Preek | Open leven 4 – Commitment
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Waaraan ben jij toegewijd?
Met die vraag beginnen we even.
Wat komt er het eerst bij je boven als je die vraag hoort?
Waaraan ben jij toegewijd?
In deze vierde preek staat de vierde gebedszin uit het onze Vader centraal: ‘Laat uw wil gedaan worden (op aarde zoals in de hemel).’
En het trefwoord dat erbij hoort (nadat het de vorige drie keer ging over Vertrouwen, Vreugde en Hoop) is: Commitment. Of in wat gewoner Nederlands: Toewijding.
We zijn vanmiddag opnieuw en de gebedsschool van Jezus.
2
Want Jezus leert ons bidden. Hij nodigt ons uit in zijn binnenkamer en deelt met ons wat voor hem belangrijk is in zijn relatie met de Vader.
‘Onze Vader in de hemel, laat uw wil gedaan worden!’ Dat is wat Jezus wil. Hij zegt er een keer dit over (Johannes 4:34): ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’. In de Bijbel in Gewone Taal: ‘Ik leef van gehoorzaamheid aan God’.
Dat is Jezus’ passie: de wil van de Vader kennen en die wil ook doen. Dat is ook nog een hele worsteling, ook voor Jezus. Dat komt het sterkst uit als Jezus bidt in de tuin van Getsemane (Matteüs 26:39): ‘Mijn Vader, als het kan, zeg dan dat ik niet hoef te lijden. Maar doe alleen wat u wilt, niet wat ik wil.’ Tot drie keer toe vraagt Jezus dit. Want hij heeft het er moeilijk mee. Maar hij blijft tegelijk bij wat hij ons leerde bidden: ‘Onze Vader in de hemel, laat úw wil gedaan worden.’
Wat is die wil van God? Het is verhelderend om een onderscheid te maken tussen aan de ene kant de geopenbaarde wil van God en aan de andere kant de verborgen wil van God. Die laatste, de verborgen wil van God, gaat vooral over de plannen die God heeft en die wij niet kennen. Gods plan voor jouw leven – dat ken je niet.
Maar daar gaat deze gebedszin ook niet over. Die gaat over Gods geopenbaarde wil, de wil die hij bekend heeft gemaakt. De wil die Jezus bekend heeft gemaakt in de Bergrede bijvoorbeeld. De wil die als een rode draad door heel de Bijbel heen loopt. ‘Heb lief!’ Dat is de wil van God. En dat ene gebod kan op talloze manieren worden geconcretiseerd. Heb lief is: sla niet dood. Heb lief is: wees trouw. Heb lief is: aanbid God. Heb lief is: laat je enthousiasme niet bekoelen. We hebben er al wat van gehoord in Romeinen 12:9-21.
Gods wil is altijd zijn liefdevolle wil. Zijn heilige liefdevolle wil. Gods wil zegt alles over Gods karakter. Zijn karakter is: Liefde. Heilige liefde. De God die vol heilige liefde is toegewijd aan zijn kinderen op aarde, is de God die ons uitnodigt om toegewijd te zijn aan zijn liefdevolle wil, op aarde zoals in de hemel.
3
Dat spreken over ‘Gods wil’ kan trouwens ook wel wat vragen en weerstanden oproepen. Deze vraag bijvoorbeeld: ‘Doet mijn eigen wil er dan eigenlijk nog wel toe?’ Jazeker doet die wil er toe! Het is altijd belangrijk om jezelf de vraag te stellen: ‘Wat wil ik nu eigenlijk? Wat wil ik nu echt? Waar verlang ik naar?’
Maar dan is het tegelijk ook altijd goed om met onderscheidingsvermogen deze vraag te stellen: ‘Past wat ik ontdek als mijn verlangen bij Gods verlangen om zijn koninkrijk zichtbaar te maken op aarde? Draagt mijn verlangen bij aan het hoop verspreiden in deze wereld?’
Want er zijn natuurlijk ook zelfgerichte verlangens, die niet helpen om in de stroom van Gods liefde te gaan en te blijven staan. De bede ‘Laat uw wil gedaan worden’ doe je ook recht door je te laten bevragen door de Vader. Dat is ook bidden. Dat je de Vader aan jou hoort vragen: ‘Wat verlang je? Wat wil je nu graag? En zullen we daar dan samen over in gesprek gaan?’
Nog een vraag die er kan zijn: ‘Komen we met die aandacht voor Gods wil niet uit bij een wettische en moralistische manier van geloven? Bij een God die een aantal voor ons gevoel willekeurige regels en geboden geeft waar je je aan moet houden, maar die alle vreugde uit je leven wegnemen?’
Ja, dat kan natuurlijk. En de kerk is daar in het verleden en in het heden ook niet altijd aan ontkomen. Maar dat kon en kan dan ook alleen maar als je God ziet als een saaie moralist of als een alziend kritisch oog. Maar dat is niet de God die ik heb leren kennen. Dat is niet de God van Jezus. De God van Jezus is een bron van vreugde, liefde en avontuur. De God van Jezus is een Vader die zijn kinderen omarmt. De God van Jezus is een God die liefdevol de weg wijst waarlangs we als mens tot bloei komen. De God van Jezus is de God die zegt: ‘Ik maak alles nieuw!’
Misschien moeten we – om onszelf erin te trainen dat de liefde fundamenteel is – dat wat voor Jezus vanzelfsprekend was, wel expliciet maken als we de woorden van het Onze Vader bidden. Dan klinkt dat gebed zo:
“Onze liefdevolle Vader in de hemel,
laat uw liefdevolle naam geheiligd worden,
laat uw liefdevolle koninkrijk komen,
laat uw liefdevolle wil gebeuren
op aarde zoals in de hemel.”
4
Laten we nu dat woord Commitment weer oppakken. Toewijding. En ik zeg er bij voorbaat bij: het gaat om Liefdevol Commitment, Liefdevolle Toewijding. Niet om tandenknarsende toewijding of kil commitment – liefdevolle Toewijding.
Nu kunnen we ons natuurlijk aan van alles en nog wat toewijden. We kunnen toegewijd zijn aan onze kinderen, onze vriendschappen, ons werk, aan onze hobby, aan onze sportavond of onze leesuren. Alles gaat er voor aan de kant. Dat is allemaal prima, lijkt me.
Maar herken je ook dat je in je leven toegewijd kunt zijn aan je eigen gelijk: je doet er alles aan om te voorkomen dat jij ongelijk zou hebben. Je kunt toegewijd zijn aan je ‘ego’: je trekt alles uit de kast om je zorgvuldig opgebouwde façade in stand te houden. Je kunt toegewijd zijn aan je aan geld verdienen of aan je bezit. Je kunt zelfs toegewijd zijn aan de pijn die je koestert in plaats van er genezing voor te zoeken. Je kunt zijn toegewijd aan allerlei afgoden. Ja, alles kan een afgod worden waaraan je je toewijdt, alles kan de plaats innemen die alleen aan de Vader toekomt.
Als we leren bidden ‘Laat uw liefdevolle wil gedaan worden’ dan bidden we dus om toewijding aan wat God wil, om commitment aan de weg die God ons wijst, aan het evangelie van Jezus.
5
Maar hoe gaat dat dan in zijn werk? Waar begin je? Het begint in je binnenkamer, in de tijd die je doorbrengt met de Vader, zoals Jezus je daartoe uitnodigt: ‘Trek je terug in je huis, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene ziet’. Dát is de plek waar je leert ontdekken wat Gods wil is. Dat is de plek waar je je leert afstemmen op God, waar je tijd neemt om stil te zijn in Gods aanwezigheid en zijn stem te horen.
Hoe is dat nu in jouw leven? Ben je daarmee bezig? Ik zeg nog een keer wat ik in de eerste preek in deze serie ook heb gezegd: ‘Lieve mensen, het is echt een heel groot probleem als je geen persoonlijk gebedsleven hebt. Ik zeg dat met liefde en respect, niet om je te oordelen maar om je wakker te schudden. Leven in Gods koninkrijk vraagt oefening en die oefening vraagt tijd. Dat snappen we allemaal prima als het om lichamelijke oefening, om sport gaat. Niemand denkt dat hij de halve marathon kan lopen zonder één keer te oefenen. Maar we lijken massaal te denken dat je in Gods koninkrijk kunt leven zonder gebedsoefening.’
En die gebedsoefening gaat gelijk op met oefenen in luisteren naar wat God zegt, naar wat Gods wil is. Boven het gedeelte dat we lazen uit Romeinen 12 staat in de NBV: ‘Leef volgens de wil van God’. Vandaag geef ik daarom jullie en en ook mijzelf Romeinen 12:9-21 mee voor in onze binnenkamers.
Dertig keer klinkt er een concrete oproep van Paulus, zeg ook maar gerust van Jezus, dertig concretiseringen van Gods liefdevolle wil voor jouw leven. En als je bidt ‘Laat uw liefdevolle wil gedaan worden’, laat dan deze concretiseringen op je inwerken, en kies er een uit om een dag lang mee te dragen in je hart en je dagelijkse leven.
Want wat is het belangrijk dat we vanuit die binnenkamer de buitenwereld ingaan en daar in de kracht van Jezus waar maken wat God tegen ons zegt. Hoe klinkt deze oproep op mijn werkplek, in mijn gezin, in mijn huwelijk, in mijn stad, in mijn straat? Een paar voorbeelden uit Romeinen 12:
“Laat je liefde oprecht zijn.
Verafschuw het kwaad.
Wees het goede toegedaan.
Vergeld geen kwaad met kwaad.
Probeer voor alle mensen het goede te doen.
Stel, voor zover het in jouw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.”
Ja, dat is zo belangrijk: om wat je leest in de Bijbel te verbinden met concrete situaties in je leven. Want anders blijft het allemaal theorie, vrome theorie, zeker, bijbelse theorie, dat ook. Maar theorie. Daar heeft niemand wat aan.
Dus ik hoop van harte dat je dat gaat doen de komende week. Dat je dat woord Toewijding / Commitment oppakt, dat je steeds weer bidt ‘Laat uw liefdevolle wil gedaan worden’ en dat je dat concretiseert aan de hand van de 30 praktijkvoorbeelden die Paulus je geeft.
6
Ik wil dat sleutelwoord Commitment ook nog in relatie brengen met wat er speelt in ons kerkelijk leven. Ik noem het nu expres even een sleutelwoord. Met een sleutel kun je iets open doen, een deur. Want soms hebben we het gevoel dat we in een impasse zitten, dat we niet goed weten hoe het verder moet, hoe we opener kunnen leven.
Concreet: Wat voor gemeente willen we nu zijn? We zijn soms zo verschillend, we denken soms zo verschillend, we voelen ons soms heel erg thuis en soms helemaal niet. En dat brengt ook verdriet, verwarring, verbolgenheid met zich mee. Daar kun je eindeloos over denken en praten en theoretiseren en elkaar de schuld geven. Maar het helpt allemaal geen steek verder.
Als we nu eens in ons denken en spreken hierover Toewijding als sleutelwoord kiezen en ontdekken wat God daar doorheen wil zeggen? Dat we onszelf de vraag stellen: ‘Hoe ziet toewijding er in míjn leven uit eigenlijk? Hoe krijgt toewijding vorm op míjn plek in de gemeente? Waar zijn we als geloofsgemeenschap van Pro Rege nu eigenlijk echt aan toegewijd?
Een tijd geleden alweer, het was nog in Zwolle, heb ik samen met Joke de de film ‘The Two Popes’ gekeken, in het Fraterhuis. Die film toont de ontmoeting tussen paus Benedictus XVI en kardinaal Bergoglio, de later paus Franciscus. In openhartige gesprekken over geloof, schuld, macht en verandering groeit wederzijds begrip. Een ontroerende film vond ik het, waarin werd geworsteld met God, met elkaar, met de kerk. Eén zin is vooral bij me blijven hangen. Een zin die binnenkwam als een richtingwijzer voor elke gemeente die zich afvraagt wat voor kerk we willen zijn en hoe we moeten omgaan met verwarring en vervreemding die we soms ervaren.
Deze zin: “Ik geef de voorkeur aan een kerk die gekneusd, gekwetst en vuil is omdat ze op straat aanwezig is geweest, liever dan een kerk die ongezond is omdat ze naar binnen gekeerd is en zich vastklampt aan haar eigen veiligheid.”
Lieve mensen, en ik zeg het weer met liefde en respect, zijn we als kerk vaak niet veel te veel met onszelf bezig? Toegewijd aan onze eigen voorkeuren, toegewijd aan onze pijn, toegewijd aan onze teleurstelling, toegewijd aan onze individuele zoektocht, toegewijd aan onze eigen agenda, toegewijd aan onze gekwetstheid, toegewijd aan onze eigen veiligheid – terwijl we helemaal niet toekomen aan die straat, aan de samenleving, aan de schepping, aan de natuur, aan al die plekken waar het leven gebeurt in alle gebrokenheid?
Zeker, de kerk is de oefenplaats waar we elkaar als broers en zussen helpen om onze binnenkamer te vinden en een gebedsleven op te bouwen en te leren onderscheiden wat Gods liefdevolle wil is.
Maar de kerk is ook de oefenplaats waar we elkaar als broers en zussen helpen om aanwezig te kunnen zijn in de buitenwereld van buurt en straat, van werkplek en samenleving, van natuur en schepping.
De kerk is geen doel in zichzelf. Het gaat om Gods koninkrijk op aarde zoals in de hemel.
De kerk is van Jezus.
De kerk is van de heilige Geest.
De kerk is van de Vader.
De kerk is er voor de wereld.
Het is Gods verlangen dat daar zijn liefdevolle wil gebeurt, op aarde zoals in de hemel. En dat kan zonder ons. Maar God wil het graag met ons doen.
Waaraan wil jij je toewijden? Neem die vraag mee in de komende week.
