Preek | De vrucht van de Geest is liefde
Lezen: Galaten 5:13-26
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Als begin van de preek heb ik een paar beelden meegenomen om via de beamer te laten zien. Dubbele beelden zijn het.

Eerste. Trump en Paus Leo XIV. Ze waren allebei in het nieuws de voorbije weken. Trump sprak de voorbije weken dreigende taal, woorden over oorlog, macht, het einde van een beschaving. De paus sprak woorden over vrede, over verantwoordelijkheid. Hij zei: God verhoort niet de gebeden van mensen die oorlogen beginnen, met bloed aan hun handen. Trump reageert daarop, noemt de paus zwak, en plaatst een beeld van zichzelf als een soort messiaanse figuur. Twee gezichten. Twee stemmen. Twee werelden. Maar ergens voel je misschien ook aan: dit gaat niet alleen over hen. Dit raakt ook aan hoe wij zelf leven. Heel dubbel ook.

Tweede. Links zie je een vrouw die schreeuwt. Haar gezicht is gespannen, haar handen in haar haar. Alles in haar lichaam zegt: dit is te veel. Ze is gefrustreerd, woedend. Wat is er gebeurd? En rechts zie je een vrouw die lacht. Haar gezicht open naar het licht, haar ogen dicht. Er is ontspanning, vreugde, ruimte. Twee innerlijke werelden. En misschien herken je ze allebei. Niet alleen in anderen. Maar ook in jezelf. En ze kunnen elkaar heel snel afwisselen.

Derde. Links zie je een kapotgeschoten stad. Verwoesting. Ellende. Mensen die tussen de puinhopen van hun leven staan. Rechts: prachtige bloeiende bollenvelden. Strakke lijnen vol kleur. Oranje, rood, wat paars nog (ik heb de foto afgelopen week gemaakt). Eindeloze kleurige rijen overal in de polder. Twee werkelijkheden die naast elkaar bestaan. Twee werelden die er tegelijk zijn. De oorlog. De bloeiende bollenvelden.
2
Iets soortgelijks is er aan de hand in wat we vandaag bij Paulus lezen. Hij roept ons op om ons te laten leiden door de Geest. En daarbij gaat het hem eigenlijk over mens zijn. Wat voor mens willen we zijn? Hoe heeft God ons als mensen bedoeld? Hoe laten we ons vormen?
En die vraag naar mens zijn is in deze tijd heel actueel. We zien mensen in de wereldpolitiek – het zijn steeds mannen – die zich laten leiden door macht, geld, woede. En het heeft iets onmenselijks. Daarnaast leven we ook in het tijdperk van Artificial Intelligence. En die ontwikkeling stelt ons ook voor de vraag wat nu eigenlijk menselijkheid is. Wat is het eigene van mens-zijn wat door AI niet van ons kan worden afgepakt?
Paulus laat zien dat er over dat mens-zijn van ons dat er twee verhalen te vertellen zijn. Het ene verhaal gaat over menselijke verlangens die los zijn geraakt van Gods bedoeling met ons. Hij heeft het over de ‘praktijken waartoe de aarde begeerte aanzet’. In een oudere vertaling stond daar: ‘de werken van het vlees’. En het andere verhaal gaat over de vrucht van de Geest. En dan volgt die opsomming van prachtige eigenschappen zoals liefde, vrede, vriendelijkheid en zachtmoedigheid.
Daar is dus een sterke tegenstelling tussen. En tegelijk zien we die twee verhalen ook door elkaar heen lopen in onze levens. We staan nu eerst apart stil bij die ‘praktijken waartoe de aardse begeerte aanzet’.
3
Paulus somt een rijtje op: 14 voorbeelden geeft hij van gedrag dat niet past bij Gods koninkrijk en dat eigenlijk onmenselijk is. Zo zijn wij als mensen niet bedoeld. Dit gebeurt er als we ons niet laten leiden door de Geest. En het voelt ongemakkelijk om die woorden zo op een rijtje te zien staan. Paulus begint niet met mooie idealen, met hoe het zou moeten zijn.
Hij begint met wat zichtbaar wordt als het misgaat. Als we losraken van Gods bedoeling met ons mens zijn. En dan noemt hij die woorden. Alsof hij erbij zegt: je ziet het toch gebeuren? In de wereld. In de kerk. In je eigen leven. Veertien woorden, niet als lijstje om af te vinken, maar als een spiegel. Kijk er maar eens in:
- ontucht, zedeloosheid, losbandigheid
- afgoderij, toverij
- vijandschap, tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, geruzie, rivaliteit, afgunst
- bras- en slemppartijen enz.
Ik heb ze even in vier groepen verdeeld. De eerste groep gaat over seksuele ontsporing. De tweede over religieuze vervreemding. De derde groep (verreweg de grootste) over relationele ontwrichting. En de vierde over excessen en gebrek aan zelfbeheersing.
Zo ziet het menselijk verlangen eruit als het de weg kwijt is, wil Paulus duidelijk maken. Dit gebeurt er als onze verlangens ontsporen. En we zien het allemaal gebeuren.
Er liggen steeds op zich goede verlangens onder. Want we moeten proberen om ook even onder die praktijken te kijken.
Verlangen naar seksualiteit (eerste groep) is door God bedacht en geschapen. Maar als die seksuele verlangens losraken van liefde en trouw tussen twee mensen die van elkaar houden, dan ontspoort het in ontucht, zedeloosheid, losbandigheid. En vandaag zouden we bijvoorbeeld zeggen: seksueel misbruik, grensoverschrijdend gedrag, of vreemd gaan.
Verlangen naar God (tweede groep) is het mooiste wat er is: we zijn naar God toe geschapen. Maar als dat verlangen de weg kwijt raakt, dan kom je terecht bij afgoderij, waarbij we ons vertrouwen stellen op iets anders dan God, en toverij oftewel de wil om controle te hebben over het oncontroleerbare.
Verlangen om er te mogen zijn, om gezien te worden, om geliefd te zijn (derde groep), dat zijn ook prachtige verlangens. Maar wat kan het ook daar mis gaan op veel manieren. Dit derde rijtje is niet voor niets het langst. Het gaat hier over relaties. Over hoe wij met elkaar omgaan. Blijkbaar kan het daar op heel veel verschillende manieren kapot gaan. Ons verlangen om gezien te worden kantelt bijvoorbeeld naar jaloezie: waarom hij wel en ik niet? Of het wordt rivaliteit: ik moet winnen, anders tel ik niet mee. Of er groeit woede: jij zit mij in de weg. Verbinding maakt plaats voor onverbondenheid, polarisatie, afstand nemen van elkaar, kampen vormen, eindeloze discussies zonder echt naar elkaar te luisteren, elkaar het licht niet in de ogen gunnen. Je ziet het overal: in de samenleving, in de kerk, in familierelaties. En het zit ook in ons eigen hart.
En dan is er ook nog het verlangen om te genieten (de vierde groep). Maar het moet altijd meer. Er is geen maat. Eten, drinken, feesten, geen rem meer. We leven allemaal in een economie die altijd maar moet groeien ten koste van alles. Is onze consumptiemaatschappij niet één grote bras- en slemppartij? Ons menselijke verlangen om te genieten is enorm ontspoord.
Nou, dat allemaal. Herken je het een beetje? Dat zijn de praktijken waartoe onze aardse begeerten aanzetten. Je raakt los van God, los van de verlangens van de Geest. En je verliest ten diepste je menselijkheid: we zijn niet meer de mens die God bedoeld heeft. De nieuwe mens. De mens die met Jezus is gekruisigd en opgestaan om in vrijheid te leven. Want daar was Paulus dit gedeelte mee begonnen: “U bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw aardse begeerten vrij spel te geven, maar dien elkaar in liefde”.
4
En dan zegt Paulus iets heel indringends. “Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.” Geen deel hebben aan Gods koninkrijk… wat bedoelt hij daarmee?
Hij bedoelt niet simpelweg: je gaat wel of niet naar de hemel. Het is veel dichterbij. Veel concreter. Want deel hebben aan het koninkrijk van God is je laten leiden door de Geest. Deelhebben aan Gods koninkrijk is meedoen in de vernieuwingsbeweging van Jezus op aarde zoals in de hemel. Deelhebben aan Gods koninkrijk is leven in verbinding met God, met je naaste en met jezelf en ook met de schepping. Deelhebben aan Gods koninkrijk is proeven hoe het leven door God bedoeld is. Soms aarzelend. Soms tastend. Maar wel echt.
En Paulus zegt: als je je overgeeft aan die andere weg, die van ontwrichting en verwijdering, dan verlies je dat leven, dan raak je de weg kwijt, dan mis je wat God hier en nu al aan het doen is.
5
En dan zijn we waar we graag willen wezen, tenminste dat hoop ik. Ik hoop dat we onze aandacht vooral willen geven aan hoe God het wél heeft bedoeld. Als je mens wilt zijn, echt menselijk – dan ziet dat er zo uit:
liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid,
geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing
Ik houd nogal van dat rijtje van negen woorden. Ze hebben ook een belangrijke plek in mijn persoonlijke stille tijd en mijn persoonlijke spiritualiteit. Ik laat ze al jarenlang vaak (het liefst dagelijks, maar dat mislukt weleens) een voor een door mijn hoofd en mijn hart gaan, op het ritme van de adem, in de hoop dat ik er steeds meer van doordrongen raak. Want het zijn prachtige woorden, visionaire woorden, je ziet er iets in van het koninkrijk van God.
Het is mooi om dat te ontdekken. Paulus zei dus net: als je je aan al die andere dingen overgeeft, heb je geen deel aan het koninkrijk van God. Maar wél deelhebben aan het koninkrijk van God ziet er dus zo uit:
liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid,
geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing
Negen woorden zijn het. Maar je zou het ook zo kunnen zien: er is maar één vrucht van de Geest, dat is de liefde. Die staat niet voor niets voorop. Die is het belangrijkste. De liefde is de meeste. De liefde vergaat nooit. Want we zijn hier het dichtst bij het hart van God. God is liefde.
Eigenlijk moet je voor die andere acht woorden dan steeds dat woordje ‘liefdevol’ zetten. Dan klinkt het zo:
liefdevolle vreugde
liefdevolle vrede
liefdevol geduld
liefdevolle vriendelijkheid
liefdevolle goedheid
liefdevol geloof
liefdevolle zachtmoedigheid
liefdevolle zelfbeheersing
Wat zou er gebeuren als alle mensen op deze wereld ernaar zouden verlangen dat ze de vrucht van de Geest in hun hart ervaren en in hun leven zichtbaar maken? De wereld zou er compleet anders uitzien!
6
En het mooie is: het is niet de bedoeling dat we daar ons best voor gaan doen. Dat we er hard voor gaan werken. Want het is niet voor niets een vrucht. En een vrucht groeit – langzaam, maar zeker. God geeft de groei. Het is de vrucht van de Géést, niet de vrucht van onze inspanningen
Paulus komt in dit rijtje niet op de proppen met allerlei dingen die we moeten doen, hij komt niet met geboden en regels, maar hij komt met wat wel genoemd worden: deugden of karaktereigenschappen. Want mens zijn in Gods koninkrijk gaat ten diepste over karaktervorming.
Een tijdje geleden pleitte Beatrice de Graaf (bekend van de Ongelooflijke Podcast) voor een herwaardering van de klassieke deugden. Ze analyseerde hoe het er momenteel aan toe gaat in de wereldpolitiek. We worden met z’n allen overspoeld door machtsmisbruik, vijandigheid, verwarring, haat, oog om oog en tand om tand, onzekerheid, dreiging, angst en wantrouwen. Wat is er dan nodig?
En Beatrice de Graaf zei: we moeten ons weer laten leiden door de klassieke deugden die al sinds de Oudheid meegaan, maar die ons tussen de vingers door zijn geglipt: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid. Dat worden wel de kardinale deugden genoemd. En van Beatrice de Graaf mochten de drie theologische deugden er ook aan toe worden gevoegd: geloof, hoop en liefde.
Als ik dat pleidooi vertaal naar het leven in de kerk, en als ik me op weg naar Pinksteren samen met jullie afvraag hoe we ons kunnen laten leiden door de Geest – laten we er dan voor kiezen om te groeien groeien in het verlangen om de vrucht van de Geest concreet te zien in ons leven in de gemeente als oefenplaats van Gods koninkrijk.
We zijn vaak veel te veel bezig met discussies over allerlei onderwerpen. Het lijkt wel alsof meningsvorming tegenwoordig het belangrijkste is: we moeten overal wat van vinden. Maar het gaat in de kerk als de plek waar de Geest van het koninkrijk werkt allereerst om karaktervorming. Dat we liefdevolle mensen worden. En dat nieuwkomers in de kerk een gemeenschap ontdekken van mensen die worden gekenmerkt door:
liefdevolle vreugde
liefdevolle vrede
liefdevol geduld
liefdevolle vriendelijkheid
liefdevolle goedheid
liefdevol geloof
liefdevolle zachtmoedigheid
liefdevolle zelfbeheersing
7
Ik wil eindigen met nog aandacht te vragen voor één klein zinnetje uit wat Paulus schrijft. Dit zinnetje, dat direct volgt op de woorden over de vrucht van de Geest:
“Er is geen wet die daar iets tegen heeft.” Dat is een wat droge, bijna humoristische opmerking van Paulus. Er zit iets nuchters en iets bevrijdends in.
Vorige week ging het over de verhouding tussen de wet aan de ene kant en de Geest aan de andere kant. Paulus pleitte er nadrukkelijk voor dat we ons niet door de wet maar door de Geest moeten laten leiden.
Als je dat doet, dan komt het met die wet ook wel goed. Maar als je je door de wet laat leiden als bron van je leven, dan is het maar de vraag of je de Geest niet verliest. Want de wet kan aanwijzingen geven, begrenzen, en ook beschermen. Maar de wet kan geen leven geven. De wet kan geen liefde in je hart leggen. De wet kan geen vrede laten groeien. De wet is machteloos. De wet zet je op het spoor van ‘wat mag wel en wat mag niet’. Maar de Geest maakt levend.
En nu zegt Paulus dus: Er is geen wet die iets tegen de vrucht van de Geest heeft. Je zou kunnen zeggen: de wet staat hier aan de kant en kijkt toe… en knikt: “ja, dit is goed. Dit is precies waar het altijd om ging. Liefde, vreugde, vrede – daar heeft geen enkele regel bezwaar tegen. Daar hoeft niets gecorrigeerd te worden. Dat mag. Daar wordt de wereld mooier van.”
Laten we dat aan elkaar gunnen in de kerk en in de wereld. Dat de vrucht van de Geest in het middelpunt van ons leven zetten. Dat we ons laten leiden door de Geest van liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goed, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
God is ervoor.
En Jezus heeft juist dit aan ons laten zien.
Laten we dat samen be-amen door een Gezang te zingen: Wat zijn de goede vruchten…
Moment van toewijding
We luisteren naar de verkondiging, we zingen maar het is ook goed om een bewust moment van toewijding te nemen. Een moment waarin we zeggn: dit is wat we willen, de komende week, ons hele leven. We willen dat de vrucht van de Geest zichtbaar en tastbaar wordt in ons leven.
Jezus zegt in Johannes 15: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat hij meer vruchten voortbrengt. Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb. Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vruchten voortbrengen. Maar zonder Mij kun je niets doen. (…) Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.”
Dat is de weg die Jezus wijst, de weg van het vrucht dragen in zijn koninkrijk. Het is de weg van het blijven in Jezus en dat Jezus blijft in ons. En dat kan alleen maar door de heilige Geest die ons vervult.
Lied van toewijding:
Gespreksvragen
- Welk beeld uit het begin van de preek (de twee leiders, de twee vrouwen, of de twee landschappen) raakte je het meest, en waarom juist dat beeld?
- Herken je in je eigen leven die “twee werelden” waar de preek over spreekt? Kun je een concreet moment noemen waarop je dat hebt ervaren?
- Paulus spreekt over “de praktijken waartoe de aardse begeerte aanzet”. Welke van de genoemde ontsporingen herken je het meest in de wereld om je heen? En wat doet dat met je?
- In de preek wordt gezegd dat onder ontspoord gedrag vaak een goed verlangen ligt. Welk verlangen herken jij bij jezelf dat soms de verkeerde kant op gaat?
- “Deelhebben aan het koninkrijk van God” is iets voor hier en nu. Hoe zou jij dat in je eigen woorden omschrijven?
- Paulus noemt de vrucht van de Geest in Brief aan de Galaten 5:22-23. Welk van die negen woorden spreekt jou op dit moment het meest aan, en waarom?
- Wat verandert er voor jou in de betekenis van die woorden als je er telkens “liefdevol” voor zet (bijv. liefdevolle vreugde, liefdevol geduld)?
- De preek zegt dat de vrucht van de Geest niet iets is wat je “moet doen”, maar wat groeit. Hoe ervaar jij dat verschil tussen doen en groeien in je geloof?
- Wat betekent het concreet voor een gemeente om meer bezig te zijn met karaktervorming dan met meningsvorming? Waar zie je daarin kansen of spanningen?
- Paulus zegt: “Er is geen wet die daar iets tegen heeft.” Wat doet die zin met jouw beeld van regels, geloof en vrijheid?
Werkvormen
Spiegel & vrucht (tweetallen)
Kies één “praktijk van het vlees” en één “vrucht van de Geest”. Bespreek samen: wat is het onderliggende verlangen, en hoe kan dat verlangen veranderen richting vrucht?
Ademgebed met de vrucht van de Geest
Ga een paar minuten stil zitten. Laat deelnemers bij elke inademing één woord van de vrucht van de Geest in gedachten nemen (bijv. “liefde”), en bij de uitademing “voor mij” of “in mij” denken. Bespreek daarna wat dit met hen deed.
Twee werelden tekenen
Laat deelnemers een vel in tweeën delen. Links tekenen of schrijven ze hoe “ontwrichting” eruitziet in hun leven of omgeving; rechts hoe “de vrucht van de Geest” eruit zou zien op diezelfde plek. Bespreek in kleine groepjes wat opvalt en waar verlangen zit.
