Preek | Open leven 6 – Verzoening
Lezen: 2 Korintiërs 5:14-21 en Kolossenzen 1:12-20
Kijk de preek terug op YouTube:
Luister de preek terug als podcast:
1
Jullie weten allemaal wel wat emoji’s zijn. Je gebruikt ze bijvoorbeeld in whatsapp berichtjes om een gevoel uit te drukken.

Hier zie je een paar gevoels-emoji’s. (Ik twijfel, ik ben dankbaar, ik voel me verveeld, ik voel me overweldigd, ik voel me blij, ik voel me misselijk.)
Zo’n 6 jaar geleden ontdekte de Evangelisch-Lutherse Kerk van Finland dat er geen emoji was voor de boodschap ‘Ik vergeef je’. Vreemd, want vergeving en vrede zijn toch erg belangrijke waarden. De kerk schreef een wedstrijd uit.

Hier zie je een paar van de inzendingen en ook de emoji die uiteindelijk gekozen is. (…) Opvallend trouwens: in elke emoji zit een hartje verwerkt. Blijkbaar heeft vergeving voor ons idee altijd met liefhebben te maken.

En hier de winnende emoji. De toelichtende tekst was: “Het zou mooi zijn als online gesprekken empathischer zouden zijn en men bereid is fouten te erkennen. Emojis zijn niet meer weg te denken uit communicatie tussen mensen, daarom hebben we een symbool nodig dat zegt: ik vergeef je.”
2
Jezus wist ook al hoe belangrijk vergeven is. In het gebed dat Jezus ons leert neemt vergeving daarom ook een heel belangrijke plaats in.
Want er zijn meerdere manieren waarop de stroom van Gods liefde in ons leven wordt geblokkeerd. Daar gaan de laatste drie beden van het Onze Vader over. Vorige keer ging het over de blokkade vanwege onze bezorgdheid en onze mentaliteit van schaarste en tekort. Toen stond het woord Vrijgevigheid centraal.
En de blokkade waar we nu bij stil staan wordt gevormd door onze zonden en onze schulden. Als wij niet goed omgaan met onze eigen fouten en tekortkomingen, als wij niet goed omgaan met onrecht dat ons is aangedaan, als we niet goed omgaan met het kwaad dat wonden in onze levens heeft geslagen – dan stroomt de liefde uit onze levens weg.
Waaraan herken je dat? Aan bitterheid. Aan wrok. Aan cynisme. Aan zelfmedelijden en slachtofferschap. Aan een voortdurende onderstroom van boosheid in je leven. Dat zijn signalen dat er bij jou iets mis is gegaan op het gebied van zonde en vergeving in je leven.
En als Jezus ons uitnodigt in zijn binnenkamer om te leren bidden, als hij ons uitnodigt om zelf die binnenkamer te zoeken, dan is dit dus een van de belangrijkste thema’s om al biddend mee aan de slag te gaan. Want gebrek aan vergeving, onmacht tot vergeven, onvergevingsgezindheid – dat is misschien wel de bron van alle kwaad in deze wereld. Ja, zo groot moeten we het denk ik wel maken. Zonde is een wereldprobleem. Het gebrek aan bereidheid om te vergeven is een mondiale crisis.
3
Ik gebruik die grote woorden nu even om er ook bij stil te staan dat dit niet alleen over jou en mij gaat, over ons persoonlijke leven. Dat zeker ook, en dat komt straks ook terug. Maar we moeten ervoor oppassen dat we van het christelijk geloof iets maken dat zich alleen maar tussen God en mij afspeelt (‘ik en mijn persoonlijke relatie met God’), of tussen mij en die ene andere, een geïndividualiseerd geloof waarin het ‘ik’ centraal staat. Maar het is veel groter en omvattender. Dat werd al wel duidelijk uit die beide Bijbelgedeelten die we lazen. Daarin stond verzoening centraal. En Christus. En de wereld. Luister nog een keer (2 Korintiërs 5:14-21):
‘Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend’. Jezus kwam niet voor mij en voor jou. Tuurlijk, dat ook. Maar dit is het grotere plaatje: Jezus kwam voor de wereld. ‘Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend.’
God is met deze wereld bezig, de hele wereld, die wereld waarin de zonde als een virus rondwaart en in alle vezels van het aardse bestaan is terug te vinden, als hoorde het bij het DNA van deze wereld.
En Paulus vervolgt: ‘En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.’ Heel de wereld hoort de boodschap van Gods verzoening. Heel de wereld moet leren om open te staan voor het verzoenende werk van Jezus Christus. Heel de wereld wordt uitgenodigd om de stroom van Gods liefde te leren kennen en zich erin mee te laten nemen.
4
Die verzoening, dat het weer goed komt tussen God en deze wereld, heeft zelfs kosmische trekken. We zijn het in de kerk niet zo gewend denk ik, want het gaat vaak over onze persoonlijke relatie met God of met Jezus, maar het evangelie is veel omvattender dan mijn persoonlijke zielenheil.
In de Kolossenzenbrief wordt dat duidelijk. Luister maar weer: ‘Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.’
En dan speciaal deze woorden over Christus: ‘in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.’
En: ‘In hem heeft heel de volheid willen wonen en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel’.
Alles dus. Alles. Heel de kosmos. Alles. Hoe?
‘Door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.’ Dat kruis staat daar niet voor jou en voor mij, voor mijn persoonlijke relatie met God, maar dat kruis staat daar echt midden in de wereld, een omgekeerd zwaard gestoken in de aarde. Als een beeld van lijden en schuld, wereldomvattend, én van wereldwijde verzoening. God is zoveel groter dan mijn leven.
5
Ik heb de indruk dat het goed is om het wereldomvattende verzoenende werk van Christus ook te benoemen, omdat we in de kerk misschien wel wat tegen de grenzen aan het aanlopen zijn van de nadruk op een persoonlijke relatie met God (‘ik en mijn God’, ‘ik en mijn zoektocht’, ‘ik en mijn persoonlijke geloofsleven’, ‘ik en mijn zelf uitgezochte kerk’), de grenzen van een persoonlijke relatie die soms erg kleurt naar het individualisme van onze samenleving. En dat klinkt dan allemaal heel vroom en heel gelovig, maar het is vaak ook gewoon ik-gerichtheid.
God is groter, lieve mensen. Jezus is groter dan dat. Het Christusmysterie heeft een kosmische omvang, zoveel dieper, breder, hoger en langer dan wij ons in ons egocentrische en geïndividualiseerde manier van denken en ervaren kunnen voorstellen.
6
Terug naar het gebed dat Jezus ons leert. ‘Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven hebben wie ons iets schuldig was’. Als ik het nu ga hebben over schulden, dan zijn dat niet meer in de eerste plaats alleen maar míjn schulden, maar het zijn ónze schulden – de hele mensheid doet mee. Het is niet mijn verlangen naar vergeving, maar ons verlangen naar vergeving, de wereldwijde honger naar verzoende relaties. Het is niet meer alleen mijn lijden vanwege kwaad dat mij is aangedaan, maar een wereldomvattend lijden waarvan mijn lijden een klein stukje is. Het is niet langer mijn onvermogen om anderen te vergeven, maar onze wereldwijde onvergevingsgezindheid waar zoveel kwaad uit voort komt.
En tussen die mij, die ik aan de ene kant, en de wereld en de kosmos aan de andere kant, staat de kerk, de kerk als oefenplaats van Gods wereldwijde verzoenende werk. Hier wordt gedoopt tot vergeving van zonden. Hier vieren we het Avondmaal, omdat al onze zonden volkomen zijn verzoend. Hier klinkt de verkondiging van het evangelie: ‘Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.’
Al dat grote en omvattende wordt in deze bede van Jezus vertaald naar iets wat we wat beter kunnen bevatten, wat we biddend in de praktijk kunnen leren brengen in ons eigen leven.
En het is niet de gemakkelijkste bede die Jezus ons hier leert. We worden geconfronteerd met wat zeer doet, waar we liever bij weggaan, waar we voor weglopen, wat schaamte teweeg brengt. Onze eigen wonden die we opgelopen hebben. De zonden die we hebben gedaan, ons falen en tekortschieten dat we liever verdoezelen dan in het licht van Jezus brengen.
Maar Jezus brengt het in het licht. En het gaat verder dan we zouden willen. ‘Vergeef ons onze schulden’. Ja, dat willen we allemaal wel. En terecht. We kunnen niet leven zonder Gods vergeving.
Maar dat is de helft van het verhaal. Of misschien niet de helft. Dat is gewoon geen compleet verhaal als we het vervolg niet willen meebidden. ‘Vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig was.’ Dat woordje ‘zoals’ dat staat er zo verbijsterend vanzelfsprekend tussen. We komen dat woordje vaker tegen in bijbelse uitspraken:
Wees volmaakt zoals jullie Vader in de hemel volmaakt is. (Matteüs 5:48). ‘Wees barmhartig zoals de Vader barmhartig is’ (Lukas 6:36). ‘Jullie moeten elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad (Johannes 13:34). Het geheim hiervan is het geheim van het hart: waar Gods hart klopt in onze harten, daar wordt dit werkelijkheid.
Jezus legt dus een directe relatie tussen de vergeving die God ons geeft en de vergeving die we elkaar hebben te geven. Het is dus niet direct duidelijk hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Misschien zag Jezus dat ook in de ogen van zijn leerlingen. ‘Vergeving van God, zeker, mooi, maar zegt u nu dat God ons niet vergeeft als wij elkaar niet vergeven?’
‘Ja’, zegt Jezus, ‘dat zeg ik’. En nadat hij in Matteüs 6 de laatste bede heeft geformuleerd (‘Breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad’) komt hij terug op deze ene bede. Alleen deze bede voorziet Jezus van een extra toelichting (dat geeft het grote belang van deze bede denk ik aan), een toelichting die op het eerste gezicht aan duidelijkheid niets te wensen overlaat:
‘Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.’ Dat is wat Jezus zegt.
7
Ik snap heel goed dat dat pittig is en veel vragen oproept. Dat gebeurde een tijd geleden. Ik sprak op een Mannendag in Wezep en het ging ook over het Onze Vader. Tijdens de lunch raakte ik in gesprek met iemand die zei: ‘Ik heb heel veel moeite met dit stukje van het Onze Vader. Want ik geloof in een God die onvoorwaardelijk vergeeft, een God die onvoorwaardelijk van mij houdt, en hier stelt Jezus tóch een voorwaarde. Ik kan daar niet mee leven. Ik worstel daar al heel lang mee.’
En hij had ook wel een idee over hoe je er dan mee om moest gaan: ‘Jezus leerde ons dit gebed vóórdat hij aan het kruis stierf. Het nieuwe verbond was er nog niet. Want dat werd pas van kracht door zijn bloed. Na de kruisdood en de opstanding van Jezus trad het nieuwe verbond in werking, en dat is onvoorwaardelijk. Dus wat Jezus ons hier leert kunnen en hoeven we niet meer te bidden.’
Een andere gesprekspartner ging er vol in: ‘Jezus spreekt hier wel degelijk voorwaardelijk. Daar kun je niks anders van maken. Wij moeten als christenen niet zo bang zijn voor de voorwaardelijkheid die deel uitmaakt van het evangelie. Als jij de ander niet vergeeft, ontvang jij ook Gods vergeving niet. Punt. Dat is wat Jezus ons hier leert.’
Het gesprek nam vervolgens ook wel een wat meer pastorale wending, omdat we alle drie heel goed wisten en aanvoelden hoe moeilijk het kan zijn om een ander te vergeven en dat dat een proces is dat tijd kost, veel tijd soms. Want mensen doen elkaar de verschrikkelijkste dingen aan. Daar moeten we nooit goedkoop over doen. Maar die pastorale gebrokenheid mag niet ten koste gaan van deze fundamenteel-bijbelse gedachte, deze leer van Jezus, want dat is het, het is de leer van Jezus: ‘Als jij de ander niet vergeeft, vergeeft God jou niet.’
Ja, we moeten ook eens de moed hebben om het echt te laten schuren. Om te schrikken van wat Jezus zegt, om er verbijsterd over te zijn. Soms hebben we zo’n schok-moment nodig, om eindelijk eens in beweging te komen. Want we kunnen blijven hangen in slachtofferschap, we kunnen wennen aan onze wrokkigheid, we kunnen ons wentelen in zelfmedelijden, we kunnen bijna stikken in onze opgekropte woede over het onrecht dat ons is aangedaan, over wat we tekort zijn gekomen. Want daar kom je terecht als je weigert de weg van vergeving te gaan.
Maar Jezus wil je juist daarvan verlossen, je verlossen van je zelf gecreëerde hel op aarde vol bitterheid en tandengeknars en bokkigheid en intens verdriet (want dat zit daar diep onder).
8
Maar waarom hangen die twee zo nauw samen, dat God ons vergeeft en dat wij anderen vergeven? Laat ik daar dit over zeggen.
‘Als je je hart in bitterheid sluit voor de ander, sluit je dat hart tegelijkertijd ook voor Gods liefde en vergeving. We hebben maar één hart!’ (Gert-Jan Roest)
‘De overvloed aan barmhartigheid van God kan niet tot ons hart doordringen zolang wij anderen niet vergeven die ons kwaad hebben aangedaan.’ (Katechismus van de Rooms Katholieke Kerk).
Dat hart, daar gaat het om. Het hart als de woonplaats van Jezus. Want als we eerlijk zijn zeggen we: nee, dit kunnen we niet. Dit gaat onze macht te boven. En dat is precies de reden waarom Jezus ons in de binnenkamer van het gebed uitnodigt. Het gebed is de plek waar we leren om te vergeven.
Laten we daar samen zingend om bidden met Kerkboek 2017 Gezang 181:1,6,8 – ‘Hoor, onze Vader, hoor ons aan’
