Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


1

Voel allemaal eens aan je voorhoofd. Is het daar nog nat? Voor de meesten van ons stroomde daar het doopwater toen we als baby werden gedoopt. Als je door onderdompeling gedoopt bent, dan was zelfs je hele lichaam nat. En trouwens: als je niet gedoopt bent, dan hoop ik dat er vandaag een verlangen wordt aangewakkerd om ook gedoopt te worden.

Levi is zonet gedoopt. Hoe mooi is dat altijd weer. Rond het doopvont is er altijd blijdschap en vreugde. Kijk maar eens naar de gezichten rondom het doopvont. Daar zie je eigenlijk altijd blijdschap en verwondering. Dat valt me altijd op. Want de doop brengt vreugde.

En ik denk dat dat hierdoor komt: het is gewoon ongelooflijk mooi om te ervaren dat er een God is die jou of jouw kind ziet en die van je houdt. Als er water stroomt, stroomt er tegelijk ook zoveel liefde. Liefde vanuit de hemel.

Maar nu wil ik jullie iets vragen. Wat gebeurt er eigenlijk met die liefde als het doopwater weer is opgedroogd? Want dat water droogt op. Dat gaat vanzelf. Maar de liefde van God droogt niet op. En die doop is niet alleen bedoeld als een prachtig moment om op terug te kijken.

De doop vertelt ons iets over het leven dat we vandaag kunnen leiden. Over hoe je reageert als iemand je kwetst. Of je je excuses aanbiedt als je iets verkeerd hebt gedaan. Over hoe je praat over die collega aan wie je je zo ergert. Hoe je omgaat met iemand die heel anders denkt dan jij. Of je tijd maakt voor iemand die eenzaam is. Of je blijft vasthouden aan je eigen gelijk, of bereid bent om naar de ander te luisteren. Of je op sociale media meedoet aan het veroordelen van mensen, of juist probeert begrip en verbinding te zoeken. Want we leven in een wereld vol onrust, verdeeldheid, geweld en onrecht. Een wereld waarin mensen elkaar zo gemakkelijk wegzetten en zo moeilijk werkelijk liefhebben.

En vandaag wil ik het zo zeggen: deze wereld heeft gedoopte mensen nodig! Deze wereld heeft mensen nodig die leven vanuit de werkelijkheid waar de doop naar verwijst.

2

Maar wat is dat dan, die werkelijkheid waar de doop naar verwijst? Wat betekent het om te leven vanuit je doop? Daarover schrijft Paulus in Romeinen 6. Hij gebruikt woorden die je misschien niet meteen verwacht bij zo’n feestelijk moment als een doop. Hij heeft het over de dood. Over begraven worden. En over opstaan.

Luister nog eens naar vers 4: “We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden.”

Wat een indrukwekkende woorden! Paulus zegt dus niet alleen dat de doop een teken is van Gods liefde. Hij zegt iets veel groters. De doop verbindt ons met de dood en de opstanding van Jezus Christus.

Misschien helpt het om even te denken aan de doop door onderdompeling. Je gaat helemaal onder water. Je verdwijnt als het ware. En dan kom je weer boven water. Je haalt adem. Je leeft!

Dat is het beeld dat Paulus gebruikt. Maar wat moet er dan sterven? Niet je lichaam natuurlijk. Maar wel dat oude leven waarin je vooral om jezelf draait. Dat oude leven waarin angst, egoïsme, jaloezie, haat en zonde zoveel ruimte krijgen. Waarin we als mensen vooral bezig zijn met ons eigen gelijk, onze eigen belangen en ons eigen geluk. Waarin we anderen gemakkelijk veroordelen en buitensluiten. Waarin we ons laten meeslepen door boosheid, bitterheid en wantrouwen. Waarin we soms zelf onderdeel worden van het kwaad waarover we ons zo druk maken. Dat oude leven moet zijn macht verliezen.

En dat kán ook, want Jezus is opgestaan. Hij leeft en is door zijn Geest onder ons. Binnen handbereik. Hij is om ons heen. Hij woont zelfs in ons. En kijk dan eens naar Jezus! Kijk hoe Hij omgaat met mensen. Hoe Hij mensen ziet die door anderen over het hoofd worden gezien. Hoe Hij mensen aanraakt die door anderen worden gemeden. Hoe Hij aan tafel gaat met mensen die nergens welkom zijn. Hoe Hij geduldig blijft met zijn leerlingen die er soms zo weinig van begrijpen. Hoe Hij mensen vergeeft die verkeerde dingen hebben gedaan. Hoe Hij zelfs zijn vijanden liefheeft.

Wat een prachtig mens is Jezus, de Zoon van God! En wat zou onze wereld er anders uitzien als steeds meer mensen op Hem gingen lijken! En deze Jezus leeft! Hij is opgestaan. En door zijn Geest wil Hij zijn eigen liefde en goedheid ook in ons leven zichtbaar maken. Met zijn opstanding is er iets totaal nieuws begonnen. Een nieuwe werkelijkheid die we ook vaak ‘koninkrijk van God’ noemen! Een nieuwe manier van leven uit de liefde en de kracht van Jezus die ons heel nabij is.

En daarom vind ik die laatste woorden van vers 4 zo belangrijk: ‘…om een nieuw leven te leiden’. Daar gaat het dus om! Niet alleen dat je ooit gedoopt bent. Niet alleen dat je bij de kerk hoort. Maar dat je vandaag, morgen en overmorgen gaat leven vanuit de werkelijkheid van Jezus Christus.

Je hoeft niet gevangen te blijven in oude patronen. Je hoeft niet altijd terug te slaan als iemand jou pijn doet. Je hoeft niet mee te doen met de hardheid en liefdeloosheid die je om je heen ziet. Er is een andere manier van leven mogelijk!

En weet je, dat nieuwe leven hoef je niet zélf voor elkaar te krijgen. Het begint niet bij jouw goede voornemens of jouw wilskracht. Het begint bij Jezus en zijn koninkrijk. En de doop is als het ware de deur waar je doorheen gaat en zo dat koninkrijk van God binnen loopt. Je bent ondergedompeld in de krachtige en prachtige aanwezigheid van God. De doop vertelt ons: er is nieuw leven voor je beschikbaar. Kom, leef dat nieuwe leven!

Voel nog eens aan je voorhoofd. Het is er droog (tenzij je nu zit te zweten). Maar voelen aan je voorhoofd kan een symbool worden van je verlangen om als gedoopt mens te leven in deze wereld. Als je aan je voorhoofd voelt, kun je dit denken: ‘God houdt van mij. Hij opent een heel nieuwe wereld. Ik kan door de Geest van Jezus ánders leven. Nieuw. Ik kan nieuw leven!’

3

Laten we het nog wat concreter maken. Dat doet Paulus zelf ook in zijn brief aan de Romeinen. In de eerste elf hoofdstukken legt hij als het ware het fundament. Hij vertelt uitgebreid over Gods liefde en genade, over Jezus Christus en het nieuwe leven dat door Hem mogelijk is geworden in het koninkrijk van God.

En vanaf hoofdstuk 12 wordt het heel praktisch. Want hoe ziet dat nieuwe leven eruit? Wat verandert er in je denken, in je houding, in je gedrag? Hoe wordt de liefde van Jezus zichtbaar in de manier waarop je met andere mensen omgaat?

[In Romeinen 12:9-21 geeft Paulus een hele reeks aansporingen. Ik heb er maar liefst 31 geteld! Eenendertig! Dat is nogal wat. Je zou ze 31 geboden kunnen noemen. Geen tien, maar 31 geboden! Maar ik zie ze liever als 31 richtingwijzers of wegwijzers. Ze wijzen ons de weg in het koninkrijk. Eenendertig manieren waarop iets van Jezus zichtbaar kan worden in ons eigen leven.

Het leek me geen goed idee om ze nu alle 31 langs te gaan. Daarom heb ik Jonathan en Iris, de ouders van Levi, gevraagd: welke van deze 31 richtingwijzers vinden jullie het belangrijkst?

En jullie reageerden: “Voor ons springen eigenlijk de eerste twee verzen er gelijk uit. Vers 9 en 10. Ook omdat wij erg sociale mensen zijn en voor ons de liefde tussen mensen alleen maar mooie dingen brengt. In plaats van alle ellende die we in de wereld mee maken.”

4

Dat zijn de eerste vijf aansporingen. En ik voeg er zelf twee aan toe, zodat we aan het mooie getal zeven komen. Ik ga er heel kort iets over zeggen. En intussen nodig ik jullie allemaal uit om er één uit te kiezen voor jezelf waarvan je zegt: die wil ik deze week vooral in de praktijk gaan brengen.

  1. Laat uw liefde oprecht zijn.
  2. Verafschuw het kwaad.
  3. Wees het goede toegedaan.
  4. Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters.
  5. Acht de ander hoger dan uzelf.
  6. Laat u aanvuren door de Geest.
  7. Wees gastvrij.

1. Laat uw liefde oprecht zijn. Echte liefde dus. Daar begint alles mee. Dat is de basis. Niet alleen aardig doen aan de buitenkant, terwijl je vanbinnen heel anders denkt. Maar mensen werkelijk zien. Naar hen luisteren. Het goede voor hen zoeken. Ook als ze anders zijn dan jij. Zo heeft Jezus mensen lief!

2. Verafschuw het kwaad. Dat zijn stevige woorden! Wen niet aan het onrecht, het geweld en de haat die je overal ziet. En kijk ook naar jezelf. Naar de harde woorden die je soms spreekt. Naar de oordelen die je zomaar over anderen hebt. Zeg ‘nee’ tegen alles wat het leven kapotmaakt.

3. Wees het goede toegedaan. En zeg volmondig ‘ja’ tegen het goede! Tegen vriendelijkheid, eerlijkheid, vrede en rechtvaardigheid. Heb het goede lief. Zoek het op. Geniet ervan. En maak het zichtbaar in kleine dingen. Want Gods koninkrijk is vol goedheid!

4. Heb elkaar lief met innige liefde. Dat gaat over de gemeente als familie van Jezus. Een familie waarin je naar elkaar omziet. Waarin je elkaar niet laat vallen als het moeilijk wordt. Wat zou het mooi zijn als Levi allereerst in jullie gezin en jullie families, maar ook in de gemeente mag opgroeien tussen mensen die zo met elkaar omgaan! Met innige liefde.

5. Acht de ander hoger dan uzelf. Dat betekent niet dat je jezelf waardeloos moet vinden. Maar dat je de ander belangrijk vindt. Dat je niet altijd je eigen mening, je eigen wensen en je eigen gelijk vooropstelt. Dat je ruimte maakt voor een ander. Zoals Jezus dat deed.

6. Laat u aanvuren door de Geest. Wat een prachtige aansporing! Want hoe zou je dit allemaal kunnen? Harder je best te doen gaat niet werken. Maar de Geest van Jezus wil ons van binnen veranderen. Hij wil ons hart verwarmen. Onze liefde aanwakkeren. Dat er nieuwe vurigheid in je komt. Enthousiasme om Jezus te volgen.

7. Wees gastvrij. Die kies ik eruit omdat het een van onze gemeentethema’s is dit jaar. Wees gastvrij: maak ruimte voor anderen! Aan je tafel, in je agenda, in je hart. Ruimte niet alleen voor mensen die je aardig vindt, maar juist ook voor mensen die anders zijn. Want God is zelf gastvrij. In Jezus heeft Hij ruimte voor ons allemaal gemaakt.

5

Ik realiseerde mij pas later in mijn preekvoorbereiding dat de uitdrukking ‘Voel eens aan je voorhoofd!’ ook een eigen betekenis heeft. Als je dat tegen iemand zegt, bedoel je eigenlijk: ‘Ben je gek geworden of zo? Spoor jij wel?’

En misschien past dat eigenlijk wel heel goed bij de boodschap van vandaag! Want als je leeft zoals Paulus dat in Romeinen 12 beschrijft, zullen mensen soms denken: spoor jij wel? De ander belangrijker vinden dan jezelf? Het kwade verafschuwen? Niet terugslaan als iemand je kwetst? Gastvrij zijn voor vreemden? Je vijanden liefhebben? Dat is toch niet normaal?

Nee, dat is het nieuwe leven van Gods koninkrijk! Het leven dat Jezus ons heeft voorgedaan en waarin Hij ons door zijn Geest laat delen. Dus voel nog eens aan je voorhoofd! Het doopwater is opgedroogd. Maar de liefde van de Heer niet!

Laten we dat samen beamen door te zingen: Heer, U bent mijn leven!


Gespreksvragen

  1. Wat raakte jou het meest in deze preek? Was er een zin, een beeld of een gedachte die bij je bleef hangen?
  2. Wat betekent jouw doop voor jou? Speelt die een rol in je dagelijks leven, of is het vooral iets uit het verleden?
  3. Lees Romeinen 6:3-5. Paulus verbindt de doop met sterven en opstaan met Christus. Wat betekent dat volgens jou? En wat zou er in jouw leven mogen sterven of juist tot leven komen?
  4. ‘Deze wereld heeft gedoopte mensen nodig!’ Wat vind je van deze uitspraak? Waar heeft onze wereld volgens jou vooral behoefte aan?
  5. In de preek wordt Jezus, de Zoon van God, beschreven als een prachtig mens. Welke houding of eigenschap van Jezus bewonder jij het meest? En waarom?
  6. ‘Het begint niet bij jouw wilskracht, maar bij Jezus en zijn koninkrijk.’ Wat betekent dat voor de manier waarop jij probeert te groeien in geloof?
  7. Lees Romeinen 12:9-21. Welke aansporing vind je het mooist? Welke vind je het moeilijkst? En wat zegt dat over jou?
  8. ‘Acht de ander hoger dan uzelf.’ Kun je een situatie noemen waarin iemand jou oprecht belangrijk vond? Wat deed dat met je?
  9. ‘Laat u aanvuren door de Geest.’ Wanneer ervaar jij iets van Gods Geest in je leven? Wat helpt jou om open te staan voor zijn aanwezigheid?
  10. ‘Voel eens aan je voorhoofd!’ Stel dat je dit gebaar de komende week gebruikt om aan je doop te denken. Op welk moment zou dat jou kunnen helpen om anders te reageren of te handelen?

Extra gespreksvragen vanuit thema ‘gastvrijheid’

  1. ‘God is zelf gastvrij.’ Wat betekent deze uitspraak voor jou? Hoe ervaar jij Gods gastvrijheid in je eigen leven?
  2. Jezus ging aan tafel met mensen die nergens welkom waren. Wat spreekt je daarin aan? En wat kunnen wij daarvan leren als gemeente?
  3. Lees Romeinen 12:19-21 nog eens. Een van de 31 aansporingen is dus: ‘wees gastvrij’. Welke van de andere dertig aanspringen zijn sterk verbonden met ‘wees gastvrij’?
  4. Gastvrijheid betekent ruimte maken voor mensen die anders zijn dan jij. Welke grenzen zie jij aan gastvijheid? Wat zou je kunnen helpen om toch open te blijven staan voor de ander?
  5. Stel dat iemand voor het eerst onze kerkdienst bezoekt. Wat zou je hopen dat die persoon bij ons ervaart? En wat kunnen we daar zelf aan bijdragen?

Werkvormen

1. Zeven richtingwijzers: kies jouw weg

Schrijf de zeven aansporingen uit de preek op zeven afzonderlijke kaartjes en leg ze op tafel. Iedereen kiest één kaartje dat aanspreekt en één dat uitdaagt. Vertel elkaar waarom. Bedenk vervolgens één concrete manier om de komende week met een van beide te oefenen.

2. Het water droogt op, de liefde niet

Zet een schaal met water midden op tafel. Laat iedereen even naar het water kijken en nadenken over de vraag: Waar verlang ik naar nieuw leven? Wie wil, deelt iets. Sluit af met een gebed waarin ieder één woord kan noemen dat uitdrukt wat hij of zij van God hoopt te ontvangen.

3. Spoor jij wel?

Bedenk samen drie herkenbare situaties: iemand maakt een kwetsende opmerking, een collega wordt buitengesloten of een onbekende komt binnen in de kerk. Speel in tweetallen kort twee reacties uit: eerst zoals het vaak gaat, daarna zoals het zou kunnen gaan vanuit de liefde van Jezus. Bespreek wat het verschil maakt en wat je daarvan wilt meenemen.