zien wat er met de aarde gebeurt door klimaatopwarming. We kennen de gebrokenheid in ons eigen leven en in onze relaties. En soms kun je je daar ontzettend machteloos bij voelen. Waar is dat koninkrijk dan? Waar is Christus dan?

En toch zegt Jezus – en we willen naar Hem luisteren, naar de beste Meester die er is, Hij is Koning, de glorierijke Zoon van God – en toch zegt Jezus: het koninkrijk van God is nabij. Hij zegt het! Het is geen ideetje van mij of iemand anders. Het is niet iets van straks, als wij eindelijk alles op orde hebben (dat moment gaat namelijk niet komen). Maar het is nu, midden in deze gebroken werkelijkheid die de werkelijkheid van Christus is die in deze werkelijkheid is gekruisigd, gestorven en opgestaan.

En precies daar begint het volgen van Jezus: niet bij de illusie dat wij de wereld moeten redden, maar bij de ontdekking dat Christus er al is en dat zijn Geest ons uitnodigt om mee te bewegen met wat Hij aan het doen is. Zo wordt door ons heen, door mensen die Jezus volgen, het koninkrijk zichtbaar.

Laten we dit samen beamen met het lied ‘Jezus vol liefde’.

Gespreksvragen

  1. Wie of wat volg jij op dit moment? En hoe merk je dat dit jou vormt?
  2. Als je kijkt naar wie je vijf jaar geleden was en wie je nu bent: wie ben jij aan het worden? Waar ben je dankbaar voor en waar maak je je zorgen over?
  3. Wat is voor jou het verschil tussen een mening over Jezus hebben en werkelijk leerling van Jezus zijn?
  4. In de preek klinkt: ‘Jezus volgen is van Jezus leren om een mens van liefde te worden.’ Wat zou er concreet veranderen als dit werkelijk het belangrijkste doel van je geloofsleven werd?
  5. Welke kant van Jezus ken en waardeer jij het meest? En welke kant van Jezus zou je beter willen leren kennen?
  6. Bij de verheerlijking klinkt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’ Hoe luister jij in het dagelijks leven daadwerkelijk naar Jezus? En wat maakt dat soms moeilijk?
  7. We zeggen vaak waarván Jezus ons verlost. De preek stelt ook de vraag waartóé Hij ons verlost. Waartoe denk jij dat Jezus jou op dit moment wil bevrijden, vernieuwen of vormen?
  8. Waar zie jij op dit moment iets van Gods Koninkrijk oplichten, in je eigen leven, in de gemeente of ergens in de wereld?
  9. De preek zegt dat wij Gods Koninkrijk niet hoeven te bouwen, maar mogen participeren in wat God al aan het doen is. Wat verandert er voor jou als je zo naar je dagelijkse leven kijkt?
  10. Stel dat wij over een jaar werkelijk meer op Jezus zijn gaan lijken: waaraan zouden mensen om ons heen dat dan merken?