Kijk de preek terug op YouTube:

Luister de preek terug als podcast:


1

Hoop – dat is het trefwoord door in deze prekenserie hoort bij de bede ‘Laat uw koninkrijk komen’

Ik kwam een mooie definitie van hoop tegen. Van Barack Obama. Hij zei: ‘Hoop is dat ding in ieder van ons dat hardnekkig blijft zeggen, tegen alle verdrukking in, dat ons iets beters staat te wachten als we de moed hebben ons daarnaar uit te strekken, ervoor te werken en ervoor te vechten.’

Onze wereld heeft hoop nodig, onze wereld snakt naar hoop. En we verlangen naar woorden die helpen om die hoop tastbaar te maken. Zo kwam ik nog een poëtische tekst tegen van een zekere J. Boendermaker:

Hoop is

dat gevangen zitten niet het laatste is

dat honger hebben niet het laatste is

dat rotwerk hebben niet het laatste is

dat macht niet het laatste is

dat je werk verliezen niet het laatste is

dat ‘ik haat je niet het laatste is

Hoop is

dat steeds maar niet beter worden niet het laatste is

dat niet mee kunnen komen niet het laatste is

dat iemand kwijtgeraakt zijn niet het laatste is

dat schuld hebben aan een ongeluk niet het laatste is

dat ‘het kan me niet schelen’ niet het laatste is

dat ‘ik weet me geen raad’ niet het laatste is

Hoop is

dat ‘de wereld is een puinhoop’ niet het laatste is

dat een rotstreek niet het laatste is

dat helemaal alleen zijn niet het laatste is

dat nergens meer zin in hebben niet het laatste is

dat nog veel meer niet het laatste is

dat het allerlaatste niet het laatste is

Dat is hoop.

Er is zoveel in deze wereld waar we hopeloos van worden. De moed zinkt ons in de schoenen. We zien geen toekomst meer, geen stip op de horizon, geen licht aan het einde van de tunnel. 

2

En het nare is dat die hopeloosheid het gevolg is van een falende mensheid. We maken er zelf als mensen vaak zo’n puinhoop van.  Zoveel gebrokenheid, zoveel zonde, zoveel chaos. We laten ons er door raken. Zo zit onze wereld in elkaar. Zoveel falen en zoveel verdriet. We kijken er naar, maar wel met compassie. Niet per se om te oordelen, om negatief te doen, maar met bewogenheid en nederigheid.

En het gaat in deze preek over hoop, maar we moeten oppassen dat hoop niet oppervlakkig wordt, dat het alleen maar optimisme is. En daarom is het ook goed om iets te leren van de kerkvader Augustinus. Hij schreef: “Hoop heeft twee dochters: woede en moed. Woede om hoe de dingen gaan, moed om de dingen beter te maken dan ze zijn.” 

Ik zei: we kijken met compassie. Zeker, dat moeten we echt doen. Maar we moeten ook kwaad worden. Woedend. Dat gaat niet over blinde drift, onbeheerste woede, of woede die een soort grondgevoel wordt in je leven, want daar gaat je leven aan kapot. Nee, woede als onze emotionele reactie op het kwaad dat we zien, op de gebrokenheid en het verdriet en het onrecht dat we als mensen met elkaar veroorzaken. Ben jij wel eens ontzettend kwaad over het onrecht in deze wereld? Goed boos? Dat de tranen je in de ogen springen?

En die woede leidt dan niet tot verwoesting, zegt Augustinus, maar tot moed. De moed om er op jouw plek iets aan te doen. Om moedige daden te stellen van waarheid en recht en liefde. Want God is er ook nog! Jezus is er ook nog! De heilige Geest is er ook nog!

3

Daarom luisteren we nu naar Jezus die ons leert bidden. Hij zegt: ‘mensen, midden in deze wereld vol chaos en gebrokenheid en onrecht, midden in deze wereld waar je hopeloos van wordt – trek je terug in je huis, sluit de deur en ga bidden!’ 

Hij zegt dus niet: ‘ga direct de straat op, ga er meteen wat aan doen’. Want dan zouden we het in eigen kracht en naar eigen inzicht gaan doen. Nee, eerst je terugtrekken. Dat voelt vreemd aan, maar er bestaat ook heel veel onheilige ijver in deze wereld. Dat wij de wereld beter willen maken. Dat het ons project wordt, ons ego-project. Maar het moet Góds project zijn. Het ís Gods project, Gods plan, Gods visioen: een betere wereld begint bij Jezus.

Trek je terug in je huis, sluit de deur en bid.

Eerst: ‘Onze Vader in de hemel’ – vertrouw je toe aan Gods onvoorstelbare en onuitputtelijke liefde. Vertrouw op Hem, niet op jezelf. Vertrouw op zijn liefde voor jou en voor de hele wereld.

En dan: ‘Laat uw naam geheiligd worden’ – vind je vreugde niet in je omstandigheden, in jezelf, in wat je kunt of hebt of doet, maar in God alleen. Hij is de Ik ben die ik ben. Hij is de bevrijder. Hij is de barmhartige. Hij is de vergevende en verlossende God. Uw naam heilig!

En dan, de gebedszin van vandaag: ‘Laat uw koninkrijk komen’. En daarmee bedoelen we dan niet te zeggen: ‘laat Jezus maar snel terugkomen’. Hoewel ook dat zeker ons verlangen mag zijn. Maar het is niet wat Jezus bedoelt met dat komende koninkrijk. 

‘Laat uw koninkrijk komen’ is een oefening in hoop. De hoop op Gods nieuwe wereld die zichtbaar wordt hier op aarde door ons heen. Het is en blijft het plan, het project, het visioen van Gód, maar hij schakelt ons in, hij wil dat we erin meedoen, in de kracht van de heilige Geest die ons gegeven is, de heilige Geest van Jezus. ‘Maak uw nieuwe wereld zichtbaar door ons heen! Vul ons met hoop op een betere wereld!’

Ik heb het in een eerdere preek ook al gezegd:  het Onze Vader bidden is niet vrijblijvend. Als je dat gebed bidt, dan zeg je: ‘Vader, ik doe mee! Op mij mag u rekenen. Ik wil onderdeel uitmaken van dat plan van u, dat plan om deze wereld te herstellen, te verlossen en te bevrijden. Maar ik heb zelf niks in te brengen. Ik kan alleen doen wat u door mij heen wilt doen.’ 

Dat is de reden dat we eerst in die binnenkamer moeten komen om van daaruit in de buitenwereld aanwezig te zijn in Gods kracht, niet in eigen kracht. 

Want er is niets dat Jezus meer aan het hart gaat dan dat koninkrijk. Heel zijn evangelieverkondiging cirkelt rond dat koninkrijk. Dit is zijn boodschap, hier begint hij mee, en we kunnen het ons niet vaak genoeg in herinnering brengen: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij. Kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws’. Als je deze zin niet begrijpt, begrijp je het christelijk geloof niet. 

Let er ook op dat Jezus niet zegt: ‘Het is tijd geworden om met elkaar een kerk te vormen.’ Het gaat Jezus niet om de kerk. Het gaat Jezus om het koninkrijk. De kerk is op haar best als ze een oefenplaats is, een voorhoede van dat koninkrijk. Maar ze is niet het koninkrijk zelf.

Koninkrijk is: dat Jezus aan het werk is in deze wereld, in mensen, tussen mensen, door mensen heen. Koninkrijk, dat is het krachtenveld van Christus, waar we liefde en recht, waarheid en gerechtigheid ervaren. Koninkrijk gaat over vrede in deze wereld. De vrede van God. De vrede van Christus die alle verstand te boven gaat.

4

En God heeft altijd al mensen gestuurd om zijn volk te herinneren aan dit visioen van het koninkrijk. Dat is maar niet begonnen bij Jezus. Het Oude Testament is vol profeten die zeggen: deze wereld is kapot, jullie maken er een puinhoop van, volk van God, zie dat toch, bekeer je toch. Blijf niet in het donker ronddwalen maar stel je open voor het licht.

Micha was zo’n profeet. Micha was zo’n man die visioenen van God heeft gezien en een stem van de Troon heeft gehoord. Hij was door God geroepen om anders te kijken, om onrecht niet recht te praten, maar om onrecht onrecht te laten zijn en op te roepen tot bekering. 

Hij kreeg taal van God aangereikt. Geen informatieve taal alleen maar, die je kunt aanhoren om vervolgens weer onveranderd verder te gaan. ‘Dat weten we dan ook weer.’ Nee, transformatieve taal, taal die verandert, taal die de ogen opent, taal die je in een veranderingsproces brengt. Taal die je anders leert kijken en je ogen opent voor God koninkrijk en je hart opent om je door dat visioen te laten leiden.

Zo moet je zo’n visioen lezen dat Micha heeft. Boven het boekje van Micha staat: het visioen dat hij zag over Samaria en Jeruzalem. En dat kun je historisch opsluiten in de tijd van toen. Maar dat is niet de bedoeling. Het zijn woorden gesproken in het hier en nu van onze werkelijkheid. ‘Eens zal de dag komen!’ Hoor je hoe hoopvol dat klinkt? ‘Eens zal de dag komen!’ God komt eraan. Hij is erbij.

‘Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan.’ De tempel staat voor Gods aanwezigheid. God zal helemaal aanwezig zijn en de mensen zullen het zien. ‘Volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen’ – en opnieuw: sluit dit niet op in de tijd van toen – God spreekt ons nu profetisch aan: 

‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,

naar de tempel van ​Jakobs​ God.

Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,

en wij zullen zijn paden bewandelen.’

Is dat wat we willen? Is dat wat jij wilt?

Naar God toegaan? Dat hij ons onderricht? Dat hij ons de weg wijst? Wegwijs maakt in Gods koninkrijk?

En dat wij die weg dan ook echt gaan? Hoopverspreiders zijn?

En luister eens naar deze visionaire woorden:

‘Dan zullen zij hun ​zwaarden​ omsmeden tot ​ploegijzers

en hun ​speren​ tot ​snoeimessen.

Geen volk zal nog het ​zwaard​ trekken tegen een ander volk,

geen mens zal meer weten wat ​oorlog​ is.’

Geen mens zal meer weten wat oorlog is.

Geen mens zal meer weten wat verdriet is.

Geen mens zal meer weten wat pijn is.

Geen mens zal meer weten wat een ongeluk is.

Geen mens zal meer weten wat uitbuiting  is.

Geen mens zal meer weten wat een rotstreek is.

Geen mens zal meer weten wat schuld hebben aan een ongeluk is.

Geen mens zal meer weten wat je werk verliezen is.

Geen mens zal meer weten wat een klimaatcrisis is.

Geen mens zal meer weten wie satan is.

Geen mens zal meer weten wat haat is.

Wat een geweldig visioen! Als we bidden om de komst van het koninkrijk van God op aarde zoals in de hemel – temidden van pijn en puinhopen – dan houden we het visioen levend, het visioen van de profeten van toen en van de profeten van nu. Het visioen van een betere wereld dan deze wereld. En die wereld is beter omdat het de wereld van Jezus is. Jezus die kwam, Jezus die is, Jezus die komt.

Bidden dus, mensen, om dat koninkrijk. Want gebed is de bron van actie die van God komt. Gebed is de bron van het waar worden van Gods plan.

Vader, laat uw koninkrijk komen!

Jezus, vul ons met hoop op een betere wereld!

Heilige Geest, maak uw nieuwe wereld zichtbaar door ons heen! 

5

Hoe kun jij leven vanuit dat visioen en een hoopverspreider worden? Want als je bidt ‘Laat uw koninkrijk komen’ kan je niet blijven zitten waar je zit. Hoe kunnen we blijven oefenen in hoop, omdat Jezus gekomen is, omdat Jezus er is, omdat Jezus komt?

Neem een situatie in gedachten die je raakt, in je eigen omgeving.

(Een gebroken huwelijk. Een conflict. Iemand die dakloos is. Armoede. Een onveilige woonbuurt.)

Voel compassie. Laat je raken.

Wees boos om de situatie. 

Ga in je binnenkamer.

Bid tot je Vader: Laat uw koninkrijk komen!

Ontdek daar wat jij kunt doen, welke stap jij kunt zetten.

Kom tevoorschijn.

En doe het.

Doe het in de naam van Jezus.

Zo breng jij op jouw plek (je werk, je gezin, je buurt, je stad, je huwelijk) hoop waar soms alleen maar hopeloosheid lijkt te zijn.

Doe je mee in de beweging van Jezus en zijn koninkrijk?

Dan gaat er hoop stromen in jouw leven en in deze wereld.

Laten we dit samen beamen door te zingen ‘Toekomst vol van hoop’.