Vrede: niets doen is geen optie
Kijk de overdenkingen terug op YouTube:
Luister de overdenkingen als podcast:
Inleidende overdenking
Wist je dat er in Nederland al meer dan 50 jaar een Vredesweek wordt georganiseerd door kerken? Het begon in 1967 als initiatief van het Interkerkelijk Vredesberaad (het IKV).
Ik had dat zelf nooit meegekregen. Maar een paar jaar geleden raakte ik betrokken bij de Vredesweek in Zwolle. En ik merkte dat ik het mooi en belangrijk vond om samen met andere kerken die vrede, waar iedereen zo naar verlangt, te promoten. Ik hielp ook mee een aantal activiteiten te organiseren. Zo organiseerden we in de Plantagekerk bijvoorbeeld een workshop over geweldloze communicatie.
Ja, ik vind het mooi dat die Vredesweek er is. En dat we er nu in Emmeloord vanuit de Raad van Kerken samen weer mee bezig willen zijn.
*
Want de boodschap die in onze kerken centraal staat, het evangelie van Jezus Christus, kan worden samengevat in dat ene woord: vrede.
Zo zegt Petrus tegen Cornelius: “God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat Hij door Jezus Christus het goede nieuws van de vrede is komen brengen” (Handelingen 10:36).
En als Paulus de geestelijke wapenrusting beschrijft, zegt hij: “Houd stand (…) met de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten” (Efeziërs 6:15).
En het koninkrijk van God waarin we graag wegwijs willen worden, is het Vrederijk van de Vredevorst (Jesaja 9:5-6)
Vrede is dus niet zomaar één van de vele onderwerpen van het christelijk geloof. Vrede zit in het hart van het evangelie.
*
Het thema van deze Vredesweek is: ‘Niets doen is geen optie’. Toen ik dat voor het eerst las, voelde ik eerlijk gezegd ook wat weerstand. Niets doen is geen optie. Het klinkt nogal stevig. Alsof je onmiddellijk in actie moet komen. Alsof stilzitten eigenlijk niet mag. En misschien zelfs een beetje zwart-wit: je dóét iets voor de vrede, of je doet niets.
Maar hoe langer ik over die woorden nadacht, hoe meer ze me gingen aanspreken. Want ja, vrede is natuurlijk prachtig om over te praten. We kunnen zingen over vrede, bidden om vrede, verlangen naar vrede. Maar als vrede werkelijk in het hart van het evangelie van het koninkrijk zit, kan het daar niet bij blijven. Vrede wil ook gedaan worden. Vrede moet concreet handen en voeten krijgen.
Jezus roept ons ook op om vredestíchters te zijn. “Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden” (Matteüs 5:9). In het Grieks staat daar eirēnopoioi. Daar hoor je twee woorden in: eirēnē, vrede (de meisjesnaam ‘Irene’ komt daarvandaan); en poieō: doen, maken. Vredestichters zijn dus letterlijk vrede-mákers, mensen die vrede maken, vrede doen Je zou het zelfs kunnen vertalen met: vredes-activisten. Want niets doén is geen optie.
Op de website van de Vredesweek vond ik een paar mooie zinnen:
“Vrede vraagt om actie: dus maak, bouw, pleit, doe, eis vrede. Je kunt elke dag werken aan vrede, groot of klein. En met alles wat er gebeurt, wereldwijd maar ook in Nederland, is dat nodig. Echt moedeloos word je pas als je stil gaat zitten.”
*
Straks aan de tafels zitten we trouwens wél stil. Want voordat vrede iets is wat wij moeten dóén, is vrede iets wat wij mogen ontvángen. Vrede is allereerst een geschenk van God. Christus is onze vrede. En van zijn vrede mogen wij uitdelen.
Laten we voorafgaand aan de viering eerst een kleine daad verrichten: we gaan zo staan om een vredeslied te zingen, maar ik nodig jullie uit om een paar mensen om je heen een hand te geven en te zeggen: ‘De vrede van Christus voor jou!’
*
Overdenking Tafel 1: ‘Vrede door zijn bloed’
“U leefde zonder hoop en zonder God in deze wereld. Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. Want Hij is onze vrede.”
De Bijbel begint in Genesis 1 met vrede. Met shalom: er was harmonie, alles was heel. God, mensen en de hele schepping – het leven was vol vrede. Alles was goed, zeer goed zelfs.
Maar dan komt Genesis 3. De vrede breekt door de zondeval van Adam en Eva. Als mensen raken we vervreemd van God, ver weg van Hem en van elkaar. Shalom maakt plaats voor gebrokenheid.
En ik denk weleens dat God toen gedacht heeft: ‘Niets doen is geen optie.’ Deze breuk van de zondeval moest worden hersteld. Maar van de mensen had God niets te verwachten.
En daarom gaat Gód iets doén. Hij komt naar ons toe. Hij zoekt ons weer op. En uiteindelijk zendt Hij zijn eigen Zoon Jezus in ons midden om voor ons te leven en om voor ons te sterven aan het kruis.
Paulus zegt het heel concreet: wij die ver weg waren, zijn dichtbij gekomen ‘door zijn bloed’. Aan het kruis draagt Jezus onze vijandschap, onze gebrokenheid, onze zonde.
Daar maakt God vrede. Aan het kruis. Door het bloed van Jezus. En daarom zegt Paulus iets heel bijzonders. Niet alleen: Jezus brengt ons vrede. Maar: Hij ís onze vrede.
En aan deze tafel ontvangen we die vrede opnieuw. We ontvangen Christus zelf. Brood en wijn vertellen ons: God heeft niet niets gedaan. Dat was voor Hem geen optie. Hij heeft alles gegeven om ons dichtbij te brengen.
*
Overdenking Tafel 2: ‘Vrede schept eenheid’
“En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar.”
Vrede is een geschenk van God. Maar die vrede wil ook iets dóén in ons midden. Paulus heeft het hier over de gemeente als één lichaam. We horen bij elkaar. We zijn aan elkaar gegeven.
En dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Ook in een kerk kunnen mensen botsen. We kunnen elkaar verkeerd begrijpen, teleurstellen, pijn doen. Er kunnen irritaties zijn, oude wonden, kerkpijn.
En dan klinkt opnieuw: niets doen is geen optie. Want onvrede verdwijnt meestal niet vanzelf. Wat niet wordt uitgesproken kan gaan broeien. Afstand kan groter worden. Een wond kan dieper worden.
Daarom zegt Paulus: “Laat de vrede van Christus héérsen.” Dat is sterke taal. Laat de vrede het voor het zeggen hebben. Laat de vrede beslissend zijn in hoe je met elkaar omgaat. Geef niet je boosheid of je gelijk of je gekwetstheid het laatste woord. Laat Christus het laatste woord hebben. Vrede.
Dat vraagt iets van ons: luisteren, vergeven, de eerste stap zetten, een hand uitsteken. Want de vrede die wij van Christus ontvangen, wil vrede worden tussen mensen.
De vrede die wij van Christus ontvangen schept eenheid. En dat oefenen we en dat vieren we aan deze tafel. Dit is de tafel van de vrede. Hier verbindt de vrede van Christus ons weer aan elkaar.
*
Overdenking Tafel 3: ‘Vrede in je hart’
“Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.”
Vrede heeft ook te maken met wat er leeft in ons eigen hart. Want daar kan het soms behoorlijk onrustig zijn. Je hebt zorgen over je gezondheid. Over je kinderen. Over je werk. Over de toekomst. Over alles wat er in de wereld gebeurt. Gedachten die maar blijven rondmalen. Angst die je zomaar kan overvallen.
En ook dan geldt: niets doen is geen optie. Niet omdat je onmiddellijk een oplossing moet zoeken. Niet omdat je harder je best moet doen om rustig te worden. Paulus wijst een andere weg: ga met alles wat je bezighoudt naar God toe. Bid. Vraag. Dank. Leg je zorgen in zijn handen.
En dan gebeurt er iets bijzonders. Niet altijd verdwijnen je zorgen. Je omstandigheden veranderen misschien ook niet. Maar midden in alles wat onrustig blijft, kan er iets anders komen: de vrede van God die alle verstand te boven gaat.
Die vrede zal je hart en je gedachten bewaren in Christus Jezus. Ook dat ontvangen en vieren we hier aan tafel. De vrede van Christus in je hart. Want vrede in de wereld begint bij vrede in je hart. De weg waarlangs Jezus zijn vrede in deze wereld wil brengen loopt via onze harten.
Ontvang de vrede van God in je hart.
Gespreksvragen
- Welke zin, gedachte of beeld uit de overdenkingen is bij jou blijven hangen? Waarom juist deze?
- “Niets doen is geen optie.” Waarom vind je die zin inspirerend of waarom roept hij juist weerstand bij je op?
- Jezus zegt: “Gelukkig de vredestichters” (Matteüs 5:9). Wat betekent het volgens jou om niet alleen van vrede te houden, maar daadwerkelijk een vrede-maker te zijn?
- Paulus schrijft: “Hij is onze vrede” (Efeziërs 2:14). Wat is voor jou het verschil tussen zeggen dat Jezus vrede geeft en dat Jezus zelf onze vrede is?
- Vrede is eerst iets wat we ontvangen en daarna iets wat we doen. Welke van die twee kanten heeft bij jou meestal de meeste aandacht?
- Denk aan een situatie waarin er afstand, irritatie of spanning is tussen jou en iemand anders. Wat zou het daar concreet kunnen betekenen om “de vrede van Christus te laten heersen”?
- Welke stap naar vrede vind jij het moeilijkst: luisteren, je eigen gelijk loslaten, vergeven, sorry zeggen, de eerste stap zetten of iets anders? Wat maakt dat lastig?
- Bij de derde tafel klinkt: “Bid. Vraag. Dank. Leg je zorgen in zijn handen.” Wat helpt jou om Gods vrede te ervaren wanneer het vanbinnen onrustig is?
- Stel dat vrede deze week heel klein begint: één gebaar, één gesprek, één appje, één gebed. Waar zou jouw kleine daad van vrede kunnen plaatsvinden?
- De preek beweegt van vrede met God, via vrede met elkaar, naar vrede in je hart. Welke van deze drie heeft op dit moment bij jou het meeste aandacht nodig?
Werkvormen
1. Drie cirkels van vrede
Leg drie grote vellen neer met daarop: vrede met God – vrede met elkaar – vrede in mijn hart. Iedereen schrijft op drie briefjes één gedachte, verlangen of concrete stap en legt die bij de passende cirkel. Bekijk daarna samen wat opvalt. Sluit af door ieder één briefje te laten kiezen dat hij of zij de komende week wil meenemen.
2. De eerste stap
Laat iedereen in stilte denken aan één concrete situatie waarin vrede nodig is. Schrijf vervolgens op een kaartje: “Mijn eerste kleine stap naar vrede is…” Deel alleen wat je wilt delen. Wie wil, neemt het kaartje mee als persoonlijke opdracht voor de komende week.
3. Vrede ontvangen – vrede doorgeven
Ga in een kring staan. Eén persoon draait zich nasar degene die naast hem of haar staat en zegt: “De vrede van Christus voor jou.” De ander ontvangt die woorden eerst bewust en geeft ze daarna door aan de volgende.
Bespreek na afloop kort: Hoe was het om vrede te ontvangen? Hoe was het om vrede door te geven?
Sluit af met de vraag: Aan wie buiten deze kring wil jij deze week iets van Christus’ vrede doorgeven?
