Het koninkrijk van God lijkt op…
Lezen: Matteüs 13:31-32
Onder de preek vind je: moment van toewijding, gespreksvragen, werkvormen en de liturgie.
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Ik heb gisteren wat zaden verzameld van de gewone esdoorn die bij ons in de tuin staat. Van Bram dus (zo hebben we, zoals jullie wellicht nog weten, die boom genoemd). Bram staat er trouwens een beetje treurig bij. Zijn bladerdak is op verschillende plekken bruin geworden en veel doorzichtiger dan hij eerst was. De droogte van deze zomer heeft hem duidelijk geen goed gedaan. Maar ondanks dat hangen er heel veel zaden aan zijn takken.
Ik heb er een paar meegenomen. Jullie kennen ze vast wel: van die propellertjes of helikoptertjes. Als kind vond ik ze prachtig. Je gooide ze zo hoog mogelijk in de lucht en dan kwamen ze draaiend en dwarrelend weer naar beneden. En als er wat wind stond, werden ze meegenomen en landden ze soms een heel eind verderop. Daar kon zo’n klein zaadje dan terechtkomen in de aarde. En wie weet zelfs uitgroeien tot een nieuwe boom.
Die zaadjes hebben trouwens ook een officiële botanische naam die ik tot voor kort niet kende. Zo’n zaadje heet een samara. Wist je dat?
Jezus verwees opvallend vaak naar wat Hij om zich heen zag in de natuur. Voor Hem was de schepping als een boek waarin je iets over God en zijn Koninkrijk kunt lezen. ‘Kijk naar de vogels’, zei Hij. ‘Kijk naar de lelies op het veld. Kijk naar de bomen en hun vruchten.’ En vandaag zegt Hij: ‘Kijk eens naar dat mosterdzaadje.’ En dat gaan we zo doen. Maar ik zal straks ook zeggen: ‘Kijk eens naar een samara.’
2
Ja, die schepping van God – het is natuurlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat we daar met aandacht naar kijken. We leven in een wereld waarin je het contact met de natuur heel gemakkelijk kwijtraakt. We brengen veel tijd binnen door, achter schermen, onderweg van de ene afspraak naar de andere. We zien de bomen wel, maar kijken er nauwelijks naar. We horen vogelgeluiden, maar luisteren niet echt. En als we wel echt buiten zijn, is de kans best groot dat we hardlopen, hard fietsen op weg naar onze bestemming.
De schepping lijkt weleens alleen maar het decor waartegen ons leven zich afspeelt. Wijzelf spelen de hoofdrol, terwijl planten, bomen, rivieren, meren, dieren, zoals bijvoorbeeld vlinders, bijen en lieveheersbeestjes slechts de achtergrond vormen.
En we zijn als mensen de natuur ook gaan zien als een onuitputtelijke bron van grondstoffen die we naar believen kunnen gebruiken. We halen alles eruit wat erin zit zonder te beseffen dat het een keer op is. De klimaatcrisis die we beleven heeft daar ook alles mee te maken.
Maar de schepping is meer dan decor en meer dan voorraadkamer. De natuur is een levende werkelijkheid die van God getuigt. En volgens Jezus is die schepping zelfs onze leermeester die ons helpt om het koninkrijk van God te zien. Wie aandachtig leert kijken, kan in een vogel, een lelie en een klein zaadje iets ontdekken van Gods koninkrijk.
3
De kerk is zich daar trouwens altijd van bewust geweest. In één van onze belijdenisgeschriften staat daar een mooie passage over. Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis:
“Wij kennen God door twee middelen. Ten eerste door de schepping, onderhouding en regering van de hele wereld. Want deze is voor onze ogen als een prachtig boek, waarin alle schepselen, groot en klein, de letters zijn, die ons te aanschouwen geven wat van God niet gezien kan worden, namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.”
En pas daarna wordt gezegd dat God Zichzelf nog duidelijker en volkomener aan ons bekend maakt door zijn heilig en goddelijk Woord.
Ik ben zelf veel en veel meer bezig geweest met het Woord van God dan met de schepping van God. En ik denk achteraf dat dat niet goed is geweest. God geeft én de schepping en de Schrift om Hem te leren kennen in zijn kracht en goddelijkheid.
Johannes Calvijn heeft de schepping zelfs genoemd: het theater van Gods glorie. In een theater kom je om ergens naar te kijken: naar een film, een voorstelling, een toneelstuk. De schepping, zegt Calvijn, is een theater waar je met aandacht kijkt naar alles wat er te zien en dan ontdek je de glorie van God. Ik noem de schepping graag: het theater van Gods koninkrijk. De geschapen wereld is de ruimte waarin Gods koninklijke aanwezigheid zichtbaar wordt.
4
En dan valt des te meer op hoe vaak Jezus ons op de natuur wijst als Hij ons het koninkrijk van God wil leren zien. We ervaren dat woord koninkrijk soms best als iets abstracts, waar je je niet goed iets bij voor kunt stellen. Maar daar helpt Jezus ons dus in. Laten we we nu wat nauwkeuriger kijken naar wat Jezus in deze gelijkenis zegt.
‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand in zijn akker zaaide.’
Daar spreekt Jezus steeds weer over. Dat koninkrijk van God. In hoofdstuk 13 zijn door Matteüs zelfs een heel aantal gelijkenissen bij elkaar gebracht. Het koninkrijk lijkt op… Het is met het koninkrijk als met…
Kennelijk kunnen we dat koninkrijk niet zomaar zien en begrijpen. Maar er is in de werkelijkheid om ons heen die we wel kunnen zien en begrijpen van alles wat ons dan kan helpen. Dat noemen we ook wel metaforen: een metafoor is een beeld dat je gebruikt om iets begrijpelijk te maken wat minder concreet is.
Bijvoorbeeld: God. We zien en begrijpen Hem niet. Daarom zegt de Bijbel: God is licht. God is als de zon. God is een schild. God is een rots. Of: het leven. Dat is zo groot. Maar je kunt ook zeggen: het leven is als een reis… Het leven is als een tuin… En als je dat je dan een beetje probeert voor te stellen, kun je van alles over het leven leren.
“Het koninkrijk van God lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand in zijn akker zaaide.” Dat is niet alleen een beeld of metafoor, maar zelfs een heel klein verhaaltje. Er zit beweging in. Iemand zaait dat zaadje. Het koninkrijk van God is van God maar het gaat ook over mensen die in beweging komen. Iemand pakt een zaadje, loopt naar een stukje aarde, schrijft een beetje aarde weg, legt het zaadje in het kuiltje, doet er weer wat aarde over en misschien wat water erbij. En dat allemaal in het vertrouwen dat er uit zoiets kleins, waar zo op het oog helemaal geen leven in zit, iets groots gaat groeien.
‘Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten.’
Als je wat meer weet van de mosterdplant, dan weet je wellicht ook dat dit eigenlijk niet klopt. De mosterdplant, zo heb ik me in elk geval laten vertellen, wordt niet veel hoger dan een of twee meter. Het is eerder een struik dan een boom. Niet zo indrukwekkend dus eigenlijk als bijvoorbeeld een eeuwenoude eik.
Wat wel heel indrukwekkend is aan die mosterdplant, is dat die binnen de kortste keren een heel veld overneemt. Het is eigenlijk een gewas dat men liever niet aantrof in een akker want het verdrong alles. Een expansieve plant die binnen een korte tijd als een soort onkruid een hele tuin kan overnemen.
We moeten zo’n gelijkenis van Jezus in de evangeliën ook niet lezen alsof we door een botanisch handboek zitten te bladeren met wetenschappelijke beschrijvingen van allerlei planten, struiken en bomen. Zo zijn gelijkenissen niet bedoeld. Met de gelijkenis van het mosterdzaadje wilde Jezus de expansieve groei en uitbreiding van het koninkrijk van de hemel illustreren. Iets kleins en ogenschijnlijk onbeduidends als een mosterdzaadje van 1 à 2 millimeter doorsnee kan uitgroeien tot iets groots met heel veel impact.
Maar dat gebeurt niet omdat wíj zulke grote dingen doen, niet omdat we zo’n groot geloof hebben. Nee, wat wij doen is maar klein. En ons geloof is soms klein. Maar ook het begin van het koninkrijk is met de komst van Jezus niet groots en meeslepend, eerder onbeduidend en onopvallend, nietig en kwetsbaar – en toch groeide uit zijn nederige aanwezigheid het allesomvattende koninkrijk van God.
‘Het wordt een boom, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Maar uit dat kleine groeit dus iets groots. Het wordt een boom. Het is wel mooi om te ontdekken dat we hier een soort echo horen van een profetie van Ezechiël. Het gaat daar over een ander soort boom. Moet je maar luisteren (31:3-7):
“Ooit was er een cipres, een ceder van de Libanon,
met mooie takken, als een woud dat schaduw geeft,
duizelingwekkend hoog, zijn kruin raakte de wolken.
Water deed hem groeien, de oervloed maakte hem groot:
rivieren stroomden waar de ceder was geplant,
vanuit de oervloed vloeide het water naar alle bomen van de aarde.
Zo werd hij de hoogste van alle bomen,
zo kreeg hij brede takken en lange twijgen,
door al het water uit de diepte.
In zijn takken nestelden de vogels van de hemel,
onder zijn twijgen wierpen de wilde dieren hun jongen,
en in zijn schaduw woonden vele volken.
Groot was hij en mooi, met zijn lange takken,
want hij had zijn wortels in veel water.”
Prachtige beschrijving is dat! Je proeft er ook de liefde voor de natuur in. Ja, zo’n boom heeft heel veel betekenis. In deze zomer hebben we in de hittestress ook ontdekt hoe belangrijk bomen zijn. Een grote boom heeft dezelfde koelingskracht als tien airco’s. En we krijgen meer oog voor ecologische betekenis van bomen is. Ze nemen CO₂ op, ze produceren zuurstof, de boomkroon geeft schaduw en zorgt voor verkoeling, wortels houden water vast en een boom vormt een heel eigen leefwereld voor vogels, insecten, spinnen, vlinders, mossen, schimmels en nog veel meer. Een boom is een en al leven en maakt ook leven mogelijk. En die grote boom, die groeit uit dat kleine zaadje, verkondigt ook de boodschap van Gods koninkrijk. Namelijk: iets kleins kan grote betekenis hebben, het leven dat verborgen ligt in een klein zaadje kan een uitbarsting van leven worden als er een grote boom uit is gegroeid.
5
Nou, dat proces van dat kleine zaadje dat in de loop van de tijd uitgroeit tot een grote boom, daar wil Jezus ons naar laten kijken. Want in de natuur als het theater van Gods koninkrijk laat alles wat leeft en alles wat is ons iets zien van de aanwezigheid van God – als we daar tenminste open voor staan. Want daar heb je wel aandacht voor nodig. En we leven in een maatschappij waar onze aandacht steeds meer wordt gekaapt door schermen en todolijstjes. We vliegen van het ene naar het andere en gunnen onszelf nauwelijks de tijd om werkelijk te kijken naar wat er om ons heen te zien is. Daardoor ervaren we niet alleen minder van de schepping, maar ook minder van het koninkrijk van God. Want om dat koninkrijk te zien, hebben we aandacht nodig: vertragen, stil worden, kijken en ons verwonderen.
Jezus roept ons nadrukkelijk op om te kijken. In een wereld waarin we bezorgd zijn over van alles en nog wat zegt Hij: ‘Kijk! Kijk naar de vogels in de lucht. Kijk naar de lelies in het veld. Kijk naar het mosterdzaadje dat in de grond valt.’
En ik denk dat een vluchtige blik niet genoeg is. Het is nodig dat we vertragen om even echt aanwezig te zijn om te kunnen zien, om te kunnen kijken, om te kunnen aanschouwen. Dat is een beetje een ouderwets woord: ‘aanschouwen’. Maar het betekent: de tijd nemen om heel aandachtig ergens naar te kijken en erover te mediteren.
Zullen we een kleine oefening doen? Met die samara? Een mosterdzaadje kom ik niet zo snel tegen, maar onze tuin ligt vol samara’s.
We worden even stil. Kijk eens naar deze samara. Kijk alleen maar. Naar de vorm. Naar het vleugeltje. Het licht schijnt er doorheen. De lichtbruine kleur. In dat knopje zit een heel klein zaadje.
Stel je nu voor dat deze samara loslaat van de boom. De wind neemt hem een stukje mee. Hij draait en dwarrelt door de lucht en komt ergens op de aarde terecht.
En daar ligt hij. Zo klein. Zo kwetsbaar. Ogenschijnlijk gebeurt er niets.
Maar kijk nu met je verbeelding. In dit kleine zaadje ligt iets verborgen wat je nog niet kunt zien. Als de samara met de grond contact maakt en voldoende rust en vocht heeft gehad, breekt het open. Er komt een worteltje tevoorschijn gepiept. En naar boven toe groeit een klein groen scheutje, op zoek naar het licht. Zo kwetsbaar allemaal nog.
Stel je voor hoe het verder groeit. Het tere stengeltje wordt langzaam een dun stammetje. Er verschijnen blaadjes. De wortels zoeken steeds verder hun weg door de aarde. Jaar na jaar wordt het boompje groter. De stam wordt dikker. Er groeien takken en zijtakken. De kruin wordt breder. Duizenden bladeren. Er vliegen vogels en insecten af en aan. Op een warme dag gajij in de schaduw van die boom zitten. Vol nieuwe samara’s.
Alles wat je nu nog niet kunt zien, ligt als mogelijkheid verborgen in dat ene kleine zaadje.
6
Wat leren we hier nu over het koninkrijk van God?
1) Het begint heel klein. We hebben vaak het idee dat iets groot moet zijn, en belangrijk en dat het gezien moet worden? Daar zijn we dan van onder de indruk. Maar het koninkrijk van God begint vaak klein en onopvallend. Een klein gebaar. Een enkel woord. Een onverwachte ontmoeting op straat. Een kort gebed. Ze lijken allemaal op dat zaadje. We weten nauwelijks waar dat zaadje terecht komt, hoe de samara door de wind wordt meegenomen. Maar vertrouw erop dat God uit iets heel kleins iets kan laten groeien wat veel groter is dan wij kunnen bedenken.
2) Kijk om je heen met in je hart het verlangen om iets van Gods koninkrijk op te merken. Dat kan dus in de natuur. Maar Jezus gebruikt ook beelden en verhalen uit het dagelijkse leven: brood bakken, vissen, met geld omgaan, iets vinden op een akker, bezig zijn met je dagelijkse werk. Oefen je zelf in het stellen van deze vraag, als je op school bent, in een vergadering, als je bezig bent met een klus, als je met iemand koffie drinkt: waar zie ik hier iets van het koninkrijk van God? Van vrede, van groei, van bescheidenheid, van genade?
3) Durf zaadjes te zaaien op de akker van de Geest. Gooi samara’s in de blauwe lucht van Gods koninkrijk. Kom in beweging en zaai zaadjes van liefde, vreugde en vrede, van geduld, goedheid en vriendelijkheid. Geef een compliment. Help een handje. Luister echt. Laat iemand voorgaan. Bedank iemand. Nodig iemand uit voor een kopje koffie. Het lijkt allemaal maar heel klein, maar als je gelooft in Jezus en zijn koninkrijk, dan kan Gods Geest er iets groots uit laten groeien.
Moment van toewijding
Wegwijs worden in Gods koninkrijk. Dat is waar we naar verlangen. Jezus is het die ons de weg wijst. Hij is de wijze koning van het koninkrijk. De Bergrede die Hij hield is een en al wegwijzing: zo gaat je leven eruit zien, als je door mijn Geest leeft in Gods koninkrijk. Laten we luisteren naar de gelukkigprijzingen waarmee Jezus de bergrede begint. En daarna zingen we een lied waarin we contact maken met Jezus als de weg, de waarheid en het leven.
Als de volgende woorden klinken, kunnen we ons voorstellen dat Jezus zelf ons aankijkt, en aanspreekt en aanraakt:
“Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.”
Gespreksvragen
- Welk beeld, welke zin of welke gedachte uit de preek is bij jou het meest blijven hangen? Waarom juist die?
- Jezus zegt in Matteüs 13:31-32 dat het koninkrijk van God lijkt op een klein mosterdzaadje dat uitgroeit tot iets groots. Wat zegt dat volgens jou over de manier waarop God in deze wereld werkt?
- In Matteüs 6 zegt Jezus: ‘Kijk naar de vogels’ en ‘Kijk naar de lelies.’ Wat zou er in jouw geloof kunnen veranderen als je deze uitnodiging van Jezus letterlijk vaker zou opvolgen?
- De schepping wordt in de preek ‘het theater van Gods koninkrijk’ genoemd. Wanneer heb jij in de natuur weleens iets ervaren of gezien dat voor jou iets van God liet zien?
- In de preek wordt gezegd dat onze aandacht gemakkelijk wordt ‘gekaapt’ door schermen, afspraken en todolijstjes. Wat kaapt jouw aandacht het meest? En wat helpt jou om weer werkelijk aanwezig te zijn?
- Een samara lijkt klein en kwetsbaar, terwijl er een hele boom als mogelijkheid in verborgen ligt. Waar zie jij op dit moment iets kleins en kwetsbaars waarin misschien veel meer verborgen zit dan je nu kunt zien?
- De grote boom uit Ezechiël 31 biedt ruimte aan vogels, dieren en volken. Als Gods koninkrijk op zo’n boom lijkt, wat zegt dat dan over de soort plek die een christelijke gemeente zou mogen zijn?
- Stel dat je morgen één gewone situatie binnengaat met de vraag: ‘Waar zie ik hier iets van Gods koninkrijk?’ Welke situatie kies je en waar zou je dan speciaal op willen letten?
- De preek noemt kleine ‘zaadjes’ van liefde, vreugde, vrede, geduld, goedheid en vriendelijkheid. Welk zaadje heeft iemand ooit bij jou gezaaid dat later verrassend veel voor je is gaan betekenen?
- Stel dat je deze week één ‘samara van Gods koninkrijk’ de wereld in mag laten dwarrelen. Welk klein gebaar, woord of initiatief zou dat voor jou kunnen zijn?
Werkvormen
1. Kijk naar een zaadje
Leg een samara, een ander zaadje of nog iets anders uit de natuur in het midden. Neem samen twee minuten stilte om er alleen maar aandachtig naar te kijken. Daarna maakt iedereen de zin af: ‘Als dit kleine stukje schepping mij iets over Gods koninkrijk vertelt, dan…’ Deel de antwoorden met elkaar zonder ze meteen te bespreken of te beoordelen.
2. Koninkrijkspotters
Iedereen tekent drie eenvoudige cirkels met daarin: thuis – werk/school/buurt – kerk. Schrijf in elke cirkel één concreet moment waarop je de komende week bewuster wilt kijken naar tekens van Gods koninkrijk: vrede, groei, genade, liefde, vreugde, goedheid of iets anders. Kies daarna één situatie en vertel elkaar: ‘Hier wil ik deze week leren kijken.’
3. Samara’s zaaien
Leg een aantal kleine kaartjes met daarop een samar op tafel. Iedereen kiest één element van de vrucht van de Geest die hij of zij deze week wil ‘zaaien’: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Schrijf vervolgens één heel kleine, concrete daad op waarmee je dat wilt doen. Leg alle kaartjes bij elkaar en sluit af met een kort gebed: ‘God, laat uit onze kleine zaadjes iets van uw koninkrijk groeien.’
Liturgie
Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen
Zingen: NLB Gezang 162:1,2,3 – In het begin lag de aarde verloren
Gebed
Zingen: NLB Gezang 162:4,5,6 – In het begin zijn de sterren gaan branden
Kindermoment
Zingen: Kerkboek 2017 Gezang 254:1,2,3 – Kom, laat ons vrolijk zingen
Lezen: Matteüs 6:25-34 en Matteüs 13:31-32
Zingen: Kerkboek 2017 Gezang 256:1,2,3 – Wonderwereld vol geheimen
Preek: ‘Het koninkrijk van God lijkt op…’
Zingen: Psalm 145:1,3 – Mijn God en koning, aller vorsten Heer
Moment van toewijding: Wegwijs in Gods koninkrijk
Zingen: Kerkboek 2017 Gezang 198:1,2,3,4 – Ik ben de weg, zo zegt de Heer
Voorbeden
Collectemoment
Zingen: NLB Gezang 425 – Vervuld van uw zegen
Zegen en gezongen amen
