Preek in de leerdienst van zondagmiddag 25 oktober 2026 (lees hier de eerdere leerpreek van zondagmiddag 4 oktober 2026: ‘De beste Meester die er is‘).

1

Wat wil jij worden als je groot bent? Die vraag is jou misschien ook weleens gesteld toen je klein was. Wat wil jij worden als je groot bent? 

Daar zijn heel veel antwoorden op mogelijk: leraar, ondernemer, monteur, boer, aardappelveredelaar, ontdekkingsreiziger, filosoof, verpleegkundige, voetballer, kunstenaar. 

Maak even contact met het kind in jezelf: welk antwoord heb jij vroeger gegeven? Of: welk antwoord geef jij nu als je jong bent? (…)

Ik kwam een tijdje terug deze afbeelding tegen:

Een handgetekende illustratie uit het bekende boek ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’. Misschien ken je het boek wel? 

“Wat wil jij worden als je groot bent? ‘Lief’, zei de jongen.”

En je voelt denk ik wel aan dat dit antwoord van de jongen die bekende vraag meteen in een ander perspectief plaatst. Waar de meesten bij die vraag direct denken aan een beroep dat je later kunt gaan uitoefenen, opent de jongen een heel andere wereld. Niet de wereld van de beroepengids, maar de wereld van innerlijke groei en karaktervorming of transformatie. Of in termen van Jezus: de wereld van bekering en verandering. Want de kernboodschap van Jezus is: ‘Het koninkrijk is nabij. Kom tot inkeer!’ Tot inkeer komen is: veranderen, anders gaan denken, anders gaan kijken. Je kunt het ook transformatie noemen: dat levenslange proces dat voor ons allemaal belangrijk is, of we nu oud zijn of jong, of ergens daar tussenin. Dat proces waarin we liefdevoller worden, vriendelijker, verdraagzamer, eerlijker, authentieker, moediger.

2

En daarmee zijn we in het hart van wat er in hoofdstuk 1 van het boek ‘De leerlingen’ aan de orde is. Dat hoofdstuk begint met een aantal vragen. Dit zijn de eerste twee: ‘Ben jij wie je wil zijn?’ ‘Wie wil jij worden?’ Eigenlijk moet je het boek dan meteen even wegleggen, en voor je uit gaan staren en van binnen zoeken naar een antwoord…

Het zijn vragen waar je niet even snel en gemakkelijk een antwoord op kunt geven. Het zijn zogenaamde ‘trage vragen’. Trage vragen nodigen je uit om stil te staan bij wat er werkelijk toe doet. Bij je diepste verlangens, je overtuigingen, je keuzes, je manier van leven. Ze vragen niet alleen om nadenken, maar ook om naar binnen kijken. Om eerlijk te worden tegenover jezelf. 

En als je met zulke trage vragen bezig bent, dan is er eigenlijk niemand bij wie je beter in de buurt kunt zijn dan bij Jezus. Want als iemand ons kan laten zien wat het betekent om echt mens te zijn, volop mens, dan is Hij het wel. Kijk maar naar de manier waarop Hij met mensen omgaat. Naar zijn liefde, zijn geduld, zijn vriendelijkheid, zijn moed, zijn zachtmoedigheid, zijn eerlijkheid. 

En als we bij Jezus en de buurt zijn en met Hem omgaan, dan gebeurt er dit: we worden door Hem gevormd. Vorming, dat vind ik de laatste tijd een steeds belangrijker woord. In de kerk waar we samen willen leren om volgens het evangelie van Jezus te leven, gaat het erom dat we gevormd worden naar het beeld van Jezus. Dat gebeurt als we leerling van Jezus zijn.

Maar wat is vorming eigenlijk? Vorming is het proces waarin je steeds meer wordt wie je bedoeld bent te zijn. Het gaat niet alleen om wat je weet, wat je gelooft of wat je doet. Het gaat vooral om wie je bent en wie je aan het worden bent: om je karakter, je verlangens, je gewoontes, je manier van kijken naar jezelf, naar anderen en naar de wereld.

En over dat proces zegt het boek ‘De leerlingen’ dat die vorming door Jezus drie belangrijke elementen heeft:

  1. Met Jezus zijn
  2. Op Jezus lijken
  3. Als Jezus doen

Ik heb deze drie elementen van het vormingsproces even in een cirkel gezet. Zo wordt duidelijk dat de kern is: Met Jezus zijn. Daardoor ga je meer en meer lijken op Jezus. En dat zal zichtbaar worden in je dagelijkse leven in de keuze die je maakt.

1. Met Jezus zijn | Alles begint met de uitnodiging van Jezus om bij Hem te zijn. Om in zijn aanwezigheid te leven, met Hem verbonden te blijven, tijd met Hem door te brengen. Het gaat om een persoonlijke relatie waarin we zijn liefde ontvangen en leren vertrouwen op zijn Aanwezigheid om ons heen en in ons.

2. Op Jezus lijken | Als je veel met iemand omgaat, ga je vaak iets van die ander overnemen. Zo werkt het ook in de omgang met Jezus. Door zijn Geest verandert Hij ons van binnenuit. We ontwikkelen steeds meer zijn karakter, zijn levenshouding: liefde, geduld, vriendelijkheid, zachtmoedigheid en moed bijvoorbeeld. We gaan steeds meer op Hem lijken.

3. Als Jezus doen | Wat vanbinnen groeit, wordt zichtbaar in wat we doen. We leren handelen zoals Jezus zou handelen als Hij in onze schoenen stond. We hebben aandacht voor anderen, vergeven, dienen, brengen vrede en zoeken gerechtigheid. Zo wordt door ons leven iets zichtbaar van Gods koninkrijk, midden in het dagelijks leven.

3

Het begint dus allemaal bij het ‘Met Jezus zijn’. Dat is de binnenste cirkel. En dat is misschien ook wel het belangrijkste wat je als leerling van Jezus kunt leren. Dat Jezus je altijd opnieuw uitnodigt om bij Hem te zijn, om met Hem verbonden te blijven, om steeds opnieuw bewust zijn Aanwezigheid te zoeken.

In Johannes 15 gebruikt Jezus daarvoor een prachtig beeld. Hij zegt: “Ik ben de ware wijnstok en jullie zijn de ranken.” En dan klinkt die bijzondere uitnodiging: “Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie.”

“Blijf in Mij.” Laat die woorden eens even tot je doordringen. Jezus zegt niet allereerst: doe je best, werk hard, zorg dat je een goede christen wordt. Nee, Hij zegt: “Blijf in Mij.” Leef in verbondenheid met Mij. Maak van mijn Aanwezigheid de plek waar je thuis bent.

Jezus nodigt uit tot echte eenheid: dat we één worden met Hem. Dat is de bron van ons leven als leerling van Jezus. En waarom is dat zo belangrijk? Omdat er iets gebeurt als je met Jezus verbonden blijft.

Jezus zegt: “Wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht.” Dat is dus de bedoeling! Vrucht dragen. Meer vrucht dragen. Veel vrucht dragen. Steeds meer vrucht dragen. In Johannes 15 klinkt dat telkens opnieuw. Als de ranken geen vrucht dragen, snoeit de Vader ze bij zodat ze wel vrucht dragen. Dat vrucht dragen, daarvoor zijn we gemaakt. En de Vader wordt verheerlijkt wanneer zijn leerlingen veel vrucht dragen.

Maar wat is die vrucht eigenlijk? Daarvoor gaan we even naar Galaten 5. Daar schrijft Paulus over de vrucht van de Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Kijk, dat zijn nu precies de eigenschappen waar het om gaat bij die vorming. Dat je een liefdevoller mens wordt. Dat er meer vrede in je hart groeit. Dat je geduldiger wordt met moeilijke mensen. Dat je vriendelijker reageert wanneer iets tegenzit. Dat je keuzes maakt die worden ingegeven door geloof en zelfbeheersing.

Ik heb die vrucht-elementen nu even over de tweede en de derde cirkel verdeeld. Want het is nog niet zo gemakkelijk om helder te krijgen wat nu precies het verschil is tussen ‘lijken op Jezus’ en ‘doen als Jezus’. Je zou ze kunnen samen nemen als het gedrag of de levensstijl die opbloeit vanuit de verbondenheid met Jezus. En daar zit een binnenkant aan: lijken op Jezus, en een buitenkant: doen als Jezus.

Maar let vooral hierop: Paulus noemt dit alles niet de vrucht van onze inspanningen, maar de vrucht van de Geest. Wij hoeven die eigenschappen niet op eigen kracht te produceren. Het is de Geest van Jezus die ons van binnenuit verandert. Daarom begint geloofsvorming nooit met harder je best doen, maar met dichter bij Jezus leven en je laten leiden door zijn Geest.

4

En zo komen we bij een volgend onderdeel van hoofdstuk 1 van ‘De leerlingen’. Paragraaf 1.4 stelt de vraag: ‘Hoe werkt de Heilige Geest?’ En je zou de vraag ook zo kunnen formuleren: ‘Op welke manieren kunnen we dat doen: Met Jezus zijn’? En dan worden er drie dingen genoemd:

  • geloofspraktijken
  • geloofsonderwijs
  • geloofsgemeenschap

En als ik die drie onder één noemer breng, dan is dat: geloofsvorming. En daar ging het al eerder over in deze preek: “Vorming is het proces waarin je steeds meer wordt wie je bedoeld bent te zijn.”

Nu zat ik daar wat over na te denken toen ik deze preek aan het voorbereiden was en ik dacht: is het wel zinnig om dat onderscheid in drieën te maken? Geloofspraktijken, geloofsonderwijs en geloofsgemeenschap? Want zijn die laatste twee, geloofsonderwijs en geloofsgemeenschap, niet net zo goed geloofspraktijken?

Geloofsonderwijs is de praktijk waarin iemand onderwijs geeft en waarin anderen dat onderwijs volgen. Geloofsgemeenschap is de praktijk van het samen met andere mensen bij elkaar komen om bij Jezus te zijn. Al die verschillende geloofspraktijken die er bestaan hebben als doel: geloofsvorming, dat we als gelovige leerlingen van Jezus steeds meer gevormd worden naar zijn beeld.

Dus ik wil eigenlijk voorstellen om dat woord geloofspraktijken als kern te nemen. 

In het boek ‘De leerlingen’ wordt daar een mooie definitie van gegeven: “Geloofspraktijken zijn praktische handelingen die tijd en ruimte scheppen om de kracht en de aanwezigheid van de Heilige Geest te kunnen ervaren.”

Je kunt het ook zo zeggen: “Geloofspraktijken zijn concrete manieren waarop we ruimte maken voor de vormende aanwezigheid van Jezus.”

Dat betekent dus dat geloofspraktijken niet in de eerste plaats dingen zijn die je moet doen om een goede christen te zijn. We doen ze niet omdat het zo hoort. Nee, het zijn manieren om ruimte te maken voor Jezus in je leven. Om je bewust te worden van zijn Aanwezigheid. Om je open te stellen voor wat zijn Geest in je leven wil doen.

5

Over die geloofspraktijken moeten we het nu nog wat verder hebben. Ik merk dat we in de praktijk van het kerkelijke leven vaak maar drie geloofspraktijken benoemen: bidden, bijbel lezen en naar de kerk gaan. En dat zijn ook kern-praktijken voor het leven van een leerling van Jezus. Maar we merken ook dat die praktijken best wel onder druk staan. Het is voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend om elke dag uit de Bijbel te lezen of tijd te nemen voor persoonlijk gebed. En ook het elke zondag naar de kerk gaan is voor steeds meer mensen minder vanzelfsprekend geworden. En in elk geval is dat zo voor een nieuwe generatie.

Eerder waren er vaak vaste structuren die daarbij hielpen. Er werd aan tafel uit de Bijbel gelezen en gebeden. Op zondag ging je naar de kerk. Dat hoorde gewoon bij het ritme van je leven. Je hoefde er niet elke keer opnieuw een keuze voor te maken. Maar die vanzelfsprekendheid is voor een groot deel verdwenen. Onze levens zijn anders ingericht. We hebben volle agenda’s, er zijn ontzettend veel dingen die onze aandacht vragen.

En ik wil daar nu even niet meteen een oordeel over uitspreken. Niet zeggen dat vroeger alles beter was. En ook niet dat we gewoon maar weer wat meer ons best moeten doen.

Maar ik wil wel een vraag stellen: welke geloofspraktijken helpen ons vandaag om ruimte te maken voor de vormende aanwezigheid van Jezus? 

En dan is het goed om te ontdekken dat de christelijke traditie op dit gebied veel rijker is dan alleen bidden, Bijbellezen en naar de kerk gaan. Er zijn veel meer geloofspraktijken die ons kunnen helpen om met Jezus verbonden te blijven. In het boek wordt een hele opsomming gegeven van de geloofspraktijken van Jezus (blz. 17-18): 

  • De bijbel lezen
  • Brood en wijn uitdelen
  • Gastvrij zijn
  • God lofprijzen
  • Eenvoudig leven
  • Vasten
  • Wekelijks naar de synagoge gaan
  • Regelmatig stilte en alleen-tijd zoeken
  • Bidden en tijd doorbrengen met de Vader
  • Mensen helpen
  • Mensen buiten de eigen comfortzone opzoeken
  • De rustdag respecteren
  • Leven in verbinding met andere gelovigen

Het zijn allemaal manieren waarop we ons kunnen oefenen in het leven met Jezus. 

En ik heb nog een rijtje gemaakt van allerlei mogelijke geloofspraktijken voor vandaag:

  • Een dagelijks ademgebed bidden
  • Een digitale sabbat houden
  • Een aandachtige natuurwandeling maken
  • Een dankbaarheidsdagboek bijhouden
  • Dagelijks een liefdevolle daad verrichten
  • Een geloofsgesprek voeren
  • Dagelijks terugblikken op je leven
  • Bewust duurzaam leven
  • Mensen in stilte zegenen
  • Armen helpen of asielzoekers opvangen
  • Vragen: wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

6

[dia 15] En ik denk dat we samen een dubbele uitdaging hebben in deze tijd, waarin we elkaar in de gemeente ook echt kunnen helpen.

De eerste uitdaging: hoe kunnen we bestaande geloofspraktijken nieuw leven inblazen? Want die praktijken zoals bidden, bijbellezen en naar de kerk gaan zijn soms een sleur geworden, sleets geraakt. We doen ze zonder dat er echt iets gebeurt. Ik denk dat we dat kunnen doen door je er opnieuw bewust van te worden waarom je die praktijken doet. Je doet ze om ruimte te maken voor de vormende Aanwezigheid van Jezus in je leven. Zo kun je kijken naar de kerkdienst die je bezoekt, het stukje bijbellezen aan tafel, de podcast die je beluistert, de brongroep die je bezoekt. Je kunt weer leren om het niet alleen ‘uit gewoonte of bijgeloof’ te doen (om even een ouderwetse formulering te gebruiken), maar echt bewust om ruimte te maken voor Jezus’ vormende Aanwezigheid in jouw leven.

De tweede uitdaging: hoe kunnen we nieuwe geloofspraktijken ontdekken en aanleren? Nieuwe vormen, nieuwe geloofsgewoontes die passen bij onze tijd en de manier waarop onze dagen in elkaar zitten? Dat vraagt om creativiteit en om de bereidheid nieuwe dingen uit te proberen. Want ons dagelijks leven ziet er anders uit dan vroeger. We hebben smartphones, volle agenda’s, sociale media en allerlei nieuwe mogelijkheden om met elkaar verbonden te zijn.

De uitdaging is om juist midden in dat gewone, drukke leven nieuwe gewoontes te ontwikkelen die ons helpen om met Jezus te leven. Misschien een kort ademgebed voordat je aan een vergadering begint. Een moment van stilte voordat je je telefoon pakt. Een wandeling waarin je bewust aandacht geeft aan Gods schepping.

En we hoeven niet meteen ons hele leven om te gooien. Begin klein. Kies één geloofspraktijk die bij je past. Probeer die een tijdje uit. En ontdek wat die gewoonte doet met je aandacht, je verlangens en je manier van leven.

7

Ik wil ten slotte één kleine gewoonte aanreiken. In het hoofdstuk uit ‘De leerlingen’ staat ook een paragraaf met de titel ‘What Would Jesus Do?’ In de jaren negentig van de vorige eeuw was dat heel populair. Veel mensen hadden toen een armbandje met de letter WWJD.

De vraag wordt in het hoofdstuk wat completer gemaakt: ‘Wat zou Jezus doen als Hij mij was.’ En dat is eigenlijk een betere vraag. Want het gaat er niet om dat we Jezus precies nadoen in alles wat Hij tweeduizend jaar geleden deed. We leven immers in een heel andere tijd, met heel andere omstandigheden. En wij zijn Jezus niet en hoeven Hem dus niet na te doen.

En ik wil de vraag nog iets concreter maken: ‘Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?’ Want daarmee wordt het een vraag die je op elk moment van de dag kunt stellen. Midden in je gewone leven. Juist op die momenten waarop je moet kiezen hoe je reageert, wat je zegt of wat je doet.

Stel je voor: iemand zegt iets tegen je waardoor je je gekwetst voelt. Je eerste neiging is misschien om meteen iets scherps terug te zeggen. Maar dan stel je jezelf die vraag: wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

Of je ziet iemand die het moeilijk heeft, maar je hebt eigenlijk geen tijd. Je agenda zit vol. Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

Of je zit ’s avonds op de bank en pakt voor de zoveelste keer je telefoon. Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

Het mooie van deze kleine geloofspraktijk deze vraag is dat je even uit je automatische reactie stapt. Je creëert een klein moment van aandacht. Een moment waarin je je bewust wordt van de aanwezigheid van Jezus en je afvraagt hoe zijn liefde, zijn wijsheid en zijn levenshouding in jouw situatie zichtbaar kunnen worden.

Afgelopen maandag ging de cursus voor jong-belijdende leden hier ook over. Toen heb ik ook nog zestien eigenschappen of deugden van Jezus aangereikt om er één uit te kiezen om het nog concreter te maken. Als ik wil groeien in deze eigenschap, in deze karaktertrek (bv: gastvrij zijn, moedig zijn, liefdevol zijn): Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

LiefdevolGeduldigVergevingsgezindGastvrij
AandachtigOprechtVredelievendDankbaar
MoedigNederigBarmhartigHoopvol
ZachtmoedigVrijgevigStandvastigVrijmoedig

Misschien kunnen we nu even stil zij, en één van de zestien eigenschappen uitkiezen om komende week mee te nemen in ons hoofd en hart. 

Zo kunnen we gevormd worden als leerlingen van Jezus.

Gesprekvragen

  1. Wat wil jij worden als je groot bent? Wat wilde je vroeger worden? En als je de vraag nu anders opvat, als ‘Wat voor mens wil je worden?’, wat is dan je antwoord?
  2. Wie of wat vormt jou? We worden allemaal beïnvloed door mensen, gebeurtenissen, gewoontes en media. Welke invloed heeft jou de afgelopen jaren vooral gevormd?
  3. Met Jezus zijn, op Jezus lijken, als Jezus doen. Welke van deze drie spreekt je het meeste aan? En welke vind je het moeilijkst?
  4. Lees Johannes 15:1-8. Jezus zegt: ‘Blijf in Mij.’ Wat betekent deze uitnodiging volgens jou? Hoe kun je in het gewone leven verbonden blijven met Jezus?
  5. Lees Galaten 5:22-23. Welke vrucht van de Geest herken je in je eigen leven? En van welke vrucht zou je graag meer willen zien?
  6. Wanneer heb jij iets van Jezus in iemand anders gezien? Vertel over een ontmoeting waarin je geraakt werd door iemands liefde, geduld, vriendelijkheid of moed.
  7. Welke geloofspraktijk heeft jou geholpen om te groeien in je geloof? Denk aan bidden, Bijbellezen, zingen, stilte, gastvrijheid of iets heel anders. Wat maakte die praktijk waardevol?
  8. Welke geloofspraktijk staat bij jou onder druk? Wat maakt het moeilijk om er tijd en aandacht aan te geven? En wat zou kunnen helpen?
  9. Stel dat jullie samen een nieuwe geloofspraktijk voor deze tijd mogen bedenken. Hoe zou die eruitzien? Wat zou je kunnen doen om midden in het drukke leven ruimte te maken voor Jezus?
  10. Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie? Denk aan een concrete situatie die je de komende week waarschijnlijk tegenkomt. Hoe zou deze vraag je kunnen helpen om anders te reageren?

Werkvormen

1. De vrucht die mag groeien

Leg negen kaartjes op tafel met de vruchten van de Geest. Iedereen kiest één vrucht die hij of zij graag verder zou willen ontwikkelen. Vertel elkaar waarom je die vrucht hebt gekozen en in welke situatie je ernaar verlangt. Sluit af door voor elkaar te bidden.

2. Ontwerp je eigen geloofspraktijk

Iedereen kiest een moment dat dagelijks terugkomt: wakker worden, koffiezetten, onderweg zijn, lunchen of naar bed gaan. Bedenk een kleine geloofspraktijk van maximaal twee minuten die je aan dat moment kunt verbinden. Schrijf op: ‘Als ik …, dan ga ik …’. Deel je voornemen en spreek af elkaar over een week te vragen hoe het ging.

3. Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?

Bedenk samen drie herkenbare situaties: een vervelend bericht ontvangen, iemand ontmoeten die je irriteert, of merken dat iemand buitengesloten wordt. Kies één situatie. Laat iedereen eerst zijn spontane reactie benoemen. Wees vervolgens een minuut stil bij de vraag: ‘Wat zou Jezus doen als Hij mij was in deze situatie?’ Bespreek wat er verandert wanneer je vanuit zijn liefde naar de situatie kijkt.