God te gast
Over: Gastvrijheid in Gods koninkrijk
Lezen: Genesis 18:1-8 en Hebreeën 13:1-3
(Onder de preek vind je: Moment van toewijding, Gespreksvragen, Werkvormen, Liturgie)
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Waar denk je aan als je dat woord gastvrijheid hoort?
Misschien denk je aan een tafel waar ruimte is voor iedereen. Aan een huis waar de deur altijd open staat. ‘Kom erin!’ ‘Je bent welkom!’ Er is lekker eten, een wijntje, tijd voor elkaar, mooie gesprekken. En ook een hoop plezier en gezelligheid. Je voelt je thuis, je mag er zijn. Warmte, gulheid, overvloed.
Maar gastvrijheid schuurt ook. Wat gebeurt er als er iemand onverwacht voor de deur staat? Of iemand die je niet kent of waar je niet op zit te wachten? Sommige gasten verstoren je gewoontes, vragen je tijd en eisen je aandacht op. Je moet inschikken, een stoel bijzetten, je planning aanpassen. Misschien voel je ongemak. Hoe open wil ik eigenlijk zijn? Waar liggen mijn grenzen?
Gastvrijheid speelt ook volop in onze samenleving. We kennen de borden met daarop: ‘AZC NEE’. Hoe gastvrij willen we als land zijn? Er klinken herkenbare vragen: Is er genoeg ruimte? Blijft het veilig? Tegelijk is er daarnaast een hele gastvrijheidsindustrie: hotels, restaurants, cafés, vakantieparken. Hospitality heet dat dan. Er wordt ook veel geld verdiend met mensen het gevoel geven dat ze welkom zijn.
Gastvrijheid speelt ook in de kerk. We zeggen graag: iedereen is welkom. Maar hoe ervaart iemand dat die hier voor het eerst binnenstapt? En hoe zit het met mensen die anders geloven, anders leven, anders geaard zijn, anders denken? Is iedereen echt welkom? Of eigenlijk alleen de mensen die een beetje op ons lijken en zich gemakkelijk aan ons aanpassen?
Dit nieuwe kerkelijke seizoen luisteren we naar de uitnodiging die in dat woord gastvrijheid verborgen ligt. Want gastvrijheid hoort bij het koninkrijk van God. Wie wegwijs wil worden in Gods koninkrijk, komt deze wegwijzer telkens weer tegen: maak ruimte voor de ander. Maak ruimte in je hoofd en in je hart. Maak ruimte in je huis en in de kerk. En ook: maak ruimte voor God omdat Hij ruimte maakt voor jou en voor mij.
2
We beginnen vandaag bij een heel oud bijbelverhaal. Misschien wel het oerverhaal uit het Oude Testament over gastvrijheid. Abraham zit op het heetst van de dag voor zijn tent. Hij kijkt op. En ineens staan daar drie vreemdelingen. Wat gaat hij doen?
We kennen Abraham wel een beetje. Hij is de vader van alle gelovigen. Hij is nog altijd een geloofsvoorbeeld voor mensen die Jezus volgen. Er is in de hoofdstukken hiervoor al van alles gebeurd. Abraham heeft Gods stem gehoord. “Ik zal je zegenen, een bron van zegen zul je zijn.” Hij heeft alles achter zich gelaten om op weg te gaan. Hij heeft Gods beloften ontvangen. Hij heeft geloofd en getwijfeld, gehoopt en gewacht.
En dan begint Genesis 18 met deze zin: ‘De HEER verscheen opnieuw aan Abraham.’ Wij als lezers weten door deze zin dus al iets wat Abraham nog niet weet. ‘De HEER verscheen opnieuw aan Abraham.’ Maar Abraham ziet drie mannen. Het is op het heetst van de dag. Die onbekende vreemdelingen. Hij heeft geen idee wie ze zijn, waar ze vandaan komen, wat ze komen doen. En hij begint ook niet met daarnaar te vragen: Wie bent u eigenlijk? Waar komt u vandaan? Hoe belangrijk bent u? Nee, hij ziet vreemdelingen – en dus ontvangt hij ze.
Hij rent naar ze toe, Hij buigt diep. En hij zegt: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan.’ Hij stelt er dus een eer in om deze mannen te ontvangen. Hij dacht niet: ik sluip stiekem mijn tent in zodat ze me niet zien. Hij dacht niet: het is veel te warm om de gastheer te gaan uithangen. Nee, hij grijpt de kans om gastvrij te zijn met beide handen aan.
Het wordt heel levendig verteld: “Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen. Maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?”
Ja, dat stellen deze drie mannen op prijs. Ze zijn er blij mee. Ze blijven wachten in de schaduw van die bomen daar. En Abraham en Sara gaan snel aan de slag. Er wordt deeg gemaakt en brood gebakken. Er wordt een mooi kalf uitgezocht en gebraden. Er wordt boter en melk gehaald. En als alles klaar is zetten Abraham en Sara het voor aan hun gasten. ‘Tast toe, er is genoeg! Geniet ervan!’ Ja, daar onder die boom wordt het leven gevierd door die drie mannen die lekker eten, terwijl Abraham en Sara toekijken en ervan genieten dat die mannen genieten.
3
Maar er is hier natuurlijk meer aan de hand. Want hoe begon het verhaal? ‘De HEER verscheen opnieuw aan Abraham.’ Abraham denkt dat hij drie vreemdelingen ontvangt. Maar in deze ontmoeting komt de Heer God zelf naar hem toe.
En dat is precies waarom dit verhaal in de christelijke traditie zo’n belangrijk verhaal over gastvrijheid is geworden. Eeuwen later schrijft de auteur van de brief aan de Hebreeën: ‘Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.’ Dat is een duidelijke herinnering aan wat hier bij Abraham gebeurt. Hij ziet drie onbekende mannen, hij ontvangt hen, geeft hun water en brood en vlees. Hij maakt ruimte voor hen – en zonder dat hij het weet ontvangt hij hemelse gasten.
In de oude kerk is veel nagedacht over die drie mysterieuze mannen. Wie zijn ze eigenlijk? Zijn het engelen? Verschijnt God zelf in hun midden? Moeten we er misschien zelfs iets van de Drie-eenheid in zien?
De bekende kerkvader Augustinus vatte het geheim van dit verhaal samen met een beroemd geworden Latijns zinnetje: ‘Tres vidit et unum adoravit.’ Hij zag drie en aanbad één. Is het je opgevallen dat Abraham hen aansprak met ‘Heer’? In het enkelvoud dus? ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan.’
Abraham zag drie vreemdelingen en ontmoette de Ene. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan dit verhaal. Genesis 18 zegt niet alleen: Abraham was een gastvrije man, wees jij dus ook gastvrij. Dat zou de preek wel erg gemakkelijk maken. Dan krijgen we vandaag allemaal een opdracht mee: nodig deze week eens iemand uit om te komen eten. Wees aardiger tegen een vreemdeling die op je pad komt. Maak eens echt ruimte voor iemand die anders is of anders denkt dan jij. Dat is allemaal prima natuurlijk. Moeten we vooral ook doen.
Maar Genesis 18 gaat dieper. Gastvrijheid wordt hier een plaats van ontmoeting met God zelf. Abraham maakt ruimte voor vreemdelingen – maar in die vreemdelingen komt God zelf hem tegemoet.
Op andere momenten dit seizoen zullen we zeker ook nog stilstaan bij de gastvrijheid van God naar mensen toe, naar ons toe. Dat zie je ook altijd bij Jezus. Hij zit altijd weer aan tafels, met allerlei verschillende soorten mensen die heel anders zijn dan Hij. Maar Jezus heet ze welkom. Hij eet met ze, brengt tijd met hen door, luistert naar hen.
Maar wat hier gebeurt is het omgekeerde: Abraham heet God welkom. God is te gast. Abraham maakt ruimte voor de Heer die hemel en aarde heeft gemaakt en nu bij Hem op bezoek komt om te eten. De Drie-enige God wil graag verwelkomd worden op aarde en samen met ons aan tafel zitten. Dat is denk ik niet het eerste waar we aan denken bij gastvrijheid. Dat wij God welkom heten. Dat de Drie-enige zich bij ons thuis wil voelen.
Wat Abraham zegt, is eigenlijk een gebed: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan’. God, kom bij ons. Blijf hier. Neem plaats. Voel U welkom in ons leven.
Hoe gastvrij zijn wij voor God? Mag Hij als vriend maar ook als vreemdeling ons leven binnen komen? Mag Hij ruimte innemen in onze gedachten, in onze agenda, in ons huis, in onze gemeente, in ons hart?
4
In de christelijke kunst is dit tafereel ook uitgebeeld. Ik heb een schilderij en een icoon meegenomen.

Eerst het schilderij. Het is van Marc Chagall (1887–1985), een Joodse schilder die de Bijbel steeds als inspiratiebron gebruikte voor zijn schilderijen. Dit schilderij komt uit 1966. Kijk er maar even aandachtig naar. Een paar dingen vallen op. Abraham en Sara zijn helemaal naar de zijkant geschoven: de gasten staan centraal in het schilderij, zij krijgen alle ruimte. De gasten hebben vleugels gekregen, helder witte vleugels. De hemel is op bezoek! En al dat rood: Chagall koos die kleur om de sfeer van de gastvrijheid tot uitdrukking te brengen: een en al liefde en warmte! Gastvrijheid is geen verplicht nummer, maar liefde in actie.
Waarschijnlijk heeft Chagall zich ook laten inspireren door het icoon waar we nu naar kijken. Ik heb er al jarenlang een reproductie van hangen in mijn werkkamer thuis. De icoon is van Andrej Rublev die leefde in de 15e eeuw. Hij was een Russische monnik en een van de bekendste iconenschilders van de russisch-orthodoxe iconenkunst.

We zien de drie engelen. Abraham en Sara staan er niet meer op. De boom is er nog wel. En de drie engelen zijn zo geschilderd dat ze doen denken aan de Vader, de Zoon en de Geest! De Zoon in het midden, de Vader links in beeld, en de Geest rechts. De drie figuren vormen samen bijna een cirkel. Hun hoofden buigen naar elkaar. Blikken en gebaren bewegen van de een naar de ander. Er is rust, wederkerigheid, verbondenheid. Zie je ook de tafel? Het is de tafel van de gastvrijheid. Naar de kijker toe is de compositie open. De icoon nodigt ons uit om ook plaats te nemen. We zijn welkom bij de drie-enige God aan tafel. Wij mogen te gast zijn bij God. Laat dat even op je inwerken: God te gast bij ons, wij te gast bij God.
5
Op de achtergrond van die zinnen uit Hebreeën 13 klinkt dus Genesis 18 mee. “Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.” Hier zien we dus ook die nauwe samenhang tussen liefde en gastvrijheid. Gastvrijheid is niet maar een bijkomstigheid in het christelijk geloof, een soort slagroom op de taart. Het zit in de kern van het christelijk geloof. Het is een wezenlijk kenmerk van het leven in het koninkrijk van God om gastvrij te zijn: dat we mensen die anders zijn, anders denken, er anders uitzien verwelkomen en ruimte voor hen maken. In ieder mens die ons leven binnenkomt kan het zijn dat we een engel van God ontvangen. Kijk zo naar ieder mens die op je pad komt.
Ik ga over twee weken twee dagen naar een benedictijns klooster bij Doetinchem, de Willibrordsabdij. Een paar dagen verstillen en bezinnen. Zo’n klooster leeft volgens de Regel van Benedictus. Dat is een vrij uitgebreide beschrijving van hoe monniken leven in een klooster. Daar kunnen we ook veel van leren voor de kerk. In die Regel staat ook een paragraaf over gastvrijheid.
Luister: “Alle gasten die zich onverwachts aandienen, moeten ontvangen worden als waren zij Christus, want zelf zal Hij eens zeggen: ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op’.” Christus zelf dus komt ons tegemoet in de gast, in die andere mens die op je pad komt.
Dat is belangrijk voor samen kerk zijn: in elke gast, in iedere mens die anders is dan jij (en dat is iedereen), kan Christus zelf naar je toe komen. Dus gastvrijheid kun je oefenen in elk contact met ieder mens. Gastvrij zijn betekent: echt ruimte maken voor de ander. Niet meteen invullen wie die ander is. Niet meteen oordelen. Niet alleen luisteren totdat je zelf weer iets kunt zeggen. Maar iemand ontvangen. Nieuwsgierig zijn. Aandacht geven. Je laten verrassen.
Dat gaat over ieder gemeentelid en iedere gast die hier binnenkomt. Maar het gaat net zo goed over je kinderen en je ouders, je broers, je zussen. Over je buurman en die onbekende in de straat. Over je collega, je klant, je leerling, je patiënt of je arts. Over degene met wie je het heel goed kunt vinden én degene met wie het voortdurend schuurt. Allemaal zijn het gasten. “Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.” Ja, we ontvangen zelfs Christus zelf!
6
Hoe kunnen we hier nu bewust en praktisch mee bezig zijn in onze gemeente en ook in ons dagelijkse leven?
- Gastvrijheid begint in je hart en in je ogen. Is er in je hart echt ruimte voor die ander die op je pad komt? Hoe kijk je naar hem of naar haar, met welke blik. Laat er in je blik geen oordeel zijn, maar nieuwsgierigheid, geen wantrouwen maar openheid, geen angst maar liefde. Oefen dat heel bewust. Kijk naar iemand en denk niet meteen: ‘O ja, ik weet wel wat voor iemand jij bent.’ Maar denk: ‘Wie ben jij eigenlijk? Wat leeft er in jou? Wat heb jij meegemaakt? Wat zou ik van jou kunnen ontvangen?’
- Maak ruimte. Ruimte in de kerk, ruimte in je huis, ruimte in je agenda. Want het kost ook iets. Zet een extra stoel aan tafel. Maak eens contact met iemand die je nog niet kent in de hal van de kerk. Nodig iemand uit om langs te komen. Neem deze vraag mee: Voor wie kan ik deze week ruimte maken?
- Besef dat je zelf te gast bent bij God. Laat dat eens echt tot je doordringen. Wij zijn allemaal welkom bij God zoals we zijn, met ons falen, onze eigenaardigheden, onze rafelrandjes, onze vragen en twijfels. God zegt niet: verander eerst maar eens, pas je eerst maar eens aan, en dan ben je welkom. Hij maakt ruimte voor jou. Er staat een stoel voor je klaar aan zijn tafel. En juist als je leert leven vanuit die gastvrijheid van God, ontstaat er ruimte voor de ander.
Zo zijn we allemaal samen welkom in de ruimte van Gods koninkrijk. Thuis bij God en thuis bij elkaar.
Zingen: Sela – Thuis
Moment van toewijding (Avondmaalsvoorbereiding)
Volgende week vieren we het heilig avondmaal. Er staat hier dan een tafel klaar. En daar worden we uitgenodigd. Jezus is er de gastheer. We zijn welkom om te komen, want Jezus staat met open armen klaar.
Soms kunnen we wel eens aarzelen over de vraag hoe welkom we daar zijn. We dragen dingen met ons die ons dwars zitten, we hebben misschien verkeerde keuzes gemaakt, onze toewijding aan God laat te wensen over, we hebben het gevoel hebben dat we falen.
Maar aan de tafel van Jezus geldt niet: verander eerst maar eens, pas je eerst maar eens aan, en dan ben je welkom. God maakt ruimte voor ons zoals we zijn, met ons falen, onze eigenaardigheden, onze rafelrandjes, onze vragen en twijfels. En ons verlangen naar genade.
Er staat een stoel voor je klaar.
Het avondmaal is misschien wel een van de mooiste beelden van Gods gastvrijheid. Aan zijn tafel mogen we opnieuw ontdekken dat we niet leven van wat wij voor God presteren, maar van wat Hij ons geeft: zijn liefde, zijn genade, zijn vergeving. Hij geeft zichzelf.
Daarom bereiden we ons niet voor door onszelf eerst geschikt te maken voor de tafel. We bereiden ons voor door ons hart voor Jezus te openen. Het lied dat we nu zingen wil dat doen: dat we ons hart openen voor Jezus en wijn welkom in ons hart laten landen. ‘U nodigt mij aan tafel, om dicht bij U te zijn.’
Gespreksvragen
- Wat zijn jouw eigen eerste gedachten en beelden bij gastvrijheid? Wat zie je voor je? Wat ervaar je?
- De preek begint met de gedachte dat gastvrijheid ook schuurt. Wanneer merk jij dat gastvrij zijn je iets kost? Wat gebeurt er dan bij jou vanbinnen?
- Lees Genesis 18:1-8 nog eens. Wat valt je op aan de manier waarop Abraham de drie vreemdelingen ontvangt? Wat zou jij van hem willen leren?
- Abraham weet aanvankelijk niet dat hij in zijn gasten God zelf ontmoet. Wat doet die gedachte met jouw manier van kijken naar onbekende of onverwachte mensen?
- In de preek klinkt het gebed van Abraham: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan.’ Stel dat dit jouw gebed wordt: op welk gebied van je leven zou je God dan meer ruimte willen geven?
- Lees Hebreeën 13:1-3. Daar worden liefde en gastvrijheid direct met elkaar verbonden. Waarom zou gastvrijheid volgens jou zo belangrijk zijn in het christelijk geloof?
- Bij de icoon van Rublev klinkt de dubbele beweging: God te gast bij ons – wij te gast bij God. Welke van die twee gedachten spreekt je het meest aan? Waarom?
- Benedictus zegt dat iedere gast ontvangen moet worden alsof het Christus zelf is. Denk aan iemand met wie het niet vanzelf klikt. Wat zou er veranderen als je die persoon probeert te bekijken vanuit die gedachte?
- Gastvrijheid begint volgens de preek ‘in je hart en in je ogen’: minder oordeel, meer nieuwsgierigheid; minder wantrouwen, meer openheid. Wanneer heb jij ervaren dat iemand zó naar jou keek dat je je echt gezien en welkom voelde?
- Stel dat iemand over een jaar zegt: ‘Pro Rege is echt een gastvrije gemeente.’ Wat zou die persoon dan volgens jou hebben meegemaakt of gezien? Wat kunnen wij daaraan bijdragen?
Drie werkvormen
De lege stoel
Zet een lege stoel midden in de kring. Laat iedereen even stil nadenken: Voor wie zou deze stoel kunnen zijn? Wie krijgt in mijn leven te weinig ruimte? Wie wil, noemt een persoon of type mens (zonder namen te hoeven noemen) en vertelt wat één kleine stap van gastvrijheid zou kunnen zijn.
Kijken met andere ogen
Geef iedereen een minuut stilte om aan iemand te denken bij wie snel irritatie, oordeel, onzekerheid of afstand ontstaat. Vervolgens worden deze vier vragen langzaam voorgelezen:
- Wie ben jij eigenlijk?
- Wat leeft er in jou?
- Wat heb jij meegemaakt?
- Wat zou ik van jou kunnen ontvangen?
Wat gebeurt er in je als je in gedachten deze vier vragen aan die persoon stelt die je in gedachten had?
Deel daarna met elkaar wat deze manier van kijken verandert.
God aan tafel
Leg een afbeelding van Rublevs icoon in het midden (of deel die in de groepsapp). Kijk er twee minuten in stilte naar. Stel je voor dat de open plaats aan tafel voor jou bedoeld is. Laat ieder één zin afmaken: ‘Als ik werkelijk geloof dat er bij God een stoel voor mij klaarstaat, dan…’
Sluit af door samen te bedenken hoe je die ontvangen gastvrijheid deze week kunt doorgeven.

Liturgie
Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen
Zingen: DNP Psalm 122:1,2,3 – Ik spring van blijdschap op wanneer
Gebed
Zingen: NLB Gezang 971:1,2,3 – Zingt een nieuw lied voor God de Here
Kindermoment
Bijbellezingen: Genesis 8:1-8 en Hebreeën 13:1-3
Zingen: NLB Gezang 405:1,2,3,4 – Heilig, heilig, heilig
Preek
Zingen: Sela – Thuis
Moment van toewijding (Avondmaalsvoorbereiding)
Zingen: Sela – U nodigt mij aan tafel
Voorbeden
Collecte
Zingen: Sela – Breng ons samen
Zegen en gezongen amen
